Automobiel "verankeren"? Of verkankeren?

Het is vreemd om deze week, in een weekblad van een socialistische vakbond, te moeten lezen dat één van de topmannen van deze organisatie dit medium gebruikt om een aantal van de belangrijkste verworvenheden van de Belgische arbeidersklasse te begraven. Dit alles in naam van de concurrentiepositie van het Belgische patronaat.

Door Karel Mortier, op links-socialisme.blogspot.com

De socialistische, maar ook christelijke, metaalvakbonden pleiten voor een verhoging van de termijn van 1 jaar voor de spreiding van de arbeidsduur tot maximum 6 jaar (dit zou betekenen dat arbeiders de eerste 3 jaar bijvoorbeeld 48 uur kunnen werken en de laatste 3 jaar 24 uur – gemiddeld 35 uur), verhoging van de arbeidsduur met maximum 8 uur in plaats van 5 uur tot maximum 48 uur in plaats van 45 uur, het verhogen van de daggrens tot 10 uur in plaats van 9 en de mogelijkheid om via collectieve arbeidsovereenkomst de aankondigingstermijn van 7 dagen te verminderen tot minimum 3 dagen.

Mocht je niet beter weten, dan had je kunnen denken dat Agoria – de federatie van metaalpatroons – advertentieruimte had gekocht in het weekblad van de vakbond, dat dit per abuis werd geplaatst, waarna de eindredacteur van het blad met pek en veren op straat werd gezet.

Dit blijkt echter helemaal niet het geval te zijn. Een en ander maakt deel uit van een protocolakkoord tussen de vakbonden en de automobielbonzen. Blijkbaar zijn de loonlastenverlagingen, notionele intrestaftrekken, coördinatiecentra, “expansiesteun”, opleidingssteun, etc. niet voldoende om de winsthonger van de automobielbonzen te stillen en moeten de arbeiders er ook opnieuw aan geloven.

Artikel 20 van de arbeidswet stelt dat arbeiders maximaal 9 uur per dag mogen werken en 45 uur per week. Ze mogen maximaal 130 overuren per jaar kloppen. Dit protocol tussen vakbonden en patroons gaat uiteraard in tegen de huidige arbeidswet, die dit soort akkoorden verbiedt. De metaalvakbonden van het ABVV en het ACV vragen de overheid echter om de arbeidswet aan te passen, om dit in de toekomst wel mogelijk te maken.

België scoort qua temporele flexibiliteit, onder meer door het uniek systeem van tijdelijke werkloosheid, internationaal zeer hoog in patronale kringen. Het nadeel was dat de patroons moesten betalen voor deze flexibiliteit. Er moeten premies worden betaald, en het systeem van tijdelijke werkloosheid wordt deels gefinancierd door de patroon. Die premies vormen voor veel arbeiders een niet onaanzienlijk deel van hun inkomen, ten koste van hun gezondheid en hun gezin, en dat geld zien de patroons uiteraard liever verdwijnen in hun eigen zakken.

Nadat vakbondsmilitanten generaties geleden hun bloed hebben vergoten om de 8-urendag mogelijk te maken, vragen de vakbondsleiders van vandaag doodleuk om de wet aan te passen, zodat het mogelijk wordt om 10 uur per dag te werken. En dit desnoods jaren aan een stuk!

De “normale” arbeidsduur in de automobielsector is 35 uur, maar met dit akkoord zou het voor de patroons mogelijk worden om arbeiders desnoods een aantal jaren 48 uur te laten draaien, zonder overuren te moeten betalen. De meer gepresteerde uren zouden immers gerecupereerd worden wanneer er minder werk is.

Op die manier moeten de patroons geen duurdere overuren meer betalen en kunnen ze de tijdelijke werkloosheid tot een minimum beperken. In de Nieuwe Werker probeert Jorissen van ABBV-Metaal het voor te stellen alsof de arbeiders met dit systeem meer zouden kunnen kiezen wanneer ze werken. Maar aangezien het de patroon is die bepaalt, in “overleg” met de werknemer/vakbonden, wanneer er meer wordt gewerkt en wanneer minder is het duidelijk dat dit niet meer is dan een schaamlapje om het voorstel te verkopen aan de achterban.

Op een moment dat voor veel mensen de werkdruk en de onzekerheid reeds veel te hoog zijn, doen de metaalvakbonden van het ABVV en ACV er nog een schepje bovenop. Liever dan het gevecht aan te gaan, samen met hun collega’s in het buitenland, verkiezen ze om hun leden mee te laten draaien in deze internationale rattenkoers naar beneden, waar alleen maar de aandeelhouders beter van worden.

Het argument dat wordt gebruikt is dat Vlaanderen haar concurrentiepositie met de buurlanden, en met name Duitsland, moet behouden. Daarom zou het nodig zijn om in dit land de arbeidsvoorwaarden sneller af te bouwen dan in onze buurlanden. In Duitsland, dat volgens de bonzen concurrentiëler is dan België, is dit een illusie gebleken. In het verleden heeft het ook de sluiting van Renault Vilvoorde of de afdankingen bij Ford Genk niet kunnen voorkomen.

Het probleem is uiteraard dat de patroons nooit voldoende winst maken en dat de buurlanden wellicht het “voorbeeld” van Vlaanderen zullen volgen, waarna ze volgend jaar aan een volgende besparingsronde kunnen beginnen. Zullen de vakbonden ook een volgende besparingsronde mee doordrukken, en een volgende, en een volgende,…?

De oplossing bestaat er misschien in om de automobielbonzen van de vakbonden in Europa te laten werken aan dezelfde voorwaarden, en in dezelfde omstandigheden, als hun leden. Dan zal er wellicht snel worden ingezien dat de huidige logica waanzin is en dat men op zoek moet naar een andere strategie om banen te behouden. Zonder arbeiders uit verschillende landen tegen elkaar uit te spelen en met het behoud van de arbeidsvoorwaarden.

Gelukkig zijn er nog – o ironie – de liberalen van het ACLVB, die niet meestappen in deze strategie. Wellicht zien ze dit als een kans om hun positie tegenover de twee grote vakbonden wat te verstevigen. Nadat de leiding van de Metaalcentrale de splitsing van de centrale op een ondemocratische wijze doordrukte, moet nu blijkbaar ook de arbeidswetgeving eraan geloven.

Nu wordt wellicht ook duidelijk vanwaar de felheid komt waarmee Jorissen tegen het Generatiepact protesteerde. Hij weet best dat onder dit regime, dat hij mee heeft goedgekeurd, veel mensen nooit hun wettelijke pensioenleeftijd zullen halen…

Delen: Printen: