Home / Op de werkvloer / ACV / Brusselse LBC-afdeling zegt duidelijk ‘njet’ aan akkoord en pleit voor tweede actieplan

Brusselse LBC-afdeling zegt duidelijk ‘njet’ aan akkoord en pleit voor tweede actieplan

acvIn het ACV gaan stemmen op voor een tweede actieplan in gemeenschappelijk vakbondsfront. Aan de basis is er heel wat ongenoegen over de wijze waarop de leiding het ontwerp-akkoord met de regering en de werkgevers verdedigde. Dat blijkt onder meer uit een evaluatie van de Brusselse afdeling van de LBC, de bediendencentrale in het ACV, die circuleert op sociale media. Daarin wordt het akkoord verworpen en is er een concreet voorstel voor een tweede actieplan. Hieronder kan je deze evaluatie lezen.

Ontwerpakkoord: Evaluatie LBC-NVK afdeling Brussel
(Tussenkomst op LBC-raad 08/02/2015)

We hebben de volgende evaluatie gemaakt van het ontwerpakkoord.

  • “een einde aan de loonstop” is wel heel erg optimistisch. Voor 2015 blijft de loonstop gewoon behouden. De marge voor loonsonderhandelingen van 0,8% zal zelfs in de sterke sectoren nog steeds een reële loondaling van -1,2% betekenen in 2016. In de zwakkere sectoren kan die loondaling oplopen tot -2%. Bovendien staan de meeste aanbevelingen i.v.m. de manier van invulling van de loonmarge ons niet aan: langer werken, tweede pijler, maaltijdcheques, bonusplannen.
    Het standpunt van de werkgevers dat de indexsprong een reeds genomen regeringsbeslissing is, is een flauw excuus. De loonstop was ook een regeringsbeslissing. En zelfs met een indexsprong zou de indexsprong nog steeds kunnen gecompenseerd worden door een loonsverhoging van méér dan 2%.
    De vrije universiteiten merken op dat voor het personeel van de KU Leuven en de VUB, de lonen de barema’s volgen van de overheidsinstellingen, en dat er voor hen dus in elk geval geen sprake is van loonsverhoging, enkel van een indexsprong.

Kortom: dit punt is voor ons onverteerbaar.

  • We merken op dat deze enveloppe eigenlijk al verworven was en dus niet moet voorgesteld worden als een overwinning. We hadden het liever gehad dat de onderhandeling over de besteding van de welvaartsenveloppe apart zou gebeurd zijn, precies om te vermijden dat het als “chantagemiddel” wordt ingezet. Bovendien kunnen we eigenlijk niet spreken “welvaartsvastheid” als er ondertussen ook een indexsprong gebeurt. De optrekking van een aantal uitkeringen (in feite enkel de laagste en de hoogste, iedereen daartussen valt uit de boot!) met 2% terwijl er ondertussen een indexsprong van -2% gebeurt, dat is eerder een “gedeeltelijke uitzondering op de indexsprong” dan een echte invulling van het principe ‘welvaartsvastheid’.
    We merken verder op dat er over de inkomensgarantie-uitkering (IGU) voor deeltijds werkenden niets gezegd wordt, en dat m.a.w. het inkomensverlies tot 23% voor deze categorie behouden blijft.
    We merken tenslotte op dat het “optrekken” (eigenlijk dus gewoon indexeren) van de minimumuitkeringen weinig zin heeft als er ondertussen uitkeringen geschrapt worden en dat dus het de facto minimumbedrag niet met 2% naar omhoog gaat, maar tot nul daalt. We denken bijvoorbeeld aan de inschakelingsuitkeringen voor schoolverlaters zonder diploma. In Brussel zijn er momenteel 6000 jongeren in die situatie, die hun uitkering dreigen te verliezen. Volgens de huidige stand van zaken zou de uitkering toch behouden kunnen blijven als ze een opleiding volgen, wat op zich redelijk lijkt, maar blijkt dat er enorme wachtlijsten zijn en dat men slechts hooguit 1000 opleidingen kan aanbieden, m.a.w. 5000 van de 6000 werkloze jongeren zullen nog steeds uit de boot vallen!
    De vrije universiteiten signaleren bovendien dat de verlaging van de leeftijdslimiet van 30 naar 25 jaar voor inschakelingsuitkeringen bijzonder problematisch is; er zijn heel wat slachtoffers onder de studenten.
  • SWT, landingsbanden. In grote lijnen is dit enkel wat “uitstel van executie” maar wordt er geen enkele fundamentele toegeving gedaan op het principe van langer werken.
  • Beschikbaarheid tot 65, rechtvaardige fiscaliteit. Er ligt nog niets concreet op tafel. Eerst zien en dan geloven. Er zijn heel veel interpretaties mogelijk van het concept ‘tax shift’.

Om een evaluatie te maken van het ontwerpakkoord moeten we het gerealiseerde vergelijken met wat we vroegen tijdens de acties van het najaar. De belangrijkste redenen waarom we betoogd en gestaakt hebben waren volgens ons de volgende vier punten:

  1. Behoud van de index
  2. Langer werken terwijl werklozen gestraft worden?
  3. Rechtvaardige fiscaliteit (tax shift / vermogensbelasting)
  4. Degelijke publieke diensten: tegen de besparingen in openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg enz. waarbij we meer moeten betalen voor minder dienstverlening

Het akkoord geeft op geen enkel van die vier punten een verbetering. Bovendien zou het aanvaarden van dit akkoord (onder het motto “liever enkele borrelnootjes dan helemaal niets”) onze mobilisatiekracht en het gemeenschappelijk vakbondsfront verzwakken. Het is zo al moeilijk genoeg om mensen warm te maken voor het voeren van actie, als je dat moet doen op basis van een dubbelzinnig en gemengd signaal – “we hebben wel ons akkoord gegeven maar we gaan eigenlijk niet akkoord” – dan wordt het niet gemakkelijker. Bovendien gaan we dan energie moeten steken in het sectoroverleg, en onze actiemogelijkheden zullen dan beperkt zijn aangezien we dan wellicht “het sectoroverleg alle kansen moeten geven”.

Wat ons betreft is de evaluatie dus zowel inhoudelijk als strategisch duidelijk.

De afdeling Brussel zegt klaar en duidelijk “NJET!” en pleit voor een “deel twee” van het actieplan, in gemeenschappelijk vakbondsfront, opnieuw geleidelijk opbouwend in een vooraf aangekondigde crescendo:

  • eerst een militantenconcentratie,
  • vervolgens een informatie- en sensibilisatiecampagne, dit keer niet enkel een opsomming van wat de regeringen op ons bord hebben gelegd, maar met de nadruk op onze alternatieven, om in te gaan tegen de “er is geen alternatief”-retoriek van De Wever:niet alleen (onze versie van) de tax shift, maar ook bijvoorbeeld het voorstel van Femma om een 30-urenweek in te voeren kunnen daarbij aan bod komen
  • een grote nationale betoging (al dan niet in het weekend) met meerdere vertrekpunten want het station van Brussel-Noord kon het op 6 november al niet aan
  • opnieuw provinciale stakingsdagen naar aanloop van uiteindelijk een nationale algemene 48u-staking.

We beseffen dat zeker niet iedereen staat te popelen om opnieuw te staken, en hopelijk hoeft het ook niet zover te komen en volstaat de druk (van de acties in de aanloop en de aankondiging op zich) om de regeringsplannen van tafel te vegen, maar we denken dat het potentieel er zeker is. Het is onze taak om ‘actiebereidheid’ te creëren. De betoging van 6 november was de grootste betoging in tientallen jaren, de stakingen waren zeer geslaagd (vele mensen, zowel jongeren als ouderen, hebben voor het eerst in hun leven gestaakt!), we hebben aangetoond dat we de publieke opinie aan onze kant kunnen krijgen als we de zaken helder genoeg uitleggen. Bovendien beweegt er in Europa één en ander: de verkiezingsoverwinning van Syriza in Griekenland en het succes van Podemos in Spanje tonen aan dat de Europese besparingslogica niet langer geslikt wordt en dat er alternatieven mogelijk zijn.

Wij willen een strijdbare vakbond zijn die actief het verzet organiseert tegen onrechtvaardige en asociale maatregelen, geen ‘vakbond’ die rechtse maatregelen ‘verkocht’ krijgt en een zachte landing kan maken, ook al is het een landing in een moeras van verarming. De teneur en de titel van het ACV-pamflet over het ontwerpakkoord staat ons dan ook helemaal niet aan: de keuze is niet “akkoord gaan” of “rechtse regering laten doen”, de keuze moet zijn “niet akkoord gaan én de rechtse regering niet laten doen!”. We vinden het onaanvaardbaar dat de ACV-leiding op een dergelijke tendentieuze manier het ontwerpakkoord “voorlegt”. Dit is niet “voorleggen”, dit is “opdringen”.

Tot slot nog dit. Met alle Vlaamse en Federale regeringsmaatregelen die al doorgevoerd zijn of nog op tafel liggen, kan een modaal gezin met twee studerende kinderen en een huis dat moet afbetaald worden door minder inkomen en meer uitgaven in reële termen gemakkelijk 500 euro per maand verliezen. Het grootste deel daarvan zal echter pas vanaf 2016, 2017 echt voelbaar worden. Maar stel je dat eens voor: 25 briefjes van 20 euro, elke maand, uit de gezinsportemonnee, enkel en alleen om de bedrijfswinsten en de zakken van de rijken te spijzen. Die 25 briefjes van 20 euro zouden met dit akkoord in het beste geval gereduceerd worden tot 24 briefjes van 20 euro. Nemen we daar genoegen mee? Gaan we daarvoor het gemeenschappelijk vakbondsfront in gevaar brengen en onze mobilisatiekracht hypothekeren? Wij hopen van niet!