Home / Op de werkvloer / Werklozen / Eerste beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd een feit. Is er echt geen alternatief?

Eerste beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd een feit. Is er echt geen alternatief?

Artikel door Emily (Namen) uit ‘maandblad ‘De Linkse Socialist’

rvaHet gebrek aan werkgelegenheid is een groot en structureel probleem. Het zijn echter steeds de slachtoffers die hier verantwoordelijk voor gesteld worden en sancties krijgen. Dit zien we momenteel met de uitsluiting van duizenden mensen met een inschakelingsuitkering, de vroegere wachtuitkering. Deze werkloosheidsuitkering is als eerste in de tijd beperkt. Welk alternatief kan de georganiseerde arbeidersbeweging hierop naar voor brengen?

Massale werkloosheid: in wiens voordeel?

Sinds 30 jaar kennen we een structurele werkloosheid. De werkgelegenheidsgraad – het percentage van iedereen op arbeidsleeftijd die effectief werk heeft – bedroeg in 2013 amper 57%. Dit maakt meteen duidelijk dat er niet genoeg jobs voor iedereen zijn. In 2013 waren er volgens de FOREM (Franstalige tegenhanger van de VDAB) 584.302 werkzoekenden in ons land. Er waren tegelijk amper 61.630 vacatures volgens de FOD Economie. Toch doet men de werklozen af als luiaards en profiteurs die zo snel mogelijk moeten gesanctioneerd worden.

Het patronaat heeft overigens belang bij het behoud van een zekere werkloosheidsgraad. Dit levert immers een reserveleger op dat automatisch een neerwaartse druk zet op alle lonen en arbeidsvoorwaarden. “Niet tevreden over je werk? Er staan 10 anderen klaar om je plaats in te nemen.” Het patronaat wordt hierin ondersteund door de regeringen die enorme inspanningen leveren om zowel werklozen op te jagen als om een grote lageloonsector tot stand te brengen. Achter de retoriek van de zogenaamde “prioriteit voor werk” verbergt zich een campagne om de werklozen verantwoordelijk te stellen voor de werkloosheid.

Werkloosheid of werklozen aanpakken?

Dit is de achtergrond van verschillende maatregelen zoals de “activering” van werklozen, beter bekend onder de noemer van “jacht op de werklozen”. Deze maatregel werd in 2004 ingevoerd door de toenmalige liberaal-sociaaldemocratische coalitie. Er werden permanente en strengere controles ingevoerd om werklozen tijdelijk of definitief het recht op een uitkering te ontzeggen. Het uitgangspunt was dat werklozen kiezen voor hun situatie van sociaal isolement, psychologische druk en financiële onzekerheid.

In 2011 deed de regering-Di Rupo er nog een schep bovenop met de beperking in de tijd van de zogenaamde inschakelingsuitkering. De vroegere wachtuitkering werd voor wie 30 jaar is tot drie jaar beperkt, met uitzondering voor samenwonende gezinshoofden. Deze maatregel zorgt vanaf 1 januari van dit jaar voor de eerste uitsluitingen, het zou volgens CEPAG, de studiedienst van het Waalse ABVV, om minstens 37.000 mensen gaan. Dat aantal zal overigens nog toenemen. Voor bepaalde werkzoekenden is er tijdelijk uitstel en bovendien zullen er jaarlijks nog nieuwe werkzoekenden bijkomen die hun uitkering verliezen. De oude industriële centra zijn de hardst getroffen regio’s. Vrouwen zijn eveneens oververtegenwoordigd in de uitsluitingen. Het netwerk ‘Stop artikel 63§2’ stelt dat het in 65% van de gevallen om vrouwen gaat. Dat is uiteraard nauw verbonden met het grote aantal vrouwen in deeltijdse jobs waar het niet mogelijk is om een recht op een volledige werkloosheidsuitkering te verwerven.

De regering-Michel gaat op hetzelfde pad verder. Het recht op een inschakelingsuitkering zal voor min 21-jarigen enkel gelden voor wie een diploma hoger secundair onderwijs heeft behaald. Het recht zal beperkt worden tot de leeftijd van 25 jaar. Wie te lang studeert of niet genoeg heeft gestudeerd, wordt dus meteen gesanctioneerd. Deze maatregel zal zich voor 13.000 Franstalige studenten vertalen in een jaarlijks verlies van 5.104 tot 13.269 euro per persoon (volgens de vakbond CNE).

Wie uitgesloten is, kan enkel nog bij het OCMW terecht. Het betekent dat de verantwoordelijkheid van de federale regering naar de OCMW’s en dus naar de gemeenten wordt doorgeschoven. Daar dreigt de situatie uit de hand te lopen. De uitsluitingen vanaf 1 januari zijn al goed voor een verhoging van de uitgaven voor leeflonen met 20%. In Wallonië alleen zouden ongeveer 10.000 gezinshoofden en alleenstaanden er beroep op moeten doen (cijfers van CEPAG). Voor samenwonenden is er geen leefloon. Vooraleer het OCMW een leefloon toekent, kan een onderzoek gedaan worden naar middelen van familieleden (ouders of volwassen kinderen) om steun te verlenen. Hierdoor gaan we van een stelsel van solidariteit terug naar een situatie van familiale afhankelijkheid en alles wat daarbij komt.

Het lijkt absurd om de werklozen te viseren terwijl het tekort aan jobs net het probleem is. Maar als we weten dat deze maatregelen de heersende kapitalistische klasse goed uitkomen, weten we vanwaar de wind komt waaien. Het doel van deze jacht op de werklozen is niet zozeer ingegeven door de wil om op de overheidsuitgaven te besparen, maar wel om onze arbeidsvoorwaarden en lonen te ondermijnen waarbij tegelijk een specifieke laag van de bevolking wordt gestigmatiseerd om de aandacht van de echte problemen af te leiden. Ter illustratie: in 2012 waren de werkloosheidsuitkeringen goed voor 3% van de federale begroting, tegenover 20% die werd besteed aan de terugbetaling van publieke schulden aan speculanten (bron: CADTM).

32-urenweek om het beschikbare werk te verdelen

We moeten een geloofwaardig alternatief naar voor schuiven dat vertrekt van de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging. Op de massale werkloosheid moeten we antwoorden met een verdeling van de beschikbare arbeid en dit zonder loonverlies en met een verlaging van de werkdruk. We werken nu gemiddeld 31 uur per week en dit is dan nog zonder rekening te houden met niet benutte productiecapaciteit of verspilling die eigen is aan dit systeem. Onder het huidige systeem gaat dit evenwel gepaard met massale werkloosheid en een onhoudbare werkdruk. De technologische ontwikkelingen moeten gericht worden op de belangen van de werkenden. Dit zou toelaten om de arbeidstijd te verminderen en om het werk te ontdoen van een groot aantal repetitieve handelingen.

Deze eis stelt de klasse van de werkenden, die hun arbeidskracht verkopen in ruil voor een loon, regelrecht tegenover de kapitalistische klasse, diegenen die de productiemiddelen bezitten. Om de werkenden daadwerkelijk te bevrijden van de vervreemding van hun arbeid, om toe te laten dat er voldoende tijd is voor ontspanning, sociaal leven en het beheer van de samenleving, moet de eis van een arbeidsduurvermindering met loonbehoud en bijkomende aanwervingen verbonden worden met het perspectief van een antikapitalistische breuk en een verandering van de samenleving in socialistische zin.

Daarmee bedoelen we dat de sleutelsectoren van de economie en de grote bedrijven onder de democratische controle en beheer van de werkenden en de bevolking in het algemeen geplaatst worden. Hierdoor zal werk niet langer synoniem staan voor een schakel in de monsterlijke keten van sociaal en ecologisch vernietigende productie, maar zou het net een belangrijke bijdrage vormen aan de ontwikkeling van onszelf en de gemeenschap. Het zou op termijn de weg openen voor een samenleving zonder loonarbeid.