Brazilië: uitbarsting van geweld in Sao Paulo

Vorige zondag was er een uitbarsting van geweld in de Braziliaanse stad Sao Paulo. Journalisten omschreven de gebeurtenissen als “Een dag in Bagdad”. De gebeurtenissen zondag vormden een voorlopig hoogtepunt van drie dagen van nooit gezien geweld en moordpartijen.

Tony Saunois vanuit Sao Paulo. Artikel geschreven op dinsdag 16 mei

De betrokkenen gebruikten machinegeweren en andere zware wapens. Er was een reeks gecoördineerde aanvallen die met militaire precisie werden uitgevoerd. Er waren 150 aanvallen op politiekantoren en tegen 8 banken. Zo’n 150 bussen werden in brand gestoken waarop de busbedrijven honderden andere bussen terugtrokken uit het verkeer om vernielingen te vermijden. Hierdoor is er heel wat chaos voor de naar schatting drie miljoen arbeiders in Sao Paulo. Tegen maandagavond waren er honderden gestrande reizigers aan bushaltes. De reizigers wisten niet hoe ze thuis zouden raken. Eén van de luchthavens is gesloten na een bommelding.

De uitbarsting van geweld was opgezet door één van de meest beruchte gangstergroepen in de stad, de Primero Comando da Capital (PCC, Eerste commando van het kapitaal). Op het moment dat de aanvallen plaatsvonden waren er ook zo’n 80 georganiseerde opstanden in een reeks gevangenissen. Er werden daarbij gijzelaars genomen. De dodentol is opgelopen tot 74, waaronder meer dan 30 politie-agenten, zo’n 40 vermoedelijke criminelen en 8 cipiers. Het lijkt op een oorlog tussen de PCC en de corrupte militaire politie.

Op maandagochtend vlogen helikopters over de stad om de situatie beter te kunnen volgen. De meeste arbeiders en jongeren zijn geschokt door de omvang van het geweld. Het heeft geleid tot heel wat angst onder de bevolking. Maandagavond waren de normaal erg drukke straten en snelwegen compleet verlaten tegen 22 uur. Leden van Socialismo Revolucionario (onze Braziliaanse zusterorganisatie) die van een meeting in het stadscentrum terugkwamen, waren zowat de enigen die zich buiten waagden in het stadscentrum. We passeerden enkel sterk bewapende agenten. De stad leek compleet verlaten te zijn.

De meeste aanvallen waren gericht tegen de militaire politie, maar veel arbeiders en jongeren zijn bang om betrokken te raken in het geweld. Eén van de aanvallen op een politiekantoor was in Taboão, vlak bij de kantoren van de lerarenvakbond APEOSP. Dat politiekantoor werd beschoten met machinegeweren vanuit een voorbijrijdende wagen.

In een aantal scholen zijn de studenten, leraars en ouders bang omwille van de aanwezigheid van politievoertuigen die een doelwit van de PCC zouden kunnen vormen. Als antwoord op deze bedreiging, heeft de APEOESP (dat geleid wordt door leden van Socialismo Revolucionario) opgeroepen om niet naar school te gaan zolang het geweld aanhoudt. Er wordt opgeroepen tot een massameeting van de leraars om de bedreigingen en het geweld te bediscussiëren. Een aantal scholen en universiteiten liggen inmiddels effectief plat.

Machtsvertoon

De aanvallen van de PCC zijn een onderdeel van hun machtsvertoon tegenover de beslissing van de staat om leden van de PCC in de gevangenissen, waaronder een aantal leiders, over te plaatsen naar de streng bewaakte gevangenis van PresidenteVenceslau (dat door de PCC het “monsterpark” wordt genoemd). De Braziliaanse gevangenissen staan bekend voor het geweld dat er gehanteerd wordt. Het leven van de 60.000 gevangenen in de staat Sao Paulo doet denken aan Dante’s zeven cirkels van de hel. In de gevangenis rotten de gevangenen weg. De gevangenissen worden gecontroleerd door criminele bendes die elkaar bestrijden om de macht te verwerven over de gevangenissen.

De PCC is één van de machtigste georganiseerde bendes in Sao Paulo. Het is betrokken bij drughandel, ontvoeringen en andere criminele activiteiten. Er bestaan gelijkaardige bendes in Rio de Janeiro en andere steden. Maar de PCC is erg goed georganiseerd en gaat bijzonder professioneel te werk. De huidige aanvallen zijn gericht tegen de militaire politie en de banken. Zelfs bij het uitbranden van bussen, werd geprobeerd om passagiers en chauffeurs ongemoeid te laten.

De PCC is georganiseerd als een militaire guerrilla-organisatie met een centraal commando, een centraal comité en zelfs eigen statuten. In een aantal sloppenwijken waar de PCC actief is, treedt de organisatie bijna op als een lokale politiemacht die criminele activiteiten tegen de lokale bevolking tegenhoudt en er tegelijk voor zorgt dat ze zelf de drugsmarkt kan controleren. Onder een aantal jongeren in de armste wijken rond de stad is er zelfs een zekere sympathie voor de criminele bendes.

De leiding van deze organisatie heeft zich schijnbaar deels gebaseerd op een aantal guerrillabewegingen in andere Latijns-Amerikaanse landen. De PCC werd begin jaren 1990 opgericht in de gevangenissen. Een aantal symbolen en retoriek werd overgenomen van linkse politieke gevangenen. Terwijl enerzijds symbolen als Che Guevara soms worden gebruikt, zijn er ook berichten over sympathie voor Bin Laden en de aanvallen op de WTC-Torens in New York in 2001.

De PCC heeft echter niets te maken met de ideeën en methoden van linkse socialisten of de opvattingen waar Che Guevara voor stond. Het feit dat de PCC in een aantal sloppenwijken enige steun kon verwerven, komt vooral door het politieke vacuüm dat er achtergelaten is door de leiding van arbeidersorganisaties die geen alternatief aanbieden op het neoliberaal beleid van Lula. De uitdaging voor de nieuwe P-SOL partij (Partij voor socialisme en vrijheid, een brede socialistische partij waarin onze kameraden actief zijn) is dan ook om te bouwen aan een echt socialistisch alternatief. Een aantal media probeert de huidige crisis te gebruiken om de linkerzijde aan te vallen en die te linken aan criminele bendes zoals de PCC. De crisis wordt ook gebruikt om meer repressie te eisen.

De groei en de kracht van zo’n criminele organisatie is een uitdrukking van de wanhopige situatie waarin de armste lagen van de bevolking zich bevinden en van de impasse in Brazilië als gevolg van het neoliberaal beleid van de regering-Lula.

In Sao Paulo leven meer dan één miljoen mensen in de sloppenwijken, de “favellas”. Nog eens een miljoen mensen proberen te overleven in grote appartementsblokken of kleine huizen waarin vaak vijf tot tien families samenwonen. Geweld, drugs en wanhoop vormen er een onderdeel van het dagelijkse leven.

Repressieve militaire politie

De aanvallen van de PCC zullen leiden tot een brutale repressie door de corrupte militaire politie. Die bereidt een massale repressie voor waarbij mogelijk ook heel wat onschuldige jongeren zullen aangepakt worden. De militaire politie in Sao Paulo heeft de reputatie om er op los te schieten. Ze schieten eerst en stellen dan pas vragen. In 2000 werd iedere negen uur iemand doodgeschoten door de politie, gemiddeld waren er drie doden per dag. 60% van die slachtoffers had geen strafblad. Uit cijfers van 1999 blijkt dat 51% van de slachtoffers in de rug werd geschoten en 21% was geraakt door meer dan 5 kogels. De meesten waren zwarten. Niets wijst erop dat dit veranderd is sinds Lula aan de macht kwam in 2002.

Lula heeft aan de lokale gouverneur aangeboden om het nationale leger in te zetten indien dat gewenst is. De crisis zal zeker politieke gevolgen hebben in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van oktober. De lokale gouverneur, Geraldo Alckmin van de pro-kapitalistische PSDB (Partij van sociale democratie in Brazilië), komt daarbij op tegen Lula. Alckmin wordt daarbij gesteund door Claudio Lembo van de PFL (Liberale Frontpartij). De huidige crisis vormt echter een probleem voor Alckmin. Zeker indien er een golf van repressie komt, zal dit de situatie enkel erger maken. Maar indien hij niets doet, zal dit ook aangegrepen worden door zijn tegenstanders.

Tegelijk zien we dat de aanvallen gebruikt worden om de arbeidersbeweging te intimideren en meer repressie te installeren.

De veiligheidsdiensten beweren dat ze opnames hebben van telefoongesprekken van PCC-leiders waarin deze beweren dat ze betogingen zouden aanvallen. Daarbij wordt geprobeerd om aan te tonen dat de PCC activiteiten van de PSDB wil aanvallen teneinde de PT daarvan te beschuldigen. Dat zou leiden tot meer politieke onstabiliteit. Er wordt echter ook gesuggereerd dat het mogelijk is dat andere betogingen, zoals arbeidersbetogingen voor hogere lonen, zouden worden aangevallen.

Het is niet duidelijk of die opnames effectief bestaan of als ze enkel gebruikt worden door de regering als propagandamiddel om de arbeidersbeweging te intimideren. Zo’n bedreigingen zijn mogelijk vanuit de PCC, maar het gaat wel in tegen de logica van de recente acties waarbij enkel politiekantoren en banken werden aangevallen.

De bedreigingen, van waar ze ook komen, tonen duidelijk aan dat de arbeidersbeweging en zeker de P-SOL en de vakbondsbasis, een eigen standpunt moeten innemen over deze crisis en niet mogen toelaten dat de arbeiders en hun gezinnen worden geïntimideerd door de PCC of de staat.

Leden van SR vragen binnen de P-Sol om over te gaan tot de organisatie van een meeting en een campagne tegen het geweld en tegen politierepressie. De arbeidersorganisaties moeten de nodige stappen zetten om de verdediging van de arbeiders en jongeren te organiseren. Betogingen moeten beschermd worden door een eigen ordedienst. Dat moet een onderdeel zijn van de campagne van de P-SOL waarbij onder meer opgekomen wordt voor een democratisch gecontroleerde politiemacht die verantwoording verschuldigd is aan de lokale bevolking. Verder moet worden geëist dat er een demilitarisering is van de militaire politie. Dit moet allemaal gekoppeld worden aan de strijd voor een socialistisch programma dat een einde kan maken aan de verschrikkelijke sociale voorwaarden waarin organisaties zoals de PCC kunnen ontwikkelen. Deze crisis toont de noodzaak aan voor de P-SOL om een massabasis uit te bouwen op basis van een onafhankelijk socialistisch alternatief.

Delen: Printen: