Wereld Sociaal Forum: interview met een aantal vakbondsmilitanten

Per-Ake Westerlund is algemeen secretaris van Rättvisepartiet Socialisterna en neemt deel aan het WSF in India. Hij sprak er met N.M. Muthappa, algemeen secretaris van een vakbond van textielarbeiders in Bangalore en Parjssban (algemeen secretaris), Shankarananayanan (ondervoorzitter), en Umapathy (voorzitter) van de vakbond in een elektriciteitsbedrijf.

Als je verder kijkt dan wat de NGO’s en linkse ‘celebrities’ op het Wereld Sociaal Forum in Mumbai aanbieden, kun je heel wat leren van de wereldwijde arbeidersstrijd. Op onze stand werden vooral benaderd door groepen arbeiders uit India die deelnamen aan ‘dharammas’ (stakingen en protestacties). In Bangalore worden de textielarbeiders geconfronteerd met zware repressie.

N.M. Muthappa is algemeen-secretaris van de vakbond van textielarbeiders in Bangalore en zei: "We zijn met 500.000 textielarbeiders in Bangalore en werken in bijzonder slechte omstandigheden. 70% van ons heeft geen propere toiletten of veilig drinkwater. Officieel duurt een arbeidsdag 8 uur, maar in realiteit is het 10 tot 12 uur met slechts één overuur dat betaald wordt. Daarom hebben we onze eigen vakbond gevormd."

De vakbond werd in 1996 gevormd en telt nu 25.000 leden. 97% van die leden zijn vrouwen, net zoals alle leden van de leiding van de vakbond met uitzondering van Muthappa. Hij zegt: "Men recruteert vrouwelijke arbeiders op het platteland om in de textiel te komen werken in snel groeiende steden als Bangalore. Daar worden ze enorm uitgebuit door de patroons. De meesten leven in kleine kamers met soms nog 5 andere arbeiders. De lonen liggen tussen de 700 en 2.500 rupees per maand, terwijl het minimumloon in Karnataka 2.100 rupees is" (1 euro= 58 rupees, Bangalore is de hoofdstad van de deelstaat Karnataka).

"Bovenop de slechte omstandigheden en lage lonen, worden de arbeiders geconfronteerd met seksuele intimiteiten op het werk van de opzichters en de managers. De vrouwen worden gezien alsof ze minder waarde hebben dan mannelijke arbeiders. De meesten hebben geen onderwijs gevolgd en hun eigen families hebben hen uitgestoten nadat ze verhuisden. Nadat ze 5 jaar gewerkt hebben, wordt hen 15 dagen extra loon gegeven. Maar zelfs die belofte wordt niet gehouden door de patroons, die hen ontslaan net voordat de vijf jaar voorbij zijn. Dat maakt vakbondswerk nog moeilijker.

"In oktober 2003 kondigde het bedrijf NJIP Leather India aan dat het haar fabriek in Bangalore zou sluiten en enkel in Delhi en Chennai (Madras) zou verderwerken. De arbeiders werden onmiddellijk ontslagen en kregen geen vergoeding. Op 10 oktober organiseerden we een dharamma, een staking gedurende 4 uur buiten de fabriek. We nodigden de media uit en iedereen die ons steunde. De arbeiders in Chennai betuigden hun steun.

"Ondanks het feit dat de fabriek zal sluiten, was het een succes. Alle arbeiders krijgen een vergoeding. 128 van de 138 arbeiders kregen een nieuwe job. Intussen is een fonds opgezet om arbeiders te helpen als hun bedrijf gesloten wordt.

“Dudiyora Horaata (het CWI in India) steunde ons in de staking en was de enige politieke organisatie die solidariteit organiseerde."

Op het einde van het interview vroeg ik N.M. Muthappa waarom hij een eigen vakbond opgezet had.

"Ik begon dit werk in 1996, nadat ik drie maanden in de textiel had gewerkt. De communistische partijen, de CPI en de CPM, hebben allebei vakbonden, maar we wilden niet bij hen aansluiten.

"Omwille van problemen om activiteiten in de fabrieken zelf te organiseren, hebben 23 regionale comités. We discussiëren daar ook over de nood aan een nieuw politiek alternatief. In de lokale verkiezingen, binnen drie jaar, willen we 70 kandidaten naar voor brengen, allemaal vrouwen. Ons programma is: voor een minimumloon, gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en we voeren campagne tegen geweld tegen vrouwen. We hebben 25.000 leden in 60 fabrieken. We willen een eigen optocht organiseren op 1 mei waar we tijdens de dag met 5.000 willen zijn en met 10.000 na de werkuren."

Elektriciteitswerkers uitgesloten

Ik sprak ook met Parjssban (algemeen secretaris), Shankarananayanan (ondervoorzitter), en Umapathy (voorzitter) van de General Electric workers’ union (vakbond van arbeiders uit de elektriciteitssector), die uitlegt dat in het algemene Elektriciteitsbedrijf in Hosur sinds 3 september 136 arbeiders het slachtoffer zijn van een lock-out.

“We werkten allemaal in Hosur sinds het begin van het bedrijf in 1981. Het bedrijf produceert verlengdraden, stopcontacten,… in 1992 waren er 268 werknemer toen de Franse eigenaar, Alstom, het bedrijf verkocht aan General Electric. GE verhoogde onmiddellijk het aantal tijdelijke jobs en onderaannemers. Hun strategie was erop gericht om de druk te verhogen zodat de arbeiders ander werk zouden zoeken.

"In 1992 presenteerden we een eisenbundel rond de herziening van de lonen. Eén jaar later, op 25 maart 1993, werden de onderhandelingen gestopt. In plaats van onderhandelingen werd door het bedrijf een overzicht van regels aangeboden. Daarin stond o.a. de toename van de productiviteit (met 100%, 500% en 40% in verschillende delen van de fabriek), maar zonder een verschil in het aantal arbeiders. Wij gingen uiteindelijk akkoord met een verlenging van de arbeidsdag met een half uur.

"Het bedrijf ging niet in op dat voorstel en stelde een loonsverhoging voor van 975 rupees per maand, niet eens een derde van wat de andere bedrijven aanbieden. Ons loon is 9.300 Rupees per maand en dat na 23 jaar te hebben gewerkt in het bedrijf! Op 27 maart werd de penningmeester van onze vakbond ontslagen en in juli werd nog een leidinggevend vakbondslid aan de deur gezet.

"De druppel die de emmer deed overlopen was het ontslag van de vakbondssecretaris Parjssban samen met 6 andere arbeiders. Ze behoorden tot een groep van 12 arbeiders die door het bedrijf opgelegd werden om te verhuizen naar de fabriek in Delhi. Wij trokken naar de rechtbank tegen die ’transfer’.

"We gingen dezelfde dag in staking. Er was een Dharamma gedurende 14 dagen. Daarop werden we uit het bedrijf gedreven door de patroon die de hulp kreeg van de rechtbanken en de politie. Daarvoor had het bedrijf al de elektriciteit en het water afgesloten en konden we de toiletten niet meer gebruiken.

"Het is moeilijk om te overleven sinds de patroon alle arbeiders de toegang weigerde op 3 september. We hebben geen geld voor voedsel, onderwijs of de huur van ons huis. Op 11 september organiseerden we een hongerstaking gedurende één dag. We zijn allemaal ouder dan 40 jaar en vinden moeilijk een andere job. Onze zaak is nog hangende voor de rechtbank. Nu gebruikt het bedrijf onderaannemers om de productie draaiende te houden. We organiseren steunacties en solidariteitsacties vanuit de vakbonden en lokale organisaties."

Delen: Printen: