Oosterlinck, voorzitter van de associatie KULeuven, wil “rationalisatie” van hoger onderwijs

De voormalige rector van de KUL en huidig voorzitter van de associatie rond de Leuvense universiteit pleit voor een sterke “rationalisatie” van het hoger onderwijs. Hij heeft het daarbij over de “problemen” VUB, Antwerpse universiteit en Limburgse universiteit… Die moeten volgens Oosterlinck op termijn verdwijnen.

Oosterlinck baseert zich uitdrukkelijk op de plannen van een andere oud-rector, Roger Dillemans. Die stelde eind jaren 1990 dat het nodig was om het onderwijsaanbod te ‘optimaliseren’ en deed zelfs enkele voorstellen om richtingen te schrappen. Ook toen werd gesproken over het “rationaliseren” van het aanbod. Dillemans stelde dat het niet noodzakelijk was om overal bepaalde richtingen aan te bieden, maar dat dit gezien de mobiliteit van studenten en personeel kon beperkt worden tot één of twee universiteiten.

Dat een dergelijke rationalisatie ertoe leidt dat meer studenten op kot moeten gaan, wat een aanzienlijke extra kost mee brengt, ontging Dillemans uiteraard. De sociale kant van de “rationalisatie” kwam nooit aan bod. Ook nu is dat opnieuw geen element van het discours van Oosterlinck of Luc Van Den Bossche, de voorzitter van de associatie rond de Gentse universiteit.

Oosterlinck stelt dat een student aan een kleine universiteit tot drie keer meer kost dan aan de Leuvense universiteit. De VUB of de KUB zijn volgens Oosterlinck te duur. “Er is een groep in de Associatie die zich ontfermt over het oplossen van de K.U.Brussel. Trouwens: ik heb begrepen dat Luc Vandenbossche (de voorzitter van de Associatie UGent, red.) bereid is het probleem VUB te helpen oplossen.” Aldus Oosterlinck in het studentenblad Veto.

Beide voorzitters van de associaties zijn het over heel wat eens. Ze stellen beiden dat er iets moet gedaan worden aan de financiering en ze willen beiden een financieringsplan die het moeilijker maakt voor de kleinere instellingen. Eerder was er een dubbelinterview met Van den Bossche en Oosterlinck in Knack waar beiden eensgezind pleitten voor minder associaties. Vijf universitaire centra is te veel, zo klinkt het. Nu lijkt het er steeds meer op dat gegaan wordt voor twee centra.

De financieringsvoorstellen van minister Vandenbroucke stellen dat niet uitdrukkelijk tot doel, maar het logische gevolg van de voorstellen is wel dat er uiteindelijk wellicht slechts twee centra kunnen overblijven: Leuven en Gent. Naar de aloude traditie van besparingen in het onderwijs wordt aan de instellingen zelf overgelaten om na te gaan hoe die ‘rationalisatie’ wordt doorgevoerd. Dat gebeurde eerder ook bij de hogescholen die zelf maar moeten zien hoe ze met hun ‘enveloppe’ rondkomen.

Het is duidelijk dat er wellicht een aantal toegevingen zullen komen op het vlak van input- en outputfinanciering. Dat zal echter niet volstaan om te vermijden dat er in de richting van een sterke ‘rationalisatie’ wordt gegaan.

Daartegenover stellen wij dat niet de kosten per student centraal moeten staan, maar de mogelijkheid van een degelijke opleiding in de eigen regio. Kleinere groepen zijn niet negatief, maar bieden pedagogisch meer mogelijkheden. De discussie in het hoger onderwijs mag niet gaan over de belangen van verschillende instellingen tegenover elkaar, maar de gezamenlijke belangen voor het aanbieden van kwaliteitsvol onderwijs. Daarom moet geijverd worden voor meer publieke middelen voor onderwijs. 7% van het BRP zou een goede start zijn!

Daarbij moet uiteraard worden opgemerkt dat een eventuele verschuiving van middelen van het secundair naar het hoger onderwijs, op voorwaarde van een ‘rationalisatie’ in het hoger onderwijs, onaanvaardbaar is. Het opzetten van instellingen tegenover elkaar of van secundair tegen hoger onderwijs, getuigt van een verdeel-en-heerspolitiek die zo eigen is aan de onderwijsminister.

Eengemaakte strijd is nodig. Het idee om in oktober de succesvolle betogingen tegen de financieringsvoorstellen van Vandenbroucke in het hoger onderwijs verder te zetten met een betoging in Leuven, verdient dan ook alle steun. Indien meer proefballonnetjes worden opgelaten over het verschuiven van middelen uit het secundair naar het hoger onderwijs, moet werk gemaakt worden van een gezamenlijke mobilisatie met het personeel en de jongeren uit het secundair onderwijs.

Delen: Printen: