Nigeria: politierepressie tegen linkse socialisten van de DSM

Bij de 1 Mei activiteiten in Abuja, waar de centrale bijeenkomst van de Nigeriaanse vakbondsfederatie NLC plaatsvond, werden twee leidinggevende kameraden van de Democratic Socialist Movement opgepakt door de politie. Toen Demola Yaya en Eko John werden opgepakt, kwam er een georganiseerd verzet van honderden arbeiders die de arrestatie fysiek onmogelijk maakten.

Door een correspondent in Nigeria

Twee belangrijke televisiezenders brachten beelden van het incident en toonden dit op het nieuws van 1 en 2 mei. Na zijn vrijlating werd Demola ook geïnterviewd. Hij herhaalde het standpunt van de DSM dat de strijd tegen de poging van de zittende president Obasanjo om een derde termijn als president in te zetten, niet enkel gericht is tegen Obasanjo zelf, maar ook tegen andere corrupte kapitalistische politici zoals Atiku, Babangida, Buhari, Marwa,… Die hebben gelijkaardige politieke visies als de president en willen ook de armsten aanpakken. Demola stelde ook dat er nood is aan een massale arbeiderspartij die de macht kan overnemen van de parasiterende heersende elite en die een einde kan maken aan de neoliberale maatregelen.

Minstens drie nationale dagbladen brachten een verslag van de gebeurtenissen. Het dagblad Vanguard plaatste op haar voorpagina een foto van Demola die werd weggesleurd door de politie. De regionale politieverantwoordelijke Lawrence Alobi had de arrestatie van de kameraden bevolen op basis van een spandoek van DSM en omwille van een artikel in ons blad ‘Socialist Democracy’ waarin een oproep stond voor een massale arbeiderspartij en tegen de president.

”Beledigende” spandoek

De kameraden en drie aanhangers die mee het blad verkochten, namen aan de betoging deel met een spandoek. Daarmee werd de aandacht getrokken van duizenden arbeiders. Ook Adams Oshiomhole, de voorzitter van de vakbondsfederatie NLC, stond recht om de groep van de DSM te groeten. Een aantal enthousiaste arbeiders kwam mee achter het spandoek opstappen omdat wij de enigen waren met een boodschap tegen de regering. De “beledigende” spandoek werd algemeen aanvaard en goedgekeurd. Dat was niet naar de zin van Alobi die rechtveerde om persoonlijk de kameraden op te pakken.

Alobi staat gekend voor zijn rol bij het leiden van stormtroepen tegen meetings van de oppositie tegen Obasanjo. Zijn repressief beleid in Abuja is algemeen gekend. In augustus 2004 zorgde hij ervoor dat de politie een arbeidersbetoging in Abuja kon tegenhouden. Hij verbood recent nog een aantal nationale oppositiefiguren om een meeting te houden in het Sheraton Hotel van Abuja.

De DSM-leden werden heel goed ontvangen en het feit dat ze door de arbeiders beschermd werden tegen de repressie van het staatsapparaat, was een uitdrukking van de steun die er is voor onze standpunten tegenover het regime. Het geeft aan dat arbeiders niet enkel willen opkomen tegen het regime en het beleid, maar ook open staan voor een discussie over een politiek alternatief voor de arbeiders. Dat is op zich niet nieuw, eerder waren er reeds uitingen van een verwerpen van het neoliberaal beleid van Obasanjo in de zeven massale protestdagen en stakingen tegen het regime in de afgelopen zeven jaar. Het probleem is de leiding van de arbeidersorganisatie die weigeren om een politieke formatie op te zetten en te leiden om zo het regime van de macht te verdrijven.

Adams Oshiomhole stelde in zijn toespraak dat de vakbondsfederatie zich verzet tegen een derde termijn van Obasanjo. Hij riep ook op om geen illusies te hebben in de verschillende fracties van de heersende elite die verdeeld zijn over die derde termijn. Maar hij bleef zoals steeds erg stil over concrete politieke alternatieven voor de arbeiders. Hij stelde zelfs dat de massa’s zich bij de verkiezingen van 2007 moeten verzetten tegen verkiezingsfraude, maar hij stelde geen alternatief voor.

De DSM voert haar campagne rond de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij op om zo de druk te vergroten op de leiding van de georganiseerde arbeidersbeweging om over te gaan tot de creatie van een dergelijke partij.

In Abuja verkochten we uiteindelijk 170 exemplaren van ons blad. De rest van ons materiaal was in beslag genomen voor we het konden verkopen. We verkochten ook 45 brochures van de Campaign for Democratic and Workers Rights (CDWR) over flexibele arbeid en de strijd er tegen.

Naast Abuja kwamen we nog op 11 andere 1 Mei activiteiten in heel het land tussen.

Delen: Printen: