StopART632_02Nu hij niet langer in de regering zit heeft Elio Di Rupo naar eigen zeggen spijt van de beslissing die zijn regering drie jaar geleden nam om de inschakelingsuitkering (de vroegere wachtuitkering) in de tijd te beperken. Duizenden werklozen verliezen vanaf 1 januari hun uitkering en worden zo naar de OCMW’s geduwd. Deze maatregel treft veel jongeren, maar ook wie steeds deeltijds heeft gewerkt.

Er waren vorig jaar verschillende protestacties tegen de beperking van de inschakelingsuitkering in de tijd. De afgelopen weken werd vooral campagne gevoerd door het Franstalige netwerk ‘Stop artikel 63§2’, naar het wetsartikel dat de beperking in de tijd oplegt. We spraken eind vorig jaar met een verantwoordelijke van het netwerk, Thierry Muller.

Kan je uitleggen wat artikel 63§2 inhoudt voor wie die maatregel niet kent?

“Het artikel 63§2 omvat de beperking in de tijd van de zogenaamde inschakelingsuitkering. Er zijn twee werkloosheidsstelsels, er is de inschakelingsuitkering die in de tijd beperkt is en er is de uitkering op basis van arbeid. Die laatste uitkering wordt niet in de tijd beperkt. Om toegang te hebben tot een uitkering op basis van arbeid, moet je voldoende gewerkt hebben. Pas dan wordt het stelsel van de inschakelingsuitkering verlaten voor een uitkering op basis van verrichte arbeid. In beide gevallen geldt een degressiviteit voor iedereen. Dit betekent dat de uitkering na een tijd fors afneemt.

“Wie ouder is dan 30 (maar de huidige regering denkt erover na om die leeftijd naar 25 jaar te verlagen) heeft nog slechts drie jaar recht op een inschakelingsuitkering, met uitzondering van niet-bevoorrechte samenwonenden voor wie de leeftijdsgrens niet geldt. De maatregel werd in december 2011 genomen door de regering-di Rupo als onderdeel van het Koninklijk Besluit van 1991 over de organisatie van het werkloosheidsstelsel. Door dit artikel zullen er vanaf 1 januari 2015 duizenden mensen hun uitkering verliezen.

“Het gaat vooral om vrouwen (65%) en om eenoudergezinnen (vooral moeders met kinderen ten laste, 81% van de gezinshoofden die door de maatregel bedreigd worden zijn vrouwen). Maar ook deeltijds werkenden, interimmers, kunstenaars en anderen die onvoldoende ‘arbeidsdagen’ wisten te verzamelen in een gegeven periode, hebben geen recht op een uitkering op basis van arbeid en kunnen nu dus hun uitkering verliezen.

“Veel mensen begrijpen niet wat hen overkomt en waarom zij getroffen worden en anderen niet. Er zijn tal van uitzonderingen voorzien. Dat leidt tot jaloersheid en frustratie. Als iemand zes maanden deeltijds werkt met een aanvullende werkloosheidsuitkering, dan wordt de periode van drie jaar waartoe de inschakelingsuitkering beperkt is geschorst gedurende zes maanden. Anders gezegd, er komen zes maanden bij. Maar indien drie maanden voltijds wordt gewerkt, dan komen er geen drie maanden bij. Hoe kan je zoiets uitleggen aan wie in dat geval zit? De mensen begrijpen het niet. Maar dat volstaat niet als verdediging tegen de maatregel. De regels zijn dermate opgesteld dat enkel het individuele parkoers van de betrokkene telt. We verlaten het stelsel van het recht op een uitkering om over te gaan naar een stelsel op basis van ‘individuele verdienste’.

“De maatregel die de regering-Di Rupo op het einde van de legislatuur nam, versterken dit overigens nog.”

Wat is er dan beslist?

“In een aantal gevallen werd het mogelijk om het recht op een inschakelingsuitkering te verlengen. Mensen die door de RVA voor minstens 33% arbeidsongeschikt verklaard zijn, hebben recht op vijf jaar in plaats van drie. Ze verliezen dus uiteindelijk toch hun uitkering, maar het duurt twee jaar langer. Er werd gezegd dat deeltijdsen ook aan de beperking in de tijd zouden ontsnappen, maar dat klopt niet. De verschillende maatregelen maken het geheel van regels nog complexer.

“De maatregel werd bewust op het begin van de legislatuur van Di Rupo genomen. Vlak voor verkiezingen zou dit een electoraal effect gehad hebben voor de PS. Maar het was wel degelijk de PS die in 2005 steun gaf aan het openen van een ‘jacht op werklozen’. De controles die toen werden ingevoerd om na te gaan of iemand werk zoekt, hebben niets te maken met een zoektocht naar werk. Enkel wie zich goed kan verdedigen, raakt door de controles. Wie weinig opleiding heeft genoten of persoonlijke tegenslagen kende, heeft het moeilijker om een uitsluiting te ontlopen.”

Waarom is er specifiek rond deze maatregel een netwerk opgezet?

“Er is het aantal mensen dat getroffen wordt en ook de impact van de maatregel op het dagelijkse leven van mensen. Er zullen elke maand mensen uitgesloten worden. Vooral vrouwen en vrouwelijke gezinshoofden die vaak werken maar onvoldoende om uit het systeem van de inschakelingsuitkering te geraken. Wie 20 jaar deeltijds heeft gewerkt, valt evengoed terug op een inschakelingsuitkering. Een meerderheid van de vrouwen die deeltijds hebben gewerkt om voor de kinderen te zorgen, vallen onder deze maatregel. Minstens de helft van hen zal geen recht hebben op een leefloon van het OCMW, dat zeggen de sociale werkers althans. En dat in het achtste rijkste land van Europa. Het feit dat de werkloosheidsuitkering niet in de tijd beperkt is, verhindert niet dat er enorme armoede is onder wie geen werk heeft.

“Deze maatregel zal overigens weinig opbrengen, er wordt gerekend op 150 miljoen euro per jaar. Het is een ideologische maatregel, geen budgettaire. Dat de werkloosheidsuitkering niet in de tijd beperkt is, moeten we verdedigen. Het is de gele trui van de sociale zekerheid in ons land. In plaats van te zeggen dat dit enkel in België bestaat, moeten we opmerken dat het gelukkig toch in ons land bestaat. Het zou een inspiratie moeten zijn voor strijd in andere landen. Ik begrijp niet dat velen, ook ter linkerzijde, dit niet zo zien.

“Artikel 63§2 zet de lonen van iedereen onder druk. Wie werkt en hoort wat over werklozen wordt gezegd en de stigmatisering van werklozen ziet, zal eerder geneigd zijn om gelijk welke voorwaarden te aanvaarden. ‘Alles is beter dan werkloos worden’, luidt de logica. Een deeltijdse werkende met een aanvullende uitkering zal deze aanvulling niet verliezen en dit zolang hij/zij werkt. Nadien geldt de beperking in de tijd plots wel. Er wordt dus een groep werkenden gecreëerd die weet dat ze bij het verlies van hun job op niets zullen terugvallen. Het offensief is gericht tegen alle werkenden, zowel op mentaal als materieel vlak. Voor werklozen is het al moeilijk om werk te vinden, maar met deze toestanden zal het nog moeilijker worden.

“De werkenden worden dus allemaal onder druk gezet. Bovendien worden een reeks alternatieve ervaringen in het kader van de werkloosheid vernietigd. We eisen de onmiddellijke en volledige afschaffing van deze maatregel. Het is even willekeurig als de maatregelen voor vluchtelingen, er zijn regels om sommigen te helpen en anderen niet op basis van de vraag of ze politieke of economische vluchtelingen zijn. Moeten we strijden om slechts sommigen uit de problemen te halen? Persoonlijk denk ik dat dit een verkeerde tactiek is. Het idee dat als we voor tienduizend mensen een oplossing vinden, dat dit er toch al tienduizend minder zijn, kan net leiden tot extra verdeeldheid. Zo spelen we het spel zoals het establishment het wil spelen. Jammer genoeg was dit wel de strategie van een deel van de vakbonden.”

Hoe kwam het netwerk ‘Stop artikel 63§2’ tot stand?

“Het ontstond als een idee binnen het Luikse collectief Riposte dat acties tegen de maatregel organiseerde. We zagen dat we er alleen niet zouden geraken en beslisten om krachten te verzamelen. We vonden het belangrijk om een overwinning te boeken om zo de strijd nieuw leven in te blazen. De afgelopen 30 jaar hebben we alleen maar nederlagen geleden. We willen tegen het gevoel van machteloosheid en fatalisme ingaan. We wilden verenigen rond een gemeenschappelijk punt waarrond linkse mensen het eens zijn.

“Het idee was dus om een campagne en argumentatie naar voor te brengen. In oktober 2013 trokken we dan op weg naar verschillende steden, naar Charleroi, Verviers, Aarlen, Namen, La Louvière, Doornik en Brussel. Het was een beetje op het wilde weg, als we ergens iemand kenden of zo. We gingen waar mogelijk, maar wilden geen beweging van bovenaf creëren. We trokken naar werklozengroepen, Occupy in Doornik, groepen van individuen, … Zo wilden we een netwerk creëren met algemene vergaderingen die voor iedereen open stonden.

“De andere optie was om een actie met 300 mensen in Luik te organiseren. Maar we wilden een groter bereik bekomen, zelfs indien dit betekende dat onze acties aanvankelijk beperkter waren. Het organiseren van gecoördineerde acties blijft echter wel een punt waaraan we willen werken. Maar door naar verschillende regio’s te trekken, was het ook mogelijk om het verzet te versterken. Zo hielden we op 14 november 2014 een gezamenlijke actie voor het ministerie van werk.

“De eerste vergadering waarop het netwerk werd opgericht vond plaats in december 2013, waarna nog verschillende algemene vergaderingen volgden. Op die bijeenkomsten is iedereen welkom die actief is in het netwerk, organisaties die de campagne steunen of militanten. Het netwerk bestaat dus niet uit tientallen aangesloten organisaties, maar uit tientallen strijdbare militanten die de steun genieten van tientallen organisaties en dit op basis van een gemeenschappelijke verklaring.”