Stille Mars. Het debat apolitiek houden, geeft vrije baan aan de traditionele politici

Tijdens de discussie rond de moord op Joe, stelden zowat alle politici dat het noodzakelijk was dat de politiek zich op de achtergrond zou houden. Dat weerhield hen er niet van om zelf overal aanwezig te zijn in de geschreven media en op televisie. Het idee om politieke recuperatie naar aanleiding van de dramatische gebeurtenissen te vermijden, leidt er in de praktijk toe dat de recuperatie uitsluitend in de handen blijft van de traditionele partijen.

Nicolas Croes

De dag na de Stille Mars van 23 april waarop 80.000 aanwezigen waren met een gevoel van solidariteit met de familie van het slachtoffer en om het zinloze geweld te verwerpen, stonden er in het Franstalige dagblad Le Soir reacties van Elio Di Rupo en Didier Reynders. De PS-voorzitter en burgemeester van Bergen stelde dat er nood is aan meer “nabije” politie… om meteen het voorbeeld te geven van Bergen waar dat “heel goed functioneert”. Veel inwoners van Bergen zullen daar wellicht een andere mening over hebben, maar een dergelijke verklaring in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen lijkt toch bijzonder sterk op politieke recuperatie.

Didier Reyners weerspiegelde een standpunt dat ook langs Nederlandstalige kant veel voorkwam toen hij stelde: “We moeten werken aan meer veiligheid” en “Los van iedere poging tot politieke recuperatie, willen we vermijden dat dit nog kan gebeuren.” Als Reynders minder in de media aan bod kwam rond deze kwestie was dit enkel omdat hij in Washington zat voor een bijeenkomst van het IMF.

Individuele verantwoordelijkheden?

Premier Verhofstadt stelde te hopen dat het signaal van de Stille Mars jongeren in de toekomst zou weerhouden om tot een dergelijke misdaad over te gaan. In die zin ziet hij de mars als een oproep tot verantwoordelijheid. Hij legt nadruk op de individuele verantwoordelijkheid van de ouders, die moeten volgens Verhofstadt voldoende tijd maken voor hun kinderen. De verantwoordelijkheid van de overheid beperkt hij tot de nood aan meer repressie.

De reden waarom veel Poolse gezinnen in België geen tijd hebben voor hun kinderen, is omdat ze constant moeten werken om rond te komen. Hoe wil Verhofstadt daar iets aan doen? Door de lonen verder aan te pakken? De afgelopen 20 jaar is de koopkracht van de Belgische arbeiders met 2% gedaald, er moet dus meer en langer gewerkt worden om een zelfde levensstandaard te behouden.

Het instellen van meer repressie en de snelheid waarmee een nieuwe jeugdgevangenis wordt aangekondigd, staat in een contrast met de klachten vanuit de sector van de jeugdbegeleiding. Begin dit jaar kwam de bijzondere jeugdzorg nog op straat om meer middelen te eisen. Het aantal vragen naar opvang steeg op twee jaar met 25%. Het gebrek aan middelen voor een opvang en begeleiding van probleemjongeren leidt ertoe dat de problemen enkel erger worden. Nieuwe jeugdgevangenissen zijn het resultaat van dat beleid. Dat is een poging om de resultaten van het probleem aan te pakken, maar het verandert niets aan de problemen zelf. Een Brusselse jeugdrechter verklaarde in De Morgen: “Bij een groot deel van de minderjarige deliquenten doet een verblijf in een gesloten jeugdinstelling meer kwaad dan goed”.

Meer repressie?

De hypocrisie van de traditionele politici kreeg een vervolg in de maatregelen die door de regering werden voorgesteld. Er wordt gesteld dat de regering al enkele maanden geblokkeerd is en niets meer doet. Dit was dan ook een uitstekende gelegenheid om op een goedkope manier de regering in beeld te brengen en aan te tonen dat ze tot meer in staat is dan het doorvoeren van patronale besparingsplannen. De media was zowat unaniem in het feliciteren van Verhofstadt, minister van binnenlandse zaken Dewael en minister van justitie Onkelinx. Die blonken vooral uit in hun communicatie, een domein dat vandaag steeds belangrijker is voor politici wiens inhoudelijk programma niet gericht is op de verdediging van de belangen van de arbeiders en hun gezinnen.

Er werd ook gevreesd dat het politieke apparaat even sterk zou aangepakt worden als in 1996 ten tijde van de Witte Mars. Een bron die dicht bij de premier staat, verklaarde in de media dat Verhofstadt “absoluut wou vermijden dat een gelijkenis werd gemaakt met de gebeurtenissen in 1996, de affaire-Dutroux en de Witte Mars, toen het “systeem” in vraag werd gesteld en de politici aan de schandpaal werden genageld voor hun onverschilligheid (…)”.

Op het vlak van maatregelen om de problemen aan te pakken, en dus om te vermijden dat dergelijk leed plaatsvindt, kent de regering enkel maar repressie, repressie en nog eens repressie. Laurette Onkelinx was in een vorige job als onderwijsminister verantwoordelijk voor het doorvoeren van besparingsmaatregelen. Nu was ze erg enthousiast om nieuwe jobs te creëren door 3.200 bijkomende agenten aan te werven. Zowat alle specialisten zijn het erover eens dat meer repressie het probleem niet zal oplossen. Jammer genoeg wordt in de media niet gewezen op de onderwijsbesparingen die Onkelinx doorvoerde en de rol van het onderwijs in de opvoeding van kinderen.

Bovendien is het nu nog onduidelijk waar het geld zal gehaald worden voor de “ambitieuze” projecten van de regering. Na de laatste patronale lastenverlagingen heeft de regering nog minder middelen, en zeker niet om de levensstandaard te verbeteren van de arbeiders en hun gezinnen. Bij al te grote protestacties tegen de aanvallen op onze sociale verworvenheden, openbare diensten,… zullen de bijkomende politie-agenten wellicht nog van pas komen voor de regering.

Delen: Printen: