10 jaar na de Witte Mars. Gelijkenissen en verschillen met de Stille Mars

Op 20 oktober 1996 betoogden 300.000 mensen door de straten van Brussel in de Witte Mars. Die betoging kwam er na een week van mobilisaties en spontane acties die het land op haar grondvesten dooreen schudde. Wat was de betekenis van die Witte Beweging en zijn er gelijkenissen met de Stille Mars van afgelopen zondag? We gaan dit onder meer na aan de hand van een tekst uit 1997 over de Witte Beweging.

Witte beweging

De Witte Beweging in 1996 was naar aanleiding van de affaire Dutroux waarbij er een grote verslagenheid was omwille van de jonge slachtoffers van Dutroux en co. Toen bleek dat het ondezoek naar deze affaire met heel wat moeilijkheden te kampen kreeg, barstte de woede uit. De directe aanleiding was het verwijderen van onderzoeksrechter Connerotte van het dossier. De beweging zelf ontwikkelde nadat de arbeiders van Volkswagen Vorst het werk neerlegden.

Er volgde een week van spontane betogingen en massaal protest. Het establishment verloor deels de controle over de situatie en er kwamen wanhopige oproepen aan de scholieren om terug naar school te gaan en aan de arbeiders om terug te werken. Alle elementen van het establishment mengden zich in die oproepen, van regering tot de koning en de kerk. Allen waren ze bang voor deze beweging. Daarom moest de Witte Mars apolitiek gehouden worden. De traditionele politici hadden immers geen controle op de politieke ideeën die ontwikkelden in de beweging.

Naar aanleiding van deze beweging schreven we in onze congrestekst van 1997 onder meer de volgende tekst.

De crisis van de burgerlijke instellingen

“De jongste jaren trof de crisis van de politieke instellingen vooral de traditionele politieke partijen. De talloze corruptieschandalen die vooral de PS (Cools, Agusta, Dassault, Van der Biest), de CVP (Delcroix, Kelchtermans, Eyskens), de SP (Agusta) en de PSC (Thijs) troffen, hebben het gevoel dat alles wat met politiek te maakt heeft stinkt, alleen maar versterkt. Bovendien nemen velen aanstoot aan de arrogantie waarmee jongeren en arbeiders door de heren en dames van het establishment en hun lakeien in de administratie, het gerecht en de ordediensten behandeld worden. Dit kwam tot uiting in de verontwaardiging over het gedrag van de politie en de rijkswacht tegenover de ouders van de vermoorde en vermiste kinderen.

“De affaire Dutroux heeft aangetoond dat het diskrediet zich niet beperkte tot de politieke partijen, maar betrekking had op ieder segment van de burgerlijke instellingen. Gerecht en politiediensten, maar ook de media, waren alle vertrouwen van de bevolking verloren. Dit verklaart waarom de bevolking van bij het begin van de beweging rond de vermiste kinderen liever zelf de zaken in handen nam: vrijwilligers boden zich massaal aan voor het zoeken naar de verdwenen kinderen, 2,5 miljoen mensen tekenden de petitie naar aanleiding van de ontdekking van Julie, Mélissa, An en Eefje.

“Het spaghetti-arrest waarin onderzoeksrechter Connerotte van de zaak verwijderd werd, was de druppel die de emmer deed overlopen. Er volgde een reeks spontane stakingen, vooral in Wallonië, en massale mobilisaties, in het bijzonder in Vlaanderen. Regering, gerecht, politici, patroons en vakbondsleiders, kortom, de specialisten die in normale tijden de running van de maatschappij onder elkaar bedisselen, werden verrast door de omvang, de spontaneïteit en de hevigheid van de beweging. Een week lang waren ze machteloze toeschouwers.

“Heel wat progressieven, linkse intellectuelen en zelfs strijdbare syndicalisten weigerden deel te nemen aan de beweging. Er werd teveel ingespeeld op emoties, er was het gevaar voor recuperatie door extreem rechts of het was teveel gericht op de persoon van Connerotte, luidde hun verdict. Deze revolutionairen van het eerste uur zagen de mogelijheden van de beweging niet omdat ze niet beantwoordde aan hun vooraf uitgedacht schema van de revolutie.

“De beweging rond Connerotte was de aanleiding voor het luchten van een hele reeks opgestapelde frustraties. Tot voor het arrest was de beweging uitsluitend in handen van oudercomités. Tot dan probeerden de fascistische partijen, zonder veel succes, de eis van de doodstraf op de agenda te zetten. Vanaf 14 oktober begonnen de arbeiders zich echter actief met de zaak te bemoeien. VW-Vorst legde als eerste het werk neer. Weldra zou niet alleen het gerecht, maar meer en meer de maatschappij zelf in vraag gesteld worden. Elementen van een pré-revolutionaire situatie begonnen zich te manifesteren. Dit verklaart waarom onze uiststekende slogan “het systeem is rot, tot op het bot” zo gemakkelijk werd overgenomen door de betogers. Het totale gebrek aan een voldoende in de arbeidersbeweging ingebedde subjectieve factor was echter de belangrijkste hinderpaal voor de verdere ontwikkeling van de beweging.”

Het klassenkarakter van de Witte Beweging

“Het was duidelijk dat de arbeidersbeweging weldra de motor achter de steeds massalere acties werd. Uiteraard kwamen de arbeiders en hun gezinnen nog niet bewust op straat als klasse, maar als ouder, als kind, etc. Dit is echter steeds het geval in de aanvangsfase van iedere beweging die niet onmiddellijk betrekking heeft op de klassieke syndicale en politieke thema’s. Het komt er net op aan het onbewuste bewust te maken.

“Het minste ordewoord van de vakbondsleidingen had volstaan om heel de politieke en gerechtelijke rotzooi van tafel te vegen. De vakbondsleiders hadden echter evenveel schrik van een algemene staking als de politici. Enkel onze organisatie riep op tot een algemene staking en de vorming van actiecomités om die voor te bereiden. Deze staking zou niet afgekondigd worden van bovenaf door de top, maar georganiseerd worden van onderuit aan de basis, zoveel was duidelijk. Het lijdt geen twijfel dat deze eis bij een verdere uitbreiding van de beweging weldra zou worden gedragen door bredere lagen van de klasse.

“Het is juist dat ook andere lagen van de maatschappij deelnamen aan de beweging. De samenstelling van de beweging was echter net zo min statisch als de beweging zelf en evolueerde in de loop ervan. De patroons, die de stakingen aanvankelijk geduld hadden, haakten in de loop van de week van 14 tot 19 oktober af. De middenstand, die een belangrijke rol gespeeld had tot voor het arrest in het afficheren van de verdwenen kinderen en het verspreiden van de petitie, betuigde haar sympathie, maar had in geen geval de leiding van de beweging. De intellectuelen trokken grotendeels hun neus op voor zoveel ‘volks’ vertoon. De arbeiders en hun gezinnen kwamen steeds uitdrukkelijker naar voor als de meest enthousiaste dragers van de beweging.

“De burgerij en de regering beseften dat het moment niet veraf meer was waarop de beweging de zaak van de verdwenen kinderen zou overstijgen. Tot nog toe waren de ouders tegen hun zin, bij gebrek aan leiding vanuit de arbeidersbeweging, gebombardeerd tot leiders, mediafiguren en gesprekspartners. Weldra zouden echter nieuwe, wellicht hardere leiders opstaan. Nabela Ben Aïssa had al tot kalmte en waardigheid moeten oproepen, de Russo’s spraken steeds hardere taal, veel tijd was er niet meer. Vandaar dat ze alle beschikbare middelen inzetten om de beweging te recupereren nu het nog kon. De ouders hadden weliswaar blijk gegeven van enorme moed en doorzettingsvermogen, maar waren geenszins opgewassen tegen gehaaide politici. Waar ze tot voor een paar maand door de eerste de beste politieagent van het kastje naar de muur gezonden werden, gingen nu de poorten van het establishment, inclusief het koninklijk paleis, wijd open voor hen.

“Op die manier slaagde de regering er in de Witte Mars, die de apotheose had moeten worden van een prachtige strijdbeweging, te recupereren. Meer dan 300.000 betogers werden om de tuin geleid. Het werd geen manifestatie tegen de politieke en gerechtelijke rotzooi, zelfs geen manifestatie ter ondersteuning van Connerotte, maar een massale rouwstoet. Door de Mars a-politiek te houden, slaagden de politici erin het initiatief terug in handen te krijgen en de beweging af te leiden naar de parlementaire cenakels. Dit ging gepaard met een aanval op het recht op vrije meningsuiting op de Mars zelf. Bovendien werd de beweging aangewend om het debat aan te vatten over de vorming van een eenheidspolitie en de repressie verder op te drijven.”

Gelijkenissen en verschillen met de Stille Mars

Ook de Stille Mars heeft het establishment verrast door haar omvang en de diepe solidariteit die leeft onder bredere lagen van de bevolking. Het gevoel van onbehagen dat ook dominant was bij de aanvang van de Witte Beweging, zagen we ook nu naar aanleiding van de moord op Joe Van Holsbeeck. Dat onbehagen gaat verder dan enkel de moord op Joe en zinloos geweld. Er worden vragen gesteld over de toekomst voor onze kinderen, en ook hoe zinloos geweld is kunnen ontwikkelen.

De Stille Mars kan echter enkel vergeleken worden met de aanloop naar de Witte Beweging. Het belangrijkste verschil in die Witte Beweging was de rol van de arbeidersbeweging die een aanzet gaf tot massale betogingen en stakingen. Die acties maakten dat het karakter van de beweging in die oktoberweek van 1996 snel kon veranderen. Dat zorgde er tevens voor dat de mobilisatie naar de Witte Mars zo groot was. 300.000 betogers was nooit gezien in de jaren 1990.

Blijkbaar hebben ook de traditionele politici lessen getrokken uit de witte beweging. Nu werd onmiddellijk sterk benadrukt dat het om een “apolitieke” kwestie zou gaan. Regering en koning haasten zich om de ouders hun deelneming kenbaar te maken. Men wou ten alle prijze vermijden dat er diepgaandere vragen zouden worden gesteld rond het functioneren van deze samenleving.

Het in vraag stellen van een samenleving waar wordt gemoord voor een MP3-speler heeft nochtans niets te maken met ‘politieke recuperatie’. Het verbod op een dergelijke discussie onder het mom van een ‘apolitiek’ karakter, dient enkel om een fundamentelere discussie tegen te gaan. De Witte Beweging heeft aangetoond dat de traditionele politici alle redenen hebben om bang te zijn voor een dergelijke discussie. Het ondermijnt immers ook hun positie.

Wij vertrekken in onze analyses en standpunten van een gevoel van solidariteit onder de arbeiders, waarbij we die solidariteit willen kaderen en ook richting geven. We kunnen er immers iets mee aanvangen om tot verandering te komen.

Delen: Printen: