Verzet tegen het neoliberalisme in Latijns Amerika

Latijns-Amerika is de laatste decennia de arena bij uitstek waar revolutie en reactie elkaar ontmoeten. Na de kolonisatie kwam de onafhankelijkheidsstrijd, na de rechtse dictaturen in de schaduw van de VS kwamen de guerrillaoorlogen… We publiceren een algemeen artikel over de situatie in Latijns-Amerika op basis van de inleiding hieromtrent op Socialisme 2006.

Jonas Van Vossole

In de jaren 1980 werd Latijns-Amerika de eerste testcase voor het neoliberalisme en daarmee werd de bevolking er ook het eerste slachtoffer van het neoliberalisme. Dat had natuurlijk heel wat gevolgen: privatiseringen, werkloosheid, armoede, de opkomst van de ‘informele sector’, de krottenwijken… Dit neoliberalisme wordt door de bevolking gezien als de herkolonisatie van het continent door het westen, maar dan nu door de banken in plaats van de conquistadores.

Mede daardoor werd Latijns-Amerika ook het eerste continent waar zich tekenen van opstand vertoonden tegen het neoliberalisme, ook al werd het continent zelf getroffen door de algemene moedeloosheid van de zogenaamde definitieve overwinning van het kapitalisme na de val van de Berlijnse Muur. Die ontwikkeling zien we in allerlei vormen van antikapitalistische opstanden. Deze ervaringen van strijd en verzet leidden de laatste paar jaar tot een electorale bocht naar links door het gehele continent.

In deze korte analyse kunnen we onmogelijk alle landen diepgaand analyseren. We zullen daarom slechts de belangrijkste ontwikkelingen in ogenschouw nemen.

Het grootste en machtigste land van Zuid-Amerika is Brazilië. De ontwikkelingen in Brazilië hebben dan ook hun weerslag op de rest van het continent. De eerste stap in de zwaai naar links in Brazilië, kunnen we situeren in 2002. Deze stap was de overwinning van Lula, een ex-schoenpoetser die langs de staalindustrie opklom tot de hoge regionen van de grootste Braziliaanse vakbond. Die overwinning werd toen gezien als een overwinning van links.

Deze overwinningsstemming bij links sloeg echter al om tijdens de eerste maanden van zijn regering. De PT van Lula werd dag na dag rechtser. Zo ging de regering nieuwe akkoorden aan met het IMF, terwijl men had gesteld dat men ermee zou breken. De regering viel de pensioenen van de ambtenaren aan, ze verleende de VS steun tijdens de inval in Irak enz. Daarbovenop wees Lula alle parlementairen die niet akkoord gingen met zijn neoliberaal beleid simpelweg de deur.

Deze koers zorgde voor een afsplitsing van de partij. Deze ging gepaard met de oprichting van de P-SOL. De P-SOL was de eerste nieuwe arbeiderspartij op het continent. Op de oprichtingsvergadering waren er meer dan 2500 arbeiders en militanten van allerlei organisaties aanwezig. Het programma van de P-Sol is zeker een radicaal programma. Het is de partij waar de voorhoede van de arbeidersklasse zich op richt, als middel om haar strijd te voeren. Ze stelde in haar beginselverklaring eveneens dat ze wil groeien op basis van actieve strijd en niet op basis van electorale successen. Het programma was zelfs zo radicaal dat het af en toe moeilijk was het verschil uit te leggen tussen onze eigen fractie, Socialismo Revolucionario – de zusterorganisatie van LSP, en de P-SOL zelf.

Recente ontwikkelingen maken het verschil veel duidelijker. Het is maar de vraag of dit positief is. De fraudeschandalen die nu rond de regering hangen, zorgen voor nieuwe splitsingen in de PT. Het probleem van de mensen die nu afscheuren van de PT, is dat ze dat vooral doen uit electorale overwegingen nu de PT in discrediet aan het geraken is bij een groot deel van de arbeiders, en zij hun postje niet willen verliezen. Daarenboven zijn er onder de mensen die nu aansluiten bij de P-SOL heel wat invloedrijke mensen uit de PT, die echter ook invloed eisen binnen de P-Sol. En zo krijgt de rechterzijde van electoralisten en reformisten meer invloed.

Venezuela

Het land waar revolutionairen hun blik vandaag naar richten, tot bijna in het clichématige, is Venezuela. Ondertussen wordt het land reeds acht jaar bestuurd door een president die in het buitenland bekend staat om zijn anti-imperialistische retoriek.

Chavez zelf is ongelooflijk populair bij de bevolking, vooral bij de armere lagen; diegenen die vroeger het hardst te lijden hadden onder het ongeremde kapitalisme. Hij heeft sinds 1998 verschillende hervormingen doorgevoerd om die arme lagen te steunen. Er zijn enorme alfabetisateringscampagnes gevoerd, er is een gezondheidssysteem geïnstalleerd met Cubaanse hulp en er zijn kleine delen van de industrie genationaliseerd.

Chavez vormt een doorn in het oog van zowel de binnenlandse als de buitenlandse burgerij. Hij gaat immers in tegen de neoliberale logica en schroeft eerdere kapitalistische hervormingen terug. Bovendien roomt hij het grootste stuk van de oliewinsten af. De middelen voor zijn hervormingen haalde Chavez immers grotendeels vanuit de hoge olieprijzen. Sinds 1998 is de prijs van de olie ongeveer vervijfvoudigd. Hierdoor heeft Chavez nog niet definitief moeten breken met het kapitalisme en kan hij blijven balanceren. De burgerij kan nog steeds torenhoge winsten maken op de kap van de bevolking, en bovendien blijft er heel wat corruptie. Chavez behoudt dan wel zijn populariteit, het wantrouwen tegenover zijn ministers, die veelal uit de geletterde middenklasse komen, groeit toch.

Vorige week ontdekte men dat Venezuela over veel meer olie beschikt dan aanvankelijk gedacht; en daarmee zelfs meer olie zou bezitten dan Saoudi-Arabië. De olie-inkomsten zullen dus geen probleem vormen in de nabije toekomst; maar het blijvende wachten op de breuk met het kapitalisme en de weigering om definitieve stappen te ondernemen kan tot demoralisatie bij de massa’s leiden, vooral dan bij de voorhoede van de arbeidersklasse. Dat is dan ook het paard waarop de regering-Bush haar geld verwedt in een internationaal onstabiele periode. Men wil Chavez op termijn kwijt raken via democratische weg, aangezien de militaire weg in het verleden niet veel opleverde.

Bolivië

Recent was er heel wat aandacht voor Bolivië. De overwinning van Morales enkele maanden geleden op basis van een strijd tegen de privatisering van water en gas, vormde een belangrijke ontwikkeling. Bolivië heeft een enorme traditie van georganiseerde arbeidersstrijd, met sterke vakbonden en een sterk ingeplante partij, de MAS. Het is trouwens het enige land waar de grootste vakbond ooit een trotskistisch programma aannam. Morales is dan ook, in tegenstelling tot Chavez, geen persoonlijkheid die tot president verkozen is, maar hij is eerder gewoon de vertegenwoordiger van een brede beweging.

Omwille van de ontwikkeling van de strijd in Bolivië heeft Morales weinig manoeuvreerruimte. Hij werd gedwongen om op korte termijn heel wat hervormingen door te voeren. Zo werd beslist om onder andere de water- en gassectoren te nationaliseren en er komt een coöperatieve bank om de boeren te steunen. Maar zelfs dan mag Morales niet op beide oren slapen. Zo ging de openbare sector deze week in staking om een loonsverhoging van 10% te eisen.

De hervormingen van Morales en Chavez vormen een stap vooruit, maar er zal meer nodig zijn. Er is een druk van de basis om volledig te breken met het kapitalisme en dat zal ook noodzakelijk zijn. Zoniet zullen de kapitalisten en imperialisten steeds blijven proberen om tegenhervormingen doorgedrukt te krijgen. In alle landen van Latijns-Amerika is er ondanks het enorme potentieel toch een gebrek aan leiding, aan een revolutionaire massapartij die de internationale strijd tegen het neoliberalisme centraal stelt en kan leiden.

Delen: Printen: