Stop de vermarkting van het onderwijs. Donderdag: betoging in Gent

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig besloot de Europese Ronde Tafel van Industriëlen (ERT), één van de machtigste lobbygroepen van het Europees grootkapitaal, dat er hervormingen nodig waren in het hoger onderwijs. Het hoger onderwijs was te toegankelijk waardoor er teveel afgestudeerden waren met een diploma hoger onderwijs. Men wou een onderwijs dat meer afgestemd was op de noden van het bedrijfsleven.

Marijke Decamps

De Europese overheden balen bij het feit dat er bij de 20 beste universiteiten ter wereld slechts 2 Europese zijn. Ze willen enkele universiteiten met een kwalitatief hoogstaande opleiding, maar zonder er extra overheidsmiddelen voor vrij te maken. Ze willen een Europese onderwijsmarkt waarbinnen universiteiten op internationaal niveau met elkaar kunnen concurreren. Dit zou ervoor zorgen dat een aantal topuniversiteiten ontwikkelen die in staat zijn de concurrentie met de Amerikaanse instellingen aan te gaan.

Leuven: de toekomstige elite-universiteit van Vlaanderen?

Tijdens zijn laatste jaren als rector van de KUL greep Oosterlinck elke gelegenheid aan om te pleiten voor één grote elite-universiteit in Vlaanderen. In februari 2004 schreven we in dit blad: “De basis van Oosterlincks visie is dat men de verschillende universiteiten moet laten concurreren, om zo een competitiviteit te krijgen tussen verschillende universiteiten. Dit niveau kan men bepalen aan de hand van de resultaten van het gevoerde onderzoek aan deze universiteiten. Natuurlijk ontstaat er hierdoor ook een concurrentie op het vlak van fondsenwerving, en zullen de universiteiten met het meeste geld het beste onderzoek kunnen voeren en ook het meeste inschrijvingsgeld kunnen vragen. In de toekomst zal je dus moeten betalen als je degelijk hoger onderwijs wil genieten. Anders moet je maar naar een van de tweederangsuniversiteiten gaan.” Dit is exact wat Vandenbroucke vandaag aan het doen is met zijn nieuw financieringsdecreet.

Sociale rol van onderwijs?

Hoger onderwijs op vraag van de bedrijven of om talenten te ontwikkelen? Als het van de patroons afhangt, worden gemeenschapsmiddelen ingezet om slechts het aantal hooggeschoolden te leveren waar zij nood aan hebben. Voor ons is hoger onderwijs een instrument om jongeren toe te laten op een vrije manier aan persoonlijkheidsontwikkeling te doen en talenten te ontwikkelen. Een recht dat door vorige generaties werd afgedwongen. Wij komen op voor het behoud van de beperkte democratisering die in het verleden werd bekomen.

Alle hervormingen van de laaste jaren hebben tot besparingen geleid op personeel en sociale diensten. Dienstverlening zoals studentenkoten, resto’s en ontspanningsfaciliteiten werden afgebouwd of simpelweg gesloten. De kostprijs van hoger onderwijs voor de studenten steeg in de periode ‘86-’96 met 60 à 90%. Het tempo van deze stijging is sindsdien enkel maar toegenomen.

In Vlaanderen werd de Amerikanisering van het onderwijs in verschillende fasen opgedeeld. Eerst was er de Europese Bolognaverklaring die éénvormigheid creëerde in het hoger onderwijs en o.a zorgde voor het semestersysteem, bachelor-masters-systeem, nieuwe namen voor de opleidingen, flexibiliseringdecreet, aanpassen van het studiepuntensysteem,… Vandaag is het financiële luik aan de orde. Daartoe werd Frank Vandenbroucke aangesteld als minister van werk en onderwijs.

Aanpassingen aan het plan

Vandenbroucke beweert niet getrouwd te zijn met zijn plan en is bereid aanpassingen aan te brengen. Wellicht zal hij voor de 1e bachelor de inputfinanciering behouden en de outputfianciering pas vanaf de 2e bachelor invoeren. Dit is een geslepen truuk: eerst een radicaal voorstel doen om dit nadien slechts een beetje af te zwakken. Uiteraard wil Vandenbroucke op die manier de strijd breken.

Een aantal vertegenwoordigers van studenten en personeel zijn slechts onder druk van de basis tot actie overgegaan. Zij zullen bij beperkte aanpassingen door Vandenbroucke de eersten zijn om te roepen dat de acties succesvol waren aangezien VDB een compromis voorstelt.

Voor Vandenbroucke is een compromis geen probleem. Hier of daar wat sleutelen aan de criteria vormt geen probleem. Zolang het marktmechanisme maar in gang gezet wordt. Criteria kan men later opnieuw wijzigen.

Leuvense studenten en personeel hebben ook veel te verliezen

De Leuvense studentenvertegenwoordigers van LOKO denken dat het financieringsdecreet een goede zaak is. De universiteit van Leuven zal immers heel wat extra middelen krijgen. De studentenvertegenwoordigers vergissen zich. Er wordt niet verder gekeken dan de neus lang is en er wordt gedacht dat de strijd voor extra middelen er één is tussen de universiteiten onderling in plaats van tegen de regering.

De extra middelen zullen overigens niet ten goede komen aan de studenten. Als de gelegenheid zich voordoet, zal Leuven wellicht als eerste universiteit de inschrijvingsgelden drastisch optrekken.

De vakbonden en de Vlaamse Vereniging van Studenten die zich correct uitspreken tegen het decreet, mogen deze situatie niet aanvaarden en moeten de discussie aangaan in Leuven.

Waar staat een beweging als een studentenstad als Leuven niet mee doet? De ALS-afdeling heeft bij de Leuvense studenten alvast een grote luisterbereidheid kunnen vaststellen en zal alles in het werk stellen om de verdeel-en heers spelletjes van Vandenbroucke en LOKO tegen te gaan.

Ons voorstel is dan ook om eind oktober, volgend academiejaar, een nationale betoging te organiseren in Leuven gericht tegen het financieringsdecreet. Op die manier kunnen we in de zwakke plek van de beweging de studenten overtuigen van de noodzaak om mee te strijden.

Massale protestbeweging nodig

Deze hervorming gaat niet enkel de huidige generatie studenten en het personeel aan. Het zal het karakter van het hoger onderwijs bepalen voor alle toekomstige generaties. Een compromis is niet mogelijk. Er moet een maatschappelijke keuze gemaakt worden. Waar gaan de middelen naar toe: worden ze ter beschikking gesteld van de rijken om hun vermogen aan te dikken, of worden ze ter beschikking gesteld van de gemeenschap ten dienste van iedereen.

Een overwinning voor de beweging tegen het financieringsdecreet kan enkel maar bestaan uit de intrekking ervan. We hebben personeels-en studentenvertegenwoordigers nodig die een beweging kunnen uitbouwen. Een beweging die, zoals in Frankrijk, de regering dwingt om op haar stappen terug te komen. Met de beperkte, maar vastberaden, krachten die LSP en ALS heeft, zullen we ons volop inzetten voor de uitbouw van zo’n tegenbeweging.

Donderdag 27 april, 11u30 Blandijn. Betoging tegen het financieringsdecreet van Vandenbroucke!

Delen: Printen: