Nepal: algemene staking tegen het regime

“Weg met het koningshuis“, riepen de betogers tijdens een twee weken durende algemene staking die het openbare leven in Nepal tot stilstaan bracht. De politieke crisis werd er enkel diepgaander door. Arbeiders uit de telecomsector en het transport gingen in staking en vele winkels in de hoofdstad Katmandoe en andere steden sloten de deuren nadat een alliantie van zeven partijen opriep om het dictatoriale regime van koning Gyanendra ten val te brengen.

Dave Carr

De belegerde monarch nam de absolute macht in februari 2005 nadat de premier en de regering aan de deur werden gezet. De koning verweet de regering dat ze niet in staat was om de maoïstische opstand op het platteland neer te drukken. De afgelopen maanden is de burgeroorlog op het platteland echter intenser geworden. Bovendien zijn er nu ook bewegingen in de steden. Daarbij zijn er al vijf actievoerders vermoord door de politie en meer dan 3.000 gearresteerd.

Gedurende de 10 jaar durende oorlog tussen de maoïstische troepen en het leger zijn er meer dan 13.000 doden gevallen en werd overgegaan tot moorden en ontvoeringen.

De huidige beweging om de parlementaire democratie in het land te herstellen, lijkt sterk op de beweging in de jaren 1990. Toen werd koning Birenda geconfronteerd met de ’beweging voor democratie’, een vreemde alliante van linkse partijen met de belangrijkste kapitalistische Nepali Congress Party.

Meer dan 50 mensen werden toen neergeschoten en honderden activisten werden opgepakt. Uiteindelijk moest de koning toegeven aan de eisen van de beweging en er kwamen verkiezingen. Het verbod op politieke partijen werd opgeheven en honderden politieke gevangenen werden vrijgelaten.

Toename van de armoede

Nepal is één van de armste landen ter wereld. Op de ontwikkelingsindex van de VN staat Nepal op de 140ste plaats van 177 landen. De 25 miljoen inwoners hebben een jaarlijks inkomen per inwoner van 240 dollar. Eén derde leeft onder de armoedegrens. Deze enorme armoede wordt versterkt door de discriminatie en het kastesysteem. Dit heeft geleid tot een toename van de steun voor de maoïsten.

Net zoals in heel wat andere neokoloniale landen werden overheidsbedrijven geprivatiseerd. Buitenlandse hulp staat in voor de helft van de investeringen in het land. De landbouw blijft de belangrijkste economische sector. 76% van de bevolking werkt in de landbouw en 40% van de economische output komt hieruit voort.

Het toerisme vormde een belangrijke bron van inkomsten, maar is sterk achteruitgegaan sinds 1999. Uiteraard komt dit door de burgeroorlog in het land. Daarnaast vormen giften van Nepalese arbeiders uit het buitenland aan hun familie in Nepal een belangrijke bron van inkomsten.

Koning Gyanendra is nu ook te ver gegaan voor zijn belangrijkste steunpunten – de VS, Groot-Brittannië en India. Die hebben de wapenleveringen aan het land stopgezet en dringen aan op een verzoening met de politieke partijen. Japan, een belangrijke buitenlandse hulpverlener, heeft haar hulp teruggeschroefd. En ook China heeft haar steun nu stopgezet.

Fundamentele sociale verandering

Het imperialisme wil opnieuw een ’constitutionele monarchie’ en wil dat de belangrijkste partijen het verzet tegen de maoïsten organiseren. Alle partijen gaan akkoord met de markteconomie en het kapitalisme. Maar dat geldt evenzeer voor de maoïsten die proberen aansluiting te vinden bij de alliantie.

De maoïsten stellen dat hun plattelandsoorlog er één is voor parlementaire democratie. De alliantie van de zeven partijen distantieert zich evenwel van de opstandelingen.

Het maoïstische programma is niet gericht op het omverwerpen van het kapitalisme door een ’volksrevolutie’. Het is een beperkt programma gericht op hervormingen om komaf te maken met discriminatie op basis van ras, sekse of kaste. Het programma komt op voor landhervormingen, toegang tot drinkbaar water, de aanleg van wegen, elektriciteit in alle dorpen,…

De maoïsten verdedigen een klassiek reformistische “tweestadia-theorie“ van sociale verandering, waarbij onvermijdelijk niet verder wordt gekeken dan het eerste stadium van burgerlijke democratie. Het tweede stadium, van socialistische revolutie, is volgens hen niet aan de orde.

Zonder een fundamentele sociale verandering zal de burgeroorlog op het platteland echter blijven duren. Het leger moet toegeven dat het op militaire basis niet kan winnen. Het leger telt 78.000 soldaten en wil er nog eens 7.000 recruteren. De maoïsten hebben naar schatting 5.000 tot 6.000 gewapende strijders en nog eens 15.000 tot 20.000 militieleden. Haar operaties worden gefinancierd met de belastingen die de maoïsten innen in de gebieden die ze controleren, onder meer met een belasting voor toeristen.

De sleutel tot verandering ligt zelfs in een voornamelijk agrarisch land als Nepal bij de revolutionaire rol van de arbeidersklasse in de steden. Haar sociale gewicht, dat tot uiting kwam bij de recente protestacties, kan de productie en het transport tot stilstand brengen en het heersende regime onmachtig maken.

Er zal nood zijn aan een revolutionaire partij met een duidelijk socialistisch programma om de strijd vooruit te brengen.

Delen: Printen: