Home / Dossier / Vietnam 1945 – De mislukte revolutie

Vietnam 1945 – De mislukte revolutie

1945. Japanners geven zich over aan de teruggekeerde Franse troepen.

Deze tekst komt uit de archieven van Inqaba Ya Basebenzi, de krant van de Zuid-Afrikaanse marxisten in de jaren 1980. Het artikel door Jim Hensman verscheen in september 1986 en werd nu voor het eerst naar het Nederlands vertaald door Kim uit Gent.

We publiceren deze tekst omdat de geschiedenis van de Vietnamese revolutie van 1945 amper nog bekend is, terwijl er heel wat lessen uit te trekken zijn. De rampzalige politieke koers van de tweestadiatheorie – het idee dat het kapitalisme eerst verder moet ontwikkelen vooraleer socialistische omvorming van de samenleving op de agenda kan staan – leidde tot een impasse. Het failliet van de stalinistische politiek van collaboratie met het kapitalisme en het imperialisme zorgde ervoor dat er in 1945 geen succesvolle socialistische revolutie plaatsvond in Vietnam (en elders in de regio). Dit had de geschiedenis een ander verloop laten nemen, succesvolle revoluties zouden een aanzet gevormd hebben tot een politieke revolutie om de stalinistische bureaucratie in de Sovjet-Unie aan de kant te schuiven. Bij het neerslaan van de revolutie in 1945 werden ook heel wat trotskistische leiders vermoord. Zij zijn grotendeels in de vergetelheid van de geschiedenis terecht gekomen. Met de publicatie van deze tekst willen we daar verandering in brengen. Wie hier meer over wil lezen, raden we het boek ‘Revolutionaries they couldn’t break’ van Ngo Van aan (zie onze bespreking van dat boek)  

 


 

Het Vietnamese volk bekwam een historische overwinning toen het in 1975 het Amerikaanse leger verjoeg en het zuiden bevrijdde. Na een oorlog van 28 jaar die het leven kostte aan 2 miljoen Vietnamezen, leidde tot de ontbladering van 10% van het landoppervlak en tot de vernieling van een groot deel van de infrastructuur en de industrie, werd het land herenigd en werden kapitalisme en grootgrondbezit afgeschaft. De Vietnamese arbeiders en boeren betaalden met heroïsche opofferingen voor de nederlaag van de revolutie in 1945, toen ze de macht in handen hadden. Waarom werd deze gelegenheid in 1945 verspeeld? En welke lessen kunnen uit deze nederlaag getrokken worden voor de arbeidersbeweging vandaag?

Vietnam was een Franse kolonie vanaf het midden van de 19e eeuw dat door de Franse monopolies uitgebuit werd omwille van haar goedkope grondstoffen en arbeidskrachten. Onder de Franse heerschappij steeg de ongeletterdheid met 80%. Terwijl zo’n 6.000 à 7.000 lokale landheren en kolonialen grote stukken van de beste gronden bezaten, was de helft van de boeren landloos en bezat de rest kleine stukjes grond. Bedrijven zoals Michelin ontgonnen rubberplantages met voornamelijk dwangarbeid. De plantagearbeiders raakten bekend als ‘de meststof voor de rubberbomen’ omdat zij die stierven in de onmenselijke arbeidsomstandigheden begraven werden op de plantages. De industriële ontwikkeling werd vertraagd door de koloniale heerschappij. Maar een kleine arbeidersklasse ontwikkelde zich in de industrie, in de mijnen en in het vervoer. Ondanks harde repressie begonnen de arbeiders en de boeren zich in te zetten voor een verbetering van hun arbeidsomstandigheden en voor een bevrijding van hun land. Het was vanuit deze beweging dat in 1930 de Indochinese Communistische Partij werd opgezet onder het leiderschap van Ho Chi Minh. Deze partij kende sterke lokale inplantingen en genoot een aanzienlijke massasteun, maar werd wel enorm beïnvloed door de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie, waar de partij naartoe keek voor steun en om richting aan te geven. Veel leiders gingen naar de Sovjet-Unie voor scholing en vorming. De Communistische Internationale, waartoe de Vietnamese communistische partij behoorde, werd na de Russische revolutie opgezet als een middel om de wereldwijde strijd van de arbeidersklasse voor democratie en socialisme bij te staan. Maar in de jaren 1920 nam de bureaucratie de macht over van de werkende klasse in Rusland. Terwijl deze bureaucratie steunde op de genationaliseerde en de geplande economie en deze ook verder ontwikkelde, vereisten haar privileges een totale onderdrukking van elke vorm van arbeidersdemocratie.

Het instrument

In steeds toenemende mate werd de Communistische Internationale omgetoverd in een instrument dat de heersende bureaucratie diende. Tegen de jaren ’30 was ze veranderd in een bewuste contrarevolutionaire kracht die geleid werd door een stalinistische bureaucratie die panisch was ten opzichte van de mogelijke vestiging van een democratische arbeidersstaat elders in de wereld. Ze had schrik welk effect zoiets zou kunnen hebben op de arbeiders in de Sovjet-Unie zelf. De Russische revolutie vormde het levende bewijs dat zelfs in een economisch achtergesteld land zoals dat van tsaristisch Rusland, het voor de invoering van de democratie en voor de bevrijding van de boeren van het feodale juk het noodzakelijk was dat de arbeidersklasse de macht veroverde. Het was met dit begrip dat Lenin, Trotski en de bolsjewistische partij de revolutionaire arbeidersklasse naar de Oktoberrevolutie leidden. Trotski had eerder al uitgelegd dat de kapitalistische klasse in de onderontwikkelde landen te zwak staat om een progressieve rol in de samenleving te spelen. Tegenover de massa’s stonden  ze in een bondgenootschap met de krachten van het imperialisme en het grootgrondbezit. Tegenover een massabeweging van arbeiders en boeren zouden ze sowieso de reactie steunen uit angst om hun begoede positie kwijt te spelen. De Communistische Internationale die onder Stalin de belangen van de bureaucratie diende, kwam daarentegen met de ‘tweestadiatheorie’ op de proppen. In onderontwikkelde landen was eerst een alliantie met de ‘progressieve kapitalisten’ nodig om nationale onafhankelijkheid te verwerven evenals democratische rechten op kapitalistische basis. Slechts in een ‘later’ (1), meer ontwikkeld stadium, zou het moment aanbreken om voor de arbeidersmacht en het socialisme te vechten.

De tweestadiatheorie

Dit was dezelfde theorie die de mensjewieken hanteerden voor de Russische revolutie. Toen de arbeiders in februari 1917 de tsaar verjaagden namen, de mensjewieken deel aan een kapitalistische ‘voorlopige regeringscoalitie’ die in de praktijk noch progressief noch democratisch was. Lenin en Trotski zetten zich af tegen deze houding en overtuigden de meerderheid van de arbeidersklasse van de noodzaak om de macht in eigen handen te nemen. Indien dit niet gebeurd zou zijn dan zou het haast onvermijdelijk geweest zijn dat de Voorlopige Regering door een bloedige militaire dictatuur vervangen zou worden.

In het China van de jaren ’20 loste de Chinese communistische partij zichzelf onder invloed van de tweestadiatheorie op in de burgerlijke Kwomintang van Chiang Kai-Shek. Op een gegeven moment ontstond er een enorme beweging van arbeiders en boeren die richting de macht ontwikkelde, maar de beweging werd verraden en verslagen door de bourgeois Chiang Kai-Shek. Het idee van een ‘progressieve kapitalistische klasse’ was even ongefundeerd in Vietnam. Discriminatoire restricties van het Franse bestuur hadden de Vietnamezen de toegang tot de industrie, de handel en het financiële wezen ontzegd. De ‘nationalistische’ kapitalistische ontwikkeling was beperkt tot het uitlenen van geld en tot de klasse van grootgrondbezitters. Deze klasse had de gewoonte om de Franse nationaliteit aan te nemen en haar kinderen in Frankrijk op school te sturen. Ze waren loyale aanhangers van het koloniale regime.

De Communistische Partij

De tactieken van de Communistische Internationale kregen hun eerste serieuze test in Vietnam door het aan de macht komen van de Volksfrontregering in Frankrijk in 1936. Dit was een regering van klassenverzoening waarbij de socialistische en communistische partijen deelnamen aan een coalitie met progressieve burgerlijke krachten tegen de bedreiging van het fascisme. De Communistische Partij van Frankrijk volgde Stalins buitenlandbeleid dat er vanaf het midden van de jaren ’30 op gericht was allianties aan te gaan met anti-Duitse kapitalistische krachten en met het Franse imperialisme in het bijzonder. Het aan de macht komen van de Communistische Partij in een regering in Frankrijk bemoedigde de massa’s in Vietnam. Er vond een toename plaats van de strijd en de organisatie van de arbeidersklasse. Maar de Volksfrontregering van klassencollaboratie had geenszins de bedoeling om belangrijke hervormingen in de kolonies door te voeren, laat staan ze te bevrijden. Vakbonden bleven verboden en arbeidersleiders werden gevangengezet, onder wie de communist Nguyen Van Tao. De Franse minister van koloniale zaken, een lid van de reformistische socialistische partij, stuurde een telegram naar Vietnam dat stelde dat ‘er Franse orde moet heersen in Indochina, net zoals overal elders’.

Wat was de reactie van de leiding van Communistische Partij in Vietnam? Slogans zoals “Weg met het imperialisme” en “Confisqueer het land van de grootgrondbezitters” werden ‘tijdelijk ingetrokken’. De tweestadiatheorie was gebaseerd op de foute veronderstelling dat de nationale burgerij de strijd zou aangaan voor onafhankelijkheid van het imperialisme. Maar een politiek van klassenverzoening kent, eenmaal deze is aangegaan, geen stadia. In slaafse gehoorzaamheid aan de stalinistische tactiek van klassenverzoening in West-Europa begon de Vietnamese CP zich te oriënteren op verzoening met het imperialisme en met de feodale grootgrondbezitters! Communistische gemeenteraadsleden in Saigon stemden uiteindelijk voor belastingen ten dienste van de ‘nationale verdediging’ – met andere woorden belastingen ten gunste voor de koloniale onderdrukking. Had Stalin immers in 1935 de Franse eerste minister Pierre Laval niet gezegd dat hij ‘het beleid van nationale verdediging van Frankrijk volledig begreep en goedkeurde’?

Ta Thu Thau

In verzet tegen het stalinisme en de tweestadiatheorie ontwikkelden er in Vietnam in de jaren ’30 politieke groepen die Trotski’s ideeën steunden. Deze groepen werden geleidelijk aan dominanter in de vakbeweging. Ze namen eveneens de controle over van de communisten in een politieke groep die georganiseerd was rond de arbeiderskrant ‘La Lutte’. In 1939 vonden verkiezingen plaats voor de Cochin-Chinese Koloniale Raad in Zuid-Vietnam. Het betrof een relatief machteloze raad met een beperkt kiesrecht dat veel arbeiders uit het stemproces uitsloot. Niettemin wonnen de trotskistische kandidaten Ta Thu Thau, Tran Van Tach en Pan Van Hum 80% van de stemmen, waarbij ze zowel de kandidaten van de burgerlijke als de communistische partijen versloegen. Het lidmaatschap van de trotskistische partijen groeide aan tot ongeveer 5.000 leden en er vond een splitsing plaats in de Communistische Partij waarbij een aanzienlijk deel van de arbeidersbasis aansluiting zocht bij de trotskistische partijen. De historicus J. Buttinger becommentarieerde: “De Communistische Partij werd voor meerdere jaren overschaduwd door een trotskistische beweging die zo sterk was dat ze gedurende een korte tijd de leidinggevende kracht vormde binnen het gehele communistische en nationalistische kamp”. Maar met de uitbraak van Wereldoorlog Twee in september 1939 werd er een enorme repressie doorgevoerd waarbij alle arbeiderspartijen verboden werden. Ta Thu Thau en Tran Van Tach werden samen met vele anderen gevangen gezet in het beruchte concentratiekamp op het eiland Poulo Condor. De gevangenen werden er als dieren bijeen gehokt in kleine ondergrondse kooien.

De Japanse bezetting

In 1940 bezetten de legers van het imperialistische Japan Vietnam. Frankrijk viel ten prooi aan de nazi’s en voor het grootste deel van de oorlog lieten de Fransen toe dat het collaborerende Vichy-regime Vietnam bestuurde. Naarmate de oorlog dichter naar haar einde kwam, besloten de Japanners echter dat het Franse regime niet vertrouwd kon worden. Ze vervingen haar door een marionettenregering onder leiding van de voormalige Vietnamese keizer Bao Dai.

In mei 1941  werd op initiatief van de Communistische Partij de Vietminh (de Liga voor een Onafhankelijk Vietnam) opgezet. Zij startten een guerrilla-oorlog tegen de Japanse bezetting vanuit basissen in het rurale noorden, dicht tegen de Chinese grens. Tegen 1945 waren de levensomstandigheden voor de grote massa mensen wanhopig geworden. Hongersnood teisterde het noorden en doodde naar schatting 2 miljoen mensen terwijl de Japanners rijst uitvoerden om hun leger te voeden.

Toen Japan zich in augustus 1945 overgaf aan de geallieerden waren de omstandigheden gerijpt voor een massieve sociale explosie. Doorheen het zuiden en in het bijzonder in Saigon werden allerlei volkscomités opgericht die gelijkaardig waren aan de arbeiders- en soldatenraden uit de Russische revolutie uit 1917. Deze volkscomités begonnen het land over te nemen, boeren bezetten het land van de grootgrondbezitters en arbeiders verwierven de controle over bedrijven. De vooruitzichten voor het opzetten van een democratische socialistische staat konden niet beter zijn. Hiervoor was het wel noodzakelijk dat de bestaande staatsmachine vernield werd en dat de diverse volkscomités aansluiting bij elkaar zochten en een nieuwe democratische staatsmacht, gebaseerd op de arbeidersklasse, uitbouwden. Maar de leiding van de Communistische Partij was doordrongen van de geest van klassenverzoening die logisch voortvloeide uit het idee van de tweestadiatheorie. Dit vond ook een duidelijke uitdrukking in de klassensamenstelling van de partij. Een intern partijrapport onthulde op een later moment dat maar op 1 op de 13 leden in sleutelposities arbeiders waren en minder dan 1 op 5 boeren. De grote meerderheid van de leden in sleutelposities waren intellectuelen en leden van de stedelijke middenklasse.

Onafhankelijkheid

De leiding van de partij vreesde boven alles de onafhankelijke beweging van de massa’s. In het bijzonder had ze schrik voor een onafhankelijke beweging van de door trotskistische ideeën beïnvloede arbeidersklasse. Op 2 september riep de door de Communistische Partij gedomineerde Vietminh in het landelijke noorden in Hanoi de onafhankelijkheid uit. De onafhankelijkheidsverklaring lag echter in lijn met de tweestadiatheorie en de nieuwe burgerlijke grondwet werd gemodelleerd naar de Amerikaanse Verklaring van Onafhankelijkheid. In de regering werden leden opgenomen van de rechts-nationalistische Quoc Dan Dang partij. Ho Chi Minh ontving zelfs het gouden Keizerlijke Zegel en het met robijnen ingelegde zwaard van de gediscrediteerde marionettenleider Bo Dai, die zelf benoemd werd tot ‘opperste politiek adviseur’.

Na een massabetoging van arbeiders in Saigon werd op 21 augustus in het zuiden een voorlopig Centraal Comité van de diverse volkscomités opgericht. De meeste politieke partijen kwamen bijeen om een ‘Verenigd Nationaal Front’ op te richten. Er begon een situatie van dubbelmacht te ontstaan, net zoals die ontstaan was na de Russische Februarirevolutie. De Communistische Partij stond relatief zwak in het meer economische ontwikkelde zuiden en haar meer militante arbeidersklasse. In haar wanhoop om de controle over de situatie te behouden verbond ze zichzelf met de rechterflank van het Verenigde Nationale Front. Enkele dagen later, op 23 augustus, ondernam de Communistische Partij om 5 uur ’s morgens een staatsgreep om op die manier de volkscomités te omzeilen. Ze gebruikte het prestige die ze genoot via de Vietminh om zichzelf een grote geloofwaardigheid aan te meten en zette druk op diverse burgerlijke nationalistische leiders om mee te stappen in een coalitieregering genaamd ‘het Comité van het Zuiden’. Deze door de Communistische Partij gedomineerde regering wijdde zich onmiddellijk aan de taak om de massabeweging kapot te slaan. Nguyen Van Tao, een leider van de CP, verklaarde: “Zij die de boeren opruien om de grote landgoederen over te nemen zullen zwaar en genadeloos gestraft worden… Ik herhaal: onze regering is een democratische en middenklasse regering, ondanks het feit dat de communisten aan de macht zijn”.

Arbeidersmilities

De arbeidersklasse had een aantal arbeidersmilities gecreëerd om de revolutie te verdedigen. In Saigon kwamen deze arbeidersmilities bijeen in een Arbeiderswacht onder trotskistisch leiderschap. Deze ontwikkeling werd met horror aanschouwd door de leiders van Communistische Partij. Zij schreeuwden: “Zij die het volk oproepen om de wapens op te nemen zullen beschouwd worden als saboteurs en provocateurs, als vijanden van de nationale onafhankelijkheid”. Ze verklaarden dat ‘onze democratische vrijheden gegarandeerd zullen worden door onze democratische bondgenoten’.

Wie waren deze ‘democratische bondgenoten’? Om hun eigen imperialistische belangen te dienen, hadden de geallieerden gevochten tegen Nazi-Duitsland. Zij stonden hierbij aan dezelfde kant als Rusland. Maar dit betekende niet dat de imperialisten veranderd waren in beschermers van de democratie, zoals de Russische bureaucratie beweerde. Maar dat was wel het standpunt die door de Communistische Partij van Vietnam kritiekloos werd overgenomen. In de conferenties van Yalta en Potsdam in 1945 bekwam Stalin een akkoord met Roosevelt en Churchill over de verdeling van de naoorlogse wereld in invloedssferen. Stalin had weinig interesse in de strijd in Zuid-Oost-Azië en ging akkoord met een splitsing van Vietnam langs de 16e breedtegraad. Om de Japanse overgave te overzien werd het noorden toegewezen aan reactionaire Chinese krijgsheren die voornamelijk geïnteresseerd waren in wat ze konden plunderen. Het zuiden werd toegewezen aan het Britse leger.

Het waren deze imperialistische machten die de stalinistische bureaucratie labelde als ‘democratische bondgenoten’. Hun bezetting van Vietnam werd door de leiding van de Communistische Partij slaafs ondersteund. In plaats van de strijd voor een nieuwe arbeidersstaat vooruit te duwen, collaboreerde de leiding van de CP met het versterken van de koloniale staatsmachine, dat nu steunde op geallieerde legers in plaats van Japanse. Britse troepen, die voornamelijk bestonden uit Indische Gurkhas onder leiding van generaal Gracey, begonnen vanaf 12 september toe te komen. Ze werden verwelkomd door betogingen georganiseerd door de Vietminh onder de Engelse slogan “Welcome to the Allies”. De Vietminh gaf zelfs haar hoofdkwartier over aan de Britten. De Volkscomités spraken zich uit tegen de collaboratie van de Vietminh met de Britse troepen. Als gevolg daarvan stuurde de politiechef van de Vietminh, een overtuigde aanhanger van de Communistische Partij, op 14 september een gewapend detachement naar de plaats waar de volkscomités vergaderden om hun bijeenkomst uiteen te jagen. Daarbij werden rode vlaggen neergehaald, documenten vernield en de leiders gevangen genomen.

Saigon

Ondanks de assistentie van de Communistische Partij bij het onderdrukken van een volksbeweging, deelde generaal Gracey niet dezelfde illusies in klassenverzoening. Later zou hij gezegd hebben: ”Bij aankomst werd ik verwelkomd door de Vietminh. Prompt gooide ik ze buiten.” Hij sloot de pers, verbood betogingen en kondigde een staat van beleg af. Op 22 september werden de Britse troepen naar de gevangenis van Saigon gestuurd. Ze ontwapenden er de Vietnamese wachters, bevrijdden de Franse troepen die er gevangen waren en bewapenden hen. Samen met de Fransen namen de Britten alle sleutelposities van de stad over. Ze verjoegen de Vietnamese regering uit het stadhuis van Saigon en arresteerden hun leiders. Op die manier kwam de vier weken durende onafhankelijkheid van Vietnam ten einde. Tegen de ochtend van 23 september was de staatsgreep compleet. De Franse troepen richtten een orgie van geweld aan tegen alle Vietnamezen die ze konden vinden. Een Britse journalist (een latere verkozene voor Labour) schreef dat er “schandelijke wraaktaferelen” plaatsvonden.

De massa’s reageerden schitterend op deze poging om de koloniale heerschappij te herstellen. Een opstand volgde waarbij het grootste deel van Saigon werd overgenomen door de arbeiders. Massabetogingen overspoelden de stad, de markt werd platgebrand en er werden ettelijke barricades opgericht. De energiecentrales en het radiostation werden aangevallen en er werd een algemeen offensief opgezet tegenover de imperialistische krachten. Geconfronteerd met een revolutie besloot generaal Gracey de Japanse troepen opnieuw te bewapenen. In de gevechten die volgden sneuvelden er meer Japanners dan geallieerden.

Met een leiding die vastbesloten was om een arbeidersdemocratie te vestigen hadden de arbeiders en boeren een broederlijke klassenoproep kunnen uitoefenen op de gewone soldaten die hen bevochten. Dit had tot een breuk kunnen leiden in de vijandelijke troepen en hen kunnen verlammen. De ineenstorting van het fascisme op het einde van de oorlog had een enorm radicaliserend effect op arbeiders over de hele wereld. Dit was een stemming die oversloeg op de vele soldaten die oorlogsmoe waren. Bovendien bestonden de soldaten van generaal Gracey uit Indische Gurkhas. Deze konden niet anders dan beïnvloed zijn door de onafhankelijkheidsstrijd in India die op dat moment op weg was naar een overwinning. Deze Indische troepen waren daarnaast ook nog eens bijzonder misnoegd over de herbewapening van de Japanse soldaten. Militaire documenten tonen aan dat dit ‘op dat moment door alle troepen gezien werd als iets schandelijks’. Een duidelijke klassenbenadering naar deze troepen toe zou overduidelijk een immense impact gehad hebben.

Het potentieel

Een indicatie voor het potentieel voor een dergelijke oproep op klassenbasis werd gegeven door de Japanse troepen, die op het einde van de oorlog begonnen te desintegreren op basis van klassenverschillen. Dit proces werd omschreven door de historicus Vu Ngu Chien: “Sommige Japanners leunden aan in de richting van de Vietminh. Ze lieten communistische gevangenen vrij, leverden wapens aan de frontsoldaten van de Vietminh en boden zelfs hun diensten aan de lokale Vietminh krachten aan. Anderen, inclusief de militaire leiders, wilden hun krachten net gebruiken om het Vietnamese marionettenregime van Kim te ondersteunen en de Etsumei (de Vietminh) te vernietigen.”

In plaats daarvan onderhandelde de Vietminh, die een massabeweging van onderuit probeerde tegen te gaan, een militair staakt-het-vuren in oktober. Dit had als gevolg dat de Fransen meer troepen konden laten aanrukken. Wanneer het staakt-het-vuren eindelijk afbrak, lanceerden de imperialistische machten een offensief met een ongekende bruutheid, waarbij zowel strijders als burgers geviseerd werden – een harde voorloper van de Amerikaanse strategie 20 jaar later. Het Britse oppercommando werkt met het volgende directief: “Het kan moeilijk zijn om een onderscheid te maken tussen vriend en vijand. Gebruik altijd de maximale kracht om te verzekeren dat we de vijand uitroeien. Het kan geen kwaad te veel kracht wordt gebruikt.” De Vietnamese arbeiders vochten met de beperkte middelen die ter hunner beschikking stonden. Ze vielen de havens, de luchthaven en de basissen van de geallieerden aan. In sommige gevallen gebruikten ze speren en gifpijlen, waardoor ze zelfs op de ervaren geallieerde troepen indruk maakten met hun moed en durf. Ze stuitten op mortiervuur en op veldgeweren die een slachting over alles en iedereen uitbrachten. Officieel werden 2700 Vietnamezen gedood, maar de werkelijke aantallen lagen veel hoger.

Terwijl de arbeiders wanhopig vochten om de revolutie te verdedigen, was de voornaamste bekommernis van de leiding van de Communistische Partij om elke oppositie tegenover zichzelf uit te schakelen. Bovenop hun lijst met opposanten stonden de trotskisten die zich op elk moment consistent tegen hun foutieve beleid had verzet. Zelfs tijdens de Wereldoorlog had de Communistische Partij geen bedenkingen geuit bij de collaboratie met de Fransen tegen de trotskistische beweging die door Ho Chi Minh verketterd werd als “stromannen van het fascisme”. In 1941 verraadden ze 15 activisten aan de autoriteiten, wat leidde tot hun arrestatie.

Moord

Nu zetten de communistische leiders ‘eervolle divisies’ op om de ‘eervolle’ taak ten uitvoer te brengen om iedereen die zich tegen hun beleid verzette te elimineren. De leiding van de ‘Strijd’ groep die bijeenkwam om hun militaire acties tegen de Fransen te coördineren, werd door één van deze squadrons omsingeld, gearresteerd, en vervolgens doodgeschoten. Bij diegenen die vermoord werden was Tran Van Thach, die amper enkele weken daarvoor was vrijgelaten van Poulo Condor. Ta Thu Thau, die andere leidinggevende trotskist, was naar het noorden getrokken om mee te helpen met de organisatie ter bestrijding van de hongersnood. Ellen Hammer, een Amerikaanse schrijfster, beschreef wat er gebeurde bij zijn terugkomst. ”Op bevel van Hanoi werd hij onderweg gevangengenomen. Hij werd drie keer door lokale volkscomités berecht. Iedere keer bekwam hij de vrijspraak. Maar de communistische leider Tran Van Giau, die nietsontziend was in zijn zoektocht naar macht, voelde dat zijn positie in het zuiden bedreigd werd door de populariteit van Ta Thau. Het lijkt er op dat hij een soort ultimatum gesteld heeft aan het Centrale Comité van de Vietminh in Hanoi – ofwel hemzelf, ofwel Thau. Hanoi gaf toe: Ta Thu Thau werd vermoord in Quang Ngai op bevel van Tran Van Giau.”

Buigen voor het imperialisme

Thau was een vroegere arbeidersleider van de mislukte opstand van de commune van Kanton in China in 1927 en had de nederlaag van die commune in handen van contrarevolutionaire troepen overleefd. Hij heeft ettelijke jaren in gevangenschap doorgebracht waaronder zes jaar in Paulo Condor, waar marteling hem gedeeltelijk verlamde. Hij werd meerdere keren verkozen in de gemeenteraad van Saigon en de Koloniale Raad van Cochin China. Terwijl de communistische leiders langs de ene kant deze arbeidersleider vermoordden, probeerden ze langs de andere kant wanhopig de imperialistische machten tevreden te stellen. Enkele maanden later becommentarieerde Ho Chi Minh over de dood van Thau: “Hij was een grote patriot en we rouwen om hem… Al diegenen die de lijn die ik bepaald heb niet volgen, zullen gebroken worden.”

Wat was deze ‘lijn’? In november 1945 ontbond de Communistische Partij zichzelf op vrijwillige basis! De verklaring waarmee dit gepaard ging trok de tweestadiatheorie door tot haar meest logische conclusie. “Om de taken van de partij in deze immense beweging van Vietnamese volk voor emancipatie te volbrengen is het onontbeerlijk dat er een nationale eenheid gecreëerd wordt zonder onderscheid tussen klassen of partijen.” Verder werd benadrukt dat de partij “altijd de belangen van de natie boven die van de klassen gelegd had”. Maar zelfs de verdediging van de nationale onafhankelijkheid werd onmogelijk gemaakt vanaf het moment dat deze strijd bewust werd gescheiden van de strijd van arbeiders en arme boeren. Dit zou zich algauw op desastreuze wijze tonen in de praktijk.

Herstel van de koloniale heerschappij

Gedurende deze periode hadden de Fransen geen troepen in het noorden en de Franse commandant Leclerc was vrij oprecht over zijn zwakte: “We hadden nooit de bedoeling om tot een gewapende verovering van Noord Indochina over te gaan. Hiertoe zouden we over veel grotere militaire krachten moeten beschikken dan wat het geval was.” Maar Leclerc maakte gebruik van de zwakte die getoond werd door de klassenverzoenende houding van de leiding van de Communistische Partij. Hij stelde aan de Vietminh een overeenkomst voor waarbij er een ‘Vietnamese onafhankelijkheid binnen een Franse unie’ werd bekomen en in ruil daarvoor zouden de Franse troepen toegelaten worden om het noorden te bezetten!

Dit akkoord werd door de Vietminh ondertekend in maart 1946. Het Vietnamese volk stond versteld wanneer dit akkoord bekend gemaakt werd. Wanneer Ho Chi Minh een massabijeenkomst in Hanoi te woord stond, moest hij bij zijn toehoorders pleiten: “ik zweer je dat ik je niet verraden heb.” Onafhankelijkheid binnen de Franse unie kwam in de praktijk neer op niets minder dan de verderzetting van de koloniale heerschappij. Het akkoord liet de Fransen toe om hun krachten te herstellen en hun koloniale heerschappij over zowel het noorden als het zuiden te hervatten. Het ‘Maart-Akkoord’ werd herhaaldelijk geschonden door de Fransen en kwam volledig ten einde toen de Fransen in november de haven van Haiphong bombardeerden. Volgens officiële schattingen werden er 6.000 mensen gedood, maar de reële cijfers zullen dichter tegen de 20.000 gelegen hebben. De Fransen dwongen een algemene terugtrekking van de Vietminh af die ondergronds gedreven werden. Zij reorganiseerden zich op het platteland, wat het begin zou vormen van een 30-jarige durende guerrillastrijd voor de herovering van de onafhankelijkheid. Tijdens deze aftocht vroeg Ho Chi Minh pathetisch de paus, de geallieerden, en anderen ten hulp.

Alhoewel de hoofdverantwoordelijk voor de nederlaag van de revolutie uit 1945 lag bij de leiders van de Vietnamese Communistische Partij, speelden de leiders van de arbeidersklasse uit Groot-Brittannië en Frankrijk eveneens een schandalige rol. In Groot-Brittannië was Labour onder leiding van Clement Attlee aan de macht. Voor de oorlog had Attlee nog geschreven dat “Labour tegen de verderzetting van het imperialisme was, of dit nu gebeurde onder haar oude vorm of onder een nieuwe vorm.” Toch besloot de Labour-regering in 1945 tot de Britse bezetting van Zuid-Vietnam. Aan generaal Gracey werd bevolen “zich te beperken tot de ontwapening van de Japanse soldaten. Raak niet betrokken in de ordehandhaving.” Het was echter typische reformistische blindheid om aan te nemen dat een Sandhurst-getrainde officier zijn loyaliteit aan zijn klasse en aan het imperialisme zou verraden. Gracey ging verder om de orde te bewaren – m.a.w. om de revolutie neer te slaan – en werd daarbij niet gehinderd door de Labourregering.

Reactionair

Attlee werd herleid tot het geruststellen van kritische Labour-leden dat “ze zeker mochten zijn dat de regering die principes aan het uitvoeren was waar ze altijd achter had gestaan”. De rechtse Secretaris van Buitenlandse Zaken Ernest Bevin maakte er geen geheim van waar hij stond. Hij raadde een verregaande en vriendschappelijke samenwerking tussen de Britse en Franse bevelvoerders aan. Hij verdedigde de ‘liberale attitude’ van de Franse regering. Als de leiding van Labour in Groot-Brittannië stilzwijgend het imperialisme steunde, dan was de rol van de leiding van de Franse Communistische partij nog reactionairder.

Invloedssfeer

Het naoorlogse akkoord tussen Stalin en de Westerse machten plaatste Frankrijk in de Westerse invloedssfeer. Ondanks het feit dat de Communistische Partij van Frankrijk na de oorlog de macht had kunnen grijpen en een socialistische revolutie had kunnen doorvoeren, volgde ze de lijn van Stalin om het kapitalisme niet uit de dagen. Ze trad toe tot een regering die gelijkaardig was als de volksfrontregering uit 1936. Een rapport dat ze voorbereidde voor de ‘kameraden’ van de Vietnamese communistische partij adviseerde hen dat hun strijd zou voldoen aan voorwaarden van het Sovjet-beleid. Ze ‘waarschuwden’ dat vroegtijdige avonturen in de richting van onafhankelijkheid wel eens niet in de lijn van de ‘Sovjet-perspectieven’ zou kunnen liggen en ze riepen de Vietnamese communisten op tot een beleid van ‘geduld’. Dit gebeurde twee dagen na de Britse coup die de Vietnamese regering uit het zadel haalde en de wilde represailles door de Franse troepen die hierop volgden.

Later zou een Franse communistische leider, toenmalig vicepremier, aan een Vietnamese delegatie opmerken dat “de communistische partij onder geen beding wenste dat zij beschouwd zou worden als de uiteindelijke verantwoordelijke voor het verlies van de Franse positie in Indochina en dat hij sterk wenste dat de Franse vlag zou wapperen boven alle onderdelen van de Franse Unie”. Ongelooflijk maar waar, de Franse communistische parlementairen stemden herhaaldelijk voor het militaire budget waaronder die fondsen zaten die speciaal bestemd waren voor de troepen in Vietnam. De communistische parlementairen steunden eveneens het voorstel om felicitaties te verzenden aan het Franse Expeditiekorps in december 1946 na het bombardement op Haiphong. Dit stond in schril contrast met de Franse socialistische partij die tenminste probeerde de militaire middelen te verminderen.

De lange oorlog

Acht jaren van oorlog volgden vooraleer de Fransen verslagen werden in 1954. In het daaropvolgende akkoord maakte de Vietminh rampzalige concessies die de opdeling van het land bestendigden. Hierna volgde een nieuwe ronde van 20 jaar oorlog, deze keer tegen het imperialisme van de Verenigde Staten en haar marionetten in het zuiden vooraleer het kapitalisme en het grootgrondbezit in heel Vietnam werden omvergeworpen. Deze strijdbewegingen zullen altijd een inspiratie vormen voor socialisten. Ondanks de substantiële sociale vooruitgang in de vorm van landhervormingen en de nationalisatie van de industrie, betaalt het Vietnamese volk zelfs vandaag (2) voor de nederlaag uit 1945 in de vorm van enerzijds een geprivilegieerde stalinistische bureaucratie die onvermurwbaar vijandig staat ten opzichte van arbeidersdemocratie, en anderzijds een betrokkenheid in oorlogen tegen Cambodja en China ten dienste van haar nationale belangen.

De erfenis van de nederlaag van de revolutie uit 1945 zal iedere socialistische voorvechter vervullen met overtuiging dat de rampzalige stalinistische tweestadiatheorie en de ideeën van het volksfront uit de internationale arbeidersbeweging weg moeten. Dit is noodzakelijk om de overwinning van het socialisme en de arbeidersdemocratie in de grote gevechten die voor ons liggen te garanderen.

 

Noten

(1) Lees: nooit. Op die manier kon de strijd voor arbeidersdemocratie in de koloniale wereld afgehouden worden, waardoor die ook geen bedreiging kon vormen voor de positie van de bureaucratie in Rusland.

(2) Dit artikel dateert uit 1986