Home / Belgische politiek / Eerste regionale stakingen bevestigen potentieel en opbouw naar 15 december

Eerste regionale stakingen bevestigen potentieel en opbouw naar 15 december

Foto: MediActivista

Foto: MediActivista

Het breed gedragen ongenoegen dat we op 6 november op de straten van Brussel zagen, kwam ook tot uiting in de eerste regionale stakingsdag. Ook nu was er een grote actiebereidheid met stevige stakersposten en een brede sympathie onder collega’s die niet staakten. Vooral in de grote bedrijven werd het werk neergelegd. Niet omdat er elders geen ongenoegen is tegenover het asociale besparingsbeleid, de regionale stakingen zullen ongetwijfeld een besmettelijk effect hebben op het personeel van kleinere bedrijven dat niet gewoon is om te staken of zelfs niet weet hoe dat moet.

Op de piketten was een terugkerend element het feit dat deze actiedag niet alleen werd gebruikt om het bedrijf plat te leggen, maar ook als opbouwende stap naar de nationale stakingsdag van 15 december. Op veel plaatsen werden plannen gemaakt om met verschillende bedrijven op een industrieterrein samen piketten te zetten of om grootschaliger acties op te zetten. Dit bevestigt het belang van een opbouwend actieplan. De acties dienen niet om stoom af te laten, maar om een sterkere krachtsverhouding op te bouwen.

De acties waren overigens niet beperkt tot de regio’s waar tot een provinciale staking was opgeroepen.  Bij het spoorpersoneel was er in Brussel een solidariteitsactie met de stakers van schoonmaakbedrijf BM&S waar al 95 dagen gestaakt wordt. De stakers van BM&S trokken vervolgens naar Charleroi om er het spoorpiket te vervoegen.

Vooraf was er veel te doen over de gevreesde rellen en er werd voor de Antwerpse stakingsdag een heuse angstpsychose gecreëerd. Extra agenten en politiehonden zouden de ‘betoging van de dokwerkers’, al dan niet aangevuld met Nederlandse hooligans en Waalse staalarbeiders, onder controle moeten houden. Dat er geen betoging was, maar een stakingsdag doorprikte al snel de leugens van de neoliberale spindoctors. Op de dag zelf verspreidde de Antwerpse politie een tweet waarin het de persfotografen vroeg om de dokwerkers niet op te hitsen. “Fotografen zorgen voor meer verkeershinder dan stakers,” meldde de politie. Dat was niet correct, het feit dat de Italiëlei werd afgezet door de politie – opnieuw voor de vermeende betoging van de dokwerkers – zorgde voor de meeste verkeershinder.

Opmerkelijk detail: de aangekondigde verkeerschaos bleef uit. Volgens de gevestigde media wellicht omdat iedereen zijn voorzorgen nam – de media stonden de dag ervoor bol van de berichten over hoe de gevolgen van de stakingen konden ontlopen worden. Dat kan meegespeeld hebben, maar dat er heel veel stakers waren en er naast de vele arbeiders aan de piketten ook een pak gewoon thuis bleven, ontging de gevestigde media. Het was nochtans een terugkerend element op de piketten: er waren weinig tot geen werkwilligen.

De stakingsdag leidde tot discussie over de mogelijkheid om het sociaal overleg alsnog op te starten. Het werd in de media voorgesteld alsof de ACV-leiding in ruil voor een tax shift het sociaal overleg zou willen opstarten en sociale vrede zou aanbieden. Bij een aantal militanten leidt dat tot vragen of bezorgdheid. Nochtans werd gesteld dat er minstens een tax shift moet komen vooraleer er nog maar sprake kan zijn van enig sociaal overleg. Met andere woorden, de ACV-leiding beseft dat dergelijk overleg niet aan de orde is en blijft het actieplan verder volgen. Ongetwijfeld zal er geprobeerd worden om de beweging te verdelen langs de traditionele breuklijnen: ACV versus ABVV, Nederlandstalig versus Franstalig. We mogen ons daar niet aan laten vangen!

Opmerkelijk op de actiedag van 24 november was dat deze overal goed opgevolgd werd, in alle vier de provincies waar gestaakt werd. Zo waren er in Aarlen in de provincie Luxemburg 7.000 aanwezigen op een protestactie, de grootste syndicale bijeenkomst in de provincie sinds de sluiting van de staalfabriek van Athus in 1977!

De N-VA onderging de staking alsof er niets aan de hand was. De tactiek van criminalisering ging gepaard met een tactiek van minimalisering. Nochtans werd vanuit de werkgeversfederaties bevestigd dat de staking goed opgevolgd werd. Bovendien zetten de acties druk op de verschillende partijen, niet in het minst op CD&V dat al langer pleit voor een ‘tax shift’, maar dan op lange termijn. De eerste discussie hierover werd meteen afgeblokt. Maar bij de hernieuwde discussie blijkt dat enkel Open Vld daar nog moeilijk over doet. Anders gezegd: ook bij N-VA voelen ze de druk van het protest en is er een bereidheid tot toegevingen.

De inzet van het protest is voor veel stakers niet beperkt tot het bijschaven van de hardste maatregelen, maar wel de volledige intrekking ervan en dus de val van de regering. Met deze regering zal er immers geen sprake zijn van de intrekking van de maatregelen.

Het klopt uiteraard dat dit een politieke staking is. Paul De Grauwe leek daar verbaasd over te zijn en greep het aan om te pleiten voor een beperking van het stakingsrecht. Protest tegen één werkgever die onze arbeid- en loonvoorwaarden aanpakt, zou volgens de logica van De Grauwe wel mogen maar protest tegen een regering van werkgevers die de levensstandaard van alle werkenden en hun gezinnen aanpakt niet. De aanval op onze levensstandaard is politiek, ons verzet ertegen ook. Een politieke staking is niet nieuw, het is door stakingsacties dat alle sociale verworvenheden politiek afgedwongen zijn. Van de afschaffing van de kinderarbeid over betaald verlof, sociale zekerheid en algemeen stemrecht. De afgelopen jaren hebben de vakbondsleidingen telkens geprobeerd om het politieke karakter van het protest – en daarmee ook de omvang van dat protest – te minimaliseren om de ‘vrienden’ en ‘partners’ in de regering niet voor de borst te stoten. Dat argument gaat nu niet meer op.

Een belangrijk discussiepunt op de piketten was de organisatie van de volgende stappen in de strijd. In La Louvière werd een nuttig initiatief genomen met de organisatie van een algemene vergadering waarop de volgende stappen al werden besproken en bovendien werd afgesproken om in de aanloop naar de algemene staking wekelijks interprofessionele vergaderingen te houden. Dat verdient navolging op elke werkvloer. Aan de Gentse universiteit hield het personeel voor het eerst in jaren een algemene vergadering om de regionale staking van 1 december voor te bereiden, er waren maar liefst 105 aanwezigen en op een extra namiddagsessie voor het personeel van de restaurants nog eens 35. Een delegee uit de Antwerpse chemiesector stelde op het piket dat er op zijn bedrijf een 25-tal personeelsvergaderingen waren geweest.

Die personeelsvergaderingen zijn belangrijk om de betrokkenheid bij de acties te versterken en de staking degelijk te organiseren. Het zal ook druk zetten om na 15 december verdere stappen te zetten indien de regering potdoof blijft voor onze eisen, wat het meest waarschijnlijk is. Personeelsvergaderingen zijn ook een uitstekend instrument om ons eisenplatform per bedrijf en per sector verder te verfijnen. Daarmee wordt ons alternatief op het besparingsbeleid scherper gesteld.  En het biedt ook de mogelijkheid om van louter defensieve eisen in de richting van meer offensieve eisen te gaan. Denk maar bijvoorbeeld aan eisen tegen het misbruik van interimarbeid of de weigering om syndicale vertegenwoordiging te aanvaarden in kleine bedrijven.

Na de regionale stakingsacties zal er ongetwijfeld een sterkere coördinatie zijn van delegaties op industrieterreinen of naburige bedrijven. Op de regionale acties worden contacten gelegd, ook waar die nog niet gevestigd waren. Dit biedt het potentieel om de staking aanzienlijk te versterken en het vormt een eerste stap in de coördinatie van onze strijd van onderuit. Deze beweging is immers geen strijd van ‘dé vakbonden’, maar van elk van ons, hierin bijgestaan door de vakbonden.

De eerste regionale stakingsdag bevestigde het potentieel van 6 november en de mogelijkheid om van 15 december de grootste algemene stakingsdag uit de Belgische geschiedenis te maken. Met een verder actieplan na 15 december kunnen we de rechtse regering wegstaken. Dat leidt tot discussies over alternatieven en de nood aan een regering die even hard onze belangen vertegenwoordigt als de huidige regering die van de rijken verdedigt. Het is duidelijk dat we daarvoor niet op de sociaaldemocratie en een nieuwe tripartite moeten rekenen. In Charleroi werd op 24 november ook geprotesteerd tegen de door het PS-bestuur geplande personeelsafbouw bij de stadsdiensten en eerder was er al een werkonderbreking in het Franstalig onderwijs.

Een betere politieke vertegenwoordiging van de arbeidersbeweging en een socialistisch programma dat breekt met het besparingsbeleid dat ingebakken zit in het kapitalisme, zijn aan de orde.  Het ABVV van Charleroi-Zuid-Henegouwen roept al twee jaar wie zich links van de sociaaldemocratie en de groenen bevindt op om zich te verenigen in een brede linkse strijdpartij. LSP blijft daar haar volle medewerking aan te verlenen. Tegelijk biedt deze beweging de mogelijkheid om van onderuit ons alternatief op het besparingsbeleid uit te werken. De stakingen van 24 november toonden het potentieel hiervoor. Op naar 1 december en de regionale stakingen in Luik, Namen, Oost- en West-Vlaanderen!

One comment

  1. Pingback: #8dec. Ook derde regionale stakingsdag succesvol | Linkse Socialistische Partij