Home / Belgische politiek / Een antwoord op de meest voorkomende argumenten tegen de stakingen

Een antwoord op de meest voorkomende argumenten tegen de stakingen

Artikel door Ben (Charleroi) uit de november/december-editie van De Linkse Socialist

15685009497_906f7d97c5_zHet establishment probeert natuurlijk om de huidige gang van zaken te behouden. Daartoe wil het iedereen ervan overtuigen dat er geen alternatief is en dat we het huidige beleid – al dan niet met enige aarzeling –  dus maar moeten aanvaarden, zelfs indien de asociale maatregelen de gewone bevolking hard raken. Al wat buiten de logica van de patroons en grote aandeelhouders treedt, botst meteen op een ideologisch offensief van de andere kant. Ook met de vakbondsacties is dat het geval. Een antwoord op enkele vaak voorkomende argumenten.

“We leven langer, dus moeten we langer werken”

FOUT. We leven niet alleen langer, we zijn ook productiever. Het klopt dat werkenden, toen de pensioenleeftijd op 65 werd bepaald, een kortere levensverwachting hadden dan vandaag. Maar vandaag dragen we veel meer bij. In de laatste 50 jaar van de vorige eeuw nam de productiviteit van Belgische werknemers toe met 650%. Het jaarlijks aantal werkuren nam in diezelfde periode af met 33% en de brutolonen van werknemers en zelfstandigen namen toe met 250%. Maar om op het einde van die periode een even groot deel van de geproduceerde waarde te ontvangen als bij het begin, hadden de reële brutolonen met 433% moeten toenemen. We zijn daar niet voor beloond met een degelijk pensioen: volgens het planbureau bedroeg het gemiddelde werknemerspensioen in 1980 43,8 % van het loongemiddelde, in 2000 was dat nog maar 32,5 % en volgens KBC zou het in 2030 nog slechts 26% bedragen.

De gemiddelde levensverwachting in goede gezondheid bedroeg in 2012 67 jaar in Vlaanderen, 64 in Brussel en 63 in Wallonië. Ze is nog lager voor laaggeschoolden en voor wie hard en ongezond werk verricht.  Dat ligt onder de voorgestelde pensioenleeftijd van 67 jaar. Intussen slikt al ongeveer 1 miljoen werkenden antidepressiva. Burn-outs en andere stressgerelateerde problemen nemen fors toe. Terwijl de regering ons steeds langer wil laten werken, zijn er ook steeds meer werklozen, waaronder een flink aantal jongeren.

“Werklozen profiteren toch maar”

FOUT. Men wil ons laten geloven dat werklozen geen werk zoeken en dat ze profiteren omdat er altijd wel werk is voor wie wil. De feiten spreken dat tegen. De afgelopen jaren waren er maandelijks gemiddeld 25.000 tot 30.000 jobaanbiedingen voor meer dan 400.000 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen. Je  hoeft geen Nobelprijs wiskunde om te weten dat er niet genoeg jobs voor iedereen zijn. Met de vele herstructureringen en de massale niet-vervanging van ambtenaren zal het er niet op verbeteren.

Er wordt van werklozen al eens gezegd dat ze ‘frauderen’ met valse domicilieadressen om ten onrechte een uitkering als alleenstaande te genieten. Voor veel werklozen is dit een overlevingsstrategie en zeker geen methode om te ‘profiteren’. Het is niet dat je kan profiteren met minder dan 1.000 euro per maand.(1) Eens de huur en lasten betaald zijn, blijft er amper nog iets over om te eten en voor het dagelijkse leven.

De echte profiteurs zijn de grote patroons, de professionele aandeelhouders, de superrijken, de grote bedrijven. Het zijn zij die zich verrijken op de kap van de werkenden. Zij krijgen torenhoge lonen (2) en bonussen waar ze amper belastingen op betalen. Zij krijgen subsidies en allerhande cadeaus van de overheid. (3) Zij profiteren, maar dan met bedragen waar de term ‘profiteren’ gepast voor is. Denk maar aan de affaire van de legale Luxemburgse belastingontduiking die aangaf hoe de gemeenschap voor miljarden wordt opgelicht. Terwijl er meer controles op werklozen komen, wordt er amper iets gedaan aan de fiscale fraude.

“We hebben jarenlang boven onze stand geleefd”

FOUT. Als we het over de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking hebben, klopt dit niet. Een steeds belangrijker deel van de bevolking heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Begin jaren 1990 leefde 7% van de bevolking onder de armoedegrens terwijl dat nu al 15% bedraagt. België is een rijk land, maar terwijl de 20% rijksten 61,5% van alle vermogens bezitten, is dat voor de 20% armsten 0,2%.

Als we naar de overheidsfinanciën kijken, zien we dat de publieke uitgaven de afgelopen 30 jaar stabiel gebleven zijn op ongeveer 43% van het BBP (4). Wat de overheidsfinanciën uit evenwicht haalt, zijn de omvangrijke fiscale cadeaus voor de grote bedrijven, de renteniers en de superrijken. Ook de afbetaling van de publieke schulden zelf en de interesten daarop, samen bijna 46 miljard in 2012, nemen een flinke hap uit de middelen (5).

De allerrijksten, de grote bedrijven en de grote aandeelhouders hebben op onze kosten geleefd. Ze doen dat al zo lang dat enorme sommen uit de zakken van de gewone werkenden zijn verdwenen in die van een kleine minderheid van superrijken. Het is een immense transfer van arm naar rijk. Diegenen die jarenlang op onze kap gefeest hebben – zonder ons op het feest uit te nodigen – willen ons nu voor de kater laten opdraaien door een hard besparingsbeleid op te leggen.

“We moeten allemaal ons steentje bijdragen”

FOUT. Een steentje waaraan bijdragen? Aan de enorme cadeaus voor de grote bedrijven en de verdere acculumatie van rijkdom bij een kleine minderheid ? Om de overheid toe te laten dat de transfer van arm naar rijk nog meer toeneemt?

Zelfs enkele professoren stellen die logica in vraag. Michel Gevers (UCL) stelde in een opiniestuk: “Er is geen begrotingsprobleem. Er is geen enkele reden om de sociale zekerheid, het wetenschappelijk onderzoek, onze culturele instellingen of de NMBS aan te vallen. Het volstaat om de allerrijksten zoals alle anderen te belasten en om de bedrijven een normale bijdrage aan de belastingen te laten betalen.”(6)

Het belasten van de allerrijksten en de grote bedrijven zal natuurlijk niet volstaan, er is meer nodig. Maar de besparingslogica verliest met deze argumenten alle legitimiteit en dat is al een goede stap. De rijksten willen niet investeren? Ze willen geen belastingen betalen? Ze dreigen naar het buitenland te trekken? Dan moeten we hun patrimonium zelf in handen nemen door de sleutelsectoren van de economie onder publiek bezit te plaatsen. Dan zullen we zelf beslissen hoeveel er waarin wordt geïnvesteerd.

De werkenden (met of zonder werk) en jongeren moeten wel een steentje bijdragen: aan de organisatie van de strijd zodat we georganiseerd ingaan tegen de huidige gang van zaken en de strijd kunnen versterken met een antikapitalistisch en socialistisch programma dat vertrekt van de behoeften van de bevolking en niet de winsten van een kleine minderheid. De inspanningen die we moeten doen, zijn deze om een krachtsverhouding tegenover het kapitaal uit te bouwen, tegenover de superrijken en hun regeringen om een einde te maken aan de transfer van rijkdom van arm naar rijk en aan de macht die de heersende klasse ons steeds ontneemt.

“We moeten de regering een kans geven. Of hen tot onderhandelingen dwingen”

FOUT. Deze regering is brutaal rechts en verdedigt openlijk de belangen van het patronaat. De regering toelaten om alle verworvenheden van de arbeidersbeweging af te breken en nadien een bilan op te maken, betekent instemmen met een aanval op de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking. Dat zou een zware fout zijn. We moeten onze sociale verworvenheden verdedigen. Hoe meer aanvallen op onze levensvoorwaarden passeren, hoe moeilijker het wordt om het verzet tegen volgende aanvallen te organiseren.

En wat de onderhandelingen betreft, als er al geen nuttige onderhandelingen mogelijk waren met de regering die zogenaamd ‘centrumlinks’ was, welke ruimte zou er dan zijn met deze regering? We moeten ernstig blijven. Het sociaal overleg van de afgelopen jaren bestond uit begeleide afbraak. Reeds onder de vorige regering kwamen velen tot de conclusie dat er nood was aan een terugkeer naar strijdsyndicalisme om overwinningen te boeken. We moeten niet naïef zijn en gaan voor een strijdbare opstelling!

“Staken haalt niets uit. Het is duur en heeft nooit een job opgeleverd”

FOUT. Het klopt dat er de afgelopen jaren geen grote overwinningen geboekt zijn. Dat kan het vertrouwen in de traditionele strijdmethoden zoals stakingen en betogingen ondermijnen. Maar deze nederlagen zijn vooral toe te schrijven aan het overlegsyndicalisme en het gebrek aan offensieve opstellingen van de vakbondsleidingen.

De betoging van 6 november toonde het potentieel van goed georganiseerde strijd. Als de staking niet goed wordt gebruikt, heeft ze geen effect. Als de staking wordt gezien als louter een signaal, dan blijft het ook bij dat signaal. Als de staking wordt gebruikt als methode om de strijd uit te breiden, de doelstellingen van de strijd te bespreken, de arbeiders toe te laten zich te organiseren en te leren om enkel op hun eigen krachten te rekenen om tot verandering te komen, dan nemen stakingen en betogingen een ander karakter aan en kunnen we aansluiting vinden bij de stakingen die werk creëerden via collectieve arbeidsduurvermindering en sociale verworvenheden .

Wat die ‘kosten’ van een staking betreft, moeten we duidelijk zijn. De staking die de samenleving het meeste raakt, is de staking van investeringen. “Belgische bedrijven zitten op 240 miljard euro”, titelde Trends op 6 november. Op Europees niveau gaat het om een triljoen euro, dat is 1.000 miljard. In de VS om 4.200 miljard dollar. Deze patronale staking treft de gemeenschap, het is een bewuste keuze om de geproduceerde rijkdom niet opnieuw te investeren.

Iedereen weet dat als bedrijven middelen opstapelen in plaats van te investeren, dit komt omdat het doel niet is om werk te creëren of de tekorten aan te pakken. De samenleving kan de allerrijksten gestolen worden. Het enige doel dat nagestreefd wordt, is een steeds grotere opeenstapeling van winsten en een accumulatie van kapitaal.

We moeten het privaat bezit van de productiemiddelen in vraag stellen. Laat ons de bedrijven zelf in handen nemen, laat ons het bezit en het democratische beheer ervan overnemen. Dat zou de basis vormen voor een samenleving waarin de productie gericht is op de behoeften van de meerderheid en niet de winsten van een kleine minderheid.

Noten

  1. de exacte bedragen van de minimum en maximumuitkeringen vind je hier http://www.rva.be/frames/frameset.aspx?Language=NL&Path=D_opdracht_VW/&Items=2
  2. in 2013 verdiende de topman van het beursgenoteerde UCB, dat jaar de best betaalde van België, 4 miljoen euro, dat komt neer op 11.000 euro per dag!
  3. goed voor 10 miljard euro per jaar
  4. Cijfers van de Nationale Bank uit een brochure van ACIDE : http://www.auditcitoyen.be/wp-content/uploads/versionA5.pdf
  5. Zie eveneens de brochure van ACIDE
  6. Opiniestuk in Le Soir, 13 november