Frankrijk: Naar een nieuw mei ‘68?

De crisis in de voorsteden eind vorig jaar leek de Franse rechterzijde een glorieuze toekomst te beloven. Minister van Binnenlandse Zaken, Sarkozy, scoorde sterk in de peilingen. “Waarnemers” kondigden een ruk naar rechts aan.

Thierry Pierret

Ten tijde van deze crisis schreven wij dat de steun aan de regering de Villepin-Sarkozy in de peilingen een tijdelijk fenomeen was. Het drukte de verwarring uit van een laag arbeiders tegenover de zelfvernietigende woede van groepen jongeren uit de voorsteden. We schreven ook dat de populariteit van Sarkozy nog vluchtiger zou zijn dan die van Bush, zodra de klassenstrijd opnieuw de bovenhand zou halen.

De regering vond het blijkbaar gepast de gewelddadige protesten – voortkomend uit woede over de leefomstandigheden in de banlieus, onder meer de massale werkloosheid – te kanaliseren ten gunste van haar neoliberaal project. Ze liet een batterij maatregelen stemmen. Het geheel kreeg cynisch de benaming «Wet over de Gelijkheid van Kansen». In werkelijkheid is het een poging om de bescherming van de werkenden op de arbeidsmarkt nog meer te breken. Het gaat om daling van de stageleeftijd van 16 naar 14, vermindering van de leeftijdsgrens voor nachtwerk tot 15, het Contrat Nouvelle Embauche (CNE) dat een stage van 2 jaar inlast voor bedrijven met minder dan 20 loontrekkenden.

Het Contrat Première Embauche (CPE), dat die stage uitbreidde naar alle jongeren onder de 26, moest de kroon op dit neoliberale werk worden. Dat was gerekend zonder de fundamenteel antiliberale stemming die eerder de Europese Grondwet en de voorganger van premier de Villepin had weggeveegd. Na wat aarzelingen door de omvang van de beweging, heeft de rechterzijde front gevormd rond de Villepin. Die laatste beseft dat toegeven door de CPE af te schaffen, een bres riskeert te slaan waarvan zowel arbeiders van de openbare diensten als van de privé massaal gebruik kunnen maken.

Een gelijkaardig scenario, tegen een andere achtergond, deed zich voor in Mei ‘68. Toen misbruikten de bureaucraten van de Parti Communiste en hun vakbond CGT, hun autoriteit binnen de arbeidersklasse om het wankelende regime van De Gaulle te redden.

Als een beweging van zo’n omvang zich opnieuw zou voordoen, zouden noch de PC, noch de PS, noch de vakbondsleiders over het gezag beschikken om de beweging volledig af te leiden. Helaas is er nog geen massale arbeiderspartij om zo’n beweging daadkrachtig naar overwinningen te leiden, laat staan om deze gebeurtenissen op een socialistische revolutie te laten uitdraaien.

De eenheid van rechts rond de Villepin is een rookgordijn. Als de beweging aan kracht blijft winnen, en niet uitdooft zoals de Villepin hoopt, zal ieder voor zich een respectabele vluchtroute trachten te vinden. De interne tegenstellingen zullen met met vernieuwde kracht oplaaien.

Wat ook de uitkomst is: de beweging tegen de CPE heeft reeds alle krediet van de rechterzijde ondermijnd. De Villepin en Sarkozy hebben hun pieken van populariteit bij de bevolking op enkele weken tijd in elkaar zien storten. Allebei zouden ze vandaag een confrontatie voor het presidentschap in 2007 verliezen tegen een mogelijke kandidatuur van Ségolène Royal, die haar bewondering voor Tony Blair niet onder stoelen of banken steekt!

Hoewel in dit stadium nog onwaarschijnlijk, is een aangepaste heruitgave van het scenario van 22 april 2002 niet uit te sluiten. Maar dan met een kandidaat van de PS die het gevecht met het extreem rechtse Front National moet aangaan, vanwege het wegvagen van de kandidaten van de klassieke rechterzijde.

De kwestie van een socialistisch alternatief stelt zich in Frankrijk zeer concreet. Er is een gapende nood aan een brede, nieuwe arbeiderspartij. Een massapartij bedoelen we. Radicaal- linkse organisaties in Frankrijk, zoals LO en LCR, zouden beslissende stappen moeten zetten om naar de oprichting van zo’n brede partij te gaan. Zullen ze dat deze keer ook doen, of laten ze nog maar eens de mogelijkheid schieten?

Delen: Printen: