Stop de vermarkting van ons onderwijs: welk programma verdedigen? (Deel 6)

In het laatste deel van onze brochure over de geplande besparingen in het hoger onderwijs, gaan we in op het programma dat volgens ons de beweging tegen Vandenbroucke kan versterken. We leggen uit waarom wij meer middelen voor onderwijs eisen door middel van meer overheidsgeld. Ook andere eisen worden toegelicht.

Tim J

6. Welk programma voor het hoger onderwijs naar voren te brengen?

Slechts één oplossing: meer overheidsgeld voor onderwijs!

Vandenbroucke verdedigt zijn plan door te stellen dat hij het gebruik van overheidsmiddelen in het onderwijs wil rationaliseren. Doordat er in Vlaanderen heel veel kleine instellingen bestaan, gebeurt er zogezegd veel verspilling van middelen. Daar wil de minister dan ook paal en perk aan stellen.

Op zich is dit natuurlijk een nobel streven. We zullen met de ALS ook in geen enkel geval een onderwijsfinanciering voorstellen die gebaseerd is op verspilling. Het probleem zit hem echter in wat Vandenbroucke eigenlijk bedoelt met modewoorden zoals rationalisering en efficiëntie. Hij bedoelt zeker en vast niet dat hij wil uitgaan van de belangen van de studenten en het personeel in het hoger onderwijs, en daaraan de financiering aanpassen. Zijn bedoeling is het hoger onderwijs zo veel mogelijk ten dienste stellen van de belangen van de patroons, de multinationals die op zoek zijn naar goedkope leveranciers van technologie en arbeidskrachten.

Nemen we bijvoorbeeld de systematische onderfinanciering van het onderwijs. Die heeft ervoor gezorgd dat instellingen de voorbije jaren een personeelsstop hebben moeten invoeren, arbeidsomstandigheden zijn achteruitgegaan, sociale voorzieningen voor studenten zijn afgebroken en de studiedruk is toegenomen. Vooral in de hogescholen is deze situatie dramatisch. We zouden dan ook kunnen verwachten dat rationalisering een forse verhoging van het onderwijsbudget zou betekenen. Het tegendeel is echter waar.

Het budget voor het hoger onderwijs wordt tussen 2007 en 2012 bevroren op 1,152 miljard euro. Dit is een stijging met 12,5 miljoen tegenover 2006. Nochtans is aan de hogescholen beloofd dat er een inhaaloperatie zou worden uitgevoerd om de systematische onderfinanciering teniet te doen. De 12,5 miljoen die hiervoor op tafel wordt gelegd is belachelijk weinig.

Bovendien zorgt een bevriezing van het onderwijsbudget op lange termijn voor een verdere achteruitgang. Weliswaar zal de 1,152 miljard elk jaar worden “geïndexeerd”, maar de indexering die de Vlaamse overheid toepast loopt zelfs achter op de gezondheidsindex. De voorbije jaren werd de Vlaamse onderwijsbegroting jaarlijks met 1 tot 1,5% geïndexeerd, ver onder de reële stijging van de prijzen. Deze vorm van “creatief indexeren” is de belangrijkste reden waarom de voorbije 25 jaar het aandeel van de onderwijsuitgaven in de begroting systematisch is afgenomen.

Daarenboven wordt er al helemaal geen rekening gehouden met de stijging van de welvaart en de productiviteit. In 2012 zal Vlaanderen dus een nog kleiner gedeelte van haar BRP uitgeven aan onderwijs dan nu, aangezien het BRP zal groeien. Maar ook de debatten over loonsverhogingen en andere personeelsuitgaven worden op deze manier al op voorhand gehypothekeerd: elke loonsverhoging boven de index is in de praktijk zo goed als onmogelijk, want dan eist het personeel een groter deel van de koek voor zich. In 2012 zal het personeel in onze instellingen van het hoger onderwijs er dus uiteindelijk nog slechter aan toe zijn dan vandaag al het geval is.

Dit is toch wel een bijzonder vreemde houding vanwege de Vlaamse regering. In de media worden we om de oren geslagen met de hoge kwaliteit van het Vlaamse onderwijs als een belangrijke troef in Vlaanderen. Er wordt gezegd dat kennis een steeds belangrijkere rol speelt in de economie, dat het belangrijk is te investeren in hoogtechnologische industrieën en onderzoek. De Vlaamse regering doet in feite het tegengestelde: ze snoeit net in haar uitgaven voor onderzoek en onderwijs.

Volgens het “Observatory on Borderless Higher Education”, een organisatie die studies maakt over de evoluties van de privatisering van het hoger onderwijs wereldwijd, behoort België tot nu toe tot die groep van landen die het meeste beperkingen oplegt aan private bedrijven om in het hoger onderwijs te investeren. Ook de Scandinavische landen behoren tot deze groep, maar ze verschillen met België in die zin dat de overheid hier een veel hoger percentage van het BNP gebruikt voor onderwijs. De Vlaamse regering heeft dus twee mogelijkheden: ofwel meer geld geven aan onderwijs, en op die manier het Vlaamse onderwijs kwaliteitsvoller, én toegankelijk voor iedereen maken, ofwel streven naar een privaat hoger onderwijssysteem, waar rijke elitestudenten aan topuniversiteiten zullen afstuderen, en de grote meerderheid van de bevolking geen of minderwaardig hoger onderwijs zal genieten. Vandenbroucke kiest blijkbaar voor de tweede optie…

Het enige werkbare alternatief is het verhogen van de onderwijsfinanciering van overheidswege. Een goed streefdoel zou 7% van het BRP zijn, waarmee Vlaanderen opnieuw evenveel aan onderwijs zou uitgeven als in 1980. Met dit extra geld kan de kwaliteit van ons onderwijs sterk worden opgedreven.

Met het extra geld zou kunnen geïnvesteerd worden in goed lesmateriaal, goede onderzoeksfaciliteiten, betere bibliotheken,… Ook zou extra personeel kunnen worden aangetrokken, om zo de hoge werkdruk in het hoger onderwijs te verlichten. Vandaag gaan assistenten, professoren en docenten gebukt onder een enorme prestatiedruk. Onderzoeksprojecten moeten steeds sneller worden afgewerkt om de benodigde beurzen en subsidies binnen te rijven, en lesopdrachten worden steeds zwaarder, waardoor de voorbereidingen voor deze lessen dikwijls de mist in gaan. Overuren worden bij veel onderzoekers beschouwd als normaal, en veel projectgebonden personeel werkt door tijdens weekends, vakanties,… Ook voor het administratief en technisch personeel gaan de werkomstandigheden er systematisch op achteruit. Door de besparingen uit het verleden moet steeds hetzelfde werk met steeds minder personeel worden geklaard, en veel diensten worden uitbesteed aan onderaannemers, die de klus veel goedkoper kunnen klaren, maar die barslechte werkomstandigheden bieden aan hun personeel. Door meer personeel aan te werven op alle niveaus, kan aan deze problemen worden verholpen. De kwaliteit van het onderzoek en onderwijs zullen ook stijgen, aangezien fouten en vergissingen ten gevolge van de te hoge tijdsdruk en gebrek aan voorbereiding op die manier worden vermeden.

Het extra geld moet zeker en vast ook worden aangewend om het hoger onderwijs verder te democratiseren. Nog steeds is het percentage studenten die afkomstig zijn uit armere of klassieke arbeidersgezinnen bijzonder ondermaats. Dit kan enkel opgelost worden door te investeren in sociale voorzieningen zoals goede en goedkope koten, studentenrestaurants, medische dienst, sportfaciliteiten,… Bovendien moet er extra geld worden voorzien om de achterstand die hogescholen hebben op het gebied van de financiering van sociale voorzieningen weg te werken.

Verder moet er ook een studieloon worden ingesteld, waar iedere student recht op heeft. Op die manier worden minder begoede studenten niet meer verplicht om te gaan bijklussen om hun studies te betalen en krijgt iedereen een echte kans op hoger onderwijs. Alle speciale studentencontracten, leercontracten,… moeten worden afgeschaft. Vandaag worden jongeren door hun zwakkere positie op de arbeidsmarkt voortdurend in de uitverkoop geplaatst. Patroons betalen lagere lonen, minder of geen sociale lasten, nemen studenten aan “in het zwart”,… Dit zet ook een neerwaartse druk op de andere lonen. Door een studieloon in te stellen, waarop iedere student recht heeft, vervalt de nood aan dit soort “speciale” arbeidsstatuten.

Ook de manier van lesgeven, en over wàt er lesgegeven wordt, moet worden gewijzigd. Universitaire opleidingen blinken dikwijls uit door hun abstractheid, en staan dikwijls mijlenver verwijderd van de realiteit. Ook het onderscheid tussen de “wetenschappelijke” universiteiten en de meer “professionele” hogescholen is totaal achterhaald. ALS eist één enkel, pluralistisch hoger onderwijssysteem, waarbij de vorming van studenten tot kritische en onafhankelijk denkende mensen het hoofddoel is.

Er moet meer ruimte worden gemaakt voor praktijkervaringen, en meer contacten met de maatschappij buiten de universiteit. Stages en praktijkopleidingen moeten ook verloond worden, om te vermijden dat stagairs als “gratis werkkrachten” worden gebruikt.

Democratisering van het hoger onderwijs betekent verder ook meer inspraak en controle van studenten en personeel op hoe de universiteiten en hogescholen werken. Er moet een halt worden toegeroepen aan de baronieën en ondemocratische structuren die soms bestaan aan universiteiten en hogescholen. ALS eist werkelijke inspraak van personeel en studenten over de aanwending van de middelen in het hoger onderwijs.

ALS is zich er van bewust dat dergelijke hervormingen enkel afdwingbaar zijn op basis van massale strijd. De komende maanden en jaren zal het er op aankomen om de studentenbeweging en de syndicale beweging in het hoger onderwijs terug op te bouwen. Ervaringen met dergelijke bewegingen tonen aan dat overwinningen op basis van strijd mogelijk zijn. In het verleden hebben de studentenvakbonden in landen als Italië, Spanje en Frankrijk meermaals dergelijke besparingsplannen kunnen tegengaan. De reden hiervoor waren de massale mobilisaties, en de voortdurende link tussen studenten en de vakbonden van het personeel. Elke sociale verworvenheid is verkregen op basis van strijd, en enkel door strijd kunnen we die verworvenheden ook verdedigen tegen de aanvallen die het patronaat en de regering uitvoeren.

Socialisme?

Zolang we leven in een kapitalistische maatschappij zal elke overwinning en verworvenheid op termijn opnieuw in vraag worden gesteld. Als dit plan Vandenbroucke wordt tegengehouden op basis van de strijd, zal dat natuurlijk een enorme overwinning betekenen. De Vlaamse regering zal onder druk van het patronaat echter elke verslapping van de beweging aangrijpen om het plan opnieuw op tafel te gooien. Onder het kapitalisme is geen enkele verworvenheid permanent. Vandaag zijn het immers de patroons van de grote multinationals die beslissen over wat er gebeurt met de rijkdom die wij allemaal samen produceren, en zij hebben er geen enkel belang bij die rijkdom aan te wenden om bijvoorbeeld gratis en degelijk onderwijs te voorzien voor iedereen.

Daarom brengt ALS ook de noodzaak van een democratisch socialistische maatschappij naar voren. Een maatschappij waarin de sleutelsectoren van de economie worden genationaliseerd, en onder democratische controle geplaatst van de hele bevolking. Enkel zo kan de rijkdom die er is ook worden besteed aan zaken die prioritair zijn, zoals onderwijs. Een onderwijssysteem waarin de behoeften van studenten en scholieren centraal staan, en waar iedereen de mogelijkheden heeft om te studeren naar zijn/haar eigen interesses, en waar de ontplooiing van alle talenten van een individu centraal staan…

En nu… ten strijde!

Dit is het programma waarmee ALS ten strijde wil trekken tegen de besparingsmaatregelen van Vandenbroucke. We eisen niets anders dan de volledige terugtrekking van het huidige financieringsdecreet. Zolang er geen financieringsdecreet wordt voorgesteld, dat het hoger onderwijs kan doen vooruitgaan, zullen we elk voorstel verwerpen. Als de Vlaamse regering wil werk maken van een degelijk en gratis onderwijs, zal zij méér geld op tafel moeten leggen. Dat is de eerste discussie die nu moet worden gevoerd, voordat er gesproken wordt over de verdeling van de middelen. Geen enkel ander plan is aanvaardbaar dan een plan waarin een forse stijging van de uitgaven voor onderwijs wordt voorgesteld, om tegemoet te komen aan alle noden en behoeften van studenten, scholieren en personeel.

Neem contact op met de ALS in jouw universiteit of hogeschool, en vecht met ons mee!

Delen: Printen: