Meeting met Dirk Van Duppen. Een verslag

Maandag 27 maart werd er in Leuven een meeting georganiseerd door Intal, een samenwerkingsverband, of platform van 4 NGO’s. Hierop was Dirk Van Duppen, arts van GVHV en auteur van “De cholesteroloorlog” uitgenodigd als gastspreker om geïnteresseerde studenten geneeskunde te informeren over de manier waarop de farmaceutische bedrijven onze ziekteverzekering plunderen.

G.L.

We betalen met ons allen voor farmaceutische superwinsten

Laat het duidelijk zijn: Geneesmiddelen zijn te duur. De farmaceutische industrie boekt superwinsten en ze wordt hierin enkel overweldigd door de oliesector en het bankwezen. In 2003 maakte Janssen Pharmaceutica in België 355 miljoen euro nettowinst. Voor deze winsten betalen de zieken nu ook meer uit eigen zak sinds de hervormingen in de terugbetaling die ingingen op 1 november 2005 (dankuwel, minister Demotte). Maar gezien 3/4 van de kostprijs van de goedkoopste generiek wordt terugbetaald door het Riziv, betalen we ook met ons allen voor deze winsten. Het plunderen van de ziekteverzekering komt neer op niets meer of niets minder dan loondiefstal, gezien er van de loonkost iets meer dan 7% naar de ziekteverzekering gaat. 17,7% van het budget van het Riziv gaat naar de farmaceutische industrie.

Bias in farmaceutisch onderzoek

Een ander pijnpunt is het gebrek aan onafhankelijk medisch onderzoek. Dat er bias zit op de research van de farmaceutische industrie en dat ongunstige onderzoeksresultaten resoluut worden achtergehouden is uiteraard geweten en men kan moeilijk anders verwachten wanneer de organisator en financierder van de studie financieel baat heeft bij een bepaald onderzoeksresultaat.

Een andere ontrustwekkende evolutie is echter diegene waarbij het universitair onderzoek steeds meer gesponsord wordt door de farmaceutische nijverheid omdat de subsidiëring van het onderzoek door de overheid afneemt. Het universitair onderzoek heeft de laatste jaren al sterk moeten inboeten qua onafhankelijkheid! De plannen van minister Vandenbroucke in verband met de herfinanciering van het hoger onderwijs zullen deze evolutie enkel versnellen en wettelijk consolideren. Dat hiertegen ééngemaakte strijd noodzakelijk is, mag duidelijk wezen.

Van Duppens kiwi’s als weermiddel tegen farmaceutische maffiapraktijken?

Het is de verdienste van dr. Van Duppen dat hij in zijn boek in klare taal zijn persoonlijke ervaringen met de farmaceutische industrie en zijn onderzoeksresultaten toegankelijk maakt voor het brede publiek. Maar de mensen informeren over hoe de multinationals onze gezondheidszorg bedotten terwijl ze sowieso reeds verdrinken in hun winsten is niet voldoende. We hebben natuurlijk een alternatief nodig en ook dat biedt dr. Van Duppen: hij stelt het Nieuw-Zeelandse model voor als ideaal. Nu is het inderdaad zo dat we met het Kiwi-model dat de PVDA-dokter promoot, een daling van de prijzen van medicijnen van 50 tot 80% zouden kunnen bereiken. Bovendien kan de arts over de partijgrenzen heen steun verkrijgen voor zijn wetsvoorstel gezien de reformistische aard ervan. Zelfs binnen de VLD heeft dr. Van Duppen contacten die zijn wetsontwerp willen indienen. Zonder de winstlogica van de farmaceutische industrie ook maar enigszins in vraag te stellen zouden we dus kunnen overgaan tot de invoering van een systeem van openbare aanbesteding met volledige terugbetaling van de goedkoopste generiek. Dit zou de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse in België ten goede komen en uiteraard kunnen we hier niet tegen zijn.

Maar de mogelijkheid bestaat wel dat zo de illusie gecreëerd wordt dat er binnen het kapitalistisch systeem een waardig alternatief kan gevonden worden voor de mensonterende liberalisering van de gezondheidszorg waar we steeds verder in wegzakken. En net daarin schuilt natuurlijk het verraderlijke want het is slechts een droom te denken dat de farmaceutische industrie niet opnieuw stapje per stapje zou trachten haar winsten te maximaliseren op de kap van haar werknemers en op de kap van de zieken. Bovendien zullen er, zelfs met Van Duppen’s Kiwi-model, nog steeds hoge winsten worden gemaakt door de farmaceutische industrie. De grond van de zaak verandert dus niet in weze. Nationalisering van de farmaceutische industrie kan de prijzen veel sterker drukken dan het Kiwi-model ooit zal kunnen doen: door het uitschakelen van de winst en de budgetten die worden besteed aan reclame. De middelen die hieraan worden verspild moeten vrijkomen om te reïnvesteren in onderzoek en ontwikkeling en daarom moeten we resoluut breken met de winstlogica van de farmaceutische industrie.

De gezondheidszorg onder arbeiderscontrole

Toen ik tijdens de meeting het nationaliseren van de farmaceutische industrie naar voor schoof als een veel efficiëntere wijze om komaf te maken met de maffieuse praktijken van de farmaceutische industrie, trad dr. Van Duppen me daarin bij. Het leidt volgens hem ook geen twijfel dat zulke nationalisering de problemen bij de wortel zou aanpakken en niet enkel de symptomen van het probleem zou bestrijden. Zijn voornaamste argument om hier geen campagne rond te voeren was echter dat (naar zijn aanvoelen) de arbeidersklasse in België hier nu nog geen oren naar zou hebben. Met andere woorden: een gebrek aan bewustzijn wordt aangehaald als argument om niet te sensibiliseren… een bedenkenswaardige beredenering, zou je zeggen. Bovendien kan men zich afvragen of het inderdaad zo is dat er aan de basis te weinig interesse is in de gezondheidszorg. Maken mensen zich niet druk om de hogere remgelden voor medicatie die minister Demotte heeft doorgevoerd in november 2005? Is het niet zo dat de mobilisaties die door onze organisatie en door anderen gerealiseerd zijn tegen het generatiepact, de inperking van de vakbondsrechten, de herfinanciering van het hoger onderwijs enzomeer een uiting zijn van een verhoogd klassenbewustzijn? Een uiting van het groeiende ongenoegen met de economische logica waarin we dag in, dag uit leven en werken?

Wat geven de andere partijen om onze gezondheid?

De gevestigde partijen in België en niet in het minst de SP.a die pretendeert aan de kant van de arbeiders te staan, zijn meer geïnteresseerd in het geven van cadeautjes aan het patronaat dan in het tegemoet komen aan de noden van onze bevolking. In 2005 werden 5 miljard euro lastenverlagingen toegekend aan de patroons, terwijl de tekorten in de ziekteverzekering nu worden geschat op 600 miljoen euro.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat minister Demotte de farmaceutische industrie op de Belgische markt toestaat woekerprijzen te vragen voor geneesmiddelen. Mensen die moeten rondkomen met een laag inkomen, lopen meer risico ziek te worden en zo minder gemakkelijk aan werk te komen of eventueel hun werk te verliezen. Met als gevolg dat ze afhankelijk worden van een uitkering en daarvan dan nog hun peperdure medicatie moeten betalen. Zo worden arbeiders met lage lonen dus dubbel getroffen: in hun gezondheid en in hun portemonnee (die sowieso al weinig weegt).

Hoe klimmen we op uit deze problematische situatie?

Momenteel zitten we in een systeem van prestatiegeneeskunde. Dit wil zeggen dat artsen worden verloond naargelang het aantal technische prestaties of onderzoeken die ze leveren. Dit zorgt ervoor dat meer technische specialisaties beter beloond worden en dat een chirurg bijgevolg veel meer verdient dan pediaters, psychiaters of huisartsen. Bovendien zet het principe van de prestatiegeneeskunde artsen aan tot overconsumptie. Dat werd bewezen eind 2004 toen in de media aan het licht kwam dat de hoofdaandeelhouder van het Mechelse Dodoensziekenhuis (AZ-VUB) zijn artsen verplichtte tot medische overconsumptie omdat het ziekenhuis een hogere omzet moest halen. Zo leidt prestatiegeneeskunde dus tot situaties waarin gehospitaliseerden (en het Riziv) onderzoeken op hun factuur krijgen die niet worden uitgevoerd omwille van hun therapeutisch belang maar omwille van de extra omzet die ze voor het ziekenhuis betekenen.

De conclusies zijn duidelijk: we willen een resolute afschaffing van de prestatiegeneeskunde. Dat is echter niet alles. Verder eisen we de nationalisering van de farmaceutische industrie en de uitbouw van een nationale gezondheidszorg in de handen van de werknemers (artsen, verpleegkundigen en ander medisch personeel) en de consumenten (patiënten). Dit zijn volgens ons de belangrijkste stappen op weg naar een efficiënte gezondheidszorg. Een gezondheidszorg die er is voor het welzijn van iedereen en niet voor de winsten van farmaceutische multinationals. Opdat we de middelen van de gemeenschap zouden kunnen investeren in de ontwikkeling van medicatie die we werkelijk nodig hebben en niet in de zoveelste cholesterolverlager.

Je zou immers denken dat, volgens de logica van de vrije markt, de farmaceutische bedrijven geneesmiddelen ontwikkelen waar behoefte aan is en dus een markt voor bestaat. Dit is echter niet zo. Om werkelijk innoverende geneesmiddelen te ontwikkelen moet je als bedrijf eerst veel investeren in onderzoek. Maar de farmaceutische industrie beperkt zich liever tot het op de markt brengen van “me too’s” en er wordt aldus maar 12% van de winsten gereïnvesteerd in O&O (onderzoek en ontwikkeling). “Me too’s” zijn geneesmiddelen waaraan geen behoefte is omdat er in die klasse (bijv. die van de cholesterolverlagers) reeds voldoende kwaliteitsvolle producten op de markt zijn. Bovendien hebben deze “me too” geneesmiddelen vaak geen therapeutische meerwaarde, wat wil zeggen dat ze de zieke niet beter helpen dan de producten die er reeds waren. Toch kan met deze producten wel veel winst gemaakt. Het onderzoek naar de therapeutische waarde van het nieuwe product is immers in handen van de producent van het product en door te knoeien met het design van de studie of door middel van statistisch gesjoemel kan de producent in zijn reclame veel zaken bewijzen die niet correct zijn.

De farmaceutische industrie besteedt 30% van zijn winsten aan marketing. De deur van elke huisarts wordt platgelopen door medisch vertegenwoordigers die de arts komen lastig vallen met foutieve informatie en hem wijsmaken dat het nieuwe product wel therapeutische meerwaarde heeft. Gezien de arts zich niet kan baseren op onafhankelijke onderzoeksresultaten, gaat deze vaak af op datgene wat de medisch vertegenwoordiger hem vertelt en schrijft het nieuwe product voor. Enkele jaren later tonen onafhankelijke onderzoeksresultaten dan aan dat het product ten eerste niet beter was dan het voorgaande en vaak ook nog extra nevenwerkingen heeft. Zo kwam in 2003 het schandaal van het antidepressivum Seroxat aan het licht. De producent, GSK, hield in de jaren ’90 onderzoeksresultaten achter die aantoonden dat Seroxat bij kinderen en jongvolwassenen een hoger risico op suïcide met zich meebracht. Pas in 2003 werd deze nevenwerking door onafhankelijk onderzoek van de MHRA (Medicines and Healthcare products Regulatory Authority) in Groot-Britannië voor het brede publiek kenbaar.

Laat het duidelijk zijn: vandaag is het geneesmiddelenbeleid aanbodgestuurd en niet behoeftegestuurd. Enkel een nationalisering van de farmaceutische industrie kan dat tij keren. Tevens lijkt het ons ook dat er nood is aan een verregaande dialoog tussen die stromingen in België die werkelijk links zijn want er moet dringend een tegengewicht geboden worden voor de verrechtsing van het politieke landschap, het neoliberaal moeras waar deze maatschappij steeds verder in wegzakt.

Delen: Printen: