Stop de jacht op de delegees! “Een sterke vakbond is alsmaar meer nodig”

Naar aanleiding van het ontslag van Maria Vindevoghel, delegee ACV bij Flight Care, en van twee ABVV delegees bij STORA in Gent spraken we met Danny Gijselings, BBTK delegee bij Philips Lighting te Turnhout. We vroegen hem wat hij vindt over de jacht op delegees die het Belgisch patronaat lanceert en over de vakbonden die hiertegen opkomen en ijveren voor de aanwezigheid van syndicale delegaties in bedrijven met minder dan 50 personeelsleden.

Interview met Danny Gijselings, door Emiel Nachtegael

“Opkomen als delegee doe je uit sociaal engagement. Je krijgt echter onmiddelijk een label opgeplakt door de werkgever: je bent niet iemand die zomaar luistert. Er zijn er natuurlijk die het door zichzelf doen, om een beschermd statuut te krijgen, maar de meerderheid van de delegees komen op uit engagement en bevriezen daarmee hun carrièremogelijkheden in het bedrijf zelf. Eerste voorwaarde om een goede delegee te zijn, is dan ook dat je je mannetje kan slaan. Dat er al een vakbond is in het bedrijf maakt het wel gemakkelijker. Zonder de ruggesteun van een vakbondsaanwezigheid worden personeelsleden overgelaten aan de willekeur van de werkgever. Vandaag is het zelfs in de bedrijven waar er een sterke vakbondsinplanting is, allesbehalve gemakkelijk. Je vecht altijd met ongelijke wapens.“

“Het geval van Vindevoghel en STORA toont aan dat voor de patroons een delegee aan de deur zetten meer opbrengt dan de financiële consequenties van wantoestanden in het bedrijf, die de delegee heeft aangekaart, te vervullen. Dit kan gaan over uit te betalen lonen, uitvoeren van de CAO, de te presteren uren enz. Verschillende werkgevers intimideren de delegees ook op carrierevlak en hun toekomst in het bedrijf of door de collega-werknemers op te zetten tegen de vakbond. Op één van onze diensten hadden we ooit een afgevaardigde. Toen hij zich met vakbondswerk bezighield, gold ineens de 11 pc regeling (11 pc van het personeel op de dienst mag op verlof om de bezetting te garanderen). Aan werknemers van de afdeling die verlof hadden gepland, zei het diensthoofd dat ze dat niet konden oppakken, en dat dat de schuld was van de vakbondsafgevaardigde. De pesterijen gingen zelfs zover dat de delegee ontslag heeft genomen. Een ander personeelslid, de zogenaamde zondebok, werd ook aan de deur gezet. De direkte chef werd in bescherming genomen door het management. De 11pc werd voordien zeer los toegepast tot er een delegee op deze dienst kwam.”

“De werkgevers kunnen beroep doen op een batterij goedbetaalde advocaten, en op werkgeverorganisaties VBO en Agoria. De vakbond heeft haar eigen apparaat maar slechts een beperkte macht. Zo hebben ze een juridische dienst, waar slechts énkele juristen werken en dit voor alle bedrijven in de regio. En dat niet alleen. Persoonlijk kan je nog zo gedreven zijn als je wilt, maar je merkt dat je een (te)beperktekennis hebt. Er zijn natuurlijk de opleidingen, maar naast de tijd die je in het vakbondswerk op de werkvloer steekt, moet je ook de je taken in het bedrijf nog uitvoeren. En in bedrijven met een anti-vakbondshouding of een zwakkere of minder assertievere delegatie, maakt de werkgever hier misbruik van en overlaadt de delegees met werk zodat ze minder energie in de vakbond kunnen steken. De wet zegt hierover enkel dat de vakbond “de nodige tijd moet krijgen” tijdens de werkuren. Dat is te vaagen kan niet afgedwongen worden. Nu moet ik zeggen dat dit alles op mijn bedrijf nog redelijk in orde is.”

“Het patronaat vindt dat een syndicale delegatie in KMO’s onbetaalbaar is? Niet betaalbaar? De werkgever kan om de syndicale uren te betalen gemakkelijk beroep doen op zeer gulle subsidies van de regering. Slechts een fractie van de lastenverlagingen die de bedrijven de laatste jaren hebben gekregen (onder andere dankzij het Generatiepact), zouden voor de betaling van de syndicale uren volstaan. Eigenlijk willen de patroonsorganisaties hun macht niet ingeperkt zien. Er is daarentegen méér geld nodig voor bijvoorbeeld opleidingen, zodat de delegees deftig de regels en procedures onder de knie krijgen. Sinds het Generatiepact wordt het duidelijker dat de vakbondsmacht tanende is en die van de patroons alsmaar terug toeneemt. De patroons willen nog flexibelere, wegwerpbare werknemers, zoals in Frankrijk, om hun winsten nog te verhogen. We gaan terug naar de tijd van Daens, sterker nog, naar de tijd vóór Daens. De lonen, de werkzekerheid, de Sociale zekerheid en de levensstandaard staan onder druk. Dat is waarom een vakbond alsmaar noodzakelijker wordt.”

Delen: Printen: