Home / Edito - Belgische politiek / Tegenover de Belgische Thatchers: welk alternatief op deze regering?

Tegenover de Belgische Thatchers: welk alternatief op deze regering?

15706535696_755ae2c29a_z

Artikel door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Waar staat de linkse oppositie in het verzet tegen de rechtse regering? Er zijn natuurlijk de syndicale acties, maar het is ook nuttig om te kijken naar wat de officiële oppositiepartijen voorstellen. Langs Nederlandstalige kant bleef het op dat vlak redelijk stil. Uiteraard haalden sp.a en Groen uit naar de regering, maar veel indruk maakt het niet. Ze kwamen niet veel verder dan voorstellen om anders te besparen, iets minder lastenverlagingen door te voeren, …

Fractieleider Kristof Calvo van Groen: “De schuld niet doorschuiven naar de volgende generaties, daar ben ik heel gevoelig voor. Maar de manier waarop het gebeurt is onevenwichtig. Deze regering komt helemaal niet op voor mensen die werken. Deeltijds werken en tijdskrediet worden aangepakt, de trein naar het werk zal duurder worden en we krijgen een indexsprong.” Zijn alternatief op de indexsprong: “Je moet de loonlasten aanpakken, niet de lonen.” Het besparingsbeleid op zich wordt niet in vraag gesteld, wel de wijze waarop het gebeurt.

Bruno Tobback verklaarde dat de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar de eerste maatregel zou zijn die sp.a ongedaan maakt als ze terug in de federale regering stapt. Dat hij amper een jaar geleden nog in de media verklaarde dat we nu eenmaal langer zullen moeten werken of dat zijn partijgenoten destijds aan de wieg van het Generatiepact stonden, maken dat die stoere taal weinig geloofwaardig klinkt. Blijkbaar ook niet in eigen rangen, want bij sp.a wordt vooral gediscussieerd over wie er Tobback moet opvolgen als voorzitter.

De zwakke oppositie langs Nederlandstalige kant maakt dat er ook in Vlaanderen heel wat aandacht was voor de oppositie van de PS.

PS: harde woorden meteen ondermijnd door Di Rupo

De PS zorgde meteen voor de luidruchtigste parlementaire oppositie tegen de rechtse regering. Met de website injuste.be en een bijhorende campagne stelt de partij dat de “regering van MR en N-VA in uw portemonnee zit. 400 euro minder per persoon per jaar. Ze schorsen de indexatie van uw loon.” De PS weet natuurlijk waarover ze praat na 25 jaar regeringsdeelname en georganiseerde sociale afbraak. Op regionaal vlak (in Wallonië en Brussel) zet de PS dit besparingsbeleid overigens gewoon verder.

Maar de PS zet een oppositiestrategie uit die moet doen vergeten dat de partij toezag op een besparing van 22 miljard euro onder Di Rupo. Dat betekende onder meer de beperking van de wachtuitkering in de tijd, waardoor duizenden werklozen vanaf 1 januari hun  uitkering zullen verliezen. Dat wordt allemaal opzij geschoven om over te gaan tot een scherpe oppositie met een retoriek die we de afgelopen 25 jaar amper nog hoorden bij de PS. Laurette Onkelinx verklaarde in de Kamer dat het regeringsproject “een slag in het gezicht van alle werkenden in dit land is”. Ze vervolgde in de media: “De inbreuken op de sociale rechtvaardigheid gaan erg ver. We moeten dat aanklagen.”

De retoriek werd al snel door de PS zelf weerlegd. Op een persconferentie vond Di Rupo het nodig om te verduidelijken dat 70% van de maatregelen die de regering-Michel nu neemt al werden beslist door de vorige regering onder zijn leiding. Zo werd de oppositie van Onkelinx meteen in de voet geschoten. De centrale vraag is of we de “verregaande inbreuken op de sociale rechtvaardigheid” gewoon moeten vervangen door inbreuken die iets minder verregaand zijn?

De PS zou natuurlijk geen probleem hebben met de val van de regering-Michel. De partij steunt – in woorden – de betoging van 6 november in Brussel. Maar is dat enkel om nadien zelf te kunnen terugkeren in de regering om het besparingsbeleid verder te zetten? Wordt over een regering ‘MR-N-VA’ gesproken om de vrienden van CD&V niet te schofferen? De voorzitter van die laatste partij, Wouter Beke, herinnerde er overigens aan dat de middelen voor gezondheidszorg onder Onkelinx in 2013 met amper 0,9% toenamen terwijl de huidige regering 1,5% voorstelt.

Natuurlijk is de huidige regering anders dan de vorige. De rechtse regering wil verder en sneller gaan met de besparingen. Er wordt geprobeerd om de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal om te gooien. De PS wil een minder directe confrontatie om tot hetzelfde doel te komen: de werkenden en hun gezinnen laten betalen voor de crisis door een transfer van rijkdom naar de allerrijksten. Bij het gemeentepersoneel van Charleroi, waar Paul Magnette burgemeester is, wordt actie gevoerd tegen het verlies van honderden jobs. In het Franstalig onderwijs waren er op 22 en 23 oktober de eerste werkonderbrekingen.

Jean-Marc Nollet van Ecolo had gelijk toen hij verklaarde dat de huidige regering op sociaaleconomisch vlak verder bouwt op de vorige regering van Di Rupo. Hij had er nog aan kunnen toevoegen dat ook de huidige Waalse regering verder bouwt op de vorige, waar Ecolo wel nog in zat, die onder meer voor het rampzalige Europese besparingsverdrag stemde.

Een Cactusplan?

De reactie van De Wever op Onkelinx was veelzeggend: “Moet ik het geschreeuw van Onkelinx belonen met een antwoord? Ik ga liever een koffie drinken tot het gedaan is.” Parlementaire tussenkomsten, verklaringen in de media of op Facebook zullen inderdaad niet volstaan om de besparingslawine te stoppen.

Op dat vlak was de PVDA alvast consequenter. Die partij zorgde voor de eerste mobilisatie tegen het besparingsbeleid na de regeringsverklaring. Op de Protest Parade van 19 oktober waren er maar liefst 7.000 aanwezigen. We betreuren wel dat elke afwijkende vlag, pankarte, … manu militari naar het einde van de betoging werd verwezen om achter een forse ordedienst verborgen te worden.

De betoging had vooral als doel om het Cactusplan van de PVDA naar voor te brengen. Die cactus staat symbool voor het alternatief van PVDA: “prikkels voor een sociale, ecologische en democratische vernieuwing.” Hopelijk getuigde de organisatie van de Protest Parade niet van de “democratische vernieuwing” die de partij beoogt.

Het plan wil 22 miljard euro ophalen met onder meer een miljonairstaks, een correcte belasting van de bedrijven, een harde strijd tegen fiscale fraude, een speculatietaks, … Dit geld zou gebruikt worden voor een verhoging van de pensioenen, de bouw van scholen, de creatie van sociale huisvesting, een verlaging van de prijs voor geneesmiddelen, … Het doet deugd om een afwijkende stem te horen die zich niet neerlegt bij het dogma dat er geen alternatief op de besparingen mogelijk is. Dat is een goed begin. Het plan wijs er op dat er vorig jaar 12.000 miljonairs bij kwamen in ons land of nog dat de 20 rijkste Belgen goed zijn voor een vermogen van 500 miljard euro. Het is niet voor iedereen crisis.

Het Cactusplan klaagt het kapitalisme als systeem wel aan – daarvoor wordt naar een citaat van Naomi Klein teruggegrepen – maar er wordt uiteindelijk slechts een verschuiving binnen het systeem voorgesteld met meer evenwichtige belastingen. Het complete bankroet van een economie die uitgaat van het private bezit van de productiemiddelen wordt niet naar voor gebracht.

Het voorstel van een belasting op speculatie is op zich goed, maar aanvaarden we speculatie? Waarom wordt in het Cactusplan voorgesteld om 4,5 miljard euro te besteden aan de terugbetaling van de publieke schulden, terwijl de partij voor de verkiezingen nog stelde dat het de schulden aan de speculanten niet zou terugbetalen? Welk antwoord wordt geboden op de onvermijdelijke pogingen tot kapitaalvlucht na een wijziging van het fiscale regime? Zonder de financiële sector volledig in publieke handen en onder democratische controle te nemen, wordt geen antwoord geboden.

Een andere samenleving is nodig!

Tegenover het sociale bloedbad van de kapitalistische crisis, wijst het Cactusplan in de goede richting. Maar angst om te ver te springen kan er voor zorgen dat we toch in de afgrond vallen. Wij willen met LSP aan het debat over een alternatief op het besparingsbeleid deelnemen met een programma dat verder gaat. We pleiten ervoor om de sleutelsectoren van de economie, zoals financiewezen, staal, de grote distributiebedrijven, … onder democratische beheer in publieke handen te nemen.

Enkel dan beschikken we over de middelen die ons toelaten om niet alleen de ergste uitwassen van het uitbuitingssysteem ongedaan te maken, maar ook om een alternatieve samenleving uit te bouwen op basis van solidariteit en menselijke ontwikkeling. Dat alternatief verdedigen, de weg naar een democratisch socialistische samenleving, is moeilijker dan de beweging achterna te hollen, maar het is de enige manier om de sociale beweging voor te bereiden op de echte inzet van onze strijd.