Home / Jongeren / Blokbuster / Wat gebeurde er op Kristalnacht 1938?

Wat gebeurde er op Kristalnacht 1938?

kristallnachtOp zondag 9 november is het 76 jaar geleden dat een gewelddadige en grootschalige pogrom tegen Joden werd georganiseerd in nazi-Duitsland, dat op tegen dat moment in 1938 ook al Oostenrijk omvatte. De aanval werd doorgevoerd door de paramilitaire Sturmabteiling (SA) van Hitler met de steun van fascistische aanhangers. De nazi’s gaven deze nacht de naam ‘Kristalnacht’ (nacht van het gebroken glas) naar de hoeveelheid gebroken ruiten in de straten waar zich huizen en winkels van Joden bevonden. Antifascisten hebben het vaak over de ‘Pogrom Nacht’ (“Reichspogromnacht’).

Deze gebeurtenis wordt gezien als de echte start van de systematische moord op zes miljoen mensen tijdens de holocaust. Op 9 november 1938 werden ongeveer 100 Joden vermoord en zowat 30.000 anderen werden opgepakt en in concentratiekampen opgesloten. 7.500 Joodse winkels, handelszaken en andere gebouwen zoals weeshuizen werden vernield of ernstig beschadigd. Zowat 1.400 synagogen en gebedshuizen ondergingen hetzelfde lot.

Kristalnacht vormt het officiële begin van de holocaust, maar de terreur tegenover Joden, Roma, holebi’s en andere ‘ongewensten’ (waaronder ook syndicalisten, socialisten en communisten die zich tegen Hitler verzetten) was al langer bezig. Toen Hitler begin 1933 aan de macht kwam, begonnen de nazi’s de Roma al in concentratiekampen op te sluiten en was er een campagne van gedwongen sterilisatie. Hetzelfde gebeurde met mensen met een beperking of mensen met een donkere huidskleur.

Nadat de nazi’s in 1933 de macht in handen kregen, waren boycots en aanvallen tegen Joden gemeengoed. Dit gebeurde al van in 1933 en het ging gepaard met officiële pogingen om Joden te overtuigen om het land te verlaten.

Tegen oktober 1938 hadden de nazi’s stappen gezet om ‘buitenlandse’ Joden uit Duitsland uit te wijzen. Daartoe werden bijvoorbeeld 12.000 Poolse Joden over de grens met Polen gezet, waar de Poolse regering hen de toegang weigerde. Onder de groep die in het niemandsland tussen de twee landen vastzaten, bevonden zich de ouders van een 17-jarige Jood die in Parijs woonde, Herschel Grynszpan. Op 7 november trok Grynszpan naar de Duitse ambassade en eiste hij om de ambassadeur te mogen spreken. Hij schoot vijf keer op een Duitse diplomaat, Ernst vom Rath, die zwaar gewond achter bleef.

Voor de nazi’s die al lang uitkeken naar een excuus om de Joden op grote schaal aan te vallen, kwam de actie van Grynszpan goed uit. Leidinggevende nazi’s waren voorzichtig om openlijk op te roepen tot een pogrom – dat zou diplomatieke gevolgen hebben. Maar het was duidelijk dat er weinig nodig was om de anti-Joodse hysterie tot ontploffen te brengen. De vonk die het vuur aan de lont stak, kwam met het nieuws van de dood van vom Rath. Dit nieuws bereikte de nazileiding die een avondmaal nuttigde ter herdenking van de mislukte poging tot staatsgreep in 1923. Op het etentje sprak de nazi minister van Propaganda Joseph Goebbels. Hij stelde aan de aanwezigen dat het niet slim zou zijn om betogingen in naam van de partij te organiseren, maar dat de partij niet zou optreden tegen spontane betogingen. De boodschap was duidelijk: er werd groen licht gegeven om een pogrom uit te voeren.

Amper twee uur later begonnen de eerste groepen met sloophamers en bijlen hun vreselijke geweldcampagne. Joodse eigendommen werden vernield of in brand gestoken. Een Duitse brandweerman in Laupheim beschreef hoe hij niet uit de kazerne mocht vertrekken om een brand in een naburige synagoge te blussen. Pas toen een lokale nazi vreesde dat de brand ook zijn huis zou treffen, mochten de brandweerlui uitrukken. Nadien beschreef hij hoe de “brandstichters nadien in hun bruine uniformen [die van de SA] het resultaat van hun vernielingen kwamen bewonderen.”

In Wenen werden alle 94 synagogen of Joodse gebedshuizen vernield. Een ooggetuige die een Joods weeshuis beheerde in Dinslaken in Duitsland herinnerde nadien hoe een 50-koppige groep het huis vernielde. Toen zij met de kinderen probeerde te vluchten en bescherming bij de politie zocht, werden ze opgepakt en terug gestuurd om de verwoestingen te aanschouwen. Een steeds terugkerend element in de ooggetuigenverslagen is het feit dat de Joden hun huizen enkel mochten verlaten om toe te kijken hoe hun huizen, winkels en synagogen werden verwoest.

De terreur stopte hier niet. Nog voor de stoottroepen van de SA op straat werden los gelaten, had Reinhard Heydrich van de Veiligheidspolitie al bevel gegeven dat alle archieven in de synagogen in beslag moesten genomen worden. De volgende dagen en weken werden die documenten gebruikt om alle gezonde Joodse mannen “die te oud” waren op te pakken. Ze werden naar lokale gevangenissen gebracht en nadien naar concentratiekampen als Dachau en Buchenwald. De komende horror werd hier al duidelijk. Honderden Joodse mannen lieten het leven in deze kampen vooraleer de meerderheid van de gearresteerden vrijgelaten werd onder voorwaarde dat ze Duitsland zouden verlaten nadat ze al hun bezittingen en geld aan de nazi’s hadden afgestaan.

Ondanks een officieel bevel van Goebbels om het geweld op 11 november te stoppen, gingen de nazi’s gewoon door met hun campagne tegen de Joden. Er werd een collectieve boete van 1 miljard mark opgelegd aan de Joodse gemeenschap en dit als straf voor de dood van vom Rath. Zes miljoen mark van de verzekeringen werd aan de overheid uitbetaald in plaats van aan de slachtoffers die hu  huis of winkel vernietigd zagen. De slachtoffers moesten betalen voor hun eigen onderdrukking.

Iedere eigendom van Joden die het land waren ontvlucht, werd in beslag genomen. Er kwamen een reeks wetten die volgens Hermann Göring tot doel hadden om “alle nodige maatregelen te nemen om de Jood uit de Duitse economie te elimineren.” Er kwamen beperkingen van wat Joden mochten doen, een rijbewijs werd verboden, het bezit van een auto, Joodse kinderen mochten niet meer naar ‘Duitse’ scholen,… Er waren steeds meer discussies over een ‘eindoplossing’ voor de Joodse kwestie, zelfs indien nog niet expliciet werd gezegd wat dit zou omvatten.

De nazi-versie van het fascisme was een extreme vorm van kapitalisme waarin elke mogelijkheid van de arbeiders om zich te organiseren of om democratische rechten uit te oefenen met de grond gelijk gemaakt werd. De kleinburgerij – de failliete winkeliers, ontgoochelde militaire officiers, boeren maar ook die lagen die volledig uit de boot vielen – vormde de basis voor de massabeweging van de nazi’s. Ze werden tot het nazisme aangetrokken na de crash van 1929 die volgde op het trauma van de Eerste Wereldoorlog, de crisis in de Duitse samenleving en het mislukken van de Duitse revolutie in 1918-1923.

Het was begin jaren 1930 nog mogelijk om Hitler te stoppen. Daartoe hadden de socialistische en communistische arbeiderspartijen de strijd samen moeten organiseren. Dat gebeurde niet, de nazi’s konden de macht grijpen via verkiezingen en ze gingen over tot het afschaffen van democratische rechten en tot het breken van de arbeidersorganisaties. De plannen van Hitler voor een nieuwe oorlog met Rusland werden gesteund door de Duitse kapitalisten die toegang wilden tot grondstoffen en superwinsten wilden boeken op basis van slavenarbeid. Rechtse politici vanuit de hele wereld zagen in Hitler aanvankelijk een antwoord op arbeidersstrijd, dat was onder meer het geval met de voormalige Britse premier Winston Churchill.

Ondanks de Kristalnacht en ondanks de holocaust en alle horror van het fascisme, zijn de voorstanders van het fascisme niet volledig verdwenen. Net zoals in het Duitsland van de jaren 1920 zorgen de financiële crisis en het falen van het kapitalisme om te voorzien in werk en huisvesting voor iedereen, ervoor dat extreemrechts en zelfs fascistische krachten een zekere steun kunnen uitbouwen. Samen met de weigering van veel vakbondsleiders en de traditionele arbeiderspartijen om een alternatief naar voor te schuiven, zorgt dit ervoor dat rechtse populisten, racistische en fascistische organisaties op bestaande woede en frustratie kunnen inspelen. In Griekenland, waar Gouden Dageraad sterk staat, roepen antifascisten op tot Europees protest op 9 november. Deze actiedag en de betogingen zullen een stap zijn in de uitbouw van een brede antifascistische en antiracistische beweging die ervoor kan zorgen dat er nooit nog een Kristalnacht plaatsvindt.

One comment

  1. Pingback: Extreemrechts laat terug van zich horen. Tijd voor actie! | Linkse Socialistische Partij