Home / Op de werkvloer / Lonen en pensioenen onder vuur

Lonen en pensioenen onder vuur

Artikel door Maud (Brussel) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

13756609345_a88e596730_z

 Europese vakbondsbetoging in april dit jaar. Foto: David (Gent)

We vreesden er al voor: de maatregelen van de regering-Michel tegenover de werkenden gaan bijzonder ver. Een onverteerbaar besparingsmenu voor ons, terwijl het bij de patroons cadeaus regent. De inspanningen worden eens te meer gevraagd aan diegenen die ook door de vorige regering onder druk werden gezet met meer dan 22 miljard euro besparingen. Daar komen nog eens 11,237 miljard euro besparingen bij in deze legislatuur.

De maatregelen van de ‘Zweedse regering’ betekenen een openlijke aanval op onze levensstandaard en op het solidariteitsprincipe waarop onze sociale bescherming gebaseerd is. Het bedreigt het stelsel van collectieve onderhandelingen. De uitholling van onze verworvenheden gaat door…

Meer werken voor minder loon

In 2015 komt er een indexsprong waardoor de koopkracht met 2% zou afnemen. Dat heeft ook gevolgen voor de verdere loopbaan. Volgens een studie van het Planbureau uit 2011 bedreigt deze maatregel 15.600 jobs.

Mogelijk komt er ook een nieuwe manipulatie van de index (“hervorming” heet dat tegenwoordig) terwijl de verhoging van de accijnzen op tabak, diesel en alcohol niet in de evolutie van de lonen en sociale uitkeringen zullen opgenomen worden aangezien ze geen onderdeel vormen van de gezondheidsindex.

Van collectief overleg is er amper sprake, de regering wil eenzijdig de lonen en arbeidsvoorwaarden aanpakken. Enkele centrale elementen daarin zijn:

  • Loonmatiging. Het doel van de regering is om de loonhandicap die sinds 1996 is ontstaan weg te werken tegen 2019. Daartoe wordt het beleid van loonmatiging van de vorige regering verdergezet. De interprofessionele en sectorale onderhandelingen worden hierdoor in een erg strikt keurslijf geplaatst. Een controle op de cao’s door de minister van Werk maakt dat alle normen worden nageleefd. De loonontwikkeling zal vergeleken worden met die van de buurlanden (Frankrijk, Duitsland en Nederland) waarbij er automatische correcties kunnen zijn en dat zonder enig sociaal overleg.
  • Baremieke verhogingen op basis van competenties en productiviteit en niet op basis van anciënniteit. Dit verhoogt de druk op de werkenden die aan de willekeur van de werkgevers onderworpen worden. Het collectief overleg wordt gedecentraliseerd. Het centrale argument van de regering hierrond is de hoge kost voor oudere werknemers. Kortom, lonen van oudere werknemers moeten naar beneden.
  • De procedure-Renault wordt ingekort. Deze procedure laat toe om een sociaal plan te onderhandelen bij een collectieve afdanking. De ruimte om alternatieven op afdankingen te onderhandelen wordt kleiner.
  • Annualisering van de arbeidstijd moet flexibiliteit opdrijven. Door de arbeidstijd niet langer per week maar per jaar te berekenen, wordt de flexibiliteit verhoogd en wordt het mogelijk om langer te werken zonder compensatie. Ook hiervoor wordt geen sociaal overleg gepland.
  • Individuele loopbaanrekening. Dit stelsel om een loopbaan te beheren, dreigt het systeem van de jaarlijkse vakantie onder druk te zetten. Het principe is dat verlof en overuren kunnen ‘gekapitaliseerd’ worden om op het einde van de loopbaan deze op te nemen of tussendoor. Het komt in de plaats van tijdskrediet op het einde van de loopbaan (bij een lange loopbaan, zwaar beroep, onderneming in moeilijkheden) en het tijdskrediet zonder motivering.

De flexibiliteit en druk op de lonen en arbeidsvoorwaarden worden ook op andere vlakken versterkt.

  • Extra flexibiliteit in de horeca.Het wordt in de horeca mogelijk om werknemers 250 overuren te laten werken zonder dat een compensatierust vereist is en met een fiscaal interessant stelsel. Bovendien wordt de sector verder uitgebouwd als lageloonsector.
  • Studentenarbeid. De toegelaten arbeid door studenten wordt niet langer in dagen berekend maar in uren, zodat ze meer kunnen werken. Met de verhoging van de inschrijvingsgelden zullen velen dat nodig hebben.
  • Gemeenschapsdienst voor werklozen. In plaats van degelijke jobs met degelijke contracten of statuten, voert de regering verplichte gemeenschapsdienst van twee halve dagen in voor langdurige werklozen. In plaats van echte jobs worden die in een stelsel van dwangarbeid gedwongen.

Werken tot we erbij neervallen

De verhoging van de flexibiliteit zal het aantal problemen inzake stress, burn-out, … enkel nog doen toenemen. De werkgevers willen de gevolgen daarvan niet zelf dragen, dat is eerder iets voor de gemeenschap. Het voorstel van de regering om de werkgevers te verplichten om twee maanden gewaarborgd loon te betalen bij arbeidsongeschiktheid, werd bij het minste protest van de werkgevers met minstens een jaar uitgesteld.

Om arbeidsongeschikte werknemers sneller terug aan de slag te krijgen, zullen er verplichte opleidingen komen en zullen ze een herinschakelingstraject moeten volgen om vanaf drie maanden arbeidsongeschiktheid zo snel mogelijk terug aan de slag te gaan. De toekenning van RIZIV-uitkeringen zal ook strenger gebeuren.

Langer werken voor minder pensioen

Een maatregel die in geen enkel verkiezingsprogramma van een regeringspartij stond maar nu wel werd aangekondigd, is de verhoging van de pensioenleeftijd. We zullen twee tot vijf jaar langer moeten werken naargelang het geval. Een interactieve kaart van de krant Le Soir (7 oktober) maakt duidelijk dat de pensioenleeftijd in ons land bij de hoogste van Europa ligt. Naast de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is er ook de geleidelijke afschaffing van vervroegde pensionering en brugpensioen. Bovendien zal het bedrag van de pensioenen door een reeks maatregelen naar beneden gaan.

Verschillende aanvullingen op het wettelijk pensioen verdwijnen. De pensioenbonus voor wie na z’n  63ste werkt of meer dan 44 jaar gewerkt heeft, werd door de vorige regering al beperkt en zal nu volledig verdwijnen. De aanvulling op het pensioen van een gezinshoofd wiens partner onvoldoende pensioenrechten heeft opgbouwd, verdwijnt eveneens.

In de publieke sector wil de regering de pensioenen meer afstemmen op die van de private sector. Er worden verschillende beperkingen ingevoerd:

  • Afschaffing van de diplomasteun, met name het in rekening brengen van de studiejaren voor de berekening van de loopbaan;
  • Jaren als contractueel worden niet in rekening gebracht voor de becijfering van de loopbaan;
  • Veralgemening van de tantièmes op 60 (het bedrag waardoor het aantal loopbaanjaren wordt gedeeld bij de berekening van het pensioen);
  • De basis voor de berekening van het pensioen wordt eerder het gemiddelde loon in plaats van het loon van de laatste jaren.

Het komt er dus op neer dat de wettelijke pensioenleeftijd wordt opgetrokken, van 65 tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030, waarbij tegelijk de loopbaanvereisten strenger worden. Het vervroegd pensioen gaat in 2019 van 62 naar 63 jaar voor wie een loopbaan van 42 jaar heeft. Het recht op een overlevingspensioen wordt tussen 2015 en 2025 verhoogd van 45 tot 50 jaar. Voor de berekening van de loopbaanduur worden enkele gelijkgestelde periodes, zoals tijdskrediet zonder motivering, afgeschaft.

Het bedrag van de pensioenen wordt verder bedreigd door een puntensysteem dat ingevoerd zal worden waarbij de hoogte van het pensioen mee zal afhangen van onder meer de beperkte middelen en de levensverwachting. De pensioenbedragen zullen pas drie jaar voor het pensioen bepaald worden. Het zal veel gepensioneerden ertoe dwingen om gebruik te maken van de maatregel die toelaat om onbeperkt te blijven werken. Waar zit de logica op een ogenblik dat zoveel jongeren geen werk vinden?

In verzet!

Deze stortvloed aan asociale maatregelen – waarvan enkele aspecten op de volgende pagina’s van deze krant uitgebreider aan bod komen – vereist een eengemaakte strijd van werkenden, uitkeringstrekkers en jongeren. De actieplannen van de vakbonden bieden een goed kader om het verzet te organiseren. Laat er ons optimaal gebruik van maken om te bouwen aan een brede beweging die ook na de algemene staking van 15 december kan verdergaan en die ons toelaat om het volledige systeem in vraag te stellen.