Dood van Milosevic leidt tot controverse

Het overlijden van de voormalige Servische president Slobodan Milosevic vorig weekend, wordt gekaderd in controverse en mysterie. Milosevic’s zoon Marko, beweerde dat de voormalige president werd vermoord door de autoriteiten. Milosevic zat vast in Den Haag voor zijn proces voor het Internationaal Gerechtshof.

Niall Mulholland

Heel wat Servische nationalisten denken dat het Westen van Milosevic af wou omdat zijn proces voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag niet tot het gewenste resultaat zou leiden en omdat de verdediging de voormalige VS-president Bill Clinton en andere belangrijke figuren van het establishment ter orde zou roepen met revelaties over de rol van het Westers imperialisme in het bloedige opbreken van het voormalige Joegoslavië.

Een Russische dokter zag het resultaat van een officiële autopsie en ging akkoord met de Nederlandse dokters over de doodsoorzaak: een haraanval. Maar de Russische dokter stelde dat het overlijden van Milosevic kon worden vermeden. De familie van Milosevic stelt dat het VN Tribunaal in Den Haag verantwoordelijk was voor de dood van de voormalige president omdat een medische behandeling in Moskou werd geweigerd.

Anderzijds stelden verantwoordelijken van het Tribunaal in Den Haag dat Milosevic mogelijk zelfmoord pleegde. Nederlandse dokters die Milosevic onderzochten, stelden dat hij zelf zijn medische behandeling had gewijzigd waardoor zijn situatie erop achteruitging. Hij zou gehoopt hebben om die manier alsnog naar Moskou te kunnen gaan om daar behandeld te worden. Maar die poging kende een fatale afloop.

Wat er ook van waar is, het overlijden van Milosevic zal verdacht blijven voor zowel de Servische nationalisten als de rest van de wereld. Onder Servische nationalisten, maar ook bredere lagen van de Servische bevolking, versterkt dit de woede tegenover de rol van het Westers imperialisme op de Balkan gedurende de afgelopen 15 jaar.

Hypocrisie van het westen

Arbeiders en socialisten zullen geen traan laten omwille van het heengaan van Milosevic, een stalinistische appartchik die een autoritaire en oorlogszuchtige aanhanger van de vrije markt werd. We zijn echter ook niet akkoord met de hypocrisie en de dubbele standaarden van de Westerse politici.

Milosevic speelde een belangrijke rol in het versterken van nationalistisch en etnische tegenstellingen in het voormalige Joegoslavië, wat het gewelddadige uiteenvallen van het land in de jaren 1990 versnelde. Maar ook de belangrijkste imperialistische machten speelden daar een rol in. Ze voerden een concurrentiestrijd voor macht en invloed in de regio. De mediacommentaren na het overlijden van Milosevic stellen hem voor als de “slachter van de Balkan” die verantwoordelijk was voor het opbreken van Joegoslavië en een reeks oorlogen met onmenselijke etnische zuiveringen. De waarheid is echter dat ook de belangrijkste imperialistische machten een directe en beslissende rol speelden bij die gebeurtenissen. De VS en Duitsland in het bijzonder steunden de afscheiding van Slovenië en Kroatië, het begin van de volledige opsplitsing van het land en van bloedvergieten die we in Europa niet meer zagen sinds Wereldoorlog 2. Met haar steun aan de afsplitsing van Slovenië en Kroatië, hoopte het Duitse imperialisme om haar historische invloed in de Balkan opnieuw te vestigen na de val van het stalinisme. Het VS-imperialisme was aanvankelijk tegen een opbreken van Joegoslavië, maar veranderde haar standpunt hierover. Dit leidde uiteindelijk tot een bloedig proces van opsplitsing, maar de VS zag dit als een kans om haar invloed en macht in de Balkan te versterken.

Uiteraard vormt dat allemaal geen rechtvaardiging voor de houding van Milosevic, die inderdaad een “slachter” van de arbeiders was. Het is ook geen excuus voor de houding van andere voormalige stalinistische bureaucraten die kapitalistische oorlogszuchtige heersers werden, zoals Franjo Tudjman in Kroatië.

Slobodan Milosevic was een lokale “communistische” bons in het oude regime van maarschalk Tito. Eind jaren 1980 klom hij op in de machtsstructuren van het stalinistische Joegoslavië dat toen al stagneerde en in een proces van verval was terecht gekomen. In april 1987 trok Milosevic als de nummer 2 van de Servische Communistische Partij naar Kosovo. Daar vormden de Serven 10% van de bevolking en die klaagden over vervolging door de etnische meerderheid van de Albanezen. Milosevic stelde op een grote bijeenkomst van Serven in Kosovo: “Niemand zal jullie ooit kunnen verslaan”.

Op basis van het groeiende Servische nationalisme, slaagde Milosevic erin om zijn partijleider, Ivan Stambolic, aan de kant te schuiven. Zo werd hij zelf in 1989 Servisch president. Hij schafte de autonomie van de provincie Kosovo af en nam ook maatregelen tegen de autonomie van de provincie Vojvodina.

In 1991 was er een afsplitsing van Slovenië en Kroatië, waarbij de kapitalistisch-nationalistische leiders van die landen werden gesteund door het Duitse en het Amerikaanse imperialisme. Het Kroatische leger en het door Servië gedomineerde Joegoslavië vochten een bloedig conflict uit waarbij uiteindelijk zo’n 20.000 doden vielen.

Milosevic en andere leiders van Joegoslavische republieken – president Tudjman in Kroatië, Milan Kucan in Slovenië, Alija Izetbegovic in Bosnië – speelden in op nationalistische en etnische verdeeldheid. Dat versterkte de ideeën rond een “Groot Kroatië” of een “Groot Servië” en nadien bij de etnisch Albanese leiders van Kosovo/Kosova het idee van een “Groot Albanië”. Joegoslavië werd opgedeeld langs nationalistische en etnische lijnen in een reeks desastreuze oorlogen. Meer dan 100.000 mensen kwamen om een in de burgeroorlog in Bosnië. De term “etnische zuiveringen” werd aanvankelijk gebruikt voor de gedwongen verhuizingen van etnische minderheden. Dat gebeurde niet enkel door Servische troepen, maar ook door de Kroaten en de moslims. Het ging gepaard met oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking.

Ramp voor de Serven

Het beleid van Milosevic leidde tot een nederlaag voor de Serven een katastrofe voor de levensstandaard in dat land. Het gangster-kapitalisme van Milosevic gebruikte het reactionaire Servische nationalisme om markten en middelen in te pikken, tegelijk was er een chaotische reeks privatiseringen. De aanhangers van Milosevic waren verantwoordelijk voor het leegplunderen van delen van de economie die in staatshanden was gebleven. De resultaten waren rampzalig. De economie van Servië was in 1999 slechts half zo groot als in 1990. Het BNP daalde met 23%. De bijna voortdurende staat van oorlog leidde tot duizenden doden en meer dan 700.000 Servische vluchtelingen.

Maar de duizenden doden onder de arbeiders en het ineenstorten van de levensstandaard vormden geen probleem voor het Westers imperialisme. Zij zagen Milosevic als een leider waarmee je zaken kon doen. Zo ondertekende hij in 1995 het door de VS voorgestelde vredesakkoord van Dayton. Formeel gezien kwam met dat akkoord een einde aan het conflict in Bosnië.

Het westen keerde zich tegen Milosevic toen hij in 1998 een opstand van Albanese separatisten in Kosovo neersloeg. De condities voor de etnisch Albanezen waren sinds 1989 sterk achteruitgegaan en ze eisten zelfbestuur. In de zomer van 1998 waren er massale protestacties, waarop de politie en het leger werden ingezet om het Kosovaars Bevrijdingsleger (KLA) te vernietigen. Het KLA was een rechtse kracht met ambities voor een “Groot Albanië”.

Het westen vreesde dat het brutale optreden van de Servische president zou leiden tot een nieuwe reeks van conflicten op de Balkan, wat de belangen van de imperialisten en kapitalisten in de regio op het spel zou zetten. Ze hadden op zich niets tegen de methoden van Milosevic in Kosovo, de westerse machten deden immers niets tegen de etnische zuiveringen tegen Serven door Kroatische troepen, maar er werd gevreesd dat het optreden van de Servische leider gevolgen zou hebben in heel de regio.

In oktober 1998 was er onder de ironische naam van een “humanitaire interventie” een tussenkomst van de NAVO waarbij Servië gedurende enkele weken werd gebombardeerd. Dat leidde tot heel wat burgerslachtoffers en grote delen van de infrastructuur werden vernield. Het leidde ertoe dat Milosevic zijn troepen uit Kosovo terugtrok.

Het feit dat er troepen van de NAVO en de VN in het voormalige Joegoslavië aanwezig waren, vormde ook een belangrijk geopolitiek en strategisch voordeel voor de VS en andere Westerse machten.

Zodra het Servische leger verdween uit Kosovo, keek de NAVO gewoon toe hoe Servische burgers uit de regio moesten wegvluchten of gedwongen werden te verhuizen door reactionaire Albanese paramilitairen.

Deze acties die ingingen tegen de internationale regels, werden geleid door VS-president Bill Clinton. Het kan gezien worden als een voorloper van de militaire interventies in Afghanistan en Irak door de opvolger van Clinton, de republikein Bush.

De Servische jongeren en arbeiders begonnen zich tegen de achtergrond van aanhoudende oorlogen en een dalende levensstandaard te keren tegen Milosevic. Ze hadden de buik vol van het demagogisch nationalisme en de conflicten. Ze wilden een beter leven en democratische rechten.

Algemeen wordt aangenomen dat de presidentsverkiezingen van september 2000 waren gewonnen door de oppositieleider Vojislav Kostunica. Toen de Verkiezingscommissie opriep voor een tweede ronde om zo Milosevic aan een nieuwe ambtstermijn te helpen, waren er massale straatprotesten. Een algemene staking en grote betogingen mondden uit op een bestorming van het parlement in Belgrado en de bezetting van het gebouw van de nationale televisie op 5 oktober.

Enkele uren massa-actie maakten een einde aan het 10 jaar durende regime van Milosevic. Maar bij gebrek aan een sterke georganiseerde arbeidersbeweging, kon dit worden aangegrepen door pro-Westerse politici om op de rug van de beweging de macht over te nemen.

Rechtvaardigheid van de overwinnaars

Onder zware Westerse druk ging het nieuwe Servische regime in april 2001 over tot de arrestatie van Milosevic. In juni 2001 werd hij overgedragen aan het Internationaal Oorlogstribunaal in Den Haag. Begin 2002 werd het proces tegen hem opgestart. Milosevic werd beschuldigd van genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Het internationaal tribunaal had niet als doel om gerechtigheid te brengen voor de slachtoffers van de conflicten op de Balkan. Moest dat het geval zijn, zouden ook Clinton en andere Westerse leiders moeten vervolgd worden. Dan zou ook de NAVO-aanval op Servië voor het tribunaal moeten berecht worden. De misdaden van lokale gangster-kapitalisten zoals Milosevic, en van de Westerse machten, heeft een verschrikkelijke situatie van nationalistische en etnische verdeeldheid achtergelaten op een ogenblik van massale werkloosheid en armoede. Dat zijn de vruchten van de kapitalistische restauratie en de imperialistische bemoeienissen.

Het Tribunaal van Den Haag is het gerecht van de overwinnaars. Het werd opgezet en gefinancierd door de Westerse imperialistische machten om hun belangen en agenda te dienen. Ze wilden hiermee aantonen dat Milosevic de belangrijkste verantwoordelijke was voor het bloedige opbreken van Joegoslavië en op die manier hoopten ze dat ze zelf niet verantwoordelijk zouden worden geacht.

Het Tribunaal bleek echter niet de resultaten op te leveren die het Westers imperialisme wou. Op het ogenblik van de dood van Milosevic was de aanklacht afgewerkt, maar was er geen sluitend bewijs van de schuld van Milosevic voor de misdaden waarvan hij werd beschuldigd. Bovendien vroeg de verdediging om de voormalige VS-president Clinton en generaal Wesley Clark op te roepen. Het ondervragen van deze figuren zou onthutsend kunnen zijn voor de Westerse machten omdat het de betrokkenheid van het imperialisme in het bloedige opbreken van de Balkan zou duidelijk maken.

De arbeiders op de Balkan, en elders, kunnen niet vertrouwen op het ‘gerecht’ van de heersende elite en de imperialistische overwinnaars. De VS-regering beweert dat Milosevic met zijn dood aan het internationale gerecht wou ontsnappen. Tegelijk is de VS-regering niet bereid om het Internationaal Gerechtshof te erkennen en wordt geëist dat het Amerikaans leger niet kan vervolgd worden voor oorlogsmisdaden. Belangrijke imperialistische machten zoals de VS en Groot-Brittannië hebben meer bloed aan hun handen dan Milosevic. Denk maar aan de oorlog in Irak waar reeds meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers vielen, naast de duizenden Amerikaanse militairen die werden opgeofferd voor de belangen van de grote oliemultinationals en de strategische belangen van het imperialisme in het Midden-Oosten.

Het omverwerpen van Milosevic was het werk van de arbeiders en jongeren. Het zijn ook zij die democratische rechten kunnen afdwingen en rechtvaardigheid bekomen. Indien het omverwerpen van Milosevic had geleid tot een arbeidersregering in 2000, dan zou één van de eerste taken van dit regime bestaan hebben uit een echt proces van Milosevic en zijn aanhangers wegens hun misdaden tegen de arbeiders van de Balkan. Daarbij zou ook ingegaan zijn op de rol van andere regionale kapitalistische oorlogszuchtige leiders en van het imperialisme.

Dat zou nooit gebeuren in het pro-Westers regime dat aan de macht kwam na Milosevic. Heel wat nieuwe leiders waren voormalige collega’s van Milosevic en hadden ook een verantwoordelijkheid voor het opbreken van Joegoslavië.

Lessen uit het regime van Milosevic

Voor de arbeiders in Servië en de volledige Balkan, is de belangrijkste les uit het regime van Milosevic dat ze geen enkel vertrouwen mogen stellen in de valse beloften van een reactionair en demagogisch nationalisme. Of dat nu Servisch, Kroatisch, Albanees, Bosnische moslims of gelijk welke vorm van nationalisme betreft, dat maakt geen verschil uit. Er is verzet nodig tegen opportunistische leiders zoals de voormalige Servische president en tegen het kapitalisme.

Enkel de georganiseerde arbeidersklasse kan een uitweg vinden uit de horror van conflicten en armoede op de Balkan. Servië blijft een arm land met veel werkloosheid. De ultra-nationalisten proberen zichzelf opnieuw naar voor te schuiven op basis van de ontgoocheling in de huidige regering. De vice-voorzitter van de Milosevic-gezinde “Socialistische” Partij, Branko Ruzic, stelde dat hij er op rekent dat bij het overbrengen van het lijk van Milosevic een “grote groep mensen een laatste eerbetoon” zal brengen. Het lijk zal twee dagen te bezichtigen zijn in het Museum van de Revolutie in Belgrado. De Servische autoriteiten willen geen staatsbegrafenis, omdat ze bang zijn voor oncontrolbeerbare opstoten van nationalisme.

Een deel van de Servische bevolking ziet Milosevic als een nationale held die opkwam voor de ‘Servische belangen”. De meeste Serven zien het regime van Milosevic echter als een opeenstapeling van rampen. Ze hebben weinig vertrouwen in de huidige premier Kostunica, een ‘gematigde’ nationalist, of de president Boris Tadic, de leider van de Democratische Partij en aanhanger van de markteconomie en de EU en de NAVO. Het beleid van deze politici leidt tot meer miserie voor de arbeiders en bij gebrek aan een sterk socialistisch alternatief, is het mogelijk dat de nationalisten opnieuw een opgang kennen.

Kruitvat in de Balkan

Onder het kapitalisme zal de Balkan een kruitvat blijven. Er zijn discussies gepland over de status van Kosovo/Kosova onder leiding van de Westerse machten, maar dit zal niet leiden tot een blijvende oplossing. Op korte termijn kan het de etnische spanningen tussen Albanezen en Serven opnieuw versterken. Bosnië blijft een lappendeken van etnisch-gecontroleerde gebieden die enkel samengehoude worden door VN-troepen. Bovendien zijn ook gebieden zoals Macedonië en Montenegro erg onstabiel.

Een socialistische oplossing zou opkomen voor echt zelfbeschikkingsrecht voor onderdrukte naties, terwijl de rechten van alle minderheden worden gegarandeerd. Socialisten komen op voor arbeiderseenheid over alle etnische, nationale en religieuze grenzen heen. We staan voor massastrijd tegen de lokale kapitalistische regeringen en establishment, we komen op tegen privatiseringen en ontslagen en voor het terugtrekken van imperialistische troepen. Enkel een echte socialistische federatie op een vrijwillige en gelijkwaardige basis, kan ervoor zorgen dat de regio opnieuw een toekomst kan aanbieden voor de arbeiders en hun gezinnen.

De strijd van de arbeiders en de armen voor die doelstellingen is het beste antwoord op de verdeeldheid die wordt veroorzaakt door figuren zoals Milosevic of Tudjman en hun opvolgers, en door het imperialisme. Om werk te maken van een alternatief, is er nood aan sterke onafhankelijke arbeidersorganisaties waaronder sterke vakbonden in Servië en andere delen van de Balkan.

Delen: Printen: