Oorlog en bezetting van Irak leiden tot chaos

Drie jaar geleden betoogden wereldwijd miljoenen mensen tegen de oorlog in Irak. 15 februari 2003 was een historische actiedag met grote betogingen in heel de wereld. Op 20 maart 2003 vielen de eerste bommen op Bagdad en vielen de eerste Iraakse doden. Op deze dag, Dag X, betoogden duizenden scholieren en studenten tegen het begin van de oorlog. Drie jaar later wordt steeds meer duidelijk dat de anti-oorlogsbetogers gelijk hadden.

Marijke Decamps

Democratie?

Bush en co begonnen deze oorlog in naam van de democratie en om de massavernietigingswapens van Saddam onschadelijk te maken. Drie jaar later blijkt dit een leugen te zijn. De resultaten van de bezetting zijn negatief.

Zoals wij reeds stelden voor het begin van de oorlog, is er een verdere destabilisering in de regio. De zogenaamde democratie is een lachertje. De nieuwe Iraakse grondwet is deels gebaseerd op de sharia-wetgeving, wat een stap achteruit betekent voor vrouwenrechten in het land. De werkloosheid en armoede zijn breder verspreid dan onder de dictator Saddam Hoessein. Veel Irakezen hebben geen toegang tot basisvoorzieningen zoals water en elektriciteit.

De laatste beelden van Britse soldaten die Iraakse tieners mishandelen en van beelden uit de beruchte Abu Ghraib gevangenis geven aan wat de democratie van Bush en Blair betekent.

Naar een burgeroorlog?

Het gebrek aan een politiek alternatief vanuit de arbeidersklasse en de enorme tekorten vormen een voedingsbodem voor de politieke islam en andere reactionaire stromingen. Het aantal sectaire religieuze aanvallen neemt toe, waardoor een burgeroorlog dreigt tussen de soennieten en de sjieten. In plaats van democratie, krijgt Irak eerder te maken met een burgeroorlog die het land verdeelt langs religieuze lijnen.

De verdeeldheid wordt versterkt door de enorme tekorten. Maanden na de inval was de watervoorziening in Bagdad nog steeds niet hersteld. De beveiliging door de bezettingstroepen beperkt zich veelal tot de olie-installaties. Daar ging deze oorlog om van bij het begin. De enorme olievoorraden in Irak zijn van groot belang voor de oliemultinationals en hun politieke lakeien zoals Bush.

De controle over de olie-voorraden en het prestige van het VS-imperialisme waren cruciaal voor het bloedbad in Irak. Er vielen na het zogenaamde einde van de oorlog reeds meer dan 70.000 Iraakse doden, naast 2.100 VS-soldaten en 16.000 gewonde VS-soldaten.

VS: arbeiders betalen voor de oorlog

In de VS zelf omvat de begroting van de regering-Bush een fors besparingsplan op sociaal vlak. Om de nodige middelen te voorzien voor de oorlog in Irak, wordt elders bespaard. Uiteraard bij de arbeiders en hun gezinnen.

Tegelijk wordt vooral onder de armste lagen gerecruteerd door het leger. Veel jongeren zien geen andere uitweg en gaan vechten in Irak voor een oorlog die niet de hunne is. Het systematisch verzet tegen de bezetting in Irak leidt bovendien tot oorlogsmoeheid. Zelfs topfiguren uit het establishment van de VS beginnen te pleiten voor een terugtrekking van de troepen.

Terugtrekking van de troepen

82% van de Iraakse bevolking wil dat er snel een einde komt aan de bezetting. Ook in de VS begint de publieke opinie zich te keren tegen de militaire interventie. Toen de orkaan Katrina een enorme ravage achterliet, zat de National Guard in Irak. Daarbij werd duidelijk dat de regering zwaar had bespaard op het onderhoud van de dijken en op noodhulp. Dit om de enorme oorlogsbegroting te betalen. Vandaag heeft de anti-oorlogsbeweging nieuwe steun gevonden, en de roep om het einde van de oorlog klinkt steeds luider.

Wij komen op voor een terugtrekking van de bezettingstroepen. Om een verdere ontwikkeling naar burgeroorlog tegen te houden, is er nood aan een beweging van arbeiders, jongeren, boeren en armen die in staat is om de verschillende religieuze en etnische groeperingen te verenigen. Daartoe is er nood aan een socialistisch programma voor veiligheid, jobs en een beter leven, samen met garanties voor alle minderheden. De olie in Irak maakt dat het land potentieel erg rijk is. Oliebedrijven en andere bedrijven die op de winst uit zijn, moeten genationaliseerd worden zodat de middelen kunnen ingezet worden voor de belangen van de bevolking.

Delen: Printen: