Pakistan: militair regime in crisis en toename van politieke onstabiliteit

De politieke situatie in Pakistan gaat in de richting van een scherpe confrontatie. De voorbije drie weken werd duidelijk dat de oppositie aan zelfvertrouwen wint om de regering op straat te confronteren. De anti-regeringsbeweging is nog niet groot genoeg om op nationaal vlak een bedreiging te vormen voor Musharraf, maar er wordt geprobeerd om de oppositie tegen de militaire dictatuur te verenigen.

Khalid Bhatti, Lahore

De voorbije weken is de politieke situatie in het land drastisch veranderd. Niemand verwachtte dat de betogingen tegen de Mohamedcartoons in Deense en andere Europese kranten, de politieke situatie dermate snel zou kunnen veranderen. Aanvankelijk gaf de regering vrij spel aan de betogers die voornamelijk op de been werden gebracht door religieuze islamitische partijen. Maar toen de betogingen en bijeenkomsten gewelddadiger begonnen te worden en ook groter waren dan verwacht, probeerde de regering deze bijeenkomsten te stoppen.

De regering stond aanvankelijk positief tegenover de betogingen en bijeenkomsten, maar toen ze besefte dat deze acties uit de hand zouden kunnen lopen en dat de acties zich ook tegen Musharraf zouden kunnen richten, werd begonnen met een ontmoedigingscampagne.

Suikercrisis

De regering wou gebruik maken van de cartoons om de aandacht van de arbeiders af te leiden van de scherpe toename van de prijs van suiker. Vijf weken geleden was er een toename van de suikerprijs met zo’n 100%. De prijs steeg van 27 roepees per kilogram tot zo’n 45 roepees. Er was een grote woede tegenover deze prijsstijging. De suikerindustrie maakt per maand zo’n 7 miljard roepees winst (140 miljoen dollar). De meerderheid van de suikerbedrijven is in handen van ministers en delen van de elite, waaronder ook enkele oppositieleiders.

Er wordt gebruik gemaakt van het tekort aan suiker om de winsten te vergroten. De prijsstijging heeft een impact op iedere familie in het land en de armste arbeidersgezinnen lijden het meest onder de prijsstijging. Aangezien de toegenomen woede ook zichtbaar werd op straat, was de regering bang dat de oppositiepartijen de woede zouden kunnen gebruiken om te mobiliseren voor een massabeweging. Dat werd bijzonder duidelijk toen een minister naar buiten kwam met een verklaring dat de regering de suikerindustrie zou nationaliseren.

Het is tegen deze achtergrond dat de regering de cartoons wou gebruiken om de aandacht af te leiden van de prijsstijgingen. Een aantal gewelddadige betogingen en bijeenkomsten speelden een belangrijke rol om de kwestie van de suikerprijzen naar de achtergrond te krijgen. Maar deze strategie keerde zich tegen de regering toen duidelijk werd dat ze de acties tegen de cartoons niet kon controleren. Bij verschillende acties werden regeringsgebouwen aangevallen en waren er aanvallen op buitenlandse restaurants en banken in Lahore en Peshawar. In Lahore werden honderden auto’s en motorvoertuigen in brand gestoken. Hetzelfde gebeurde in Peshawar.

Als reactie hierop zette de regering de politie in tegenover de betogingen. Een machtsonplooiing van oproerpolitie werd zelfs ingezet tegenover kleine betogingen en bijeenkomsten.

De bevolking maakte gebruik van de beweging rond de cartoons om hun woede tegenover het regeringsbeleid te tonen. Zeker onder de jongeren was er een uitbarsting van een algemene woede die reeds langer aanwezig is.

Vrije hand

Het regime van Musharraf gaf de islamitische religieuze partijen en groepen de vrije hand om te mobiliseren voor de acties. Aanvankelijk werden de betogingen allemaal georganiseerd door de religieuze groepen en leiders die dicht bij het establishment staan. Zelfs de traditionele partij Moslimliga nam deel aan de betogingen.

Maar toen oppositiepartijen zoals de Pakistan Peoples Party (PPP) van Benazir Bhutto en de PML-N van Nawar Sharif (de ex-premier die werd afgezet door de staatsgreep van Musharraf) begonnen te mobiliseren, kwam er een verbod op publieke bijeenkomsten en betogingen.

De regering stelde dat het nodig was om het privaat bezit en de mensen te beschermen tegenover het geweld. Er werd repressief opgetreden tegen activisten en leiders van de PPP en de PML-N. Een aantal van hen werd opgepakt en kwam in de gevangenis terecht. Tegelijk bleven de religieuze partijen genieten van een volledige vrijheid om hun aanhangers te mobiliseren voor betogingen waarbij honderdduizenden de straat op trokken. Aanvankelijk waren die betogingen enkel gericht tegen de cartoons, maar al snel waren ze ook gericht tegen het regime van Musharraf zelf.

Muttahida Majlis-e-Amal (MMA) op het voorplan

Voor de MMA kwam de cartoonkwestie als een godsgeschenk. De alliantie van verschillende islamitische religieuze partijen maakte gebruik van de situatie om haar aanhangers te mobiliseren rond dit gevoelige onderwerp en om van de mobilisatie gebruik te maken om de acties te richten tegen Musharraf. De MMA maakte gebruik van de situatie om haar tanende populariteit op te krikken nadat ze heel wat aanhang verloor door haar steun aan het establishment. Met het oog op de parlementsverkiezingen an 2007 wil de MMA meer steun verwerven van de bvolking om het regime politiek uit te dagen en haar positie te versterken.

De MMA en religieuze islamitische groepen krijgen op dit ogenblik ongetwijfeld heel wat steun van de bveolking. Ze zijn in staat om grote acties en betogingen te organiseren.

De acties van de regering om de traditionele burgerlijke oppositiepartijen, zoals de PPP en de PML-N, te verzwakken, zorgt ervoor dat de MMA haar positie kan versterken. Het is ironisch dat de regering en de MMA in het verleden samenwerkten omwille van gezamenlijke belangen in de Noordwestelijke Grensprovincie en Balochistan. De MMA hielp Musharraf om het 17de amendement op de grondwet goed te keuren waardoor Musharraf langere tijd als president aan de macht kon blijven.

Ondanks die samenwerking, bleef de MMA betrokken in verschillende acties tegen de regering. Hiermee wou de MMA zichzelf opwerpen als de belangrijkste oppositiepartij. De partij zocht naar een gelegenheid om nationale mobilisaties op gang te brengen. Nu het deze gelegenheid heeft gevonden, kan het de regering tot toegevingen dwingen.

Het is duidelijk dat de extreem-rechtse fractie van de staat ook de anti-regeringsacties ondersteunt. Deze fractie wil het beleid van het huidige regime veranderen. De rechtse fracftie versterkt zichzelf en wil toeslaan als het daartoe een kans krijgt.

Het regime van Musharraf is het slachtoffer geworden van haar eigen beleid om de PPP en de PML-N te verzwakken, terwijl de Moslimliga zich kon versterken. Dit proces gaf meer ruimte aan de religieuze partijen om hun politieke positie te consolideren. Als gevolg hiervan is er de mogelijkheid van een ernstige bedreiging van de MMA. De arbeiders zijn de enige kracht die dat kunnen vermijden, maar op dit ogenblik zijn er geen sterke politieke organisaties van de arbeiders.

Het antwoord van Musharraf

Generaal Musharraf heeft op de oppositie gereageerd door te stellen dat de burgerlijke administratie en het leger hem steunen. Hij probeert de indruk te wekken dat zijn regime stevig in haar schoenen staat en dat hij nog steeds een stevige greep op de macht heeft. Vorige week zat hij drie belangrijke vergaderingen over de staatsinstellingen voor. Zo was er een bijeenkomst met topfunctionarissen van de regering op 27 februari, een dag later was er een bijeenkomst met de legerleiding en nog een dag later met de leiding van de nationale veiligheidsdiensten.

De legerleiding waarschuwde dat de cartoons niet mogen worden gebruikt voor “politieke doeleinden”. Ze verklaarden met een harde hand te zullen optreden tegen krachten die dit toch zouden doen. Die verklaring geeft aan dat de militaire leiding bereid is om, zoals voorheen wel meer gebeurde, op te treden in politieke ontwikkelingen. De regering hoopt dat de steun van het burgerlijke en militaire establishment de oppositie zal ontmoedigen om het regime te confronteren met straatacties.

Het is echter duidelijk dat de regering zich niet in een comfortabele positie bevindt. De crisis wordt dieper. De situatie in de provincie Balochistan (waar een afscheidingsbeweging actief is) loopt al uit de hand. De regering probeert er een opstand de kop in te drukken. Die opstand is gericht op meer autonomie en meer middelen voor de provincie. De militaire operaties in Noord Wazirastan vormen een probleem aangezien het leger niet in staat is om de activiteiten van beweerde “terroristen” stop te zetten. Het succes van de oppositiepartijen is een nederlaag voor de regering. Musharraf staat ook onder druk om een beslissing te nemen over een verderzetting van zijn bewind na de verkiezingen van 2007. Onder de huidige omstandigheden is het niet evident om zijn regime verder te zetten.

Het is duidelijk dat verschillende delen van de heersende klasse aandringen op een openlijke confrontatie. De politieke situatie in Pakistan gaat stormachtige tijden tegemoet als deze crisis verder ontwikkelt.

Delen: Printen: