Hete lente op komst in Duitsland

Er heerst een gevoel van woede onder de Duitse arbeiders. Dat werd duidelijk bij de grootste staking in de publieke sector sinds 14 jaar. De staking is nu aan haar derde week bezig en bevindt zich op een beslissend keerpunt. De werkgevers, de lokale en regionale regeringen, willen geen duimbreed toegeven. Er is een discussie nodig over een strategie waarmee deze strijd kan worden gewonnen.

Tania Niemeier, Berlijn

Een belangrijk aantal arbeiders heeft de conclusie getrokken dat toegevingen zoals lagere lonen of langere werkweken in het verleden niet hebben bijgedragen tot het redden van jobs. De officiële werkloosheid is de afgelopen periode toegenomen tot meer dan 5 miljoen mensen. Tegelijk moeten werkenden voortaan tot hun 67ste werken als het afhangt van de SPD-minister van arbeid, Franz Müntefering. Heel wat arbeiders zijn het beu en willen in actie komen.

Het personeel dat werkt bij de lokale regeringen staken om de werkweek van 38,5 uren te verdedigen. Volgens de vakbond van de openbare diensten, ver.di, zijn 250.000 jobs bedreigd indien een 40-urenweek wordt ingevoerd. De werknemers die tewerkgesteld worden door de deelstaten, waaronder de universitaire ziekenhuizen, komen op voor betere lonen en arbeidsvoorwaarden. Beide groepen hebben elkaar nodig om samen sterker te staan in hun strijd.

Doorheen het hele land zijn er protestacties en stakingen in diverse privé-bedrijven. De sterke vakbond IG Metall is momenteel betrokken in onderhandelingen over een akkoord rond lonen en arbeidsvoorwaarden.

Er zijn ook belangrijke strijdbewegingen die zullen ontwikkelen tegenover de dreiging van ontslagen en fabriekssluitingen. Bij AEG in Nuremberg wordt al vier weken gestaakt. AEG Nuremberg produceert wasmachines en vaatwassers. Er wordt gedreigd om de vestiging over te plaatsen naar Polen. De staking heeft een nationaal belang gekregen door de vastberadenheid van de arbeiders in Nuremberg, wat een aanmoedigend effect heeft op andere arbeiders.

Toen Oskar Lafontaine, één van de leiders van de nieuwe partij WASG, de arbeiders in Nuremberg bezocht, stelde hij terecht: “De eigenaars van dit bedrijf zijn niet dezelfden als diegenen die 100 jaar geleden het bedrijf hebben opgezet. De eigenaars van dit bedrijf zijn diegenen die hun volledige actieve arbeidsleven in het bedrijf hebben geïnvesteerd.” Hij stelde verder dat beslissingen over een sluiting niet langer mogen worden genomen zonder een stemming onder het personeel. Die stemming moet bindend zijn indien het bedrijf winst maakt.

Met dat standpunt vond Lafontaine een grote echo onder de stakende arbeiders in Nuremberg. Lafontaine speelt wel een dubbele rol. Enerzijds houdt hij erg linkse toespraken, maar anderzijds verzet hij zich hard tegen die krachten binnen de WASG die opkomen tegen gezamenlijke lijsten met de PDS in deelstaten waar de PDS een rechts beleid voert vanuit de regeringscoalitie.

Er zijn belangrijke discussies over een strategie om de verschillende strijdbewegingen te verenigen. Tegelijk is het belangrijk om te discussiëren over een programma dat een antwoord kan bieden op de vraag hoe de werkgelegenheid kan worden verdedigd, hoe er nieuwe jobs kunnen bijkomen en hoe een samenleving tot stand kan komen waarin wordt vertrokken van de belangen van de arbeiders. Oskar Lafontaine zei aan de arbeiders in Nuremberg: “Jullie strijd is er één tegen de verschrikkingen van het kapitalisme.” Wij voegen daaraan toe: “Om te vermijden dat bedrijven sluiten en om op te komen voor betere levensomstandigheden voor iedereen, moeten we ons niet enkel verzetten tegen de effecten van het kapitalisme maar ook tegen het kapitalisme op zich.”

Delen: Printen: