Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / Waarom socialisten zowel tegen N-VA-nationalisme als voor Schotse onafhankelijkheid zijn

Waarom socialisten zowel tegen N-VA-nationalisme als voor Schotse onafhankelijkheid zijn

Revolte tegen besparingsbeleid bij Schotse onafhankelijkheidsreferendum

Socialistische meeting voor onafhankelijkheid

Ondanks de enorme intimidatie door het volledige Britse establishment, van de grote bedrijven en hun politieke marionetten tot de gevestigde media, stemden 1,6 miljoen Schotten op 18 september voor onafhankelijkheid. Socialisten voerden een actieve campagne om Ja te stemmen voor een onafhankelijk socialistisch Schotland. Ook bij ons voelen velen sympathie voor de Schotse revolte tegen het besparingsbeleid, maar duiken er vragen op. Is de roep naar Schotse onafhankelijkheid niet hetzelfde als het communautair opbod van N-VA bij ons? Wij vroegen het aan Anja Deschoemacker, onze specialist inzake de nationale kwestie.

Artikel dat in de oktobereditie van ‘De Linkse Socialist’ zal verschijnen

Kan de brede steun van de Schotten voor onafhankelijkheid vergeleken worden met het nationalisme van N-VA en co?

Anja: “Neen. Ook de N-VA zelf erkent dat er in Vlaanderen op dit moment geen draagvlak bestaat voor onafhankelijkheid. Alle ernstige peilingen tonen dat slechts een minderheid van de Vlamingen de idee van onafhankelijkheid genegen is (15-20%), terwijl in Schotland iets minder dan de helft van de bevolking voor onafhankelijkheid stemde in het referendum.

“Maar ook buiten de peilingen en het resultaat van het referendum valt het verschil in draagkracht op. Wanneer in Schotland wordt gemobiliseerd om steun voor onafhankelijkheid uit te drukken, komen daar honderdduizenden mensen naartoe. Meetings over de kwestie trokken steeds opnieuw grote aantallen mensen aan. Iemand tegen het lijf lopen die er onverschillig bij blijft, is niet evident. Terwijl een grote massa Vlamingen enkel een zucht laat als het communautaire gedoe opnieuw begint. Peilingen tonen steun voor meer regionale bevoegdheden, maar het aantal mensen dat hiervoor ook effectief op straat zou komen, is zeer beperkt.

“Wanneer mensen wordt gevraagd naar de reden van hun steun voor Schotse onafhankelijkheid, dan valt de naam Thatcher zo goed als altijd. De hele periode waarin zij aan de macht was, bestond er een Labourmeerderheid in Schotland, een meerderheid voor linksere politiek. In die zin is Schotland eerder te vergelijken met Wallonië – met dat verschil dat Schotland er na een periode van desindustrialisering economisch sterker voor staat, vooral door de ontwikkeling van de energiesector en de banken – dan met Vlaanderen.

“Waar de steun voor de N-VA een steun is voor een economisch rechtsere politiek dan de traditioneel Belgische, is dat in Schotland het tegenovergestelde voor wat betreft het onafhankelijkheidsstreven. De ja-stem is het sterkst in arbeiderswijken, waar afscheiding van Groot-Brittannië deel uitmaakt van het verzet tegen harde besparingen.

“Zoals de Socialist Party Scotland begin september stelde: ‘Steeds meer mensen voeren actief campagne voor een ja-stem en de publieke meetings zijn bijzonder groot. Dat staat in een scherp contrast met voorbije verkiezingen die een steeds verder afkalvende deelname kenden en weinig enthousiasme voor de discussies die door de gevestigde partijen werden opgeworpen. Het enthousiasme vandaag wijst op de hoop dat een ja-stem een realistische mogelijkheid wordt en voor het eerst in het leven van veel mensen een kans vormt om de levensomstandigheden te veranderen. (…) Het belangrijkste reden waarom de neen-campagne nog voorop ligt, moet gezocht worden bij de terechte twijfel over wat een onafhankelijk kapitalistisch Schotland zou betekenen voor de meerderheid van de bevolking. De beloften van de SNP over lagere belastingen voor de grote bedrijven en aanhoudende besparingen zijn een grote hinderpaal voor een meerderheid van ja-stemmen. (…) De grote socialistische meetings tonen dat er een groeiende steun is voor ideeën zoals het gebruiken van de bevoegdheden van de onafhankelijkheid om de besparingen te stoppen, de olie en gassector alsook de bankensector in publieke handen te nemen en iedereen een degelijk loon te geven.’

“In Vlaanderen is dit anders. De steun voor “meer Vlaanderen” is sterker onder vooral de kleine patroons. In de arbeidersklasse is de optie van nationale eenheid rond o.a. de verdediging van de sociale zekerheid dan weer een pak sterker. Uiteraard heeft een deel van het lidmaatschap van ABVV en ACV voor de N-VA gestemd, al was het enkel uit onvrede met de traditionele partijen. Maar zelfs als onder lagen van arbeiders ook illusies zouden bestaan over een mogelijke verbetering van hun levensstandaard indien Vlaanderen “niet meer moet betalen voor Wallonië”, zullen ze daarvoor niet op straat komen. Dat zal de klasse wel massaal – en nationaal – indien de federale regering een programma als beschreven in de formateursnota zou uitvoeren.”

Is het niet tegenstrijdig dat socialisten in België zich tegen nationalisme – zowel Vlaams nationalisme als Waals regionalisme – verzetten terwijl ze in Schotland de YES-campagne steunen?

Anja Deschoemacker

Anja Deschoemacker

“Neen. Revolutionaire socialisten – van Marx over Lenin en Trotski tot het CWI vandaag – hebben nooit één formule uitgewerkt voor de nationale kwestie. De reden is duidelijk: iedere nationale kwestie is anders.

“Wat centraal staat in onze analyse is de kwestie van arbeiderseenheid tegen het besparingsbeleid en ultiem tegen het kapitalisme. Wanneer een gevoel van nationale onderdrukking aanwezig is en het verzet ertegen groeit onder de arbeidersklasse, zoals in Schotland, kan die eenheid enkel verzekerd worden indien er in de arbeidersbeweging respect wordt opgebracht voor de nationale aspiraties van de Schotse arbeiders. Echte socialisten zullen nooit nationale eenheid opleggen, dat is een kwestie van democratie. We zijn voorstander van grotere gehelen van de vele kleine naties en regionale groepen, maar dan wel op een vrijwillige basis.

“Een ander centraal element, uiteraard verbonden met het eerste, is de vraag over steun aan organisaties en partijen die een burgerlijk nationalisme voorstaan, zoals N-VA, SNP of CIU in Catalonië of nog de PLO in Palestina. Echte socialisten bieden nooit steun aan burgerlijk nationalisme. In navolging van o.a. de Ierse arbeidersleider en socialist James Connolly leggen we uit dat een eigen nationale staat die onder de leiding staat van de nationale burgerij voor de grote meerderheid van mensen gewoon betekent dat de buitenlands baas vervangen wordt door een binnenlandse baas, terwijl de economie onderworpen blijft aan de kapitalistische wereldeconomie. Echte nationale vrijheid kan enkel bestaan op socialistische basis en dat geldt ook voor echte nationale verzoening. Het kapitalisme zal steeds opnieuw alle verschillen en tegenstellingen onder de grote meerderheid van de bevolking uitbuiten en aanstuwen om de macht voor de burgerij te behouden.

“In Schotland roepen onze kameraden van de Socialist Party op voor een socialistisch onafhankelijk Schotland, waarbij de verkregen nationale bevoegdheden moeten worden gebruikt om in de nodige middelen voor de behoeften van de meerderheid te voorzien, met eisen als de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie, o.a. Schotse olie en de bankensector. Dit kan als voorbeeld dienen voor de arbeidersklasse in de andere delen van Groot-Brittannië. We roepen op om die strijd ook daar te voeren – vertrekkende van een eengemaakt verzet tegen het besparingsbeleid – en te gaan naar een vrijwillige confederatie van Schotland, Engeland, Wales en Noord- en Zuid-Ierland op socialistische basis als opstap naar een socialistische Europese confederatie.

“In Schotland zijn grote lagen van de arbeidersklasse aangetrokken tot dit idee. Dat werd ook aangetoond door de grote interesse voor de campagne van o.a. onze Schotse zusterpartij en Tommy Sheridan ‘Hope over Fear’, waarbij meetings in de Schotse steden honderden geïnteresseerden aantrokken.”

En wat met de nationale kwestie in ons land dan?

“In Vlaanderen is de situatie totaal anders. Het Vlaams-nationalistische discours is quasi eenduidig rechts en burgerlijk. Er is niet bepaald het gevoel dat Vlaamse onafhankelijkheid de arbeiders instrumenten in handen zou geven om de politiek radicaal om te gooien en een einde te maken aan de besparingspolitiek die ons al drie decennia raakt. Integendeel, de absoluut dominante N-VA wil zelfs een pak verder gaan in het besparingsbeleid dan wat de traditionele partijen ons serveren.

“Het kan een andere kwestie worden indien in Wallonië onder de kamikazeregering – met steun van enkel zo’n 23% van de Franstaligen – het gevoel van onderdrukking vanwege het dominante Vlaanderen zou groeien. Dit zou – zeker in het geval van grote nederlagen van de arbeidersstrijd en een sterke demoralisatie – kunnen ontwikkelen tot een nationaal gevoel zoals dat vandaag in Schotland bestaat: dat men enkel een andere politiek kan afdwingen als men het juk van de bestaande nationale staat verwerpt. In dat geval zou LSP een ernstige discussie voeren over de mate waarin we daaraan steun geven. Dat is hoe dan ook niet het geval voor het heersende Vlaams-nationalistische discours dat gebaseerd is op economisch egoïsme en de illusie dat Vlaanderen het beter zou doen zonder het arme Wallonië.

“Op dit moment is er in ons land nood aan nationale strijd tegen het besparingsbeleid. De eenheid van de arbeidersklasse is nodig om daar overwinningen te boeken en we denken dat de grote meerderheid van de arbeidersbeweging dat ook beseft. We zullen een rol moeten spelen in het verzekeren dat het communautaire steekspel van enerzijds de Vlaamse burgerlijke partijen en de N-VA en anderzijds PS en CDH geen obstakels creëert voor die arbeiderseenheid. Verre van het ontkennen van de nationale kwestie zoals vele anderen ter linkerzijde doen, moeten we er in die zin aandacht aan besteden. We moeten ook begrijpen dat programma’s voor de nationale kwestie veranderen naarmate de situatie verandert: ze zijn altijd concreet, niet abstract en eeuwig geldend.”