Nieuwe beginselverklaring: het burgermanifest van de SP.A

De komende maanden organiseert de SP.a enkele ideologische congressen om de standpunten van de partij bij te schaven. Uit de beginselverklaring blijkt dat de partij resoluut kiest voor een liberale invulling en maatschappijvisie. De partij richt zich voortaan op “iedereen”, maar niet echt op de 15% armen in België of de tienduizenden betogers en stakers tegen het Generatiepact. Die hebben hun individuele verantwoordelijkheid niet opgenomen…

Geert Cool

Volgens de SP.a moet worden vertrokken van het idee “gelijke kansen voor iedereen”. De partij beweert: “Het socialisme blijft in essentie een beweging van verontwaardiging, gericht op een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt om zichzelf waar te maken.” Op zich klinkt dat natuurlijk niet negatief. Maar wat is de realiteit achter de grote waarheden die worden verkondigd? Is het onderwijsbeleid van minister Vandenbroucke gericht op “gelijke kansen” door bvb het inschrijvingsgeld af te schaffen en de toegang tot het onderwijs open te stellen voor iedereen? We dachten het niet. Of is het beleid van Freya Van den Bossche erop gericht dat iedereen kan meeprofiteren van de vrijgevigheid van de overheid, of laten we dat beperkt tot de oliesector die woekerintrest krijgt op haar lening aan de overheid?

De tegenstelling tussen woorden en daden blijkt wel erg resoluut als we in het ontwerp van beginselverklaring van de SP.a lezen dat de partij “grenzen wil stellen” aan de vermarkting van het onderwijs. Blijkbaar liggen die grenzen in de praktijk nogal erg ver in de richting van de vermarkting…

Het probleem van de SP.a-verklaring is dat niet vertrokken wordt van een collectieve visie op de samenleving. Er wordt niet nagegaan waarom er vandaag geen gelijke kansen zijn, waardoor ook geen antwoord kan worden geboden. De partij stelt: “het start bij het individu”. De rol van de individuele verantwoordelijkheid wordt sterk benadrukt, omdat de SP.a op geen enkele wijze ingaat tegen de logica van het huidig systeem. Nochtans leidt het kapitalisme tot armoede en werkloosheid. Officieel zijn er 15% armen in België, wat heel wat meer is dan voor 1988 (toen de SP in de regering kwam). Na bijna 20 jaar socialistische aanwezigheid in de regering zien we meer armoede, meer werkloosheid, meer racisme,…

Wat is de boodschap van de SP.a aan de 15% armen in België? “Wie de kans krijgt om zelf zijn levensweg te bepalen, heeft de verantwoordelijkheid om die kansen ook waar te maken.” In welke zin dit standpunt nog verschillend is van liberale mooipraterij, ontgaat ons volledig.

“Dromen van een betere toekomst”

Na bijna 20 jaar machtsdeelname blijft de SP.a “dromen” van een betere toekomst. De partij stelt dat ze droomt over het “net-niet-haalbare”. Wat is (net) niet-haalbaar volgens de SP.a? Onder meer toegang tot energie voor iedereen, waarbij energie “zo rationeel mogelijk” moet worden gebruikt (ook voor de kerstverlichting in Oostende terwijl duizenden mensen op enkele ampères moeten overleven?). De “mensen” moeten minder energie verbruiken, zich meer met de fiets verplaatsen,…

Om enigszins de banden met de arbeidersbeweging aan te halen, stelt de partij: “Was het haalbaar om iedereen stemrecht te geven toen enkel rijke mensen genoeg betrokken werden geacht om zich met staatszaken bezig te houden? (…) Maar we hebben het wél gerealiseerd.” Met andere woorden: de partij stelt het voor alsof zij verantwoordelijk is voor het realiseren van het algemeen enkelvoudig stemrecht. Nochtans moet worden opgemerkt dat het stemrecht, net zoals de sociale zekerheid, is afgedwongen door arbeidersstrijd en een massale beweging die bovendien werd versterkt door de dreiging die uitging van de opmars van het communisme vanuit de Sovjetunie. Het is tegen die achtergrond dat regeringen, waarin de sociaal-democratie zat, wel toegevingen moest doen.

Huisvesting

Nu stelt de partij op te komen voor goedkoper en degelijker openbaar vervoer, een beter leefmilieu,… Dat zou o.a. moeten worden gerealiseerd door “actieplannen inzake licht-, water-, bodem- en geluidshinder”. Welke actieplannen, dat wordt er niet bijgezegd. Als de partij stelt op te komen voor een degelijke woning voor iedereen, stelt ze dat ze wil dat “zoveel mogelijk mensen hun eigen woning bezitten” ( de partij stelt ernaar te streven dat 80% een woning in eigendom zou hebben). Dat zou niet gerealiseerd worden door de massale bouw van sociale woningen waardoor de prijzen onder controle zouden worden gehouden. Neen, het moet door een “rechtvaardige woonbonus”. Kan het nog vager en nietszeggender? Alhoewel, “nietszeggend” is overdreven. Het is duidelijk dat de SP.a niet kiest voor sociale woningen en dat is op zich veelzeggend.

57,4% van de Vlaamse huurders besteedt meer dan 20% van hun inkomen aan huur, tussen 2001 en 2004 steeg de huurprijs van sociale woningen met 13,8%. In 2005 stegen de sociale huurprijzen gemiddeld sneller dan op de privé huurmarkt. En wat is het antwoord van de Vlaamse regering waar de SP.a inzit? Dit jaar zouden er 2.200 tot 2.500 sociale woningen bijkomen, terwijl er nood is aan 320.000 sociale woningen om iets effectief te veranderen op het vlak van huisvesting (de SP.a wil het aantal optrekken van 2.500 tot 3.500…). Het enige voorstel van de SP.a is: meer bouwgrond ter beschikking stellen zodat de prijzen dalen (na een stijging met 150% op 10 jaar tijd). De SP.a stelt ook in haar beginselverklaring: “De huur mag een bepaald percentage van het inkomen niet overschrijden”. Volgens de SP.a mag maximum 20% van het inkomen naar huur gaan. Voor 57,4% van de huurders moet dus iets worden gedaan… Hoe denkt de partij daar iets aan te doen? Door haar huidig regeringsbeleid verder te zetten, zal er alvast niets in positieve zin veranderen.

Tegelijk komt de partij op voor een versnelde aanpak van “stadsvernieuwing”. We zagen eerder in steden als Gent of Antwerpen wat dit betekent: het opruimen van armere buurten door de oorspronkelijke bevolking te verjagen en duurdere woningen in de plaats te zetten (naast prestigeprojecten) zodat een beter begoed publiek wordt aangetrokken. Om dat te realiseren wil de partij meer “publiek-private samenwerking”. Met andere woorden: de SP.a wil een grotere rol voor private bedrijven bij de asociale stadsvernieuwingsprojecten.

Buitenlands beleid: voor een Europees leger

Op internationaal vlak wordt niet zozeer uitgekeken naar de arbeidersbewegingen in andere landen. De oude leuze “arbeiders aller landen, verenigt u”, is vervangen door het “eerbiedigen” en “respecteren” van “democratisch gelegitimeerde organisaties” zoals de EU, de VN, de NAVO,… Het scheelt niet veel of het IMF en de Wereldbank werden ook genoemd. Maar daarover stelt de partij: “De Wereldbank en vooral het IMF, en de Wereldhandelsorganisatie(moeten) op democratische en transparante wijze bestuurd worden. (…) Daartoe moeten volksvertegenwoordigers uit alle landen in staat gesteld worden het beleid van deze instellingen op te volgen en te controleren, moeten er dwingende consultaties van het brede middenveld georganiseerd worden en moeten de voorbereidende documenten laagdrempelig op het internet gepubliceerd worden.” Alsof dat iets zou veranderen aan de inhoudelijke neoliberale koers van IMF, Wereldbank,…

De SP.a is uitdrukkelijk voorstander van een Europees leger en probeert dat zelfs als iets progressief voor te stellen… Het verzet van de arbeiders in Nederland en Frankrijk tegen het neoliberale project van de Europese Unie (wat tot uiting kwam bij de referenda over de Europese Grondwet), zal wel te wijten zijn aan het feit dat ze het “niet begrepen” hebben.

De SP.a probeert tegelijk de instellingen van het wereldkapitalisme te verdedigen én het verzet ertegen in de vorm van de antiglobaliseringsbeweging. Als je opkomt voor “iedereen”, moet dat kunnen… Geloofwaardig is het echter niet. In 2001 onderschreef de SP.a een betoging tegen een topbijeenkomst van de EU in Brugge terwijl ze tegelijk de EU verdedigt. Dat soort hypocrisie moeten we ontmaskeren door te wijzen op het standpunt dat de SP.a vanuit haar beleid naar voor brengt: de verdediging van een neoliberaal systeem.

SP.A: “open en progressieve beweging”

De SP.a stelt dat de partij een “open en progressieve beweging” moet worden, waarbij wordt opgekomen voor een “warme, duurzame, open en sociale samenleving”. Fraaie woorden die zo uit het kantoor van een reclamebureau kunnen komen. De achtergrond is natuurlijk anders. Als de SP.a vandaag stelt dat het een “beweging” wil zijn, betekent dit ook dat afstand wordt gedaan van oude vormen zoals die van een “partij” waarin de leden collectief discussiëren over alle belangrijke politieke en taktische stellingnames. Vandaag is het reeds zo dat bijvoorbeeld de aanstelling van ministers en staatssecretarissen niet door de leden gebeurt, maar door een kleine groep aan de partijtop. Verkiezingscampagnes en standpunten worden bepaald door een kleine groep in samenspraak met mediadeskundigen en reclamebureaus.

De leegloop van de actieve basis van de SP.a noodzaakt de partij om op een andere manier op te treden. Het biedt de leiding de kans om niet langer te moeten rekening houden met de basis. Naar aanleiding van het Generatiepact besliste de SP.a om provinciale discussiebijeenkomsten te houden. In Antwerpen waren er bijvoorbeeld slechts een goede 100 aanwezigen. Dat is minder dan het aantal gemeenteraadsleden en andere mandatarissen uit de provincie. Waar is de SP.a-basis naar toe? De partij heeft een groot aantal leden verloren, maar heeft vooral een actieve betrokkenheid van arbeiders bij de partijwerking verloren.

Delen: Printen: