Vietnam opgeschrikt door wilde stakingen

Tussen midden december en midden januari gingen zo’n 40.000 arbeiders in de “export productie zones” (EPZ) en de zuidelijke industrieparken van Ho Chi Minh stad in staking tegen de lage lonen. Dat zorgt voor een dilemma bij het Vietnamese regime en de buitenlandse bedrijven die heel wat winst maken op de kap van de Vietnamese arbeiders.

Elin Gauffin

De enorme potentiële macht van de Vietnamese arbeidersklasse werd getoond en dwong het zogenaamde ‘communistische’ regime tot een verhoging van het minimumloon met zowat 40%. Vanaf februari stijgt het minimumloon tot zo’n 45-50 dollar per maand. Na deze toegeving probeerde de regering de doorvoering ervan uit te stellen tot april. Dat leidde tot nieuwe stakingen waarin tienduizenden arbeiders betrokken waren.

Ook bij de staatsbedrijven stijgt de spanning en worden acties opgezet voor loonsverhogingen. Heel wat van deze arbeiders verdienen nog minder dan werknemers van buitenlandse bedrijven. Dit bracht de regering en premier Phan Van Khai er begin februari toe om zelf tussen te komen in de discussie.

Loonsverlagingen van zes jaar geleden

De kapitalistische globalisering, toename van de uitbuiting en het verzet van de arbeidersklasse heeft geleid tot een politieke crisis. De Vietnamese arbeiders behoren tot de meest uitgebuite arbeiders ter wereld. Volgens officiële statistieken trok Vietnam vorig jaar zo’n 8 miljard dollar directe buitenlandse investeringen aan. Een groot deel daarvan kwam van bedrijven uit Taiwan en Korea die op zoek zijn naar een arbeidsmarkt die goedkoper is dan de Chinese, waar de minimumlonen 63 dollar per maand bedragen.

Om haar “investeringsvriendelijkheid” aan te tonen, heeft de Vietnamese regering vanaf 1999 het basisloon laten dalen tot 35 à 45 dollar per maand (het bedrag varieert naargelang de locatie). Voorheen bedroeg het loon 45 à 50 dollar. De loonsdaling moest kapitalistische investeerders aantrekken.

In de EPZ’s en de industrieparken van Vietnam zijn er 700 bedrijven met meer dan 130.000 arbeiders. Ze produceren bijvoorbeeld de speelgoeddieren die worden verkocht door Hallmark, Disney en Starbucks. Taiwanese bedrijven zoals Freetrend maken schoenen voor bedrijven als Nike en Adidas. De Taiwanese bedrijven staan erg sterk in Vietnam. Het minimumloon in Vietnam is 13% lager dan in China. Zelfs na de recente loonsverhoging, verdienen de Vietnamese arbeiders minder dan 2 dollar per dag.

Massale werkloosheid

De huidige arbeidersprotesten worden niet enkel veroorzaakt door de lage lonen die de stijgende inflatie en de toegenomen levensduurte niet volgen. De slechte arbeidscondities met mishandelingen door het management, dat vaak niet Vietnamees is, vormen evenzeer een factor. “We moeten op het werk altijd op onze hoede zijn, de bazen roepen en tieren naar ons en mishandelen de arbeiders”, stelde een arbeider van Freetrend aan de krant Asia Times.

Sonja Grusch van onze Oostenrijkse afdeling bezocht Vietnam en sprak op de internationale conferentie van het CWI eind 2005 over het proces van kapitalistisch herstel in het land. “Het zogenaamd communistische regime volgt er een burgerlijk standpunt”, stelde ze. Daarbij werd een cijfer aangehaald dat 90% van de loontrekkenden een inkomen verwerft via private bedrijven. De draai naar een kapitalistisch economisch systeem heeft bovendien geleid tot massale werkloosheid. Eén derde van de bevolking is werkloos of ondertewerkgesteld. Slechts 10% heeft een voltijdse baan. Sonja waarschuwde ook voor de mogelijke gevolgen van een economische crisis. De banken in Vietnam hebben heel wat slechte leningen. Bij de crisis in 1997-98 verlieten multinationals het land. Dat kan nu opnieuw gebeuren.

Nood aan onafhankelijke vakbonden

“Er is een sociale polarisatie. Er heersen illusies in het kapitalisme, maar er is ook een geschiedenis van vastberaden verzet”, stelde Sonja. “De overheidsvakbond VGCL wordt gestuurd vanuit de communistische partij, CPV, en is niet zozeer een organisatie die effectief opkomt voor de rechten van de arbeiders. Er zijn pogingen om onafhankelijke organisaties op te zetten, onder meer onder de taxichauffeurs, de koks en andere groepen. Wij moeten dat volledig ondersteunen.”

De nood aan eigen vakbonden werd ook duidelijk bij de recente stakingsgolf. De stakingen waren onvermijdelijk wilde stakingen en dat was bijzonder effectief. Het deed er niet toe dat de Vietnamese arbeidswetgeving het stakingsrecht niet erkent. Stakingen worden steeds illegaal verklaard door het dictatoriale regime. De VGCL stelde na de recente stakingsgolf dat het zal proberen om de arbeiders in de EPZ’s en de industrieparken te organiseren, maar dat is uiteraard niet met de bedoeling om de strijd vooruit te helpen. Het is een poging om de strijd tegen te gaan en te vermijden dat het veralgemeniseerd wordt waardoor het regime zelf zou worden bedreigd. De Vietnamese arbeiders hebben hun kracht gevoeld doorheen de collectieve actie, nu zal het voor het regime moeilijker worden om de arbeiders zomaar te stoppen.

Delen: Printen: