Een nieuw stadium van het wereldkapitalisme en de internationale arbeidersbeweging.

Resolutie aangenomen op het Internationaal Uitvoerend Bureau van het CWI, eind 2005

Zelden in de geschiedenis van het kapitalisme werden perspectieven voor afzonderlijke landen en zelfs voor continenten méér beïnvloed of zelfs bepaald door internationale gebeurtenissen of processen.

De huidige fase van kapitalistische globalisering heeft enkele gelijkenissen, maar is tezelfdertijd verschillend van de ‘globalisering’ – hoewel die term op dat moment niet gekend was – van de late negentiende en de vroege twintigste eeuw, die uitmondde in de catastrofe van de eerste wereldoorlog. Die periode werd gekenmerkt door de export van kapitaal naar de ‘kolonies’, die beschermde markten werden, alsook bronnen van goedkope grondstoffen. Dit resulteerde in voortdurende manoeuvres en conflicten tussen de verschillende imperialistische machten. Die strijd kon uiteindelijk slechts via een oorlog beslecht worden.

Er zijn, uiteraard, veel kenmerken van die periode in de huidige situatie: een woeste strijd tussen de imperialistische machten voor grondstoffen, vooral olie, een economische competitie voor voordelen en overwicht, gepaard gaande met militaire conflicten en interventies, zoals de oorlog in Irak. Dit wordt het duidelijkst in het conflict dat zich ontwikkelt tussen de VS en China, dat de ontwikkelingen op wereldvlak in de komende periode zal domineren. Terwijl de dreiging van een groot interimperialistisch gewapend conflict zich op korte en middellange termijn niet stelt, is er een zeer reële dreiging van grote handelsoorlogen tussen de imperialistische blokken.

Dit stadium van kapitalistische globalisering verschilt op enkele vlakken met die van voor de eerste wereldoorlog. Toen exporteerde het kapitalisme kapitaal naar zijn koloniale bezittingen door goedkope grondstoffen eruit te trekken en duurdere afgewerkte producten terug te verkopen en op die manier “meer arbeid voor minder arbeid” te ontvangen zoals Marx het stelde. Deze ongelijke voorwaarden voor handel bestaan nog, en zijn eigenlijk verslechterd voor de neokoloniale wereld. In het laatste paar decennia was de directe buitenlandse investering (DBI) geconcentreerd in het ‘trio’ Europa, VS, Japan.

Dit is nu iets gewijzigd door de kolossale export van kapitaal naar China – dat bijna op hetzelfde niveau staat als de VS als ontvanger van DBI – en tot op zekere hoogte Oost-Europa en de vroegere USSR, omdat het kapitalisme zijn productief potentieel zoekt te herlokaliseren om grondstoffen te exploiteren en de pool van goedkope maar geschoolde arbeid, ter beschikking door de ineenstorting van het stalinisme, uit te buiten.

Tussen 1990 en 2003 steeg de DBI en groeide de ratio van het aandeel van DBI in het globaal product van 9% tot 23%. Dit, samen met andere factoren zoals de zogenaamde informatie- en communicatierevoluties, betekende een reusachtige integratie van de wereldeconomie, wat op zijn beurt betekende dat gebeurtenissen op nationaal vlak steeds meer bepaald worden door processen op wereldvlak, zoals Marx al voorpelde.

De neokoloniale wereld is in dit systeem geïntegreerd, maar is nog voornamelijk een bron van goedkope grondstoffen. De groei van China kan op lange termijn de hegemonie van het trio en vooral de VS bedreigen, zowel op economisch als op militair vlak. Dit veronderstelt dat China ononderbroken kan doorgaan met haar huidige groeivoet, wat helemaal niet zeker is. Er is de dreiging van wereldwijde recessie of crisis, wat een diepgaand effect op China kan hebben.

Er is de onvermijdelijke weerstand van de Chinese arbeidersklasse tegen de onmenselijke omstandigheden in de fabrieken, de lage lonen, vervuiling, enz. Een stijging van de lonen ten gevolge van massale strijd kan leiden tot een relocatie van investeringen vanuit China naar lageloonlanden en -regio’s wat de groei zou aantasten.

Vandaag steunt de VS- economie en daarmee de wereldeconomie op China en tot op zekere hoogte op het Aziatische kapitalisme in zijn geheel. Er is een opmerkelijk ongeschreven pact tussen deze ‘partners’. De VS heeft haar grootste deficit ooit op haar lopende betalingsbalans. Volgens voorspellingen van het IMF zal dit tekort oplopen tot 760 miljard $ of 6,1% van het BBP in 2005. Recente voorspellingen suggereren wel een iets lager bedrag van 706 miljard $.

De groei op wereldvlak is vooral geconcentreerd in China en de VS. Azië, Duitsland en olie-exporterende landen hebben handelsoverschotten geboekt. Zoals de Financial Times stelt: ”Het is een bizarre wereld waarin relatief arme landen in de wereld enorme sommen geld lenen aan rijke consumenten in de VS tegen extreem lage rentevoeten”. Peter Dixton van de Commerzbank stelde: ”De VS heeft enorme onevenwichten, zowel extern in termen van een deficit op de lopende rekening, en intern – hoge schuldenniveaus en lage spaarquota. Je kan enkel tijdelijk die onevenwichten vooruitschuiven. Buitenlandse investeerders bezitten Amerikaanse staatsobligaties ter waarde van 12 biljoen $, eigenlijk toekomstige bijdragen van de belastingsbetaler.”

Dat leidt tot wat kapitalistische economisten ‘onverdraaglijke onevenwichten’ noemen. De Aziatische economieën, met China op kop, zagen hun buitenlandse wisselreserves groeien van 36% van het wereldtotaal (zonder de VS) tot 60% vandaag. China’s reserves groeiden gigantisch en vertegenwoordigen 2/3 van de reserves in heel Azië. Die reserves bestaan voornamelijk uit activa in VS-dollar die door de meeste centrale banken werden geaccumuleerd ten koste van investeringen in de binnenlandse industrie. Azië, geleid door China, ondersteunt de VS-industrie en vult de gaten van de tekorten in de VS. Ondertussen is de markt van Amerikaanse staatsobligaties nog levendig omdat de kapitalisten die recordwinsten boeken, hun geld daarin investeren, eerder dan in productieve investeringen.

Dit alles heeft geleid tot een stijging in de uitgaven van consumenten en een daling van het sparen. Dat is de oorzaak van de “ondraaglijke” immobiliënmarkt in de VS (volgens de Financial Times is die markt “ondraaglijk”). Charles Dumas van Lombard Street Research waarschuwt: “De hele economie draait op kapitaalwinsten…[Als] de prijzen van huizen niet meer stijgen, zal de VS-economie in de problemen komen.” De wisselkoers van de dollar kan op elk moment ineenstorten, wat de Aziatische centrale banken enorme kapitalen zou doen verliezen, aangezien ze veel dollars bezitten. Daarom zouden ze geneigd kunnen zijn om te ‘desinvesteren’ in dollars en deze te verkopen om andere munten aan te kopen. Dat zou op zich het startschot van de ineenstorting van de dollar kunnen veroorzaken.

Hoelang kan de economische boom blijven duren?

Hoe lang kan de economische boom nog duren? Dat is een vraag die niet alleen de arbeidersklasse aanbelangt, maar ook de commentatoren van het kapitalisme zelf. De economische boom blijft langer duren omdat het wereldkapitalisme, onder leiding van de VS, massaal veel uitgaven doet. Die uitgaven worden ‘betaald’ door ‘quasi-keynesiaanse’ maatregelen voor de rijken zoals belastingsverlagingen. Er is een historisch lage rentevoet, waardoor leningen door bepaalde economen werden omgedoopt tot de term ‘gratis geld’. De tekorten zijn inmiddels onhoudbaar.

De basis voor de wereldeconomie is echter bijzonder fragiel. De steunbalken onder de kapitalistische wereldeconomie kunnen de komende maanden vallen, maar het is ook mogelijk dat de elastiek wat meer wordt uitgetrokken tot op een breekpunt. Hierdoor zou de huidige economische cyclus nog enkele maanden kunnen voortgezet worden. Het Institute for International Economics in Washington voorspelt echter dat de balansen dermate in onevenwicht zijn, dat de markten er zenuwachtig van worden. De opbrengsten van obligaties beginnen te stijgen en dan worden de overheden nog nerveuzer. “Grotere correcties zijn pijnlijker. Men wil dit ontkennen en economisch optreden onder het principe van de wishful thinking” (Financial Times). Daarom kan de huidige economische fase tot een harde landing komen waarin het stagnerende Europa wordt meegezogen, zowel op economisch en politiek vlak. Het zou de ernstige crisis van het regime van Bush erger maken en mogelijk zelfs leiden tot een einde van de schijnbaar onstuitbare groei van China.

Op middellange en lange termijn is de ontwikkeling van de Chinese economie en de effecten ervan van cruciaal belang. De Chinese economie heeft reeds een impact op het rekken van de huidige periode van economische groei, zelfs verder dan de limieten van die groei op basis van enorme liquiditeiten in de wereldeconomie. Kan het een stabielere basis vormen voor een verdere, langere groeifase voor het wereldkapitalisme? De burgerlijke economen hopen dit op een fervente manier. Ze beweren dat de ineenstorting van de ‘geplande economie’, waarmee ze het Stalinisme bedoelen, in Oost-Europa en de vroegere Sovjet-Unie en de beweging naar het kapitalisme in China de arbeidskracht op wereldvlak heeft verdubbeld maar dat de hoeveelheid kapitaal dezelfde blijft.

Ze hopen dat de schijnbaar eindeloze toevloed van goedkope arbeid het systeem een nieuw leven kan inblazen. Een dergelijke hoop is op zijn minst problematisch. Als investeringen in China en Oost-Europa een zekere dynamiek hebben gegeven, dan is dat vooral door een groei van de ‘aanbodszijde’, van de productiekrachten. Toch is dit tegen de achtergrond van een groeiende overcapaciteit, vooral in verwerkende industrieën, auto’s, enz…Bovendien is de vraagmarkt, vooral in China en Oost-Europa en Rusland (met uitzondering van enkele stedelijke centra), beperkt. Dat komt door de lage levensstandaard en verarming van de massa’s.

Maar als het kapitalisme, tegen alle logica in, in staat is om zijn levenscyclus te verlengen door China en Oost-Europa economisch uit te buiten, is dit nog niet het einde van het verhaal. Ten eerste zijn er de milieukosten: de stijging van de CO-uitstoten, het smelten van de ijskap, enz…Op basis van het kapitalisme kan de wereld de huidige groei van China en India niet blijven absorberen. China kan het toneel zijn van spectaculaire groei, maar het is ook, samen met de VS, één van de grootste vervuilers van de planeet. De wereld kan geen herstel van het kapitalisme dragen zonder enorme gevolgen op het vlak van milieu. Anderzijds is het neoliberalisme, zonder hetwelk er geen kapitalistische globalisering zou zijn (deregulatie, open grenzen voor kapitaal), op zich een politiek die het wereldkapitalisme overal wil doorvoeren.

Deze onvermijdelijkheid zal hevige weerstand opwekken, waaronder revolutionaire uitbarstingen onder de arbeidersklasse en de arme massa’s. Zelfs toen het kapitalisme ‘relatief progressief’ was in de negentiende en vroege twintigste eeuw, was er een tendens om het deel dat aan de arbeiders werd betaald te beperken om de winstvoet van het grootkapitaal te versterken. Dat leidde tot opstanden van de laagbetaalde ongeschoolden in Groot-Brittannië in de tweede helft van de negentiende eeuw, de Russische revolutie van 1905, de opkomst van de arbeidersbeweging in Europa en de VS.

In tegenstelling tot de vooroorlogse fase van het kapitalisme, is de weerstand vandaag verstomd of verzwakt door de afwezigheid van de subjectieve factor: een massapartij van de arbeidersklasse die in staat is een aantrekkingspool te vormen. De heersende klasse werd in het verzwakken van de weerstand van de arbeiders geholpen door het ideologische offensief dat het heeft gevoerd en door de toepassing van het neoliberalisme, enz… Nochtans is massale oppositie, hoewel tijdelijk, tegen sommige Europese heersende klasse blijven bestaan.

China

De problemen waarmee het wereldkapitalisme vandaag wordt geconfronteerd, zijn erg groot en ze worden steeds groter en zijn op lange termijn onoplosbaar. De implicaties van de opkomst van China en de invloed ervan op het wereldkapitalisme, zijn cruciale elementen voor Europa en de rest van de wereld. De volledige implicaties zijn nog niet volledig zichtbaar. China is nu het middelpunt van de productie in de wereld; iedere week horen we over jobs in de ontwikkelde kapitalistische landen die verloren gaan omdat de productie wordt overgeplaatst naar China of Oost-Europa. Het proces schijnt meedogenloos en onstopbaar. China, en op een beperktere schaal ook India (vooral door de expansie van informatietechnologie), zijn ontwikkeld als regio’s van laaggeschoolde, laag betaalde productie. China assembleert import uit Azië en re-exporteert deze opnieuw.

Vandaag echter, is een binnenlandse concentratie van vernieuwende, hi-tech productie. Terwijl een groot deel van het DBI in China vanuit de VS komt, heeft het Aziatische kapitalisme een groot deel van zijn industrie naar China gerelokaliseerd. Taiwan bijvoorbeeld heeft zowat haar volledige industriële basis naar het vasteland overgebracht. Japan heeft hetzelfde gedaan. Dit heeft geleid tot de situatie die beschreven werd in een recent verslag van de EU waarin werd gewaarschuwd: “China wordt de meest competitieve industriële basis ooit.” Bijna 20% van China’s export wordt al als hi-tech geclassificeerd en het verslag legt uit, “met 2 miljoen afgestudeerden per jaar hebben we alle redenen om aan te nemen dat dit percentage nog zal stijgen”. Het aandeel van het Chinese BBP dat aan onderzoek en ontwikkeling wordt besteed, groeit jaarlijks met 10% terwijl het in de EU slechts met 0,02% stijgt! (Uiteraard start de EU van een hoger niveau).

Tot voor kort konden burgerlijke economen zich nog gerust stellen met het feit dat, terwijl de industriële productie naar China en elders gerelocaliseerd worden, onderzoeks- en ontwikkelingseenheden en daardoor het monopolie op techniek en technologie in het ‘moederland’ konden blijven. Dyson bvb., de Britse producent van stofzuigers, relocaliseerde zijn productie naar Azië terwijl hij de ontwikkeling in Groot-Brittannië behield. Maar de groei van China’s hi-tech-basis, gedeeltelijk geholpen door het uitlenen en regelrecht ’stelen’ van de ontwikkelde landen, zorgt voor enige ongerustheid.

Dit proces leidt zelfs naar een tendens van “het uithollen” van de industriële productie in de VS. Dit wordt grafisch aangetoond door de recente crisis bij General Motors, één van de vlaggenschepen van de Amerikaanse industrie, dat 30.000 ontslagen heeft aangekondigd. Ford kijkt tegen gelijkaardige problemen aan, die symptomatisch zijn voor de achteruitgang van de industriële productie in de VS. Zoals we uitlegden is de VS economie relatief verzwakt door de opkomst van het Chinese imperialisme.

Terwijl de VS nog de sterkste van de imperialistische machten is, is het een relatief achteruitgaande macht. Als deze trend de balans in de richting van China zou doen ‘overhellen’ ten nadele van de VS en de Europese imperialistische machten, zal dit sociale en politieke schokken veroorzaken in de oude imperialistische machten (er zijn wel veel factoren die dit kunnen uitstellen of doorkruisen). Het zal ook het Chinese proletariaat in aantal en in sociaal gewicht enorm versterken. Haar politiek bewustzijn staat op dit ogenblik wel nog op een laag niveau.

De gevolgen van deze massale relocatie van industrie en jobs naar China en elders, stellen enkele belangrijke punten met betrekking tot de marxistische theorie. Marx en voor hem Adam Smith, maakten een onderscheid tussen ‘productieve’ en ‘niet-productieve’ arbeid. De eerste creëerde nieuwe waarde, in het moderne jargon ‘toegevoegde waarde’. Niet-productieve arbeid, hoewel dikwijls vitaal voor de werking van het kapitalisme, creëert geen nieuwe waarde, maar deelt in de winsten, lonen, inkomen,enz…die oorspronkelijk uit de waarde komen, gecreëerd door de productieve arbeid.

Marx stelde dat de meerwaarde die de arbeid van de werkende klasse had geschapen, wordt verdeeld in huurvergoeding, intresten en winst. Het is niet enkel de industrie die nieuwe waarde schept in het productieproces. Maar de industriële productie en zijn spin-offs, zijn de voornaamste bronnen van waarde. Daarom betekent het verlies van een industriële basis en al de afhankelijke spin-offs en verbonden industrieën in het beste geval, afhankelijk worden van machtigere industriële landen.

Sommigen kunnen voor zichzelf een positie scheppen van een ‘renteniers’-kapitalisme, dat zich specialiseert in ‘diensten’ zoals bankwezen, toerisme, enz…Dit kan in stand worden gehouden, zoals dit bvb. het geval is voor Groot-Brittannië, door een stijgend inkomen uit buitenlandse investeringen, waaronder de superuitbuiting van de massa’s in de neokoloniale wereld. Tezelfdertijd kan het een ontvanger zijn van een tamelijk grote DBI, zoals altijd het geval is geweest in Groot-Brittannië.

Dit is op korte termijn en zal niet noodzakelijk zo zijn in de toekomst. Nochtans omvat deze situatie voor de economie, en zelfs voor continenten, het gevaar van een ineenkrimpende industriële basis en een afhankelijkheid van ‘diensten’. Dit is in de woorden van vroeger Brits eerste minister Harold Macmillan als “iemands anders wasgoed binnennemen.” Op lange termijn zal het verlies van economische kracht op andere vlakken zichtbaar zijn.

Industriële sterkte weerspiegelt uiteindelijk ‘zachte macht’ op diplomatiek vlak, en op een zeker niveau ook militaire macht, het potentieel voor ‘harde macht’. Het vooruitzicht dat China deze economische en militaire macht accumuleert, windt de oppositie van de heersende klasse in de VS op. Het reusachtige bilateraal handelsoverschot van China heeft botsingen over textiel, schoenen,… uitgelokt. In een bepaald stadium is het waarschijnlijk dat dit eveneens tot een ongecontroleerde protectionistisch verzet zal leiden. Dit hangt ook samen met het gegrom van de VS over het voortdurend opbouwen van Chinas militaire macht, wat op zijn beurt verbonden is met het hebzuchtig zoeken naar steeds meer grondstoffen om haar economie te doen draaien. Dit brengt op zijn beurt China in conflict met de heersende klasse in de VS, die ook betrokken is bij ‘het grote spel’, vooral voor olie.

In Azië verschijnt duidelijk een blok, geleid door China, gericht tegen het Japanse imperialisme dat een alliantie heeft met de VS. Dit conflict heeft al geleid tot de versterking van het Japanse nationalisme. De effecten van deze interimperialistische rivaliteiten hebben ook geleid tot meer samenwerking van China met het Rusland van Putin, ironisch genoeg op een grotere schaal dan de twee vroegere stalinistische staten.

Dit wordt nog versterkt door de haperende besprekingen over de Doha-ronde bij de Wereldhandelsorganisatie, met onder meer een botsing binnen het Europese blok over landbouw en andere thema’s. Hierdoor kan men zich gemakkelijk een toenemende rivaliteit voorstellen, die in hevigheid kan toenemen door een economische wereldrecessie of zelfs bij een groeivertraging.

Hoewel de wereldhandel in absolute cijfers is gegroeid, heeft de wereldeconomie in haar herstelfase vanaf 2001 een ‘groeirecessie’ doorgemaakt, een kleine ontwikkeling van de productiekrachten zonder dat de massale langdurige werkloosheid werd opgelost, vooral in Europa waar het officiële werkloosheidscijfer 20 miljoen bedraagt.

In de recente periode heeft de heersende klasse van de VS en van sommige andere landen een ‘Keynesianisme voor de rijken’ ingevoerd door belastingsverlagingen te geven aan de rijken. Bush heeft een belastingsverlaging van 700 miljoen $ aan de superrijken gegeven. Deze verlagingen hebben virtueel geen effect gehad op het verhogen van de consumptie-uitgaven. Tengevolge van de orkaan Katrina was hij gedwongen om een programma van heropbouw aan te kondigen.

Tezelfdertijd beweerde hij dat hij het nationale tekort met 50% zou verminderen tegen het einde van zijn ambtstermijn. Deze besparingen zullen geconcentreerd zijn in de afbraak van de ziekenzorg, sociale zekerheid, woningbouw en andere programma’s. Met andere woorden: de armen zullen voor deze besparingen betalen. Het opeten van de reserves van het kapitalisme, kan tegen de achtergrond van een diepe crisis ertoe leiden dat de heersende klasse nog eens de ‘drukpersen laat rollen’ (om nieuw geld aan te maken) met het risico van een sterke inflatoire druk. Zo kunnen ze te maken krijgen met stagflatie zoals in de jaren 1970.

Terwijl de huidige ‘groeirecessie’ voortduurt, kunnen de kapitalisten op één lijn blijven, terwijl ze af en toe elkaar slagen toedienen zonder al te ernstige handelsoorlogen. Maar een recessie en zelfs een periode van tragere groei, zullen tot botsingen leiden die op hun beurt de problemen van de wereldeconomie kunnen verergeren. De fundamentele factor – niet onmiddellijk en niet direct uiteraard, maar uiteindelijk – is de ontwikkeling van de productiekrachten als de voornaamste ‘bewegende’ kracht die het bewustzijn bepaalt, vooral van de arbeidersklasse en de weerspiegeling ervan op politieke gebeurtenissen.

De vertrouwenscrisis van de kapitalisten

Wat treffend is aan de huidige wereldsituatie, is dat de burgerij geconfronteerd wordt met een nooit geziene internationale vertrouwenscrisis. Het is vooral uitgesproken in de VS en in Europa. De catastrofe in Irak, gecombineerd met de economische en sociale ontwikkelingen is hierin een belangrijke factor in de VS, Groot-Brittannië en Australië. De nederlaag van de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland had een gelijkaardig effect en demoraliseerde de heersende klassen in die en andere EU landen. Dit verlies in vertrouwen komt voor de aanvang van economische problemen de vorm van een recessie.

Het komt scherp tot uiting in de voornaamste kapitalistische imperialistische macht, de VS zelf. De neoconservatieve kliek die er via het presidentschap van George Bush heerst is een regelrechte ramp voor het VS kapitalisme. Hun beleid heeft enkele parallellen, enkel op een hoger niveau, met dat van Thatcher in Groot-Brittannië 20 jaar geleden. Haar ‘erfenis’ is die van een‘verbrokkelde en zeer verarmde samenleving, verdoken achter de schittering van economische ‘vooruitgang’. Dit heeft haar Tory-opvolgers tot de schande veroordeeld en tot de ene na de andere verkiezingsnederlaag. Het presidentsschap van Bush dreigt hetzelfde te doen met de Republikeinse partij, wegens zijn desastreuze onwinbare oorlog in Irak en ook door zijn economisch beheer van de VS.

De autoriteit van president Bush bevindt zich in vrije val. Er is het debacle in Irak, maar ook de ernstige sociale gevolgen van Katrina. Er zijn bovendien corruptieschandalen die recht naar Cheney dreigen te gaan en waarbij zowat alle leidinggevende republikeinen betrokken zijn. Bij het huidige schandaal zijn congresleden betrokken zoals Robert Ney, gekend als de ‘burgemeester van Congress Hill’ en Tom DeLay, gekend als ‘de hamer’ wegens zijn rol in het verstrengen van de republikeinse discipline in het congres.

Een deel van de Amerikaanse heersende klasse probeert het Bush-regime te kortwieken. Corruptie is overal aanwezig in de kapitalistische wereld en onder de heersende klasse. Dit weerspiegelt gedeeltelijk het karakter van de heersende klasse die internationaal meer en meer parasitair is geworden en ook de afwezigheid van massapartijen van arbeiders die in het verleden sommige ‘excessen’ van het kapitalisme deels corrigeerden.

Terwijl de eerste ambtstermijn van Bush gekenmerkt werd door de pogingen van de neoconservatieven om de macht van het VS imperialisme te consolideren, toont de tweede ambtstermijn duidelijk de limieten van die macht. Dit voorspelden we reeds in de teksten van ons laatste wereldcongres (zie: http://www.lsp-mas.be/lsp/2002/wk2002.html). Het werd niet enkel duidelijk bij de oorlog in Irak, maar ook bijvoorbeeld op de Amerikaanse Top in Argentinië eind 2005. De poging van Bush om de FTAA opnieuw op te starten, werd van tafel geveegd door de “vijf draken”: Argentinië, Venezuela, Brazilië, Paraguay en Uruguay.

Francis Fukuyama was na de val van de Berlijnse muur de profeet van ‘het einde van de geschiedenis’. Daarmee bedoelde hij dat de liberaal burgerlijke democratie het ultieme stadium was in het historische proces van de mensheid. Dat was niets nieuw. De fundamentele fout van klassieke economisten – Adam Smith en David Ricardo – was om het kapitalisme te zien als het normale bestaan van de mensheid. Er kan wel een excuus zijn voor deze grote klassieke economisten: ze leefden voor het kapitalisme “haar bloei had bereikt, voor het kapitalisme oud werd.” (Trotski)

Fukuyama brengt gelijkaardige argumenten naar voor in een periode van crisis en achteruitgang van dit systeem. De VS was de meest rijzende ster aan het firmament. Nochtans zegt Fukuyama nu: “op het niveau van de elite, kunnen leiders proberen om hun relaties met Washington te herstellen uit eigenbelang, maar op het niveau van de massa, is er een aardverschuiving in de manier waarop de wereld de VS waarneemt. Haar beeld is niet langer het vrijheidsbeeld maar dat van de gevangene met de kap in de Abu Ghraib.”

De oorlog in Irak, net zoals die in Vietnam, heeft de Amerikaanse samenleving in beroering gebracht hoewel het aantal doden in Irak nauwelijks een dertigste bedraagt van het aantal in Vietnam. Nochtans leidt Irak, net als Vietnam, tot ernstige economische problemen. Daarom jammeren de burgerlijke commentatoren om het feit dat niemand weet hoe de economische inzinking zou kunnen vermeden worden. De geslagen hond Bush kan de dreigende catastrofe niet afwenden. Erger nog, sommigen zeggen dat de VS beroofd is van burgerlijke strategen, dat er bij een ernstige economische crisis geen strateeg is ‘van het niveau van Franklin D Roosevelt die stappen vooruit kan zetten en de VS in een andere richting kan sturen.’

Het argument is dat Roosevelt door zijn ‘New Deal’ het VS kapitalisme destijds heeft ‘gered’. Maar zijn programma werd enorm overroepen. Het hield beperkte ‘sociale hervormingen’ in die de onderliggende economische crisis niet oplosten, zoals Trotski het stelde. Enkel de dreigende Tweede Wereldoorlog en de ontwikkeling van de oorlogsproductie, trok de VS uit de ernstigste economische crisis van haar geschiedenis. Deze uitweg, een nieuwe ‘derde wereldoorlog’, is nu geen optie voor het kapitalisme. Roosevelt speelde een cruciale rol om via quasi Keynesiaanse methoden schijnbaar de VS in een andere richting te duwen en op politiek vlak kalmeerde hij door een minimale maatregelen van jobcreatie voor een deel van de Amerikaanse arbeidersklasse, waardoor hij het geloof in “een betere toekomst” aanmoedigde.

Nu schrijft een commentator in de Financial Times echter: “Indien een crisis van de schaal 1929-32 de VS nu treft [het is interessant dat dit als een vooruitzicht naar voor kan gebracht worden] zou het land geen FDR met een New Deal programma vinden om op te komen tegen Herbert Hoover van de republikeinen. Ze zouden een schuchtere ineffectieve Hoover hebben voor de democraten, die opkomt tegen een republikein Calvin Coolidge, een bekrompen verdediger van de slechtste aspecten van het bestaande systeem. Als dit de keuze in 1932 was geweest, had de Amerikaanse staat op zijn fundamenten in levensgevaar geweest.” (5 oktober 2005)

De VS heeft met een enorme crisis van het leiderschap te kampen, met een ernstige economische crisis, alsook het verschijnen van klassengevoelens, wat zal zal leiden tot politieke schokken in de VS en daardoor in heel de wereld.

De nederlaag van Schwarzenegger in de referenda in Californië, is enkel het topje van de ijsberg van de sociale en klassenbewegingen die in de VS te gebeuren staan. De splitsing die plaats vond in de AFL-CIO, hoewel het niet duidelijk is hoe dit zal ontwikkelen, is een weerspiegeling van de ontevredenheid die er heerst onder de conservatieve bureaucratie van de Amerikaanse vakbonden. Er is het vooruitzicht van een interactie van een groeiende anti-oorlogsbeweging met een groeiende sociale en klassebeweging rond economische thema’s. De aanvallen die men op de Amerikaanse arbeidersklasse voorbereidt, worden aangetoond in de Delphi fabriek voor auto onderdelen dat een ‘Chapter 11 bankroet’ meldde. Het bedrijf heeft 56.000 werknemers in de VS en 129.000 in het buitenland. Het vraagt een loonsverlaging van 27$ per uur naar 9.50$ per uur en besparingen op de vergoedingen bij ziekte.

Zo’n aanvallen zullen in de komende periode leiden tot krachtige gevechten door de arbeidersklasse van de VS. Het ontstaan van groeiende klassenbewegingen in de VS is één van de meest significante ontwikkelingen in de komende periode die enorme gevolgen op internationaal vlak zal hebben.

De anti-oorlogsstemming en de catastrofe in Irak, heeft een deel van de democraten ertoe gebracht om hun ‘geweten’ terug te vinden en laattijdig een standpunt tegen de oorlog in te nemen. Het democratische congreslid John Murtha uit Pennsylvania, die 37 jaar bij de mariniers heeft gediend, heeft opgeroepen tot de onmiddellijke terugtrekking van de VS-troepen uit Irak. Met zijn nauwe contacten met militairen, sprak hij waarschijnlijk voor een vleugel van het leger. Tezelfdertijd blijft Hilary Clinton, een mogelijke kandidate voor het volgende presidentschap, de oorlog steunen. Die werd nochtans door haar echtgenoot omschreven als een “grote vergissing”.

De ernst van de crisis in de VS wordt weerspiegeld door de ongeziene openlijke kritiek op het regime in het Witte Huis door twee voormalige democratische presidenten, Bill Clinton en Jimmy Carter, alsook door delen van de Republikeinse leiding zoals Brent Scowcroft. De groeiende sociale tegenstellingen in de Amerikaanse maatschappij vormen een proces van ondermijning van zowel de republikeinse als de democratische partij, wat de grond effent voor een nieuwe massapartij.

De VS-politiek in het Midden Oosten

De groeiende crisis in Irak en de groeiende anti-oorlogsstemming op het thuisfront, stelden de kwestie van de terugtrekking van de troepen. De Irakese regering heeft gesproken in termen van 12 maanden. Een volledige terugtrekking zal niet mogelijk zijn wegens de dieper wordende crisis in Irak. Het is wel mogelijk dat er een beperking van de bezettingsmacht is tot zo’n 100.000 eenheden die geconcentreerd worden op sleutelposities en strategische gebieden. Zonder een eengemaakte, niet sectaire, arbeidersbeweging, zou een volledige terugtrekking uitmonden in een nog groter sectair en etnisch conflict. Op basis van het kapitalisme is er geen vooruitzicht op een stabiele burgerlijke democratie. Een groeiend etnisch en sectair conflict kan leiden tot het uiteenvallen van Irak in drie ‘staten’ waardoor het regime van Sadam Hoesein uiteindelijk wordt vervangen door drie reactionaire repressieve regimes geregeerd door drie ‘mini Sadams’. De imperialistische machten staan voor een onoplosbaar probleem vanuit hun standpunt. De prijs hiervoor wordt betaald door de volkeren van Irak en van de hele regio.

De crisis in Irak toont duidelijk de limieten van de directe interventiemogelijkheden van het VS-imperialisme. Het VS-imperialisme wil een regimewissel in Iran en Syrië, maar is niet in staat om nog een militair avontuur te beginnen. Zelfs het bombarderen van Iran, hoewel niet uit te sluiten, is onwaarschijnlijk. De politiek van Bush heeft het reactionair theocratische regime van Ahamadinejad in een richting van een nog hardere lijn geduwd. Hoewel het repressieve karakter van zijn regime ruime oppositie in Iran en elders uitlokt en zichzelf al achterhaald heeft. Zoals in Syrië hoopt de VS op een nieuwe versie van een ‘oranje revolutie’ om deze regimes weg te halen en te vervangen door pro-VS regeringen.

Tegelijk hebben de gebeurtenissen in Israël en Palestina een nieuwe fase in de crisis geopend. De verkiezing van Peretz in de leiding van de arbeiderspartij weerspiegelt, op een vervormde manier, de sociale kloof die wordt geopend in de Israëlische samenleving. Deze zeer merkwaardige ontwikkeling speelt nu gedeeltelijk in de kaarten van Sharon die Likoed verlaat en een nieuwe partij opricht. Hierachter ligt het falen van het Oslo-vredesproces, het einde van de tweede Intifada en het aanvaarden door een deel van de heersende klasse in Israël en nu ook door Sharon om de weg van de VS te volgen.

Dit betekent dat aangenomen wordt dat Israël zijn grenzen zal terugtrekken tot achter een nieuw gebouwde ‘veiligheidsmuur’ die beter verdedigbaar zou zijn. Het betekent het opgeven van een beperkte hoeveelheid grondgebied, maar niet de cruciale nederzettingen of gebieden. Het zal geen hertekening zijn van de grenzen van voor 1967. De laffe Palestijnse heersende klasse heeft, via de Palestijnse autoriteit, deze ontwikkelingen verwelkomd. Nochtans betekent dit, ondanks de terugtrekking uit Gaza, geen overwinning voor het Palestijnse volk en zal dit het nationale conflict niet oplossen.

De crisis in de hele regio zal verzwaard worden door de voortdurende nachtmerrie van het Irakees conflict en de explosieve situatie die zich in Iran, Saoedi-Arabië en andere landen ontwikkelt. Deze ontwikkelingen onderlijnen hoe de buitenlandse politiek van de VS en de heersende klassen van die regio een ramp betekent voor de bevolking van het Midden Oosten. We moeten kijken naar de onderliggende klassenconflicten die zich in de regio ontwikkelen en die de basis zullen leggen voor een nieuwe fase waarin socialistische en revolutionaire ideeën zullen groeien. Enkele eerste elementen zagen we reeds bij de recente stakingen in Quatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit.

Europa

Het wegstemmen van de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland had een vernietigend effect op de Europese heersende klassen. Het demoraliseerde hen en het ondermijnde het politiek vertrouwen. Het proces van Europese integratie is gestokt. Tegelijk zijn toenemende spanningen en conflicten tussen de EU-staten naar boven gekomen. Dat kwam tot uiting in de botsing tussen Frankrijk en Groot-Brittannië rond de landbouwsubsidies, of de discussie over de Europese begroting en de Britse korting op haar bijdragen aan de EU.

In het algemeen stagneren de Europese economieën en lijden ze onder een kleine toename van de inflatie. De angst voor inflatie leidde oorspronkelijk tot een debat over het feit of de Europese Centrale Bank de intrestvoeten zou optrekken. Ze stapten van deze politiek af om ze uiteindelijk in december op te trekken. Die politiek zal de economische stagnering in Europa enkel verergeren.

De nieuwe Europese landen in Oost Europa hebben de West Europese landen niet kunnen bijbenen. Elke economisch groei die er in sommige landen is geweest, was gebaseerd op goedkope arbeid. Hierdoor is er een reusachtige sociale polarisatie ontstaan. Een kenmerk van deze landen is de afwezigheid van stabiliteit in de regeringen . De sociale spanningen die in Polen zijn ontstaan, duiden op het perspectief van sociale uitbarstingen. Het proces van Europese expansie heeft geleid tot een grotere instabiliteit en spanningen binnen de EU.

De crisis die in Europa ontwikkelt, komt nu vooral tot uiting in Duitsland, Frankrijk, Italië en Portugal. Ontwikkelingen in deze landen en stakingsbewegingen in België zijn een indicatie van hoe elementen van deze processen zich in de komende periode over heel Europa zullen ontwikkelen.

De Duitse verkiezingen met de nederlaag van Schröder – en eigenlijk van heel zijn neoliberaal beleid – vormen een tegenslag voor de plannen van de heersende klasse. Het ontstaan van de WASG was een cruciale factor in dit proces. De coalitieregering van CDU en SPD na de verkiezingen, is een zwakke regering die zal verlamd zijn door splitsingen en besluiteloosheid. Bovendien zal het de mogelijkheid om een sterkere kracht te ontwikkelen vanuit het proces van de vorming van een nieuwe linkse kracht vanuit de WASG, de Linkspartei.PDS en andere krachten en activisten. Dit zou kunnen samenlopen met stakingen bij het verzet tegen relocalisatie van fabrieken, tegen besparingen op de lonen en een toename van asociale maatregelen door de nieuwe coalitieregering.

Er is een beperkte erkenning door sommige burgerlijke commentatoren dat het neoliberale offensief in Duitsland op dit ogenblik niet volledig kan worden gevoerd op de verhoopte manier. Voor de verkiezingen keek de burgerij uit naar een coalitie geleid door de CDU om verder te gaan dan Schröder, die te maken kreeg met oppositie tegen zijn neoliberaal beleid in de eigen partij en vanuit de vakbonden. Er werd een duidelijke overwinning verwacht voor de CDU die hierop de arbeiders zou aanvallen. De verkiezingen doorkruisten dit perspectief.

De zwakte van de regering en de mogelijkheid van een snelle crisis werd ook weerspiegeld in de verkiezing van Merkel als kanselier. 51 parlementsleden van de regerende coalitie stemden tegen haar! Zelfs binnen haar eigen CDU stuitte ze op oppositie waarbij belangrijke staatslieden weigerden als minister in haar regering te dienen.

Tijdens de verkiezingscampagne beloofde Merkel de inkomensbelastingen te verlagen en de BTW te verhogen. Eén van haar eerste aankondigingen, eens aan de macht, was het verhogen van de BTW met 3 procent als een poging om het tekort van 35 miljard euro te beperken. Het Duitse imperialisme heeft politiek en economisch een zware prijs betaald voor het ‘succes van hereniging’. Oost-Duitsland heeft 1300 miljard euro verslonden aan subsidies sinds 1991 waarbij de werkloosheid op 18,4% bleef. De politiek van belastingverhoging zal niet helpen om de groei te stimuleren in Duitsland, waar de consumentenuitgaven laag zijn. Het zal de tendens naar recessie versterken.

De regering-Schröder was via de vakbondsleiding in staat om een wijdverspreide algemene staking te vermijden tegen Agenda 2010. Het zal veel moeilijker zijn voor deze zwakke regering van “verliezers” (alle partijen in de coalitie verloren aanhang) om de arbeidersklasse in de pas te houden. Er is al woede tegen de aanvallen op ambtenaren en er is het uitbreken van beperkte stakingen met een defensief karakter. Dit duidt aan dat het aantreden van deze coalitie een nieuwe fase opent in de crisis in Duitsland dat een veralgemeende beweging tegen het neoliberale maatregelen van de regering zal zien.

De neoliberale aanvallen op de arbeidersklasse hebben ook beroering veroorzaakt in Frankrijk, Spanje, Italië, Duitsland, België en Portugal. In feite is er een continentale revolte aan het broeien. Het eerste instinct van de burgerij als ze met sociale bewegingen wordt geconfronteerd, is meebuigen met de wind. Sommige van haar strategen hebben aangevoerd dat in Duitsland de frontale aanval door Schröder gelanceerd en door Merkel beloofd, sociale beroering zou kunnen aanwakkeren en manen daarom tot voorzichtigheid aan. Beter om ‘onderaan’ industrie per industrie, bedrijf per bedrijf aan te vallen, eerder dan een algemeen nationaal offensief, op dit moment. Er is een opgezette poging om het nationale systeem van nationale onderhandelingen tussen patronaat en vakbonden te breken.

In Frankrijk reageerde De Villepin op de succesvolle staking in oktober met de verklaring dat hij “luisterde”. Dit betekent helemaal niet dat de burgerij gemakkelijk haar neoliberale politiek zal verlaten, maar massale tegenstand kan haar dwingen tot een tijdelijke terugtrekking, zoals gedeeltelijk het geval was in de strijd om de pensioenen in Groot-Brittannië, en elders.

Bovendien, als de wereldeconomie implodeert, kunnen de economische gevolgen zo zwaar zijn, dat de burgerij, minstens tijdelijk, deze politiek opzijzet en grotere staatsinterventies voorstelt om de zaak draaiend te houden, ten koste van een groeiende inflatie. In feite is een fase waarin dit de dominante trend is bij de heersende klasse, onvermijdelijk in de toekomst. Maar zoals eerder aangegeven, is het effect van klassiek Keynesiaanse methodes beperkt en kunnen ze enkel toegepast worden ten koste van inflatie.

Het uitbreken van massarellen in Frankrijk was een antwoord op de neoliberale politiek van Chirac/De Villepin en de wanhopige sociale omstandigheden die er bestaan in de getto’s rond de meeste Franse steden. Ze weerspiegelen de sterke sociale en klassentegenstellingen, alsook het venijnige racisme van de Franse staat. Deze sociale beroering was geen “raciale of etnische” beweging zoals Frans rechts heeft beweerd. Het was een woedeuitbarsting door de armste en de meest achtergestelde delen van de samenleving, met inbegrip van een laag arme blanken.

Het was het begin van een beweging van zij die geen politiek kanaal hebben om hun woede en frustratie uit te drukken. Een dergelijke uitbarsting van woede is de verantwoordelijkheid van het Franse kapitalisme, de heersende klasse en de socialistische en communistische partijen die effectief de arbeidersklasse en de jongeren verlaten hebben. Het is ook een veroordeling van LCR (om opportunistische redenen) en LO (om sectaire redenen) die faalden in het opbouwen van een politiek alternatief om de woede en bitterheid te kanaliseren die door de betrokken opstandige jongeren werd gevoeld.

De Franse regering heeft de gebeurtenissen voorgesteld als rassenrellen en ze gebruikt deze om racistische gevoelens op te zwepen. Ze hebben een smerige repressie ingevoerd met inbegrip van het afkondigen van de noodtoestand (voor het eerst sinds 1961 voor een langere periode) en het gebruik van de avondklok. Dit is op een selectieve basis in 30 districten toegepast. Het betekende de inschakeling van de CRS (oproerpolitie), politie op straat, helikopters en avondklokken. Meer dan drieduizend jongeren (met inbegrip van de ouders van de revolterende jongeren) werden gearresteerd.

Het gebruik van zo’n methodes weerspiegelt de semi-bonapartistische karaktertrekken van de Franse staatsmachine. Tegelijk worden steeds meer repressieve en antidemocratische methodes aangenomen in Groot-Brittannië, de VS, Australië en andere landen.

Tot zover hebben Groot-Brittannië, Ierland en Zweden effectief een ‘open deur’ politiek gevoerd inzake migratie. Dit werd gedaan met de bedoeling arbeiders van andere landen binnen te brengen en hen als goedkope arbeid te gebruiken als een manier om de lonen naar beneden te drukken. De bittere strijd van arbeiders in Ierland en Corsica met betrekking tot ferrymaatschappijen tonen hoe belangrijk deze kwestie in de toekomst zal zijn.

Doorheen de EU zal deze politiek in een veralgemeende zin toegepast worden: migrante arbeiders gebruiken als middel om het loonniveau naar beneden te drukken en de arbeidsvoorwaarden. De dramatische effecten van deze veranderingen kan betekenen dat in veel landen de kwestie van migratie en racisme centrale items worden. Het kan de woede bij de arbeiders aanwakkeren in de landen waar deze politiek wordt doorgevoerd en het kan door extreem rechts gebruikt worden om racistische gevoelens op te zwepen.

In sommige landen heeft extreem-rechts electorale verliezen geleden, bvb. in Oostenrijk. Significant, in de recente nationale verkiezingen in Duitsland heeft de opkomst van WASG/PDS vermeden dat extreem-rechts winst maakte. Dit wil niet zeggen dat de dreiging weg is. Het gevaar dat extreem-rechts in de toekomst enige electorale vooruitgang kan boeken moet gesteld worden, vooral bij een verslechtering van de economische situatie, door in te spelen op de angst van de arbeiders en door anti racistische gevoelens op te kloppen, vooral als er geen machtige linkse of socialistische alternatieven bestaan.

We moeten voorbereid zijn op de kwestie van racisme en in het zal zeker een aspect zijn van ons jongerenwerk en activiteiten van onze secties in die landen waar het relevant is. Het zal nodig zijn om in ons campagnewerk twee centrale thema’s op te nemen als antwoord op racistische ideeën. Enerzijds een campagne in de arbeidersbeweging om migrante arbeiders te winnen voor de vakbonden en de arbeidersorganisaties en het gevecht opdat ze gelijke lonen en arbeidsvoorwaarden zouden kennen. Anderzijds moet het een campagne bevatten tegen racisme en reactionair nationalisme en etnische vooroordelen.

De aard van de woede-uitbarsting in Frankrijk liet de regering in dit stadium toe om meer steun te vinden voor repressieve maatregelen. Maar het is niet Chirac die hieruit gewonnen heeft, maar de Villepin en Sarcozy. Hoewel arbeiders en jongeren begrijpen dat de oorzaak van de rellen in de sociale voorwaarden en het racisme vanwege de staat liggen, steunt volgens peilingen 68% van de bevolking de bestaande noodtoestand. In dezelfde peiling steunde zelfs 75% van hen die voor de LCR/LO stemden de noodtoestand.

Nochtans zijn zulke gevoelens een tijdelijk antwoord op de crisis en kan dit snel veranderen, vooral in Frankrijk, vermits de regering alweer tracht te pushen met haar neoliberaal beleid. De PS neigt naar ‘links’ in antwoord op deze crisis. Nochtans blijft het een bourgeois partij en biedt ze geen alternatief aan de arbeidersklasse. 69% denkt dat de PS de volgende verkiezingen niet kan winnen en een gelijkaardig percentage denkt dat ze hetzelfde beleid als de regering had gevoerd indien ze aan de macht was geweest. De ervaring van de laatste socialistische regering blijft nog in het bewustzijn van de massa’s.

Deze ontwikkelingen in Duitsland en in Frankrijk zijn cruciaal in de situatie die ontwikkelt in Europa. Tegelijk zijn andere landen een periode van crisis en sociale beroering binnengetreden. Italië is de zieke man van Europa, zowel economisch als politiek. De regering-Berlusconi wordt verstrikt door de ene crisis na de andere en heeft nu getracht zichzelf te redden door eenvoudigweg de regels van de verkiezingen voor april te veranderen en te proberen om aan de macht te blijven.

Ondanks die wijzigingen, duiden opiniepeilingen aan dat er een sterke mogelijkheid bestaat dat de oppositie van ‘Union’, een centrumlinks alliantie, de volgende verkiezingen zal winnen. Het is niet uitgesloten dat de leiding van de PRC (Rifondazione Comunista), met het gevoel van wanhoop tegenover Berlusconi als rechtvaardiging, niet alleen steun zal geven aan de verkiezingscampagne van de centrumlinkse alliantie, maar ook zal toetreden tot een centrumlinkse regering. Wij zouden ons daartegen verzetten. Het kan leiden tot een crisis binnen de PRC, zeker als de regering de confrontatie met de arbeiders en jongeren zal aangaan.

Portugal, met een hopeloze economische situatie, bevindt zich zonder twijfel aan de vooravond van een sociale explosie. Samen met de stakingsgolf in België en de oppositie die zich tegen de Blair regering ontwikkelt, evolueren deze gebeurtenissen naar een explosieve en gunstigere situatie in Europa om onze secties uit te bouwen en te versterken.

Conclusies en taken

In Europa en internationaal is het duidelijk dat een nieuwe gunstigere periode van toenemende moeilijkheden voor het kapitalisme en een groeiende stemming van verzet bij de arbeidersklasse is begonnen. De komende periode zal onvermijdelijk veel tegenstrijdige kenmerken bevatten, waarbij stappen voorwaarts worden gezet door de arbeidersklasse in de vorm van strijd, organisatie en politiek bewustzijn, samen met complicaties en achteruitgang. Nochtans zullen nieuwe en grotere mogelijkheden zich voordoen die het onze secties zal mogelijk maken om belangrijke stappen voorwaarts te zetten, onze invloed te versterken en het ledenaantal op te bouwen.

Dit vereist van onze secties een verscherping van onze interventies en krachtige initiatieven. We zijn in staat om een grote impact te hebben op de klassenstrijd die zich begint te ontwikkelen, indien we op een correcte manier tussenkomen. Dit werd aangetoond door de interventie die Joe Higgins en de kameraden in Ierland deden in de strijd rond de Ierse ferry’s. Het is bijzonder belangrijk dat we kunnen tussenkomen, niet enkel door ons algemeen programma en onze methode uit te leggen. We zullen een grote impact kunnen hebben in de gevechten van de arbeiders als we correcte specifieke voorstellen kunnen doen over hoe de strijd die gevoerd wordt, te organiseren en te leiden. Wanneer onze secties interventies maken in stakingen en andere bewegingen, moeten ze zorgen dat onze tactieken en voorstellen volledig uitgediscussieerd en ‘gedragen’ zijn in de sectie op elk niveau.

De volgende periode zal ons grotere mogelijkheden geven in de uitbouw van onze secties dan in het voorbije decennium. We moeten voorbereid zijn op snelle veranderingen en sprongen in het politieke bewustzijn en bereid zijn de noodzakelijke stappen te zetten om tussen te komen als zo’n veranderingen plaats vinden.

Het CWI neemt geen universele tactiek aan in elk land, zonder rekening te houden met de specifieke condities die er bestaan. Maar in veel landen wordt de kwestie voor de noodzaak van nieuwe massale arbeiderspartijen een cruciaal punt. Het is essentieel dat onze secties herhaaldelijk de tactieken en de taken beoordelen en herinschatten, die we moeten aannemen met betrekking tot deze kwestie.

De draai naar de WASG in Duitsland en de P-SOL in Brazilië hebben al belangrijke winsten opgeleverd voor deze secties. De initiatieven die we nemen in Groot-Brittannië en België voor het lanceren van grote campagnes om nieuwe arbeiderspartijen op te bouwen tonen welke initiatieven we bereid moeten zijn te nemen, als dit toepasbaar is.

In het bijzonder is het noodzakelijk voor alle secties om speciale aandacht te geven in het recruteren en dan politiek ontwikkelen van een nieuwe generatie van kameraden. Het uitbreiden van jongerenwerk en onze interventie in de arbeidersklasse moeten de voornaamste prioriteiten van onze secties zijn. We moeten speciale maatregelen nemen om de nieuwe generatie van leden politiek te integreren en te ontwikkelen. Dit moet de belangrijkste prioriteit zijn in het werk en de activiteit van alle secties en leden in de volgende periode.

De volgende periode zal ons meer gunstige mogelijkheden bieden om onze secties te versterken en om het CWI op de kaart te zetten.

Delen: Printen: