Wereldwijde oproer over cartoons. Voor arbeiderseenheid tegen de verdeel-en-heerspolitiek van het huidig systeem

De wereldwijde protesten van moslims tegen de publicatie van cartoons waarop Mohammed is afgebeeld in verscheidene Europese kranten, hebben opnieuw de enorme woede onder moslims getoond. Die woede werd versterkt door de “oorlog tegen terreur” van Bush en de invasie van Irak. Het thema dat deze protesten deed uitbarsten en het karakter van de protesten, heeft opnieuw de discussie doen oplaaien over een oorlog tussen beschavingen of tussen culturen. Dit is een waarschuwing voor de verdeeldheid en spanningen die kunnen ontwikkelen door de afwezigheid van een sterke georganiseerde arbeidersbeweging.

Robert Bechert

Miljoenen moslims die zijn verbitterd door het beleid van de westerse imperialistische krachten, beschouwen de cartoons als een onderdeel van een lange reeks provocaties en agressie, waaronder niet in het minst de bezetting van Afghanistan en Irak en het tolereren van het in beslag nemen van Palestijns gebied door Israël.

In een aantal Arabische landen hebben de protesten in elk geval gedeeltelijk een anti-imperialistisch karakter aangenomen, hoewel het er de schijn van heeft dat het Syrische regime, met het oog op haar eigen belangen, de protesten heeft gebruikt om het Westen te waarschuwen en tegelijkertijd haar belangen in Libanon veilig stellen. In Europese landen is er ook een opzwellen van woede onder moslims tegen de toename van anti-islamitische gevoelens, meer controles door politie en toegenomen kwelling.

In Denemarken waar de spotprenten eerst provocatief zijn gepubliceerd in een rechtse krant, voelen vele moslims zich bedreigd door een reeks speciale zware anti-immigrantenwetten die sinds 2001 door de regering Rasmussen zijn aangenomen. Deze regering, die afhankelijk is van de steun van de extreem-rechtse Deense Volkspartij, heeft migranten jonger dan 24 jaar verboden om te trouwen en heeft zich het recht verschaft om de echtgenoten/echtgenotes van Denen, indien zij niet EU-onderdanen zijn, uit te zetten. Tegelijkertijd is de Deense regering een van de grootste voorstanders van het beleid van Bush en heeft zij troepen naar Irak gestuurd.

Geconfronteerd met wat zij als een permamente campagne van laster en kwelling beschouwen, hebben vele moslims geprotesteerd tegen de publicatie van de cartoons. Het feit dat het vooral rechtse kranten zijn geweest die deze spotprenten hebben geherpubliceerd, is een bevestiging van een dieperliggende rechtse agenda.

Het karakter van enkele van deze protesten, volgend op een reeks van terroristische aanslagen op westerse burgerdoelen, heeft echter de tendens van toegenomen verdeeldheid tussen moslims en niet-moslims in diverse landen versterkt. In Groot-Brittanië kunnen de enorme religieus sectarische protestborden die niet-moslims met de dood bedreigen en die gedragen werden op het kleine protest in Londen op 3 februari jongstleden leiden tot het verdiepen van raciale en religieuze tegenstellingen. Dat kan de regering een rechtvaardiging bieden voor haar autoritaire en anti-terreurwetten. Dat komt bovendien op een ogenblik dat er in Europa al heel wat druk en spanningen bestaan als gevolg van het verplaatsen van banen en gedwongen migratie, voortkomend uit de effecten van kapitalistische globalisering en het voortdurende neoliberale offensief van de bazen.

Van allerlei kanten zijn opportunisten, religieuze sectariërs en racisten op dit thema gesprongen om de situatie uit te buiten. In Arabische landen nemen rechtse islamitische religieuze leiders de kans om hun claim te versterken dat zij de oppositie tegen het imperialisme leiden en ook om hun greep op de samenleving te versterken. De officiële pogingen om de situatie te doen kalmeren kunnen wellicht in de komende dagen een effect hebben, maar verzachtende woorden en het beroep doen op de rede zullen de onderliggende spanningen niet wegnemen.

Wat in de afgelopen dagen afwezig was, was een krachtig socialistisch geluid dat onafhankelijk in de situatie kan tussenkomen en de uitbuiting ervan door religieuze sectariërs of racisten kan voorkomen. Helaas is dit niet verrassend gelet op de politieke zwakte van de arbeidersbeweging in vele landen. Maar, tenzij de arbeidersbeweging internationaal een uitkomst kan bieden, zou de volgende periode van sociale crisis samenlevingen uit elkaar getrokken kunnen zien worden door een variëteit aan verdelingen waaronder religieuze, etnische en nationale conflicten.

Wat zou het socialistische antwoord moeten zijn op de huidige golf van protesten en de poging van conservatieve en enkele rechtse christelijke politieke leiders die beweren dat ze het recht op vrije meningsuiting verdedigen?

Ten eerste zijn socialisten compleet gekant tegen onderdrukking op basis van religie, ras, nationaliteit, geslacht of seksuele geaardheid en socialisten verdedigen het recht van onderdrukten om zichzelf te verdedigen. Wij werken om te bouwen aan een verenigde arbeidersbeweging om te vechten tegen onderdrukking, kapitalisme en om een socialistische toekomst te kunnen creëren.

Dit betekent dat we tegenstander zijn van de productie van enig materiaal dat gebruikt wordt om verdeelheid op basis van religie, etniciteit, nationaliteit of seksuele voorkeur te creëren of te verdiepen. Dit houdt ook in dat we ingaan tegen de voortdurende propagande tegen migranten, racistische propaganda of ondertoon die aanwezig is in delen van de massa-media in bijna elk Europees land.

Tegelijkertijd is het altijd de arbeidersbeweging geweest die de voorhoede heeft gevormd van de strijd voor het verkrijgen en behouden van democratische rechten, waaronder vrije meningsuiting en het recht om te stemmen. Terwijl we tegen de productie van racistisch en fascistisch materiaal zijn, verdedigen we als socialisten wel het recht om kritiek te leveren, zelfs als die sarcastisch is. Datzelfde kan niet gezegd worden van de belangrijkste gevestigde religies die allemaal, weliswaar op verschillende, de vrijheid van meningsuiting de kop hebben willen indrukken.

De poging om te zeggen dat wat zich in Europa en Amerika ontwikkelt, een botsing tussen beschavingen is, tussen Christendom en Islam, waarbij het Christendom symbool staat voor vrijheid, is compleet onjuist. Voor de meerderheid van hun bestaan maakten de leiders van alle gevestigde christelijke kerken graag deel uit van de elites die dictatoriale samenlevingen bestuurden. Zoals zelfs de Financial Times berichtte “Het christelijke westen ging over tot modernisering in de greep van klerikale reactie.” De miljoenen die zijn gedood in oorlogen tussen verschillende christelijke genootschappen, de Inquisitie, slavernij, het afslachten van inheemse Amerikanen en de oorspronkelijke heksenjachten zijn slechts enkele van de historische misdaden van de christelijke kerken.

Maar dit is niet slechts het geval bij christelijke kerken. Leiders van andere belangrijkste gevestigde religies hebben vergelijkbare rollen gespeeld, of het nu gaat om Joodse religieuze leiders die de verjaging van Palestijnen van hun land rechtvaardigen op basis van de argumentatie dat God Israël aan de Joden zou hebben gegeven of om prominente boeddhisten die vooraan staan in de aanvallen op Tamil Hindoes in Sri Lanka.

Terwijl de westerse media regelmatig verwijst naar islamitische fundamentalisten, is de Islam zeker niet de enige religie die extreme fundamentalisten in haar achterban heeft. Pat Robertson, één van Bush’ favoriete evangelisten, zei vorige maand dat Ariel Sharon’s beroerte de straf van God zou zijn, omdat Sharon Israëlische kolonisten uit Gaza zou hebben verwijderd. Vorig jaar riep Robinson op tot het vermoorden van de radicale president van Venezuela, Hugo Chavez. In India hebben Hindoe fundmentalisten herhaaldelijk aanvallen geleid op de moslim-minderheid, waaronder de vernietiging in 1992 van de moskee in Ayodhya en de conflicten in Gujarat in 2002.

Socialisten keuren elke racistische, religieuze of seksistische poging om verdeeldheid te zaaien af, pleiten voor actie van arbeiders tegen die pogingen en streven ernaar een gezamenlijke strijd van werkende mensen tegen onderdrukking en kapitalisme te realiseren.

Socialisten verdedigen de rechten van zowel niet-gelovigen als gelovigen, beschouwen geloof als een persoonlijk probleem en zien er geen probleem in als gelovigen en niet-gelovigen die naast elkaar strijden in de arbeidersbeweging. Maar anderzijds betekent ons standpunt over religie als een privézaak, dat we opkomen voor een complete scheiding van kerk en staat en het recht van religies om bepaalde standpunten in te nemen. We zijn wel tegen iedere poging van gelijk welke religie om dictaten op te leggen aan andere religies of niet-gelovigen.

Wij verdedigen de democratische rechten van iedereen, niet-gelovigen en gelovigen, om hun mening te uiten. Dit omvat het recht om anti-religieus materiaal te produceren, of het nu filosofisch of satirisch van aard is. Dit is de reden waarom socialisten tegen de pogingen van christelijke fundamentalisten waren om de “Jerry Springer” musical te verbieden en de aanvallen in 2004 door enkele Sikhs tegen de opvoering van het toneelstuk Behzti in Birmingham.

Socialisten verzetten zich tegen elke poging om moslims te stigmatiseren, maar strijden tegelijkertijd tegen de aanvallen van islamitische reactionairen tegen homoseksuelen en vrouwenrechten. In dezelfde mate zijn wij tegen het anti-semitisch materiaal dat wordt geproduceerd onder het voorwendsel zich te verzetten tegen het Israelisch beleid in veel Arabische landen. De meeste islamistische staten die hebben geprotesteerd tegen de Deense spotprenten zijn dictatoriale regimes met gruwelijke geschiedenissen van het onderdrukken van de eigen bevolking.

Vandaag is het een cruciale taak van de arbeidersbeweging om verdeeldheid onder werkende mensen die gezamenlijke gevechten blokkeert en doorkruist, te voorkomen. Dit betekent dat we ons verzetten tegen repressie en opkomen voor de verdediging van democratische rechten terwijl we ernaar streven een gezamenlijke beweging op te bouwen die het kapitalistisch systeem kan uitdagen en die vecht voor een socialistische toekomst.


Vertaald door Bas De Ruiter

Delen: Printen: