Artikel uit de septembereditie van ‘De Linkse Socialist’

Voor de verkiezingen van 25 mei werd ons gezegd dat het ergste van de crisis achter de rug lag en dat we nu een periode van herstel zouden zien. Dat blijkt steeds meer een leugen te zijn. Tegen de achtergrond van een economie die blijft kwakkelen, maken het patronaat en de regering-in-vorming zich samen met de regionale regeringen en de lokale besturen op om ten strijde te trekken tegen onze levensstandaard. Hun doel is duidelijk: de winsten van de rijkste 1% veiligstellen door op de kap van de 99% anderen te besparen.

Economische achtergrond

Zes jaar na het begin van de crisis is het einde van de tunnel nog lang niet in zicht. De verwachtingen voor groei in 2014 en 2015 worden naar beneden herzien. Waar er begin dit jaar nog werd gesproken van een aantrekkende Europese economie, onder meer dankzij een versterking van de binnenlandse vraag, met een verwachte groei in de eurozone van 1,1% in 2014 en 1,5% in 2015, werd midden augustus erkend dat zelfs de Duitse motor sputtert.

In het tweede kwartaal van 2014 kende Duitsland een negatieve groei van -0,2%. De tweede economie van de eurozone, de Franse, stagneert al twee kwartalen op rij. Italië, de derde economie van de eurozone, kende opnieuw een krimp met -0,2%. De volledige eurozone kende een nulgroei. Ook in ons land waren de cijfers van het tweede kwartaal niet bepaald hoopgevend, er was een beperkte groei van 0,1%. De slechte cijfers in Duitsland worden onder meer aan de internationale situatie toegeschreven, met het conflict in Oekraïne en de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Ongetwijfeld speelt ook de Chinese vertraging een rol. Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België, waarschuwde: “Aangezien de geopolitieke spanningen niet afkoelen, is er weinig kans dat de groei in het tweede halfjaar zal versnellen.”

Zelfs bij de beperkte groei van 1,4% in 2014 die door het Federaal Planbureau eerder dit jaar voorzien werd, zou de werkloosheid niet afnemen. Het Planbureau voorzag een netto stijging van het aantal arbeidsplaatsen met 13.700 in 2014, wat gezien de uitbreiding van de beroepsbevolking neerkomt op een stijging van het aantal werklozen met 8.800. Met de groei van het tweede kwartaal wordt zelfs dit cijfer moeilijk haalbaar. Bovendien zal het besparingsbeleid de investeringen van de overheid verder naar beneden trekken, in het eerste kwartaal van dit jaar daalden die investeringen al met 2,9%, wat de economische groei onder druk zet.

De Europese en internationale politieke en economische context wijzen op blijvende problemen. Dit zal de besparingsdruk niet bepaald doen afnemen, integendeel.

Rechtse besparingsregering

Het was niet de eerste keuze van de burgerij en het blijft een gewaagde gok, maar sinds de verkiezingen van 25 mei is de steun voor een rechtse regering in patronale kringen gegroeid. Een klassieke tripartite heeft voor de burgerij het voordeel dat de leiding van beide grote vakbonden mee in bad wordt getrokken. Maar de burgerij ziet in een rechtse regering, zelfs indien die langs Franstalige kant niet in de buurt van een meerderheid komt, een kans om er eens hard in te vliegen. Als het alsnog mislukt en leidt tot een sociale uitbarsting, dan kan de PS nog steeds van de reservebank gehaald worden.

De bocht naar een rechtse regering werd door de zakenkrant De Tijd als volgt omschreven: “Bij de christendemocraten, die met Peeters de premier mogen leveren, was de schrik om de N-VA buitenspel te zetten groter dan de angst voor sociale onrust.” Dat de MR in de Waalse, Franstalige en Brusselse regeringen buitenspel werd gezet, deed de frustraties bij de Franstalige liberalen voldoende oplopen om de eerdere kritiek op N-VA – zo verweet Charles Michel de N-VA een “racistische ondertoon” als onderdeel van “een project van discriminatie en van minachting” – in te slikken. Met amper 20 van de 63 Franstalige zetels kan de democratische legitimiteit van deze regering nochtans in vraag gesteld worden.

Dit type van regering heeft niet tot doel om met de zachte hand op te treden. Als het is om voorzichtig te besparen, zijn andere regeringssamenstellingen efficiënter. De burgerij verwacht van N-VA en co dat de beloofde ‘verandering’ in de zin van harde besparingen effectief in daden wordt omgezet. Zeker voor de N-VA is dat een moeilijke positie. Enerzijds is er de druk van de werkgevers om erg onpopulaire maatregelen te nemen, anderzijds is er het gevaar dat de partij hierdoor als de asociale factor van de besparingsregering wordt weg gezet en als neoliberale schoktroep verbrand geraakt. Bij iedere asociale maatregel probeert de N-VA om de aanval wat te verpakken of om compensaties te voorzien. “We laten niemand achter,” aldus het Vlaamse regeerakkoord.

‘We’ hebben 15 jaar boven onze stand geleefd…

N-VA’er Jan Peumans stelt dat besparingen onvermijdelijk zijn omdat “we 15 jaar boven onze stand hebben geleefd.” Die “we” slaat niet op de 20% gepensioneerden die in armoede leven, de ouders die tot op het laatste moment in onzekerheid leven of ze voor hun kind wel een plaats op school zullen vinden of de mensen met een handicap voor wie nergens opvang is.

Peumans voegde er nog aan toe: “Elke familie zal het voelen, maar wie zal het anders betalen?” We kunnen wel een aantal suggesties doen van waar het geld kan gezocht worden. De afgelopen jaren van neoliberaal beleid hebben de kloof tussen arm en rijk enorm versterkt. Wereldwijd zijn amper 85 mensen even rijk als de helft van de wereldbevolking. De 1% rijkste Belgische gezinnen zijn gemiddeld goed voor een vermogen van 7 miljoen euro. Samen nemen ze 17% van het totale vermogen voor hun rekening, aldus ECB-econoom Philip Vermeulen. De 5% rijksten bezitten 34% van het vermogen. Er zijn 15 families die euromiljardairs zijn, van de eigenaars van ABInBev over Albert Frère tot de familie Colruyt.

Daar worden er geen middelen gezocht. Er wordt integendeel bespaard op onze lonen, uitkeringen, onderwijs, sociale zekerheid, de werkingsmiddelen van jeugdbewegingen, het openbaar vervoer, … ‘Wij’, de gewone werkende bevolking en uitkeringstrekkers, hebben al jarenlang ingeleverd en zagen onze levensstandaard afnemen. Tegelijk zagen ‘zij’, de allerrijksten, hun vermogen enkel toenemen. Zelfs de OESO moet erkennen dat de kloof tussen arm en rijk sinds het uitbreken van de crisis enkel groter is geworden.

Besparingslawine op alle niveaus

De besparingsplannen van de volgende federale regering staan niet alleen. Na de gemeenteraadsverkiezingen begonnen tal van gemeenten met besparingsrondes en ook de regionale regeringen maken zich op voor harde besparingen. Dat is niet alleen het geval met de rechtse Vlaamse regering, maar ook met de zogenaamde progressievere regering langs Franstalige kant. Die Franstalige regering wil jaarlijks 1 miljard besparen en dat nadat een reeks aanvallen die nu in Vlaanderen gepland worden (afschaffen gratis openbaar vervoer voor 65-plussers of inschrijvingsgeld tot 900 euro) daar al eerder uitgevoerd zijn.

De zogenaamde progressieve regeringen langs Franstalige kant zullen geen alternatief vormen. Illusies hierin kunnen leiden tot regionalisme, terwijl het er net op zal aankomen om van onderuit te bouwen aan een dynamiek van gezamenlijk verzet en oppositie tegen het besparingsbeleid op alle niveaus.

Dat is wat we reeds voor de verkiezingen naar voor schoven met het idee van een front van verzet tegen alle besparingen. Een gezamenlijke informatiecampagne van de vakbonden op de werkvloer, onder jongeren, in de wijken of onder gepensioneerden zou een aanzet kunnen vormen om de reikwijdte van de geplande besparingen bekend te maken en een eerste stap zetten in de opbouw van een sterke mobilisatie.