Stemming over het Generatiepact. Kamer houdt zelfs schijn van democratie niet op

Slechts 3% van de 150 democratisch verkozen – of moeten we zeggen gekochte – volksvertegenwoordigers, stemde tegen het Generatiepact. De meerderheidspartijen stemden voor en op uitzondering van de 4 Ecolo’s die tegen stemden, onthield de oppositie zich. Niet om de beweging een hart onder de riem te steken, maar omdat de aanvallen op de werknemers niet ver genoeg gingen. Tot daar de “proportionele” democratie of wat ervoor moet doorgaan.

Eric Byl

De vakbonden hebben nochtans unaniem geweigerd het Generatiepact goed te keuren. Samen organiseren ze maar liefst 76% van alle 3,6 miljoen werknemers en 35% van alle kiesgerechtigden (*). Bovendien stelden we tijdens de acties vast dat heel wat niet-gesyndiceerden toch de beweging ondersteunden.

Men kan uiteraard, zoals politici en pers probeerden in aanloop naar de staking van 7 oktober, al die activisten en hun vakbonden voorstellen als geïsoleerde conservatieven en daarin de verklaring zoeken voor de filterdunne steun in de Kamer. Dat werd echter toen al tegengesproken door een VUM-enquête waaruit bleek dat 40% van de ondervraagden achter de ABVV-staking stond, terwijl slechts 25% de aanpak van de regering in het generatiepact steunde. Die steun zal wellicht niet afgenomen zijn toen ook het ACV zich aansloot.

In aanloop naar de staking, annex betoging, van 28 oktober moest zelfs de regeringskrant De Morgen toegeven dat de vakbonden konden rekenen op een brede maatschappelijke steun.“Vingers kruisen”, voegde de krant eraan toe, “dat de SP.a niet uitgedaagd wordt ter linkerzijde”.

Kortom: de brede maatschappelijke beweging rond het Generatiepact vond niet de minste uitdrukking in de Kamer! Dan maar klagen over de “kloof met de burger”. Dat het algemeen stemrecht en de formele gelijkheid voor de wet nog geen garantie zijn voor democratie, weten we al langer.

Zolang een handvol kapitalisten de volledige productie monopoliseert en naar willekeur politici selecteert via peperdure campagnes, die door de partijdotaties dan nog verhaald worden op “de burger”, zal ons democratisch recht beperkt blijven tot het vervangen van de ene burgerlijke politicus door de andere.

Met geld kan men veel, zeker als men meteen alle media controleert en een heel ideologisch propaganda-arsenaal ter beschikking heeft. Wie kan daar tegenop? Het verkiezingsbudget van LSP, overigens volledig uit eigen zakken, bedraagt nog geen 500ste van dat van een traditionele partij. Maar ook propaganda en geld kent haar limieten.

Steeds meer horen we de roep naar een nieuwe linkse formatie waarin alle krachten die zich verzetten tegen het neoliberaal beleid zich verenigen. Die roep zal luider worden naarmate de winstzucht en de arrogantie van het patronaat en haar politieke lakeien toenemen.

Tegenover de macht van het geld en de concerns kan de arbeidersbeweging slechts één kracht opstellen: die van haar numerieke sterkte. In Duitsland haalde een dergelijke formatie in haar eerste verkiezingsdeelname meteen 8,7% en 54 verkozenen. Dat kan ook in België.


(*) Voor het aantal werknemers: http://www.belgostat.be/belgostat/PublicatieSelectieLinker?LinkID=571000014|910000082&Lang=N Voor het aantal gesyndiceerden: http://steunpuntwav.test.smartlounge.be/steunpuntwav/view/nl/79936

Delen: Printen: