Vandenbroucke: ongeziene aanval op hoger onderwijs

Het langverwachte plan-Vandenbroucke, dat de financiering van het hoger onderwijs vanaf 2007 moet regelen, is klaar. Zoals verwacht, wordt met dit nieuwe financieringsdecreet een open aanval op het Vlaamse hoger onderwijs gelanceerd. Het plan is uitgesproken neoliberaal, en snoeit drastisch in de werkingsmiddelen van de meeste onderwijsinstellingen.

Tim Joosten

Universiteiten en hogescholen moeten miljoenen besparen

Het overgrote deel van de universiteiten en hogescholen moet ernstig inleveren. Eigenlijk wint enkel de KULeuven: die instelling krijgt er ongeveer 17 tot 22 miljoen euro per jaar bij.

De grootste slachtoffers zijn vooral de kleinere universiteiten en de hogescholen: de UA verliest 8 tot 10 miljoen, de VUB 9 tot 11 miljoen, en de Gentse hogeschool zal het jaarlijks met 3 tot 5 miljoen minder moeten doen.

Dit past natuurlijk allemaal in de logica van de Bologna-hervormingen: Vandenbroucke kiest duidelijk voor de optie om slechts één grote eliteuniversiteit te behouden, de KUL, die op internationaal niveau de concurrentie moet aankunnen. Daarnaast krijgen we dan een netwerk van minderwaardige en ondergefinancierde universiteitjes en hogescholen.

Onderwijs: geen dienst, maar een markt

Vandenbroucke lanceert hiermee duidelijk een nieuwe politieke visie op het hoger onderwijs. In die visie moet het onderwijs onderworpen worden aan de vrije markt, en mag het niet langer worden beschouwd als een dienst aan de bevolking. In 2012 moet er een internationale onderwijsmarkt komen, waarbij instellingen op leven en dood moeten concurreren voor geldmiddelen en topstudenten.

Dat komt ook heel sterk naar voren in de verdeelsleutel die VDB introduceert. Voor het eerst wordt er een heus concurrentiemechanisme ingevoerd in het hoger onderwijs. Voordien was de subsidiëring van het hoger onderwijs vooral een “inputfinanciering”. Dit betekende dat de overheid geld gaf aan de instellingen naargelang het aantal studenten dat er studeerde. Die subsidies lagen op lange termijn vast, concurrentie was dus totaal overbodig.

Nu wordt een systeem van “outputfinanciering” gehanteerd. Universiteiten en hogescholen worden afgerekend op het aantal “succesvolle” studenten, het aantal doctoraten,… De werkingsmiddelen worden elk jaar opnieuw herverdeeld tussen de verschillende instellingen naargelang hun prestaties. Dit volgens een mechanisme waarin de universiteiten en hogescholen als bedrijven met elkaar moeten concurreren voor middelen.

Kwantiteit boven kwaliteit

Ook de parameters waarop de onderwijsinstellingen worden beoordeeld, gaan dezelfde richting uit. Kleinere opleidingen en kleinere instellingen worden financieel gestraft. Richtingen met grote studentenaantallen worden sterk bevoordeeld. Nochtans blijkt uit de rapporten van de visitatiecommissies, die vandaag de kwaliteit in het hoger onderwijs controleren, dat kleinere opleidingen met een meer studentgerichte benadering, steevast beter scoren dan grotere opleidingen. De kwaliteit van het onderwijs is blijkbaar een van de laagste prioriteiten bij Vandenbroucke…

In naam van de “vrije concurrentie” wordt gewerkt aan een monopoliepositie voor de Leuvense universiteit. De KULeuven heeft veel schaalvoordelen tegenover bijvoorbeeld een kleine hogeschool in West-Vlaanderen, en die schaalvoordelen worden ook extra bevoordeeld. Beursstudenten zullen wel meer werkingsmiddelen opleveren dan andere studenten, maar nergens worden er middelen geboden om goedkope koten, kwaliteitsvolle maaltijden en andere sociale voorzieningen in te richten om die beursstudenten aan te trekken. Een instelling die in het huidige plan verliest, zal het heel moeilijk hebben om de achterstand in te halen.

Protest tegen financieringsdecreet

De publicatie van het financieringsdecreet heeft binnen het hoger onderwijs voor hevige reacties gezorgd. De meeste directies van hogescholen en universiteiten protesteerden reeds bij de minister.

Zelfs aan een universiteit zoals Leuven is een meerderheid van het academisch personeel niet te vinden voor het neoliberale onderwijsmodel van minister Vandenbroucke en oud-rector van de KUL Oosterlinck. De huidige rector Vervenne, de kroonprins van Oosterlinck, had het in de voorbije rectorverkiezingen dan ook zeer moeilijk tegenover de flamboyante TV-kerkjurist Rik Torfs, die kritisch stond tegenover een marktvisie in het onderwijs. De protesten van de academische overheden zorgden ervoor dat Vandenbroucke zijn plan een jaar uitstelde tot 2008.

De besparingen die vandaag worden voorgesteld, passen binnen het model van het hoger onderwijs dat de burgerij wil promoten. Op dit moment is er een overschot aan hoogopgeleiden in West-Europa, en de burgerij wil niet langer meer betalen voor deze dure diploma’s. Verder moet de enorme onderwijssector ingepast worden in het marktmodel, zodat de grote multinationals ook hun zegje kunnen hebben over het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

We kunnen er dus zeker van zijn dat Vandenbroucke vastberaden is om zijn plan door te voeren. Hij probeert door een verdeel-en-heers tactiek de verschillende universiteiten en hogescholen onderling te verdelen, om zo zijn slag thuis te halen. Vandenbroucke beseft maar al te goed dat de studentenbeweging reeds jarenlang lamgeslagen is in Vlaanderen. Bovendien is er bij grote delen van de onderwijsvakbonden een passieve houding. Het is die vermeende zwakte die Vandenbroucke ertoe aanzet om met een zeer hard en vergaand besparingsplan op de proppen te komen. Eén ding vergeet Vandenbroucke wel: de strijd moet nog gevoerd worden…

Hoe de strijd aangaan?

Het komt er nu op aan om op een zo efficiënt mogelijke manier de strijd te voeren. We kunnen de arrogantie van Vandenbroucke enkel blokkeren door een massale beweging van personeel en studenten in het hoger onderwijs. We moeten daarbij niet veel verwachten van de studentenbureaucraten van het VVS (Vereniging van Vlaamse Studenten) of van de leiding van de onderwijsbonden. Onze militanten binnen het hoger onderwijs en onze studentenorganisatie ALS zullen bouwen aan een krachtsverhouding aan de basis om de confrontatie met de plannen van Vandenbroucke aan te gaan.

Welk alternatief?

> Meer geld voor hoger onderwijs!

De eisen die we naar voren moeten brengen, kunnen we bundelen in één strijdkreet: meer geld voor hoger onderwijs! We steunen de eis van het ACOD om de uitgaven voor onderwijs op te voeren naar 7% van het BNP, het niveau van 1980 (momenteel bedraagt het 4,9% van het BNP).

De discussie moet niet in de eerste plaats gaan over hoe het geld wordt verdeeld, maar over de noodzaak van een herfinanciering van het onderwijs om de kwaliteit ervan te verbeteren. Daarbij willen we uiteraard een herfinanciering met overheidsmiddelen en geen inmenging van de grote bedrijven in het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. Naast de andere cadeaus aan het patronaat nog eens het wetenschappelijk onderzoek quasi gratis aan het patronaat aanbieden, moet worden uitgesloten.

Met het extra geld kan de werkdruk in het onderwijs, die de voorbije jaren enorm is toegenomen, worden verminderd. Betere arbeidsvoorwaarden en een lagere werkdruk kunnen ervoor zorgen dat lesgevend personeel meer zorg kan besteden aan de begeleiding van de studenten, en dat het administratief en technisch personeel het onderwijs efficiënter kan ondersteunen.

> Studieloon in plaats van torenhoge inschrijvingsgelden

Er kan een studieloon worden ingevoerd dat moet toelaten dat iedereen hoger onderwijs kan volgen. Vandaag is er nog altijd een zware ondervertegenwoordiging van studenten uit een arbeidersmilieu binnen het hoger onderwijs, en door de besparingen op sociale voorzieningen die de voorbije jaren hebben plaatsgegrepen, wordt het hoger onderwijs steeds minder toegankelijk.

De huidige hervormingen zullen dit nog versterken, onder meer met het voorstel om de Master-na-Master niet langer te financieren, waardoor de studenten de kosten volledig zouden moeten dragen met inschrijvingsgelden van wellicht verschillende duizenden euro per jaar.

> Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek

Verder moet er een einde worden gesteld aan de steeds verdergaande inmengingen van het bedrijfsleven in het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten. Vandaag voeren veel instellingen goedkope onderzoeken uit voor grote multinationals.

Door een betere overheidsfinanciering kunnen onderzoekers onafhankelijker werken, en kan er een open discussie worden gevoerd over de prioriteiten van het wetenschappelijk onderzoek in de maatschappij.

> Organiseren van de strijd

We roepen alle studenten en personeelsleden in het hoger onderwijs op om met ons te mobiliseren tegen het liberaliseringsplan van Vandenbroucke. Door het organiseren van comités aan alle universiteiten en hogescholen, kunnen studenten en personeel een dynamiek creëren om de strijd aan te gaan. Comités waarin de discussie kan gevoerd worden over welke strategieën en programma naar voren moeten worden gebracht, en waarmee aan de basis kan gemobiliseerd worden voor acties. Samen zullen we het plan Vandenbroucke kelderen!

Delen: Printen: