Frankrijk: welk alternatief ter linkerzijde ?

Zowel de PCF, LO als LCR maken zich op om deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van 2007. In tegenstelling tot wat door veel jongeren en arbeiders werd gehoopt, komt er geen anti-kapitalistische “eenheidskandidaat”. Een aantal mensen vindt dit een uitdrukking van een jammere verdeeldheid. Dat is op zich niet verbazingwekkend. Dat gevoel komt vooral uit een begrip dat er onvoldoende politieke vertegenwoordiging is die ingaat tegen de pro-kapitalistische politici.

Alexandre Rouillard

In feite is de discussie rond de presidentsverkiezingen van 2007 maar een beperkte uitdrukking van het probleem. Eigenlijk wordt vooral het gebrek aan een nieuwe arbeiderspartij duidelijk gemaakt. Noch de PCF (Communistische Partij van Frankrijk), noch LO (Lutte Ouvrière) of LCR (Ligue Communiste Révolutionnaire) vormen op zich een nieuwe arbeiderspartij. De afwezigheid van een sterke arbeiderspartij kan een groot belang hebben bij de volgende verkiezingen.

Als de rechtse politicus Sarkozy er in slaagt om sterk aanwezig te blijven op het politieke toneel, is het waarschijnlijk dat deze politicus die bekend staat omwille van zijn ultraliberalisme en zijn racistische ondertoon, toch de verkiezingen kan winnen. Er zal daarbij een grotere druk zijn om te stemmen voor de kandidaat van het “minste kwaad”, waardoor de PS sterker zal staan en de resultaten van de anti-kapitalistische partijen beperkter zullen zijn. Een zelfde evolutie zagen we al bij de verkiezingen van 2004 toen LO en LCR hun verkozenen kwijt speelden.

Hoeveel kansen zullen we nog laten liggen?

In 2005 werd duidelijk dat de arbeiders ongewapend stonden tegenover de regering en het patronaat die het politiek debat konden domineren. Tegelijk zagen we dat de arbeiders niet aarzelden om strijd te voeren. In 2005 was er een toename van het aantal strijdbare stakingen, en ook van de duur van stakingen. Maar die strijdbewegingen hebben geen verlengstuk op het politieke terrein. De anti-kapitalistische organisaties hebben een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de keuze van de arbeiders in werkelijkheid niet beperkt wordt tot twee partijen, PS en UMP, die beiden het huidig beleid verdedigen. Het risico wordt groter dat de arbeiders geen enkel alternatief zien en zich op die basis beperken tot passieve ontgoocheling.

Maar deze kwestie zal niet opgelost worden door een eenvoudige eenheidscampagne links van de PS. Wat ontbreekt is een strategie om te bouwen aan een nieuwe anti-kapitalistische formatie, een partij die zich op de strijdbewegingen richt en deze mee helpt organiseren. De presidentsverkiezingen zouden maar één element in de opbouw van zo’n formatie zijn.

De LCR zegt enerzijds dat het een “eenheidsfront van de volledige sociale en politieke linkerzijde tegen de regering” wil. Maar om wat te doen en hoe? De LCR brengt niets concreet naar voor. Een groot aantal partners in een dergelijk front zijn geen voorstander van algemene stakingen tegen de regering, de hernationalisatie van alle geprivatiseerde openbare diensten (inclusief privatiseringen uitgevoerd door lokale besturen van PS-PCF). Het zou voor de arbeiders een stap vooruit zijn indien de publieke debatten daarover zouden gaan.

De LCR heeft ook aangekondigd dat het weigert te discussiëren met de PS over een regeringsprogramma. Dat kan radicaal klinken, maar het is niet coherent. Indien de LCR de PS ziet als een partner in strijdbewegingen, waarom zou het dan onmogelijk zijn om de PS te confronteren met een regeringsprogramma? Als het voorgestelde “eenheidsfront” de PS in strijdbewegingen moet ontmaskeren, waarom wordt die tactiek dan niet gebruikt op het vlak van regeringsprogramma’s? Heel wat arbeiders zouden op die basis een goede vergelijking kunnen maken. We hebben eerder de indruk dat de stellingname van de LCR om niet met de PS te spreken over een regeringsprogramma, bedoeld is om de discussie over socialisme en de noodzakelijke breuk met de leiding van de PS en de PCF uit de weg te gaan.

De PCF wil over alles discussiëren, maar zal steeds proberen om haar eigen kandidaat naar voor te schuiven om alles onder controle te houden. Uiteindelijk komt het erop neer dat de PCF haar klassieke coalities met de PS wil behouden. De PCF heeft niet de bedoeling om te regeren met een programma dat direct ingaat tegen het patronaat. De partij heeft nog minder zin in een breuk met de lokale coalities die ze vormt met de PS. Officieel spreekt de PCF zich uit tegen het kapitalisme, maar in werkelijkheid hoopt de partij vooral op het behoud van haar electorale posities en probeert ze niet te veel schade toe te brengen aan het kapitalisme. Dat biedt geen oplossing voor de werkloosheid, de massa-ontslagen,… LO tenslotte weigert ieder initiatief en stelt zich traditioneel afgesloten op.

We moeten dit niet aanvaarden

Gauche Révolutionnaire (Franse zusterorganisatie van LSP/MAS) heeft reeds meermaals gesteld dat de huidige opstelling van radicaal-links een stap achteruit is voor de arbeiders. Bij de verkiezingen van 2004 was er, ondanks de vele media-optredens van Arlette Laguiller (LO) en Olivier Besancenot (LCR), een afwezigheid van perspectieven na de electorale alliantie. Hierop zagen we een sterke terugkeer naar het stemmen voor het minste kwaad.

Het referendum over de Europese Grondwet van 29 mei heeft nogmaals het verzet getoond tegen het neoliberaal beleid van de huidige regering, maar ook het beleid dat zou worden gevoerd door de PS of de Groenen. De afwezigheid van een partij die de arbeiders en radicaliserende jongeren organiseert, vormt een beperking voor het verzet tegen het huidig beleid.

De kwestie van een nieuwe partij stelt zich nochtans onmiddellijk, en niet enkel voor de verkiezingen van 2007. Op basis van een programma voor de verdediging van de lonen, openbare diensten, sociale huisvesting,… kunnen strijdbewegingen mee uitgebouwd worden en kan worden vermeden dat strijd geïsoleerd blijft. Het zou ook toelaten om de kwestie naar voor te brengen van een echt alternatief op het kapitalisme: een democratisch socialistische samenleving waar de economie onder de controle staat van de arbeiders en gericht is op de behoeften van iedereen. We kunnen begrijpen dat er een zeker pessimisme bestaat, maar als we de strijd niet voeren, zijn we op voorhand verloren.

Delen: Printen: