Zijn onze lonen te hoog?

Wij willen geen herhaling van het Globaal Plan

Na de aanval op de brugpensioenen, worden andere aanvallen voorbereid. Nu is het de beurt aan de lonen, die onder vuur liggen. Sinds november is er een sterke toename van het aantal officiële rapporten waarin wordt gesteld dat de lonen in België te hoog zijn in vergelijking met de buurlanden.

Xavier Dupret

Het patronaat wil dit jaar de lonen aanpakken met het oog op het Interprofessioneel Akkoord 2007-2008, dat eind dit jaar wordt opgemaakt. Tegelijk wordt een vermindering van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid geëist. Dat is een aanval op het indirecte loon van de arbeiders.

Het VBO stelt in haar nota “Strategie 2010” dat een afschaffing van de indexering van de lonen de beste oplossing is. Maar eventueel nemen de patroons ook genoegen met zogenaamde “All-in” akkoorden: een loonnorm waar de index inbegrepen is. Met zo’n mechanisme wordt de deur open gezet om de indexering van de lonen nadien rechtstreeks aan te pakken.

Index is nu al aangepakt

De indexering is een aanpassing van de lonen aan de stijging van de levensduurte. Nu is de index reeds sterk ondermijnd. In 1989 was de roomsrode regering van christendemocraten en sociaaldemocraten bezorgd om de winsten van de bedrijven en werd een procedure ingevoerd om de lonen te “matigen”.

In 1993 werd het Globaal Plan aangenomen, in het kader van de Europese Maastrichtnormen voor de invoering van de euro. De regering probeerde het Globaal Plan te onderhandelen met de patroonsfederaties en de vakbonden, maar het kwam tot een stakingsbeweging. Ondanks het verzet van de arbeiders, werd het plan toch doorgevoerd.

Hierdoor werd de aanpassing van de lonen gekoppeld aan een “gezondheidsindex”, waarbij bijvoorbeeld brandstof uit de index werd gehaald. Bovendien was het niet mogelijk om voor de periode 1995-1996 collectieve akkoorden te sluiten waarin een loonsverhoging was opgenomen.

Aanval op koopkracht

Het intensieve werk van de 3 grote traditionele politieke families van de afgelopen 2 decennia was erop gericht om de koopkracht van de arbeiders en hun gezinnen aan te pakken en de sociale verworvenheden af te bouwen. Het is dan ook geen toeval dat uit recente cijfers blijkt dat de koopkracht al 10 jaar daalde: voor arbeiders met gemiddeld 2,08%, voor ambtenaren zelfs met 2,28% en voor niet-werkenden met 2,61% à 3,25%.

Om ons deze aanvallen te doen slikken, wordt door de burgerij en haar lakeien een propagandacampagne gevoerd om ons wijs te maken dat het behoud van jobs enkel kan door de winsten van de bedrijven veilig te stellen.

Lagere lonen zorgen niet voor meer werk

De neoliberalen verzekeren ons dat er in het geglobaliseerde kapitalisme een beperking van de lonen nodig is. Enkel met lagere lonen zouden we de bestaande jobs kunnen behouden. We zien dat het aandeel van de lonen in het BNP de afgelopen jaren sterk gedaald is: van 78% in 1980 tot 69% in 2000. Op Europees vlak was er een gemiddelde daling van 8%. Tegelijk zien we dat de werkloosheid enorm is toegenomen. De verschillende nationale burgerijen spelen de omstandigheden in de buurlanden uit om druk te zetten op de lonen om zo de winsten te verhogen. De stelling van de regering dat een loonmatiging noodzakelijk is om de werkgelegenheid op peil te houden, is een leugen.

Een loonmatiging zorgt ervoor dat de stijgende productiviteit van de werknemers niet langer wordt doorgerekend in de lonen, waardoor er meer winsten worden gemaakt en de financiële sector sterker wordt. Het zorgt uiteindelijk voor een stagnatie van de investeringen in de productie (omdat de arbeiders met hun verlaagd loon niet kunnen terugkopen wat ze produceren).

Jobs verdwijnen door stijgende productiviteit

Uit de beschikbare statistieken blijkt dat de stijging van de werkloosheid niet zozeer toe te schrijven is aan delokalisaties. Jobs die verdwijnen omdat bedrijven worden overgeplaatst naar andere landen, vormen slechts 1% van de verdwenen jobs. Het grootste aandeel van geschrapte jobs zijn het gevolg van de stijging van de productiviteit door het invoeren van nieuwe productiemethoden en een grotere druk op de arbeiders.

Volgens de Centrale Raad van de Economie is de productiviteit in België tussen 1980 en 2005 met gemiddeld 4% per jaar toegenomen. Het zijn dus niet de arbeiders in de andere landen die verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van jobs, maar de patroons in eigen land.

Welk antwoord?

Een nieuwe arbeiderspartij is nodig om in te gaan tegen de neerwaartse spiraal. Zo’n partij zou tegenover de retoriek van de competiviteit, opkomen voor een arbeidsduurvermindering met behoud van loon, een herziening van het belastingsstelsel zodat de grote winsten zwaarder belast worden,… Met een offensief programma tegen de neoliberale logica, kan een herhaling van het Globaal Plan worden vermeden.

Delen: Printen: