"Zo zot als een achterdeur"

De verhuis van één van de junior Dillens (Koen Dillen) naar Schoten, is een zegen voor wie kan genieten van wat slapstick op het Antwerpse “schoon verdiep”. Dillen moet in Schoten de campagne van Marie-Rose Rosel gaan ondersteunen. Hij werd hierop in de Antwerpse gemeenteraad vervangen door Miel Verrijken. Dat is een kleurrijke zeventiger met een passie voor kunst en cultuur. Verrijken was eerder gemeenteraadslid en Vlaams parlementslid.

In de Antwerpse gemeenteraad lokten zijn tussenkomsten in het verleden meermaals buldergelach uit, ook op de VB-banken. Met cultuurschepen Antonis sprak Verrijken over het Museum van Schone Kunsten (“dat groot gebouw op het Zuid met die paarden”, aldus Verrijken) en over de noodzaak om meer aandacht te hebben voor het Vlaamse levenslied door een pleidooi te houden om Tien om te Zien naar Antwerpen te halen.

In het Vlaams Parlement toonde Verrijken zijn bezorgdheid rond de beveiliging van musea. Hij deed een concreet voorstel: “De privé-bewakingsfirma´s zijn heel anders. Ik zal niet in detail treden, want ik ben geen technicus, maar zij beschikken over nieuwe methodes. De draadloze verbindingen zijn heel belangrijk, want alle soorten draadjes kan men immers doorknippen (…) Via een satellietverbinding spreken ze zelfs stelende dieven aan. Dat kan zowel bemoedigend of ontmoedigend werken. Een dief kan psychologisch worden benaderd. Zo een toestel kan worden gebruikt voor opbouwende misdaadbestrijding, door de dief te zeggen dat de diefstal zal mislukken omdat hij of zij niet door het venster zal geraken.”

Eveneens in het Vlaams parlement hield Verrijken verschillende keren een betoog om de kunstschatten die vanuit Antwerpen naar Brussel werden overgebracht terug te brengen. Niet dat hij iets tegen Brussel heeft, maar de werken horen volgens Verrijken thuis in Antwerpen. “In 1901 is er een grote veiling geweest van de verzameling-Huybrechts, toevallig op het adres waar ik nu woon. De Volkstelling van Bethlehem van Pieter Bruegel de Oude, het belangrijkste schilderij van deze kunstenaar en tevens de enige Bruegel die Antwerpen had, werd toen weggehaald uit Antwerpen en hangt nu, tegen elke moraal in, in het "Musée de Bruxelles". Dit schilderij behoort tot het patrimonium van de stad Antwerpen, maar de stad kan het niet eens lenen.” Verrijken is wel selectief, bepaalde werken moeten niet naar Antwerpen teruggaan. “Oudewijvenschilderijen”, zo omschrijft hij bepaalde werken tijdens een tussenkomst in het Vlaams Parlement.

Een andere strijd in het Vlaams Parlement was niet tegen “oudewijvenschilderijen”, maar tegen de beslissing om koffie van Max Havelaar aan te schaffen in de administratie. Verrijken was het daar niet mee eens. Voor hem voldoet Max Havelaar niet, enkel “Roode Pelikaan” is goed genoeg: “Een Antwerps merk en dan nog eens het beste”. Door de keuze voor Max Havelaar, werden volgens Verrijken “10.000 Vlaamse ambtenaren (veroordeeld) tot het drinken van gauchistische koffie”.

Verrijken doet ook verwoede pogingen om aan te tonen dat het VB racistisch is. Alles kan gelinkt worden aan racisme. Zelfs een voorstel in de Antwerpse gemeenteraad in 1995 om premies toe te kennen voor het bewoonbaar maken van ruimtes boven winkels. Verrijken: "Als men de verdiepingen wil verhuren, moet men een sleutel geven aan de huurder die dan ’s nachts in de winkel kan. U hebt het zeker al begrepen? Het zullen natuurlijk allemaal kleurlingen zijn die zo’n verdieping gaan huren, want de huren zullen laag zijn. (…) Zo zullen ze ’s nachts in alle winkels binnen kunnen!"

De uitlatingen van Verrijken zorgden er ooit voor dat de toenmalige burgemeester Detiège wel moest besluiten: “U bent zo zot als een achterdeur”. Voor één keer kunnen we ons wel vinden in het standpunt van Detiège.

Delen: Printen: