Sri Lanka: waar blijft de hulp één jaar na de tsunami?

Naar aanleiding van de vloedgolf eind 2004 werd wereldwijd enorm veel steun opgehaald voor de slachtoffers van de tsunami. Arbeiders uit heel de wereld deden een bijdrage om de slachtoffers bij te staan. Daarop volgden ook de regeringen met steunbetuigingen. Maar een jaar na deze enorme campagne, vragen veel slachtoffers zich af waar die hulp is gebleven.

Senan, Sri Lankees CWI-lid in Londen

Oxfam haalde bijvoorbeeld meer dan 160 miljoen pond op, waarbij meer dan 90% van dit bedrag kwam van gewone mensen. Op één week tijd kreeg de website CAFOD (Catholic Agencies for Overseas Development) meer dan 35.000 bezoekers die geld wilden geven. In Groot-Brittannië alleen werd meer dan 300 miljoen pond opgehaald.

In totaal werd meer dan 2,95 miljard dollar beloofd aan de Sri Lankese slachtoffers van de tsunami. Maar intussen zien we nog steeds dat slachtoffers van de tsunami op straat moeten bedelen. Waar is het geld naartoe? Waarom zijn er minder dan 1.000 huizen gebouwd in Sri Lanka, terwijl er meer dan 50.000 geraakt werden door de vloedgolf? Wat gebeurde er met de meer dan 2.000 containers van de 5.000 die in de havens van het land aankwamen? Het is niet moeilijk om het antwoord op die vraag te vinden.

Na de tsunami waren er zowat 500 NGO’s die acties ondernamen in Sri Lanka. Met een deel van hun tsunami-geld, beweerden alle NGO’s hulp te verlenen. Het volstaat om naar een aantal van de NGO-operaties te kijken om een algemeen beeld te krijgen op hetgeen is gebeurd met het geld dat voor de tsunamislachtoffers is opgehaald.

Die organisaties kochten nieuwe auto’s, vanuit India. Ze betaalden daar heel wat geld voor en moesten bovendien importtaksen betalen. Oxfam moest in totaal meer dan 1 miljoen rupees aan importtaksen betalen aan de Sri Lankese regering. De administratiekosten van een aantal NGO’s lag hoger dan het aandeel van het geld dat werd besteed aan concrete hulp. Zo kost het opzenden van een fles water meer dan die fles water op zich.

Het CCF (Christian Charity Fund) heeft anderzijds leningen gegeven aan een aantal uitgekozen kleine handelaars en middenstanders. Om de terugbetaling van de leningen te garanderen, werd de doelgroep uitgekozen onder “betrouwbare” individuen en organisaties. Dat waren niet altijd slachtoffers van de tsunami. Citigroup heeft haar klantenkring onder de kleine zakenlui en rijken versterkt. Haar programma’s van ‘microfinanciering’ en ‘microkrediet’ kennen heel wat succes onder de beter begoeden.

Heel wat slachtoffers van de tsunami verloren al hun bezittingen en zullen niet in aanmerking komen voor deze leningen waarop een commerciële rentevoet van toepassing is. Citigroup publiceerde een nota waaruit bleek hoeveel boeren en vissers in aanmerking kwamen voor de leningen. De meerderheid van hen waren geen slachtoffers van de tsunami.

De Verenigde Naties stelt dat Citigroup, naast onder meer de Wereldbank en Deutsche Bank, één van de organisaties is die hulp verleent. De VN stelt verder wel: “Programma’s van kleinschalige leningen zijn niet altijd een antwoord. Als individuen geen middelen hebben om de leningen terug te betalen, zitten ze in een situatie die erger is als voordien. Wie geen middelen heeft om een lening terug te betalen, zou een andere vorm van bijstand, zoals subsidies, werk, vormingsprogramma’s en onderdak nuttiger zijn.”

De VN aanvaardde recent het voorstel van George Bush om de voormalige VS-presidenten Bill Clinton en Bush senior aan te duiden als tsunami-gezanten. Onmiddellijk na zijn aanstelling begon Clinton zijn vroegere collega’s in te zetten. Clinton maakte gebruik van zijn aanstelling om een eigen machtsbasis binnen de VN uit te bouwen, tot groot ongenoegen van VN-secretaris generaal Kofi Annan.

Loze beloften

Van de totaal beloofde hulp van 2,95 miljard dollar, werd reeds 853 miljoen dollar betaald aan verschillende NGO’s. Wat gebeurde er met de rest van het beloofde geld?

In Groot-Brittannië haalde een koepel van liefdadigheidsorganisaties 300 miljoen pond op. Premier Tony Blair beloofde op een radioprogramma van de BBC dat de regering minstens evenveel zou geven als de gewone bevolking. Op 12 december 2005 berichtte het dagblad The Times evenwel dat de premier zijn beloftes niet nakwam. Eerst kondigde de regering aan dat maar 250 miljoen pond zou betaald worden. The Times onderzocht dit en maakte bekend dat er van dat bedrag slechts 75 miljoen pond effectief naar humanitaire acties ging.

We zien hetzelfde fenomeen bij alle zogenaamde donorlanden. Dit leidde er reeds toe dat Oxfam een “name and shame” lijst publiceerde van landen die hun beloften niet nakomen. Het feit dat deze landen hun beloftes niet houden, stopt hen niet bij het beslissen over hoe het geld wordt gebruikt. De VS bevroor haar fondsen in Sri Lanka toen een rechtbank een uitspraak deed tegen het akkoord tussen de regering en de Tamiltijgers om een operationele structuur te vestigen na de tsunami.

Er wordt ook geprobeerd om de lokale regeringen te manipuleren om een neoliberaal beleid op te leggen met een programma van privatiseringen. Miljoenen arbeiders gaven geld omdat ze dachten dat dit het leven van de slachtoffers zou helpen. Hun generositeit wordt misbruikt en hun standpunten worden niet verdedigd door hun respectieve regeringen.

Een deel van het opgehaalde geld voor de slachtoffers in Sri Lanka heeft het land bereikt, maar raakte niet verder dan de zakken van de lokale politici en hun lakeien. J.C. Weliamuna, de Sri Lankese directeur van “Transparency International”, verklaarde publiekelijk dat “Tsunamigeld werd gebruikt voor politieke partijbelangen en de bouw van nieuwe huizen voor mensen met een specifieke politieke opinie, ook al waren ze niet getroffen door de tsunami.”

De heersende regering van de United People’s Front Alliance (UPFA) en haar vroegere bondgenoot, de Sinhalees chauvinistische JVP, hebben enkel hulpoperaties opgezet in die gebieden waar ze politieke steun krijgen.

De JVP wil de Tamil-minderheid uitsluiten van tsunami-hulp. De nieuwe president, Mahinda Rajapaksa, sloot een akkoord met de JVP om geen hulp te bieden aan de slachtoffers in gebieden die worden gecontroleerd door de LTTE (Tamil-Tijgers).

Corruptie

De controle op de verdeling van de hulp is trouwens één van de elementen die beslissend was voor het resultaat van de recente presidentsverkiezingen. In Matara bijvoorbeeld haalde de UPFA-kandidaat, die werd gesteund door de JVP, zo’n 62% van de stemmen en de oppositie van de United National Party slechts 37%. Op nationaal vlak was het verschil tussen de partijen veel kleiner.

In de presidentsverkiezingen was de kandidaat van de United Socialist Party (onze zusterpartij in Sri Lanka) zowat overal derde. Matara was een uitzondering, daar werden we maar vierde. In dat district was er een enorme corruptie volgens een recent verslag van het Sri Lankese Algemeen Auditoraat. Hetzelfde zagen we aan de oostkust in Kalmunai en Tangalai in het district Ampara.

In Negombo aan de westkust waren er zo’n 600 slachtoffers bij de tsunami. Toch werd er zo’n 7,6 miljoen rupees aan hulp verdeeld aan 15.843 families. Het rapport van het Algemeen Auditoraat over het misbruik van tsunamihulp door de regering en NGO’s is indrukwekkend. Het rapport maakt ook duidelijk dat een aanzienlijk deel van het geld gewoon op de bank werd gezet om intrest op te brengen.

Dat is wat er gebeurt met het tsunami-geld. Er wordt met dit geld gespeeld door een kleine minderheid, terwijl de echte slachtoffers in armoede leven en proberen de vernielingen van de tsunami te boven te komen. Meer dan 100.000 mensen die werden geraakt door de tsunami, zijn de ramp op zich misschien al te boven gekomen, maar worden iedere dag nog geconfronteerd met de corruptie van de regering en de hypocrisie bij de economische uitbuiting door het imperialisme.

Het enige antwoord hierop is een georganiseerde internationale arbeidersstrijd om in te gaan tegen onderdrukking.

Onze hulpcampagne in Sri Lanka

LSP nam deel aan de internationale CWI-campagne om hulp te verlenen in Sri Lanka. Deze campagne haalde duizenden euro op. Het grootste deel van dat geld werd rechtstreeks gebruikt om slachtoffers van de tsunami te helpen. Zo werden schoolboeken, schoenen, fietsen, medicijnen,… verdeeld. Daarnaast hielpen we mee aan het heropbouwen van vakbonden om de slachtoffers van de tsunami te organiseren in hun strijd voor rechtvaardigheid. Zo verspreidden we een krant “De stem van de tsunami-slachtoffers” in zowel het Sinhalees als de Tamiltaal. Heel wat mensen in Sri Lanka stelden dat onze kameraden de enigen waren die ook echt voor hen campagne voerden.

Delen: Printen: