Arrestatie Saddam zal verzet niet stoppen

Standpunt van het Comité voor een Arbeidersinternationale

Ongetwijfeld was het gevangen nemen van Saddam een psychologische opsteker voor het Amerikaanse en Britse imperialisme. Ze zullen het proberen uit te buiten en voorstellen als een fundamentele verandering in Irak.

De hypocrisie die opstijgt uit Washington en Londen is opvallend. Tot op vandaag beschermt het VS-imperialisme voormalige dictators, zoals Pinochet in Chili en de Indonesische dictator Soeharto. Ze waren allebei belangrijke vrienden van de VS. Als Saddam Koeweit niet was binnengevallen in 1990, en aan de macht was gebleven, zou hij vandaag wellicht nog altijd een bondgenoot van Washington zijn.

De ernstige problemen in Irak zullen niet weggaan. Saddams opsluiting zou de eis om het land te verlaten een nieuwe op-stoot kunnen geven. Het zal niet meer zo gemakkelijk zijn om diegenen die zich verzetten ervan te beschuldigen dat ze Saddam terug aan de macht willen brengen.

De onmiddellijke opflakkering in steun voor Bush is behoorlijk onstabiel, en hangt af van de economische situatie in de VS en de verdere ontwikkelingen in Irak. Blair, van zijn kant, profiteerde niet echt van het gevangen nemen van Saddam. Het niet vinden van "massavernietigingswapens" heeft Blair veel meer beschadigd dan Bush.

De leefomstandigheden van Saddam, ondergedoken in een primitief hol, toonden aan dat hij de dagelijkse aanvallen op de bezettende troepen niet zelf kon hebben geleid.

In tegenstelling tot de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en andere landen heeft het CWI – waar LSP/MAS de Belgische sectie van vormt – nooit het dictatoriale regime van Saddam ondersteund. Tegen de tijd dat Saddam in 1979 aan de macht kwam, tijdens een door de VS gesteunde staatsgreep, was hij al verantwoordelijk voor de moord op vele leden van de Iraakse Communistische Partij en op vakbondsleden.

Socialisten hebben steeds zonder reserves de onderdrukking door Saddam van de linkerzijde, sjiieten, Koerden en anderen veroordeeld, op het moment dat die plaatsvond. We ijverden voor een omverwerping van zijn regime en de vestiging van de heerschappij van de Iraakse arbeiders en arme boeren.

Bush en Blair juichen met de arrestatie van Saddam geen overwinning voor democratische rechten en gerechtigheid toe, maar voor hun eigen imperialistische doelstellingen. Eind november feliciteerde Bush nog de nieuwe president van Azerbeidzjan, een bondgenoot in de "oorlog tegen het terrorisme", op het moment dat "zijn veiligheidsdiensten de oppositie arresteerden, en nadat onafhankelijke waarnemers de verkiezingen hadden bekritiseerd" (Financial Times, 27 november 2003).

Net als Bin Laden is Saddam op veel vlakken een product van het Westen. Saddam ontwikkelde in de jaren ’70 meer en meer naar een pro-westerse positie. In de jaren ’80 werd hij door VS-president Reagan omarmd als bondgenoot tegen het Iran van de ayatollahs. In 1983 kreeg Saddam Donald Rumsfeld, vandaag Minister van Defensie in de VS, op bezoek. Rumsfeld keek toen nog naast de martelkamers.

Onder de Irakezen zullen er gemengde reacties zijn. De Koerden en sjiieten zullen geen traan laten voor Saddam. Anderen, die hem zien als een symbolische strijder tegen het Westen, zullen verbitterd zijn door dit verdere succes van de bezettingsmacht. Een gevoel dat gekoppeld is aan onvrede omdat Saddam zich overgaf zonder te vechten, in tegenstelling tot zijn 2 zonen en een 15-jarige kleinzoon.

Er zal een groeiende roep zijn aan de bezettingsmacht om Irak nu te verlaten. Naast het pakken van Saddam had Bush echter ook andere doelstellingen, onder meer het installeren van een pro-VS regime. Het imperialisme heeft niet de bedoeling om de Irakese bevolking nu democratisch te laten beslissen over haar toekomst. Er zijn slechts verkiezingen beloofd voor het einde van 2005, nadat een onverkozen vergadering een Grondwet heeft opgesteld.

Naarmate het duidelijker wordt dat de VS in Irak enkel een onderworpen regering willen, zal het verzet groter worden en een massakarakter beginnen te ontwikkelen.

Het verzet wordt gevoerd door een breder gamma van gewapende groeperingen, niet enkel medestanders van Saddam. In november schatte de CIA dat er 50.000 opstandelingen waren. Ironisch genoeg was Irak geen basis voor Al-Qaeda voor de oorlog begon, wat Bush stelde. Vandaag is het dat wel. Dit is de achtergrond voor de verandering in beleid van de VS en de poging om versneld de macht over te dragen aan wat zij zien als "veilige handen". Het probleem is: aan wie de macht overdragen? De verschillende politieke, etnische en religieuze groepen komen amper overeen. Zelfs Bush zijn eigen administratie is verdeeld. Het Pentagon sponsort Chalabi’s Iraaks Nationaal Congres; het State Department ondersteunt de Iraakse Onafhankelijke Democraten; de CIA zweert bij het Iraaks Nationaal Akkoord geleid door Alawi, een zakenman.

De brutale methodes in Irak, onder meer het herinvoeren van bombardementen op bewoonde gebieden als antwoord op de terreuraanvallen, hebben enkel het verzet verdiept. De sociale crisis, erger gemaakt door de neoliberale privatiseringen, hebben voor woede en wanhoop gezorgd. De bezetting wordt terecht gezien als het openbreken van Irak voor de naakte uitbuiting door de Amerikaanse multinationals.

57% van de Iraakse bevolking vertrouwt de Amerikaanse en Britse troepen "helemaal niet", 22% "niet veel". De VN werd, na jaren van sancties tegen Irak, "helemaal niet vertrouwd" door 37%, "niet veel" door 28%. De religieuze leiders hadden het grootste vertrouwen. Daarom proberen de VS religieuze groepen ook te betrekken in een marionettenregime, wat echter problematisch verloopt.

Er zijn oproepen van kapitalistische politici en strategen aan Bush om van koers te veranderen en de Verenigde Naties de situatie in Irak te laten ontmijnen. Het enige verschil met de VN zou zijn dat de bezetting niet door één macht – de VS – zou worden gecontroleerd, maar door de leidinggevende imperialistische landen in de VN-Veiligheidsraad, samen met Japan en Duitsland.

Socialisten pleiten voor een terugtrekking van alle troepen en het recht van de Iraakse bevolking om over hun eigen toekomst te beslissen.

Charley Richardson, mede-oprichter van "Military Families Speak Out" in de VS, zei dat het pakken van Saddam "het laatste excuus van de Bush-administratie om de bezetting te blijven volhouden, wegneemt. Het zal de vraag waarom we in Irak zijn op de spits drijven."

In Irak zal er de roep zijn bij velen voor een snelle, open rechtspraak over Saddam. Mogelijk zullen ze een tribunaal, wanneer het er komt, er snel willen doorjagen, om pijnlijke onthullingen over de vroegere relatie tussen de VS en Saddam te vermijden.

Een echt vereffenen van de rekeningen met Saddam kan er enkel komen op basis van een rechtspraak die wordt georganiseerd door vertegenwoordigers van de Iraakse arbeiders en armen, over alle aspecten van zijn regime. Dit moet worden gezien als deel van de strijd tegen de bezetting en de imperialistische controle over Irak. Het is van fundamenteel belang om een onafhankelijke arbeidersbeweging uit te bouwen die steun krijgt van de stedelijke en rurale armen.

Internationaal moet er steun worden gegeven aan die activisten die arbeidersorganisaties proberen uit te bouwen, en aan diegenen die vechten voor democratische rechten voor iedereen, ook voor vrouwen en alle etnische groepen en religies. Volgens het CWI moeten er onmiddellijk democratische organen worden opgericht, op alle niveaus, om het beheer van de Iraakse samenleving door de bevolking te laten overnemen. Met daarin democratisch verkozen vertegenwoordigers van de Iraakse arbeiders en arme boeren. Democratisch verkozen en multi-etnische milities zouden de veiligheid moeten verdedigen van de werkende bevolking.

Een plan van arbeiderscontrole en -beheer van de economie zou moeten worden opgesteld, om de corruptie en de privatiseringen af te schaffen en de productie in dienst te stellen van de hele bevolking. Dit in het kader van de opbouw van een socialistisch Irak en strevend naar een socialistische federatie van het Midden-Oosten.

Delen: Printen: