Artikel door een correspondent.

De afgelopen dagen verwezen verschillende elementen naar het slechte functioneren van de farmaceutische industrie. Op internationaal vlak is er heel wat aandacht voor het Ebola-virus, zeker nu ook twee Amerikanen besmet zijn. Hun gezondheidssituatie is verbeterd door middel van een experimenteel geneesmiddel. In eigen land bleek een tekort aan een honderdtal geneesmiddelen in de apotheken.

Ebola: winsten voor aandeelhouders ten koste van publieke gezondheid

Verschillende Afrikaanse landen (Guinee, Liberia, Sierra Leone) worden momenteel getroffen door het Ebola-virus. Er vielen al ongeveer 900 dodelijke slachtoffers en de vrees leeft dat de pandemie zich verder zal verspreiden doorheen de hele wereld. De sterftegraad loopt op tot 90%. Tot vandaag is er geen officieel erkende behandeling.

Het virus werd nochtans voor het eerst opgemerkt in 1976. Hoe is het dan mogelijk dat er geen behandeling werd uitgewerkt? Die vraag werd door Nouvel Obs gesteld aan Sylvain Baize van het instituut Pasteur. Hij antwoordde op die terechte vraag: “In tegenstelling tot bacteriële infecties is het doorgaans heel moeilijk om een virus te bestrijden via een behandeling. De afgelopen 40 jaar waren er slechts ongeveer 2.000 Ebola-besmettingen. De farmaceutische groepen zullen dan ook niet over elkaars voeten vallen bij de zoektocht naar een remedie.” Er is geen twijfel mogelijk dat hierbij de winsten centraal staan en niet de publieke gezondheid. Bovendien heeft de privatisering van de openbare diensten als gevolg van de structurele aanpassingsprogramma’s in de getroffen landen samen met het besparingsbeleid geleid tot een afbraak van de gezondheidszorg en het onderwijs (dat belangrijk is voor hygiëne en preventie).

De grote farmaceutische bedrijven hebben geen enkel onderzoek gedaan naar een behandeling. Het was een KMO, Zmapp, die begon met het onderzoek dat nog in een beginfase staat. Het ontwikkelde serum liet de twee Amerikaanse gezondheidswerkers die besmet raakten wel toe om zich wat te herstellen. Dit voorbeeld geeft aan waarom het nodig is om enerzijds over een performante gezondheidsinfrastructuur te beschikken en anderzijds toont het aan hoe het huidige systeem het wereldwijde welzijn van de bevolking in de weg staat.

Tekorten aan geneesmiddelen. Als de strategie van de farmaceutische bedrijven botst met het welzijn van de patiënten

In België, maar ook in Frankrijk en andere landen, is er een tekort van zowat 500 geneesmiddelen (300 tot 500). Dit tekort heeft gevolgen voor het welzijn van patiënten met diverse kwalen: spieraandoeningen, psychosen, patiënten die wachten op een transplantatie, mensen met een lage bloeddruk, patiënten met aderproblemen.

Het fenomeen van een tekort aan geneesmiddelen leek in het verleden verdwenen te zijn, maar de afgelopen vijf jaar wint het aan belang. De farmaceutische lobby legt het op allerhande manieren uit, maar het voornaamste probleem situeert zich in de tegenstellingen van de kapitalistische economie zelf.

Een van de fundamentele tegenstellingen bestaat eruit dat wie de productiemiddelen in handen heeft niet produceert om te voldoen aan maatschappelijke behoeften maar om meerwaarde te halen uit de investeringen en dit op basis van de uitbuiting van arbeid. In het geval van de farmaceutische industrie worden de geneesmiddelen niet geproduceerd om ziektes te verhelpen, maar om verkocht te worden aan wie het zich kan permitteren. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom er onvoldoende wordt geïnvesteerd in behandelingen van zeldzame ziektes.

De productie van geneesmiddelen is een erg complex proces. Het is nodig om de laatste wetenschappelijke en technische kennis toe te passen en bovendien is er nood aan samenwerking van een groot aantal werkenden.

Het nodige kapitaal om de productie van een geneesmiddel op te starten is zo groot dat de kapitalisten er alles aan doen om hun investeringen te beschermen, onder meer door patenten te leggen op uitvindingen en vernieuwingen. Het probleem daarbij is dat het samenwerking afremt, terwijl wetenschap net nood heeft aan samenwerking en uitwisseling om stappen vooruit te zetten. In plaats van te investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe toepassingen, wordt geïnvesteerd in de beveiliging en afscherming van gegevens om industriële geheimen te bewaren.

De redenen voor de tekorten

De huidige tekorten kennen verschillende oorzaken die doorgaans te herleiden zijn tot de winsthonger van het kapitalistische productiesysteem.

Een van de belangrijkste oorzaken is het gebruik van contingenten of quota. De meeste geneesmiddelen worden niet overal in de wereld tegen dezelfde prijs verkocht. Naargelang de regio kan de prijs sterk variëren. Volgens het principe van het vrije verkeer van goederen is het mogelijk dat tussenpersonen of groothandelaars daar kopen waar het geneesmiddel goedkoper is om het vervolgens duurder verder te verkopen. Om hun eigen winsten te beschermen, hebben de grote farmaceutische bedrijven productiequota aangenomen per regio. De nieuwe productiesystemen waarbij just-in-time wordt gewerkt zonder stock, leiden tot tekorten.

Een andere oorzaak moet gezocht worden bij problemen in het productieproces. Het is onvermijdelijk dat er soms problemen opduiken in het productieproces, sommige problemen zijn van ver voorspelbaar. Te oude gebouwen voor de productie, besparingen op diensten zoals onderhoud waardoor we van een preventief onderhoud naar een reparatief onderhoud gaan,… Dat is allemaal verbonden met het feit dat de arbeiders van de farmaceutische sector zelf niet betrokken zijn bij de strategische beslissingen van de bedrijven.

Een van de laatste redenen is het feit dat er soms problemen opduiken bij de registratie van geneesmiddelen. De publieke autoriteiten moeten de belangen van patiënten beschermen en garanderen dat geneesmiddelen op de markt overeenstemmen met een doelstelling van de publieke gezondheid. Er is een onderzoek nodig naar de risico’s vooraleer een geneesmiddel effectief mag verspreid worden. Een genationaliseerde industrie zou in dat kader beter functioneren aangezien de publieke gezondheid centraal zou staan waarbij de sector zou samenwerken met de overheidsdiensten wat veel efficiënter zou zijn.

Voor de nationalisatie onder arbeiderscontrole en collectief beheer van de farmaceutische industrie

De farmaceutische industrie is door zijn werking nauw verbonden met het technologisch-wetenschappelijk complex. De sector botst op steeds meer wantrouwen vanwege verschillende lagen van de bevolking. Een van de uitvinders van het vaccin voor Polio, Salk, weigerde een patent hierop te nemen met het argument dat “straks ook de zon gepatenteerd zal worden.” Wij denken dat gezondheid te belangrijk is om het aan de winsthonger over te laten. De publieke gezondheidszorg zou al een hele stap vooruit zetten indien er betaalbare geneesmiddelen zijn die bovendien op transparante wijze worden geproduceerd met een sterke efficiëntie en zo weinig mogelijk nevenwerkingen.

Het Kiwi-model laat toe om de prijzen van geneesmiddelen wat te drukken, maar indien niet buiten het principe van de winsthonger wordt getreden, volstaat dit niet. De prijzen zijn niet het enige probleem. Bovendien zou een druk op de prijzen binnen het kader van de huidige farmaceutische sector leiden tot druk op de kosten, waaronder de lonen. In een land als België waar de farmaceutische industrie sterk staat, zou een neerwaartse druk op de lonen rampzalige gevolgen hebben. In de sector van de productie van vaccins, bij GSK, wordt ondanks de grote winsten steeds verder gegaan in het ondermijnen van de arbeidsvoorwaarden voor jongeren (geen contracten van onbepaalde duur meer en steeds meer onzekere tijdelijke contracten). Om die aanval op de arbeid- en loonvoorwaarden te rechtvaardigen, grijpt de directie terug naar het argument van de concurrentie.

Om een antwoord te bieden op de verschillende tegenstellingen in de farmaceutische industrie is er nood aan een nationalisatie onder controle en beheer van de gemeenschap als onderdeel van een nationale gezondheidsdienst.