Verslag door Mathias (Antwerpen)

De zomerschool van het CWI werd dit jaar geopend met een verslag van de situatie in Brazilië. Sinds de massale protesten in 2013 tegen de verhoging van de prijzen van het openbaar vervoer is er een nieuwe fase in de klassenstrijd aangebroken. Er gaat geen dag voorbij zonder stakingen, betogingen of andere vormen van protest. Door de toenemende economische problemen, een dreigend water tekort in São Paulo en de verkiezingen in oktober belooft het een stormachtig najaar te worden.

De enorme groei van de Chinese industrie en haar onstilbare vraag naar grondstoffen zorgde in een aantal landen, waaronder Brazilië, voor een snelle groei van de economie. De heersende PT-regering beweerde dat het als gevolg van die boom goed leven was in Brazilië. De meerderheid van de jongeren en werkenden werd met een andere realiteit geconfronteerd: precaire en slecht betaalde jobs, een tekort aan betaalbare woningen, privatiseringen,…

De afgelopen jaren gingen de werkenden steeds vaker in strijd. 2012 was een recordjaar wat het aantal stakingsdagen betreft. Dat jaar was er ook een historische staking in de openbare sector waar 300.000 mensen aan deelnamen. De juniprotesten van 2013 vielen m.a.w. niet zomaar uit de lucht.

In Brazilië is het openbaar vervoer het belangrijkste transportmiddel. De verhoging van de ticketprijzen betekende bijgevolg een openlijke oorlogsverklaring van de regering aan de meerderheid van de bevolking. Het resultaat was een ongeziene sociale explosie. Op het hoogtepunt van deze beweging kwamen er in 500 steden in totaal twee miljoen mensen op straat.

De regering bleef aanvankelijk vasthouden aan de prijsverhoging en probeerde de beweging door middel van brute repressie te breken. Gelijktijdig met de junibeweging vond de Confederations Cup plaats. Tijdens één van de protesten werd er zoveel traangas gebruikt dat de spelers in het stadion er last van hadden. Het gewelddadig optreden van de staat bereikte echter niet het doel dat ze voor ogen had. Integendeel, bij elke mobilisatie nam het aantal actievoerders toe.

Het was duidelijk dat de regering de controle over de situatie was verloren. Onder druk van het protest was ze genoodzaakt om de prijsverhoging in de meeste steden ongedaan te maken. Maar deze toegeving was niet genoeg. De mensen wilden meer zoals betere lonen, huisvesting en gezondheidszorg. De overwinning van de juniprotesten was een mijlpaal in Brazilië en luidde een nieuwe periode van verhevigde klassenstrijd in.

De junimobilisaties maakten het terrein vrij voor de georganiseerde arbeidersbeweging om op het strijdtoneel te verschijnen. De straatvegers in Rio de Janeiro gingen in staking tijdens carnaval. Iets wat voor de juniprotesten ondenkbaar zou zijn geweest. Ze moesten daarbij niet alleen hevige repressie doorstaan, zo’n 300 stakers werden ontslagen, maar moesten ook hun eigen vakbondsbureaucratie trotseren. Uiteindelijk behaalden de straatvegers een overwinning, alle ontslagen stakers werden terug aangenomen en ze kregen een loonsverhoging van 30%. Hun voorbeeld maakte duidelijk dat strijd loont en het kreeg al snel navolging in verschillende sectoren in heel het land.

De voorbereidingen voor het WK voetbal maakten nog eens duidelijk wiens belangen de staat verdedigde. Er werden miljarden uitgegeven aan gigantische prestigeprojecten die de vooral de winsten van de FIFA, de projectontwikkelaars en de speculanten ten goede kwam. De beweging van de dakloze arbeiders (MTST) speelde een centrale rol in de protesten. Op 3 mei bezette deze beweging een stuk land vlakbij het belangrijkste voetbalstadion van São Paulo. Aan de bezetting, ook wel de “People’s Cup” genoemd, namen 4000 gezinnen deel. De PT-regering waarschuwde voor een bloedbad wanneer ze het stuk land zou ontruimen. Maar kort na een solidariteitsbetoging met 25.000 deelnemers probeerde de regering onderhandelingen aan te knopen en gaf aan dat ze de eisen van de MTST zou inwilligen. Deze overwinning zal als voorbeeld dienen voor andere sociale bewegingen om in strijd te gaan.

De regering probeert opnieuw de controle te verwerven over de situatie. Toen de metrowerkers en de leerkrachten vlak voor het WK in staking gingen, werd er opnieuw harde repressie toegepast. 42 metrowerkers werden ontslagen, verschillende leerkrachten worden rechterlijk vervolgd en de regering probeerde, zonder veel succes, de publieke opinie tegen de metrostaking te mobiliseren. Hoewel beide stakingen naar aanleiding van het WK tijdelijk werden gestopt, is verdere strijd onvermijdelijk.

De politieke situatie is door het aanhoudend protest volledig veranderd. Voor de juniprotesten gaven peilingen aan dat 60% van de bevolking positief was over Dilma, de huidige presidente. Nu blijft daar niet eens meer de helft van over. Haar herverkiezing is hierdoor geen zekerheid meer. De PT, de regerende partij, is in crisis. De P-Sol, een linkse partij, zal hoogstwaarschijnlijk het aantal stemmen en zetels verdubbelen. Deze verkiezingen levert de linkerzijde binnen die partij de presidentskandidaat. Het kan een belangrijke stap zijn in de uitbouw van links in Brazilië.

Het WK heeft voor een tijdelijke pauze in de massastrijd gezorgd maar het najaar belooft alles behalve rustig te worden. De economische situatie is merkbaar aan het verslechteren. De groei vertraagt tot 1,2 à 1,6% terwijl de inflatie hoge toppen blijft scheren met 6 à 7%. De tewerkstelling stijgt niet meer en in een heleboel sectoren kondigt zich een ontslaggolf aan. Vooral de industriële sector ziet de productie achteruit gaan en wordt geconfronteerd met lage vraag. Zo zijn er 400.000 wagens die niet verkocht raken. Een confrontatie tussen de patroons en de arbeidersklasse is onvermijdelijk.

In de grote steden zoals São Paulo dreigt er een heuse watercrisis. Men gaat er van uit dat eind dit jaar de waterbevoorrading totaal in elkaar stort en miljoenen mensen zonder water komen te zitten. In Bolivia leidde een soortgelijke situatie al tot intens massaprotest, in Brazilië zal dat niet anders zijn. De LSR, onze zusterorganisatie, organiseert nu al debatten, bijeenkomsten en comités in de wijken om samen met de wijkbewoners te bediscussiëren hoe ze in strijd zullen gaan. Aan de basis van de nakende crisis ligt de privatisering van de waterdistributie. De LSR pleit daarom voor om de hernationalisatie van die sector als centrale eis naar voren te schuiven in het protest.

De grootste uitdagingen waar de arbeidersklasse in Brazilië voor staat, is om de verschillende strijdbewegingen nationaal te verenigen. De LSR roept op voor een nationale conferentie om zo tot een eengemaakt platform te komen maar ook om van onderuit te bouwen naar een algemene 24-uren staking. Zulke eengemaakte strijd zou een fundamentele stap vooruit betekenen voor het protest in Brazilië.