Verslag door Sarah Sachs-Eldridge, Socialist Party (Engeland en Wales)

Tony Saunois

Op de Europese zomerschool van het CWI waren er meer dan 300 aanwezigen uit 26 landen. Er was een ernstige en nuchtere discussie om de situatie in te schatten en een weg vooruit voor de klassenstrijd en de opbouw van het revolutionaire socialisme aan te geven. Er waren plenaire discussies over de wereldsituatie, Europa en de opbouw van het CWI. Daarnaast waren er meer dan tien commissies waarbij verschillende regio’s werden besproken (Latijns-Amerika, Zuid-Afrika, Midden-Oosten) alsook verschillende thema’s (zoals de overgangsmethode, de nationale kwestie,…). Hieronder een verslag van de plenaire discussie over Europa.

Zes jaar na het begin van een van de meest vernietigende crises uit de naoorlogse periode werd in de discussie op de zomerschool teruggekeken naar de gebeurtenissen sindsdien en gingen we in op de meest waarschijnlijke ontwikkelingen.

In de nasleep van de crisis was er paniek onder de Europese heersende klasse. Ze waren bang dat de economische verwoestingen zouden leiden tot het opbreken van de Europese Unie, het project van de heersende klasse om de uitbuiting van de arbeidersklasse doorheen Europa te coördineren. Er werden miljarden in de banken gepompt. En we zagen de hardste besparingsmaatregelen sinds decennia.

Dit leidde in land na land doorheen Europa tot massale acties van de arbeidersbeweging. Er was een moedige strijd om de arbeids- en levensvoorwaarden te verdedigen. Maar de leiders van de arbeidersbeweging waren niet tegen hun taak opgewassen. Het ontbrak bovendien aan democratische structuren of massale strijdbare organisaties, zowel vakbonden als partijen, om de leiders te vervangen door meer strijdbare figuren van onderuit.

De bewegingen hadden wel gevolgen. Sinds het begin van de eurocrisis zijn twaalf regeringen gevallen. Dat wijst op de woede en het verzet tegen hun besparingsbeleid.

In de discussie brachten onze militanten een nuchter beeld van de situatie. We proberen de huidige omstandigheden en mogelijke ontwikkelingen te analyseren, waarbij we vertrouwen hebben dat de arbeidersklasse de aanvallen zal beantwoorden. De bewering van de heersende klasse dat ze de situatie in de nasleep van de crisis heeft gestabiliseerd, is overroepen. Zoals Tony Saunois, de algemeen secretaris van het CWI, in zijn inleiding stelde: “Hun propaganda stelt dat ze vrede en rust bekomen hebben, maar het enige wat ze deden is het blikje verder in de straat schoppen.”

Niall Mulholland

Niall Mulholland

In de afronding van de discussie stelde Niall Mulholland, van het Internationaal Secretariaat van het CWI, dat socialisten een economisch herstel zouden verwelkomen als het zou leiden tot een verbetering van de omstandigheden waarin de werkende bevolking leeft en, niet in het minst, omdat dit het zelfvertrouwen van de arbeidersklasse in de mogelijkheid van strijd zou versterken. Maar de onderliggende oorzaken van de economische, sociale en politieke crisis zijn niet opgelost. Dat is belangrijk voor onze perspectieven voor de komende periode.

Armoede

De cijfers bevestigen dit. Niall wees erop dat 120 miljoen Europeanen in armoede leven of een hoog armoederisico kennen. De tweede grootste economie van het continent, de Franse, kende dit jaar slechts een nulgroei. Portugal werd ooit als toonbeeld voor een besparingsbeleid naar voor geschoven, maar het kende een negatieve groei van –0,7% en de dreiging van een nieuwe bankencrisis is er nog steeds aanwezig. Bulgarije is slechts een van de andere landen die Tony omschreef als een “mijnenveld vol nog niet ontplofte bommen”.

In de discussie beschreef Paul uit Polen dat dit land als groot succesverhaal van kapitalistische omvorming werd omschreven, maar dit zeker niet is. De scheepswerven van Gdansk, de bakermat van de beweging Solidarnosc, zijn zo goed als volledig van de kaart geveegd. Het aantal arbeiders is van 17.000 teruggevallen tot amper nog duizend. Paul legde uit dat het ‘succes’ van Polen gebaseerd is op outsourcing, off-shoring en onderaanneming.

De sociale crisis heeft diepgaande en vernietigende gevolgen in verschillende landen. Zo zijn er in Griekenland naar schatting een miljoen werkenden die geen loon krijgen. De helft van de Griekse ziekenhuisbedden zijn tijdens deze crisis verdwenen. In Italië, de tweede grootste industriële macht van Europa na Duitsland, gingen 32.000 bedrijven failliet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er heel wat wantrouwen is in de EU, alle instellingen van de EU en de regeringen die aan het EU-beleid deelnemen. Bij de Europese verkiezingen van mei was er een erg lage opkomst, zeker in Oost-Europa. Het opbreken van de eurozone staat niet onmiddellijk op de agenda, maar zit wel inherent in deze situatie. Zo wees Niall in de afronding van de discussie op het gevaar van deflatie in heel wat Europese landen.

De barsten tonen zich op andere manieren. Europese regeringen proberen de eigen kapitalistische klasse te verdedigen, wat tot verdeeldheid op internationaal vlak leidt. Zo was er geen eensgezindheid over sancties tegen Rusland naar aanleiding van de ontwikkelingen in Oekraïne.

Partijen

De steun voor de gevestigde partijen is drastisch afgenomen, ook die van de voormalige sociaaldemocratische partijen die een besparingsbeleid verdedigen en doorvoeren. Zo is Pasok in Griekenland bijna volledig van de kaart geveegd. De Ierse Labour Party kreeg in de verkiezingen van mei een erg zware opdoffer en ook de Franse PS van president Hollande staat op historische dieptepunten in de peilingen en verkiezingen.

De gevestigde partijen kennen een crisis inzake legitimiteit. Dat wordt versterkt door de toenemende corruptie. De Britse schandalen van seksueel misbruik door parlementsleden gaan recht tot in het hart van het establishment. Dit kan een onderdeel zijn in de verdeeldheid binnen de heersende klasse.

Voor de arbeiders en armen zijn er verschrikkelijke aanvallen doorgevoerd, waardoor we steeds meer Latijns-Amerikaanse toestanden kennen. Meer dan de helft van de Spaanse en Griekse jongeren vindt geen werk. De kloof tussen arm en rijk is bijzonder groot. Niet alleen de laagst betaalde en meest kwetsbare lagen werden geraakt. Zelfs de middenlagen worden getroffen.

Europa is echter geen homogeen blok waar alle gevolgen van besparingen en crisis tegelijk met eenzelfde ritme gevoeld worden. Bij de Europese verkiezingen was er in het algemeen een verwerping van het besparingsbeleid, maar er waren ook enkele landen waar dit anders lag. Zo blijft de Duitse kanselier Merkel hoog scoren in de populariteitspeilingen.

Op basis van een relatief gezonde Duitse economie, die wel nog onder de pieken van voor de crisis presteert, werden er zelfs beperkte toegevingen gedaan in de vorm van een verlaging van de pensioenleeftijd voor bepaalde groepen arbeiders en de invoering van een minimumloon vanaf volgend jaar, ook al zijn er veel uitzonderingen voorzien.

De Italiaanse premier Renzi (Democratische Partij) kon nog van zijn wittebroodsweken genieten en scoorde goed in de Europese verkiezingen. De arbeiders hopen op een uitweg uit de nooit geziene crisis, maar Renzi zal enkel de belangen van de kapitalisten verdedigen. Aan de ene kant smeert hij wat stroop om de mond van de werkenden met beperkte toegevingen, maar aan de andere kant plant hij meteen een hard besparingsproject. De afwezigheid van een verzet van de arbeidersbeweging kan evenwel niet blijven duren. In lokale strijd zien we de actiebereidheid en de vastberadenheid van de arbeiders als ze over een efficiënte leiding beschikken. Dat was onder meer het geval in Genua waar een wilde staking van het personeel een privatiseringsproject kon stoppen. Het verzet tegen Renzi kan ertoe leiden dat dergelijke strijdbewegingen zich nationaal met elkaar verbinden.

De Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo biedt geen enkele steun aan arbeiders die terugvechten. De beweging kent zelf een crisis. En het dubieuze karakter van de beweging bleek toen ze in het Europees Parlement toetrad tot de fractie rond de rechts-populistische UKIP.

Alternatieven?

De afkeer tegenover de gevestigde partijen is sinds de crisis van 2008-9 enkel maar toegenomen. Maar het heeft nog niet geleid tot massale deelname aan de opbouw van politieke alternatieven vanuit de arbeidersklasse. Tony legde uit dat dit deels het gevolg is van eerdere ervaringen van de arbeidersbeweging, in het bijzonder de val van de Sovjet-Unie en het idee dat het kapitalisme triomfeerde op de geplande economie. Die ideeën waren dominant in de jaren 1990 en versterkten de weinig strijdbare opstelling van heel wat vakbondsleiders die mee in de logica van het systeem gevangen zitten.

Dit betekent echter niet dat er geen stappen gezet zijn in de richting van nieuwe arbeiderspartijen. Maar de nieuwe formaties die doorheen de crisis gevormd of gegroeid zijn, hebben doorgaans een leiding die niet opgewassen is tegen het harde besparingsbeleid. Er wordt al gauw naar rechts opgeschoven. Dat zien we in verschillende mate binnen Syriza (Griekenland), het Links Blok (Portugal) en Verenigd Links (Spanje). Dit kan de strijd tijdelijk blokkeren omdat de arbeidersklasse zowel op syndicaal als politiek vlak vast zit. Maar de Europese verkiezingen gaven wel aan dat gezocht wordt naar manieren om het ongenoegen te uiten.

De vooruitgang van rechtse populisten en van extreemrechtse partijen toonde een andere kant in de ontwikkeling. Het feit dat de strijd wat vastzit, leidt tot elementen van een milde reactie. Zoals Tony uitlegde, moeten we dit niet overdrijven. Het is geen bloedige reactie en zeker geen reactie die arbeidersklasse de kop heeft ingedrukt. Maar waar de arbeidersbeweging vastzit, kunnen andere krachten op de voorgrond treden, waaronder ook de populistische rechterzijde.

De perspectieven voor het kapitalisme houden evenwel in dat de arbeidersklasse opnieuw in actie zal komen en dat kan leiden tot sterke bewegingen waarbij ervaring wordt opgedaan en de arbeidersbeweging in staat is om de ellende van het kapitalisme te beantwoorden.

Een aantal vormen van de reactie zijn erg gevaarlijk en moeten direct beantwoord worden, denk maar aan de 10% steun voor de openlijke neonazi’s van Gouden Dageraad in Griekenland. In Griekenland en heel wat andere landen staat onze organisatie vooraan in de strijd tegen racisme. We benadrukken daarbij dat eengemaakte arbeidersstrijd het beste antwoord vormt op zowel racisme als besparingen. Raymond van de Zweedse afdeling wees erop dat het extreemrechtse SD (Zweedse Democraten) vooruitgang boekte, maar dat tegelijk ook radicale straatvechters provoceerden. Het extreemrechtse geweld leidde tot massaal antiracistisch protest waarin onze organisatie een cruciale rol speelde.

Rechts populisme

In heel wat landen zijn het de extreemrechtse partijen die profiteerden van het politieke vacuüm dat door de arbeidersbeweging open wordt gelaten. Dat is bijvoorbeeld het geval met UKIP in Groot-Brittannië. Paula Mitchell beschreef enkele van de schijnbare tegenstellingen in dat land. Terwijl een week voor de zomerschool nog meer dan een miljoen personeelsleden uit de publieke sector in staking gingen, blijft UKIP in de peilingen hoge toppen scheren. Nochtans is UKIP tegen stakingen en zelfs voorstander van meer besparingen.

In feite staan de kiezers van UKIP links van die partij en ook links van het beleid van de gevestigde partijen. Zo is er een brede steun voor de hernationalisatie van openbare diensten. De Trade Unionist and Socialist Coalition (TUSC), waar de Socialist Party aan deelneemt naast onder meer de vakbond RMT (die meer dan een eeuw geleden ook aan de basis van de inmiddels pro-kapitalistische Labour partij lag), kan een belangrijke rol spelen in het verzet tegen zowel racisme als besparingen.

In Frankrijk is terecht bezorgdheid over de hoge scores van het Front National, maar dit moet gezien worden tegen de achtergrond van een ineenstorting van de steun voor Hollande en het falen van het Front de Gauche van Mélenchon om in het vacuüm te treden op basis van een consequent arbeidersverzet tegen alle besparingen.

Maar er was ook vooruitgang voor links in de Europese verkiezingen. In Spanje zijn de gezamenlijke resultaten van de regerende rechtse PP en de sociaaldemocratische oppositiepartij PSOE voor het eerst onder de 50% gevallen. Voorheen daalde dit nooit onder de 80%. De snelle opkomst van Podemos was opmerkelijk. Vanuit het niets haalde deze linkse formatie 8%. Samen met Verenigd Links (IU) en de linkse nationalisten komt de radicale linkerzijde in Spanje op 25% van de stemmen.

De ontwikkeling van Podemos is interessant. Rob uit Spanje legde uit dat het een weerspiegeling is van de discussies onder werkenden en jongeren en het feit dat lessen worden getrokken uit eerdere ervaringen. De indignados-beweging haalde inspiratie uit de revoluties die Moebarak en Ben Ali ten val brachten in Egypte en Tunesië. De beweging keerde zich tegen alle partijen en was eerder anti-politiek en anti-verkiezingen. Maar de afwezigheid op het politieke toneel maakte een overwinning van de PP mogelijk. Sommigen in de beweging trokken daar conclusies uit. Maar zonder duidelijk programma of democratische structuren, is de verdere ontwikkeling van Podemos onzeker. Socialisten moeten een rol spelen door deel te nemen, op te roepen tot een verenigd front van de linkerzijde rond een programma dat ook de vakbondsbasis kan meetrekken, bewegingen kan ontwikkelen en de basis kan vormen voor een breed front van verzet tegen alle besparingen.

Sonja uit Oostenrijk sprak over de diepgaande crisis in Oost-Europa die ook leidt tot nieuwe ontwikkelingen ter linkerzijde. In Bosnië-Herzegovina en Slovenië waren er opmerkelijke ontwikkelingen ter linkerzijde, maar dit potentieel bestaat ook in andere landen.

Migratie

Anderzijds wees Cécile uit Frankrijk erop dat de hoge electorale scores van het FN vertrouwen gaven aan gewelddadige extreemrechtse groepen om migranten en antifascisten aan te vallen. Het falen van links om daar een programma en een antwoord op te bieden, versterkt de mogelijkheden van fascistisch geweld.

De linkerzijde moet een principiële houding innemen over migratie en racisme. Migratie komt voort uit een groeiende humanitaire ramp. Naar schatting 600.000 wanhopige mensen wachten aan de kust van Noord-Afrika om met bootjes de horror van Afrika achter zich te laten. Hoge hekkens en zelfs grenspolitie die met scherp schiet. Het volstaat niet om de wanhopige mensen te stoppen. De arbeidersbeweging moet de rechten van migranten verdedigen en tegelijk ook de rechten van de huidige werkenden en jongeren in Europa verdedigen.

Hannah Sell uit Engeland en Wales legde uit dat kapitalisten in tijden van crisis soms gebruik maken van racisme om de beperkte steun die ze krijgen wat op te krikken. Met racisme, nationale of antimigrantenstandpunten lukt dat in beperkte mate. Alle grote Britse partijen maken er gebruik van, maar zorgen er tegelijk voor dat aan de vraag van de kapitalisten naar goedkope migranten wordt voldaan.

SP wint in Ierland

De ontwikkeling van een volgroeide nieuwe massale arbeiderspartij is niet gemakkelijk en gebeurt ook niet rechtlijnig. Maar dit betekent niet dat de heersende klassen doorheen Europa een wandeling door het bos kunnen maken. In Ierland bijvoorbeeld was er samen met de Europese verkiezingen een tussentijdse verkiezing voor een zetel in het Ierse parlement. Die zetel werd gewonnen door Ruth Coppinger die ook op de zomerschool van het CWI aanwezig was.

Er is een groeiende concurrentie om gezien te worden als anti-besparingspartij. Niet alleen proberen sommige rechtse populisten op dit terrein te komen, in Ierland poogt het nationalistische Sinn Fein om zich als de belangrijkste antibesparingspartij voor te doen. Zoals Fiona uit Ierland uitlegde, heeft die partij echter geen vertrouwen in de strijd van de werkende bevolking. Sinn Fein brengt geen duidelijke strategie naar voor op basis van massaal verzet tegen de besparingen.

Kevin McLoughin

Kevin McLoughin

Kevin uit Ierland had het over het potentieel van de Anti Austerity Alliance (AAA). Honderden arbeiders en jongeren zijn actief betrokken bij die alliantie, veel van hen zijn nog geen lid van een politieke partij. Bij de laatste verkiezingen namen naar schatting 800 tot 900 mensen deel aan de verspreiding van pamfletten.

In de discussie werd benadrukt dat onze tactieken tegenover nieuwe politieke formaties bepaald worden door de concrete voorwaarden in elk land. Op een ogenblik van politieke instabiliteit en volatiliteit is een flexibele benadering nodig, terwijl we tegelijk de ideeën en organisaties van het CWI in stand houden. Andros Payiatsos stelde dat politieke duidelijkheid het enige is waarop we kunnen vertrouwen als de situatie erg moeilijk wordt, zoals het geval is in Griekenland. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen haalden we in Griekenland drie verkozenen op basis van drie verschillende soorten lijsten.

Er tekent zich een sociale ramp af in Griekenland dat een hele tijd het epicentrum van de strijd in Europa vormde. Er waren meer dan 30 algemene stakingen. Maar vandaag is er amper sprake van een veralgemeende beweging. Syriza haalde goede resultaten bij de laatste verkiezingen, maar de helft van de kiezers ging niet stemmen. De helft van de bevolking vindt dat geen enkele partij een antwoord op haar bekommernissen en eisen heeft.

Wij zijn trots op onze zusterorganisatie in Griekenland. Een van de cruciale elementen die deze organisatie overeind hield terwijl de rest van de linkerzijde gekenmerkt wordt door crisis, afsplitsingen of depressies, is de capaciteit om een programma naar voor te schuiven dat vertrekt van een eerlijke en open analyse van de situatie op elk ogenblik. Het betekent dat we ook uitleggen dat er nederlagen worden geleden en proberen na te gaan waarom dit het geval is.

Andros Payiatsos

Andros Payiatsos

Een sociale uitbarsting is nog steeds mogelijk in Griekenland. Indien Syriza de volgende verkiezingen wint, ondanks het beperkte programma en de bereidheid om met krachten van buiten de arbeidersbeweging samen te werken, dan kan dit de kwestie van strijd terug op de agenda zetten. Syriza-leider Tsipras zal wellicht niet naar de verkiezingen trekken met het idee om de besparingsplannen allemaal opzij te schuiven, maar onder druk van onderuit is het mogelijk dat hij weinig ruimte zal krijgen om niet tegen de besparingen in te gaan.

Nationale kwestie

Een van de breuklijnen waarmee de crisis tot uiting komt, is de nationale kwestie. Dat is zeker het geval in Schotland en Spanje, maar ook elders speelt dit een rol. Het resultaat van het referendum over Schotse onafhankelijkheid zal verregaande gevolgen hebben voor zowel de arbeidersbeweging als de Britse heersende klasse. Het is evenwel duidelijk dat dit referendum niet het einde van het proces is.

Luke uit Schotland beschreef de enorm goede reacties die we krijgen op het idee van een onafhankelijk socialistisch Schotland. Op grote publieke meetings verdedigen onze leden de noodzaak om een onafhankelijk Schotland te baseren op het publiek bezit van de sleutelsectoren van de economie zodat de behoeften van de meerderheid van de bevolking kunnen ingelost worden. Er was een tournee met 60 meetings waarop gemiddeld meer dan 200 aanwezigen waren en telkens 20 tot 40 mensen onze socialistische krant kochten. Dat wijst op de honger naar ideeën.

Het referendum kan ook een impact hebben in Noord-Ierland. Daniel uit Noord-Ierland sprak over het falen van het ‘vredesproces’. Meer dan 20% van de jongeren verwacht de komende tien jaar een volledige terugkeer van het sectaire geweld. De Socialist Party wees er van het begin op dat het vredesproces de sectaire verdeeldheid slechts institutionaliseerde maar niet oploste. Samen met de vrees voor een terugkeer van het sectaire geweld is er ook een bereidheid om voor verandering op te komen. Zo was er recent een betoging met 4000 aanwezigen tegen racisme, homofobie en seksisme. De rol van de georganiseerde arbeidersklasse zal beslissend zijn voor de verdere ontwikkelingen.

In zijn inleiding stelde Tony dat er bij wijze van spreken overal benzine ligt doorheen Europa waarbij de minste vonk kan leiden tot massale explosies. We zagen dit eerder in Brazilië waar de verhoging van de tarieven voor het openbaar vervoer leidden tot massaprotest of in Turkije waar er eveneens een massabeweging was.

De heersende klasse doorheen Europa bereidt zich voor op het verzet van de arbeidersklasse. De antivakbondswetten of algemene repressieve maatregelen kennen een opmars. Dat is geen toeval, het is hun voorbereiding op de confrontaties die er komen. Ook wij moeten voorbereid zijn op scherpe veranderingen in de situatie. We moeten onze krachten inzake aantal en kwaliteit uitbouwen, kansen creëren en grijpen en onze organisaties versterken met een begrip van de processen die plaatsvinden.

Op deze basis zal het CWI beter gepositioneerd zijn om massale strijdbewegingen de nodige ideeën aan te bieden waarmee een einde kan gemaakt worden aan de uitbuiting, onderdrukking en verdeeldheid van het kapitalisme, zodat dit systeem kan vervangen worden door een democratisch geplande economie op basis waarvan een echt verenigd Europa mogelijk wordt.