Wat hield Verhofstadt overeind?

In september en oktober hadden we het over een mogelijke val van paars. De redenen: sinds maanden lag de regering op apegapen. Alle moeilijke dossiers werden uitgesteld en er heerste een hopeloze verdeeldheid. Toen het ACV druk op de ketel zette en deze zomer dreigde met veralgemeende stakingsacties tegen de orientatienota inzake eindeloopbaan, leek het hek van de dam.

Els Deschoemacker

De VLD stond nog op 16% in de peilingen en ging ten onder aan interne twisten. De enige partij die redenen tot optimisme had, was de Parti Socialiste van Di Rupo. Dat was echter snel voorbij zodra de reeks corruptieschandalen de euforie overstemde.

Di Rupo is inmiddels niet alleen PS-voorzitter, maar ook Waals minister-president. Een betere uitdrukking van de zwakte van de (nog steeds) sterkste partij in het land is er niet te vinden. Daarmee was de kans voor de PS verkeken om via nieuwe verkiezingen haar versterkte positie te verzilveren en de CD&V mee in bad te trekken om gezamenlijk, zonder te veel vakbondsoppositie, de besparingsplannen van het patronaat door te drukken.

De belangrijkste factor, en meteen ook de verrassing van het jaar, was de oproep van het ABVV tot algemene staking op 7 oktober. Die actie was gericht tegen het Generatiepact. Nochtans leek hiervoor de strategie van “horen, zien en zwijgen” te domineren bij de houding van het ABVV inzake de eindeloopbaandiscussie. Vooral het ACV had strijdbare taal naar voor gebracht en leek goed voorbereid te zijn.

De druk bij de ABVV-basis overstemde de leiding die op haar plichten werd gewezen tijdens militantenvergaderingen. Bij de basis was er een overweldigende tegenstand tegenover de afbraak van onze pensioenrechten. Met haar stakingsoproep stak het ABVV het vuur aan de lont. De staking werd goed opgevolgd en ging niet enkel om het Generatiepact. Het was een uitdrukking van een wijdverspreid ongenoegen tegen het neoliberaal beleid. Dat ongenoegen lag in Nederland en Frankrijk aan de basis van het verwerpen van de Europese Grondwet, in Duitsland zorgde het voor een electorale doorbraak van de Linkspartei. Na al die jaren van besparingen, hebben de arbeiders en hun gezinnen er genoeg van.

CD&V had maar al te graag Verhofstadt op zijn bek laten gaan, maar niet op basis van een strijdbeweging tegen het pact! Een beetje duwen en trekken kon wel. Een strijd die zou leiden tot de val van de regering was echter een stap te ver. Meer dan ooit werd begrepen dat een regeringsval, gevolgd door verkiezingen, zou leiden tot een test voor of tegen een aanval op de pensioenen. Dit zou iedere nieuwe regering in een moeilijke positie hebben gebracht.

De ACV-leiding liet haar strijdbare taal al snel vallen. Ze kwam wel op voor correcties aan het Generatiepact, maar ging akkoord met de algemene doelstelling dat de activiteitsgraad van ouderen omhoog moet.

Daarmee zijn we bij de kern van het probleem aanbeland: het gebrek aan een alternatief programma vanuit de vakbondsleiding. Aan de strijdbaarheid van de basis was het duidelijk niet te wijten!

De regering had kunnen vallen en de arbeiders hadden via een alternatief programma de neoliberalen naar huis kunnen sturen. De vakbondsleiders kozen echter voor een “landing”, wat onmiddelijk ook de redding van de regering betekende.

Delen: Printen: