Hoe de Nederlandse inlichtingendiensten de democratie niet zo nauw namen in de strijd tegen het "Rode Gevaar"

In Nederland verschenen recent enkele boeken over de werking van de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD), thans de Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst (AIVD). Vandaag richten de veiligheidsdiensten zich op krachten die "de democratie bedreigen". Nochtans namen de veiligheidsdiensten het in het verleden zelf niet zo nauw met "democratie". Dit blijkt onder meer uit het feit dat de BVD een eigen maoïstische partij oprichtte.

Recensie door Ron Blom, Offensief Amsterdam

De Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD), tegenwoordig Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst (AIVD) geheten, staat de laatste tijd behoorlijk in de belangstelling. Na de val van het stalinisme en het einde van de Koude Oorlog is de dienst zich gaan richten op een nieuwe “bedreiging van de democratie”.

Nu gaat het om de radicale Islam en (moslim)terrorisme. Met het vallen van de Berlijnse muur lijkt het er op dat er meer openheid betracht wordt als het gaat om de werkwijze van de inlichtingendienst. We moeten uitdrukkelijk vaststellen “lijkt” want het betreft veelal anticommunistische operaties uit het verleden. Eerst kwam het boek “In dienst van de BVD, spionage en contraspionage in Nederland” uit van oud BVD-medewerker Frits Hoekstra. Zijn openbaringen werden niet erg op prijs gesteld door zijn oud-werkgever. Deze dreigde dan ook met juridische actie. Veel van wat Hoekstra aan de orde stelde komt terug in de nieuwe publicatie “De geheime dienst. Verhalen over de BVD” van de journalisten Chris Vos, Rens Broekhuis, Lies Janssen en Barbara Mounier.

In dit 200 bladzijden tellende boek en de bijbehorende DVD, waarvan een deel van de fragmenten al eerder op televisie te zien was met ondermeer observaties van communisten), komt een aantal oud-employees van de dienst (waaronder Hoekstra en Johan van Gogh, de vader van Theo) aan het woord. Het boek vangt aan met een beschrijving van de historie van de inlichtingendienst en komt tot enkele meer en minder opmerkelijke onthullingen.

Het ontstaan

De BVD is vrij snel na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Het was in een periode dat de CPN onder andere door haar rol in het verzet en vanwege het prestige van het Russische Rode Leger tien procent van de stemmen behaalde. De eerste generatie medewerkers van de veiligheidsdienst bestond vooral uit mensen die afkomstig waren uit Nederlands-Indië en die gerepatrieerd waren na de politionele acties. Daarnaast was een groep afkomstig uit het gereformeerde verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog (Stavast en groep-Albrecht). Al met al geen toonbeeld van progressiviteit.

Dat heeft natuurlijk ook iets te maken met de oorsprong van de Nederlandse geheime dienst. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog, gedurende een periode van onrust in het leger en in de burgermaatschappij, zette de legerleiding de zogeheten derde sectie van de Generale Staf in tegen het “rode revolutiegevaar”. Dit was de voorloper van de latere BVD. Ook toen al deinsde de inlichtingendienst niet terug voor infiltratie in radicale milieus en het leveren van wapens. Zaken die nu weer regelmatig in verband gebracht worden met de AIVD. Zo zijn er geruchten dat een informant van de dienst vier handgranaten geleverd zou hebben aan terreurverdachten van de Hofstadgroep in het Haagse Laakkwartier.

De enkele sociaal-democraat die deel uitmaakte van de BVD-top zoals de “rode jonkheer” W.A.H. de Jonge was anticommunistisch genoeg om getolereerd te worden. Minister-president Den Uyl aarzelde niet om de hulp van de inlichtingendienst in te roepen bij het screenen van leden van de PvdA-partijraad.

Hoewel de BVD altijd een sterke (financiële) band heeft gehad met de CIA, is toch het Engelse MI-5 het grote voorbeeld geweest waarop de Dienst ingericht werd. Géén van de afdelingen, géén van de secties wist in principe wat de ander deed. “The need to know” zoals de Engelsen het noemden. Bovendien had de BVD geen executieve bevoegdheid. Agenten konden dus niet zoals de beruchte Gestapo of de KGB zelf mensen arresteren. Bij arrestaties moest worden samengewerkt met de politie en dat leidde niet zelden tot conflicten. De invloed van de Amerikanen zou verder groeien. Naar nu blijkt onderhield de CIA contacten met politici in de Tweede Kamer van allerlei signatuur. Bovendien is de BVD regelmatig ingeschakeld geweest in grotere operaties waarbij de Amerikanen de regie voerden.

Belangrijkste doelstelling van de inlichtingendienst was het bestrijden van het communisme. Zowel in eigen land bijvoorbeeld in de CPN en de vredesbeweging als daarbuiten in bijvoorbeeld de Sovjet-Unie. Het meest spectaculaire voorbeeld daarvan is de betrokkenheid van de BVD bij de pogingen om de Russische dissidente schrijver Boris Pasternak aan de Nobelprijs te helpen voor zijn boek “Dr. Zjivago”. Ook deze operatie kent financiële en operationele steun van de Amerikanen. De betrokken BVD agent Joop van der Wilden constateert achteraf ten onrecht in het boek dat deze affaire het begin van de samizdat is geweest, de ondergrondse Oostblokliteratuur. Eind twintiger jaren ontstond er onder het opkomende stalinisme al een stroom van oppositionele politieke en literaire geschriften.

Operatie Mongool

Dat een BVD-agent, het tegenwoordige Zandvoortse raadslid voor de Ouderenpartij Peter Boevé, infiltreerde in de maoïstische beweging is sinds het verschijnen van het boek van Hoekstra niet meer onbekend. Op de burelen van de BVD aan de Haagse Kennedylaan werd in het kader van operatie Mongool het blad “De Kommunist” van de Marxistisch-Leninistische Partij van Nederland volgeschreven en gedrukt. Het was zo levensecht, dat zelfs de Chinese Communistische Partij er in tuinde en deze spookpartij als haar Nederlandse zusterorganisatie beschouwde.Hoe heeft het zover kunnen komen?

Het toenmalige JOVD (VVD jeugdorganisatie) lid Bouvé wist als deelnemer aan het Wereld Jeugd Festival in Moskou al snel het vertrouwen te winnen van leidende CPN-kaders. Hij begon informatie te verzamelen voor zijn opdrachtgevers van de geheime dienst. Na de dood van Stalin in 1953 en de beroemde destalinisatierede van Chroesjtsjov (door CPN-leider Paul de Groot schertsend Knoeichef genoemd) op het twintigste partijcongres in Moskou in 1956 nam de onrust toe onder de Nederlandse communisten. Bovendien vond in 1956 ook nog eens de Hongaarse opstand plaats. Wat was er waar van de misdaden van Stalin? Waarom stelde niemand dit eerder aan de kaart? Hoe zit het met de democratie in de communistische beweging?

Een groot aantal partijleden voelden zich al langer ongelukkig met het autoritaire gedrag van De Groot. De Russische inval in Hongarije in 1956 zou onder de anticommunistische golfslagen kortstondig leiden tot eenheid in de partij. Niet veel later raakte de partij ernstig verscheurd. Velen stapten op, terwijl weer anderen probeerden zich sterk te maken voor veranderingen in de partij. Dat viel niet mee. De partijleiding verketterde de dissidenten van de zogeheten Bruggroep en beschuldigde ze van samenwerking met de BVD.

Deze organisatie was naar nu achteraf duidelijk is geworden bezig om gebruikmakend van het wantrouwen in de partij een operatie op touw te zetten die moest leiden tot een splitsing. Meer dan 280 BVD-agenten waren actief waren in de partij en aanverwante mantelorganisaties zoals de Eenheidsvakcentrale (EVC). Waarbij de tragiek was dat deze infiltranten weer andere CPN-sympathisanten de partij in brachten. Inderdaad stonden leden van de Bruggroep, die later in 1959 opging in de Socialistische Werkers Partij (SWP), op de loonlijst van de BVD. Gerard Geelhoed was een van de mensen die overstapten naar de SWP. Hij werkte niet voor de BVD, maar werd integendeel regelmatig lastig gevallen door de Dienst. Achteraf vindt hij het maar raar dat de CPN werd beschouwd als een staatsgevaarlijke partij: “De CPN was in wezen een linkse sociaal-democratische partij…in de praktijk, niet in de retoriek. Het was natuurlijk Lenin en Stalin en eeuwige solidariteit met de Sovjet-Unie en noem maar op. Maar het was geen revolutionaire partij”. De SWP mocht dan enerzijds zijn ontstaan op instigatie van de BVD, anderzijds had dit in een gezonde socialistische organisatie met interne democratie en een werkelijke debatcultuur niet zomaar kunnen gebeuren.

Begin zestiger jaren ontstond een pro-Chinese oppositiegroep in de CPN. Ook deze leden zouden uiteindelijk de partij verlaten. Het was in dit maoïstische milieu dat de inlichtingendienst aan het roeren was door middel van haar operatie Mongool. Het gewroet in de “Chinese” oppositie binnen en buiten de CPN was een poging om de tegenstellingen zoals die zich tussen de stalinistische grootmachten Sovjet-Unie en China voordeden te gebruiken voor het verder stimuleren van verdeeldheid onder de Nederlandse communisten.

Verdachtmaking vredesbeweging

De BVD beschouwde de vredesbeweging als de vijfde colonne van Moskou. Vredesorganisaties konden rekenen op de ongewenste belangstelling van agenten van de inlichtingendienst. Dat was niet alleen ten tijde van de acties tegen de Vietnam oorlog en de daarbij horende jongeren radicalisering, maar ook later ten tijde van de opkomst van de “Hollanditis”. De lange arm van de Sovjet-Unie en de Duitse Democratische Republiek (DDR) werd verondersteld de volksbeweging tegen plaatsing van nucleaire kruisraketten te manipuleren. De geheime dienst liet zich insluiten in de Tweede Kamer om fractieruimtes te doorzoeken, brak in bij de vereniging Nederland-DDR en de EVC om kopieën te maken van het ledenregister. Ze plaatste afluisterapparatuur in de luchtkokers in het gebouw van de communistische partijkrant “De Waarheid”.

In werkelijkheid was sprake van een massaal gedragen afwijzing van oorlogsvoorbereiding door de westerse bevolking. Deze beweging was authentiek en breed, hoeveel pogingen de laatste tijd ook gedaan worden om door middel van studies aan te geven dat de antikruisrakettenbeweging vooral gemanipuleerd werd door binnenlandse- en buitenlandse communisten. Zich baserend op “informatie en aanwijzingen” van de inlichtingendienst wordt nu al weer regelmatig met terugwerkende kracht een poging gedaan het werk van de BVD positief te herwaarderen.

Het meest bekende voorbeeld van de inlichtingendiensten om de vredesbeweging in een kwaad daglicht te stellen is de affaire met de infiltrant John Gardiner die spioneerde in het vredesactiekamp in Woensdrecht. Dit was de plaats waar de Amerikaanse kruisraketten geplaatst zouden moeten worden. Hij probeerde de vredesactivisten aan te zetten tot het gebruik van bommen en granaten, die hij zelf eerst gestolen had.

Boekpresentatie

Zowel oud-medewerkers (en wellicht enkele nog steeds bij de AIVD werkzame personen) als de slachtoffers van hun gewroet woonden de boekpresentatie bij. Zo sprak ik met Johan van Biemen, een oudere communist, die me vertelde dat hij in verleden niet zelden tijdens vakanties in Oost-Europa werd lastig gevallen. “Door mensen zoals hij” waarbij hij naar een man aan de overkant van de tafel wees die mompelde “Ja, jullie hebben ons flink beziggehouden”. Toen ik informeerde naar het bespieden van revolutionair-socialistische organisaties vertrouwde ex-spion Frits Hoekstra mij toe dat het in de gaten houden van de trotskistische beweging binnen de BVD gold als een straf. Toch heeft dit de nodige gevolgen gehad voor bijvoorbeeld de beroepsperspectieven van activisten getuige het boek “De trotskistenangst van de BVD” van de hand van het tegenwoordige Offensieflid Karel ten Haaf.

Storend aan het boek is de bladzijde nummering aan de binnenzijde van de pagina’s. Ook inhoudelijk zijn er wel wat opmerkingen te maken. De Kommunistische Arbeiders Organisatie (KAO) staat in het boek vermeld als laatste maoïstische organisatie die in 1990 zou verdwijnen. De schrijvers gaan echter voorbij de nog steeds bestaande Groep Marxisten-Leninisten (GML). “De Geheime Dienst” besluit, net zoals Geelhoed hierboven, met de vaststelling dat er eigenlijk geen sprake is geweest van een communistische dreiging in het midden van de jaren tachtig. Toch zou dit vele decennia het belangrijkste aandachtsgebied van de Dienst blijven.

“Behoorlijk democratisch”?

Op grond van de interviews en zonder uitgebreid archiefonderzoek gedaan te hebben concluderen de schrijvers “dat de BVD over het algemeen behoorlijk democratisch heeft gefunctioneerd”. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zij constateren dat dit niets te maken heeft met het toezicht door de minister of door de Vaste Commissie voor de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer, dat over het algemeen zwak bleek. Nee, de functionarissen van de BVD zouden “zelden democratische grenzen in hun werk hebben overtreden”. De angst voor politiek rumoer zou hiervoor verantwoordelijk zijn. Afluisteren, chanteren, intimideren, stelen en betrokkenheid bij campagnes van de CIA die wel degelijk geleid hebben tot arrestaties in executies van politieke tegenstanders van bijvoorbeeld de toenmalige dictaturen Spanje, Portugal en Griekenland zouden op zijn zachtst gezegd toch aanleiding moeten geven tot bijstelling van deze conclusie. De levens van vele mensen in zowel binnen- als buitenland zijn op een of andere wijze vernield door activiteiten van de BVD. Meer dan voldoende grond voor socialisten om de opheffing van deze BVD/AIVD en andere geheime diensten te bepleiten.

De Geheime Dienst. Verhalen over de BVD, C. Vos e.a., 24,50 euro

Delen: Printen: