Sharon verdwijnt van politieke toneel en laat onstabiliteit na

Het feit dat Sharon op 4 januari om medische redenen van het politieke toneel verdween, heeft de onstabiliteit in Israël verder versterkt. Het zal wellicht bepalend zijn voor de uitkomst van de algemene verkiezingen in Israël op 28 maart en het zal gevolgen hebben voor de volledige regio.

Kevin Simpson

Deze nieuwe ontwikkeling is maar één van de belangrijke gebeurtenissen die de lokale politieke situatie heeft veranderd.

Bij de Palestijnse Autoriteit (PA) zagen we eerder een groeiende politieke chaos naarmate de verkiezingen van eind januari dichterbij komen. De PA wordt gedomineerd door leiders van Fatah, de politieke vleugel van de PLO (Palestine Liberation Organisation), en wordt gezien als corrupt en zwak. Het islamitische Hamas won vorig jaar de lokale verkiezingen. De verschillende fracties binnen Fatah en de afgesplitste milities zijn de afgelopen weken meermaals met elkaar in confrontatie gegaan in het zuiden van de Gazastrook. Daar is er het begin van een burgeroorlog. Het lijkt erop dat Abbas, de president van de PA, de verkiezingen zal uitstellen om een “noodregering” te vestigen waarin ook Hamas zit.

De samenleving balanceert er op de grens van complete desintegratie na jaren van corrupt leiderschap in de PA en decennia van onderdrukking door het Israëlisch leger. Ondanks de terugtrekking van de kolonisten en de Israëlische soldaten die hen beschermden op de Gazastrook, zijn er nog steeds aanvallen en bombardementen van de Israeli Defence Force (IDF) op de regio.

De voorbije jaren werd de druk op de heersende klasse in Israël opgevoerd. Er kwam druk vanuit het VS-imperialisme, maar ook door het falen om de Palestijnen militair te verslaan en door de sociale onstabiliteit onder de Joodse bevolking. Een andere belangrijke factor is een demografische factor: de Palestijnse bevolking groeit sneller dan de Israëlisch Joodse bevolking waardoor er een Palestijnse meerderheid zal tot stand komen. Dat is de reden waarom Sharon en de meerderheid van de Israëlische heersende klasse hun historische positie over het uitbouwen van een Groot-Israël (met inbegrip van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever) hebben moeten aanpassen.

Het VS-imperialisme wil, ondanks de chaos die het zelf creëert in Irak, meer stabiliteit in de regio om haar strategische belangen te beschermen. De VS heeft haar verzet tegen de bouw van een apartheidsmuur opgegeven en aanvaardt dat de belangrijkste Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zullen behouden blijven. De regering-Bush heeft echter aangedrongen op toegevingen van bovenaf, om zo een opstand van onderuit tegen te gaan.

De terugtrekking uit de Gazastrook biedt geen antwoord op de armoede en de uitbuiting van de Palestijnse massa’s. De zogenaamde “vredesduif” Sharon heeft nooit echte nationale bevrijding of een eigen staat willen aanbieden aan de Palestijnse bevolking.

De Israëlische De Gaulle

Sharon wordt voorgesteld als een Israëlische De Gaulle, de militaire hardliner en Franse president die zijn troepen terugtrok uit het door Frankrijk bezette Algerije na een poging om de massale beweging voor nationale bevrijding tegen de koloniale bezetter neer te slaan.

De terugtrekking uit Gaza werd gebruikt om de aandacht af te leiden van de opgedreven onderdrukking van Palestijnen in andere gebieden. De regering-Sharon ging versneld over tot de bouw van een 620 kilometer lange Apartheidsmuur waarmee de Westelijke Jordaanoever wordt verdeeld. Deze muur isoleert 242.000 Palestijnen, of 10% van de bevolking, in een gesloten militaire zone tussen de grens van Israël en de westelijke zijde van de muur. Duizenden hectaren Palestijnse grond werden overgenomen. In de maand na de terugtrekking uit Gaza, waren er 30 moorden en 1.000 raids van het Israëlisch leger in de Westelijke Jordaanoever. Er verdwenen 8.500 kolonisten uit Gaza, maar er werd plaats gemaakt voor 30.000 nieuwe kolonisten in de Westelijke Jordaanoever. Het wekt dan ook geen verwondering als een adviseur van Sharon, Dov Weisglass, stelde dat het Terugtrekkingsplan uit Gaza mee als doel had om het “stappenplan naar vrede” van VS-president Bush in de frigo te stoppen.

Politieke aardbeving

Sharons autoriteit werd lokaal en internationaal versterkt door de terugtrekking uit Gaza. Deze “diplomatieke triomf” werd evenwel overschaduwd door een belangrijke politieke ontwikkeling in november. Amir Peretz, leider van Histadruth vakbondsfederatie, won de verkiezing voor de positie van partijleider van Labour. Peretz versloeg nipt Shimon Peres, de favoriete kandidaat en één van de dinosaurussen van de Israëlische politieke elite. Peretz is de eerste sefardische Jood van een arbeidersafkomst die zo’n hoge positie verkrijgt in de Arbeiderspartij. Hij won de interne verkiezing om basis van een naar Israëlische normen extreem radicale retoriek waarbij hij beloofde om het minimumloon sterk te verhogen en om een algemeen pensioen voor iedereen in te voeren.

Deze gebeurtenissen en de gewijzigde koers van de heersende klasse, waren factoren die aan de basis lagen van wat gekend staat als de “big bang” van de Israëlische politiek. Sharon nam ontslag uit Likoed om een nieuwe politieke formatie op te zetten: Kadima (Voorwaarts). Verschillende parlementsleden van andere partijen sloten aan bij deze nieuwe partij en volgens peilingen zou Sharon de verkiezingen van eind maart gemakkelijk hebben gewonnen.

De voorbije weken stelde Sharon dat hij bij een verkiezingsoverwinning zou voorstellen om geïsoleerde Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te ontruimen om zo tot een finale regeling te komen met de Palestijnen. Totnutoe heeft Sharon nooit de controle over Jeruzalem willen opgeven. Recente opiniepeilingen geven echter aan dat een meerderheid van de Israëlis bereid is om toegevingen te doen op dat punt indien het leidt tot een blijvend vredesakkoord.

Dat is nu allemaal veranderd door het ernstige hersenletsel dat is opgelopen door Sharon. Het is onduidelijk hoelang hij zal blijven leven. Eerder had Sharon al een hartaanval op 18 december. Alleszins is het wel duidelijk dat zijn politieke carrière voorbij is. Commentatoren, kapitalistische en imperialistische politici hebben wereldwijd beterschap toegewenst aan Sharon, maar dit wordt gedaan in de vorm van vroege in memoriams. Velen hebben Sharon geprezen als “vredesduif”, terwijl de Israëlische media hem afschildert als een oorlogsheld.

Wat was het eigenlijke palmares van Sharon als politieke en militaire leider? Wat zijn de meest waarschijnlijke ontwikkelingen in Israël na het verdwijnen van Sharon van de politieke scène?

Geen vredesmaker

Zelfs een korte blik op de rol die Sharon heeft gespeeld, maakt duidelijk dat hij verre van een “vredesmaker” is. Sharon komt van het meest reactionaire deel van de Israëlische heersende klasse en heeft steeds de meest brutale militaire taktieken voorgesteld om zijn doelen te bereiken. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor een reeks oorlogsmisdaden. Zijn taktieken hebben steeds geleid tot oorlog en conflicten. Het is ook algemeen bekend dat hij bereid is om te liegen om zijn doel te bereiken. Ben Gurion, een bekende voormalige eerste minister van Israël, zei over Sharon: “Als hij zijn slechte gewoonte om de waarheid niet te vertellen zou laten, dan zou hij een voorbeeldige militaire leider zijn.”

De voorbije jaren werd heel wat geschreven over de geruchten van betrokkenheid bij corruptieschandalen. De dag voor zijn hartaanval, had de krant Haaretz op haar voorpagina nog een artikel over 3 miljoen dollar smeergeld dat betaald werd bij interne verkiezingen in de Likoedpartij. Dit lijkt nu allemaal te zijn vergeten en de Israëlische media probeert Sharon op te hemelen, zowel voor zijn politieke als voor zijn militaire loopbaan.

Sinds zijn jeugd heeft Sharon, zoals velen in de Israëlische heersende klasse, steeds beroep gedaan op militaire kracht als antwoord op iedere oppositie van de Palestijnse en Arabische massa’s.

Op 14-jarige leeftijd sloot Sharon aan bij Haganah (een ondergrondse Joodse militie die actief was tijdens de Britse bezetting van Palestina) en nadien werd hij een commandant van het IDF in de oorlog van 1948. Zijn opmars in het Israëlische leger ging verder en in 1953 werd hij commandant van de nieuwe elite-eenheid Unit 101, een eenheid verantwoordelijk voor acties tegen de Palestijnen. Later dat jaar was hij verantwoordelijk voor een vergeldingsaanval op het Palestijnse dorp Qibiya. Zijn eenheid blies 45 huizen op en vermoordde 69 Palestijnse burgers, waarvan de helft vrouwen en kinderen.

Tijdens de Israëlisch-Arabische oorlog rond het Suezkanaal in 1956, stond Sharon aan het hoofd van een andere eenheid. Jaren later verschenen er geruchten dat de soldaten onder het bevel van Sharon 270 Arabische oorlogsgevangenen hadden geëxecuteerd (waaronder Soedenese wegenwerkers) bij drie verschillende incidenten. Eén van de soldaten die daarbij betrokken was, stelde achteraf: “Zes van hen overleefden de eerste golf van geweerschoten… Ze gingen later slapen met de andere gevangenen. Het bloed stroomde uit iedere hoek van de vrachtwagen waar ze sliepen en het ging om veel bloed.”

In 1969 kwam Sharon aan het hoofd van de Zuidelijke commandopost van het IDF waarbij hij verantwoordelijk werd voor de pas bezette Gazastrook. Hij liet zich opnieuw opmerken door zijn brutaliteiten tegenover de Palestijnen. In augustus 1971 waren troepen die onder zijn leiding stonden, verantwoordelijk voor het vernietigen van 2.000 huizen en het verdrijven van 12.000 Palestijnen.

Sharons militaire carrière hielp hem om in 1973 voor het eerst verkozen te raken in de Knesset, het Israëlische parlement. In datzelfde jaar nam hij deel aan de oprichting van de rechtse reactionaire Likoed partij. Het was pas na de Israëlisch-Arabische Yom Kippur oorlog van 1973 dat Sharon een belangrijke politieke functie opnam. In 1981 werd hij door Likoed-leider Menachem Begin aangesteld als minister van defensie. Dit kwam na de tweede verkiezingsoverwinning van Begin, een overwinning die hij deels behaalde door een propaganda-oorlog na de aanvallen van het Israëlische leger op Irak om er nucleaire faciliteiten te vernietigen.

Zowel Begin als Sharon wilden de infrastructuur van de PLO in Libanon vernietigen, de Syrische invloed terugdringen en een rechtse regering installeren in Libanon geleid door de Christelijke krachten. Bovendien wilden de rechtse politici een massale uittocht van Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever en Gaza naar Jordanië op gang brengen. Ze hoopten dat dit zou leiden tot een “Palestijnse staat” in Jordanië zodat het gemakkelijker was voor Israël om het territorium dat het bezet hield sinds de oorlog van 1967 effectief te controleren en te behouden.

Op 3 juni 1982 werd de Israëlische ambassadeur in Groot-Brittannië vermoord door de Palestijnse organisatie van Aboe-Nidal. Die groepering werd destijds in het Westen aanzien als een terroristische groepering. Aboe-Nidal was een belangrijke concurrent voor de PLO-leiding. Maar toch reageerde Sharon op de aanslag van Aboe Nidal met een invasie van Libanon om de PLO militair te verslaan als vergelding voor de moord. Sharon stelde bij de aanvang van de ‘Operatie vrede voor Galilea’ dat het IDF niet verder dan 40 kilometer op het Libanese grondgebied zou gaan.

Dat hield geen steek aangezien Sharon enkele maanden eerder een plan aan de regering voorstelde om Beiroet te bezetten en een regime te installeren onder leiding van de Libanese troepen van Gemayel. In juli en augustus werden 29.500 Palestijnse en Libanese burgers ofwel vermoord ofwel gewond, 40% van hen waren kinderen. Tijdens de Libanese bezetting werd gefluisterd dat Sharon probeerde om van Begin toegang te krijgen tot de codes voor de nucleaire wapens van Israël.

Sabra en Shatilla

Na de moord op Gemayel, moedigde Sharon delen van de Falange-militie aan om de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla te bestormen op 16 september 1982. De Falange richtte er een heuse slachtpartij aan waarbij er zowat 3.000 mannen, vrouwen en kinderen onder de ogen van de Israëlische soldaten werden vermoord. Het antwoord op deze slachtpartij was de grootste anti-oorlogsbetoging uit de Israëlische geschiedenis. Meer dan 400.000 mensen betoogden door de straten van Tel Aviv. Een Israëlische regeringscommissie stelde dat Sharon “persoonlijk verantwoordelijk” was voor de slachtpartij en hij moest ontslag nemen als minister van defensie.

Sharon keerde echter terug in verschillende regeringen en hij nam het daarbij op voor de rechtse Joodse kolonisten die hun nederzettingen in bezette gebieden wilden uitbreiden. In een toespraak tot leden van de extreem rechtse partij Tsomet in 1998, zou Sharon gezegd hebben: “Iedereen moet proberen om zoveel mogelijk heuvels te bezetten en de nederzettingen uit te breiden, want alles wat we nu nemen, zal van ons blijven… Wat we nu niet pakken, zal naar hen gaan.”

Dat zijn maar een paar voorbeelden die aantonen hoe Sharon de meest reactionaire opvattingen van de heersende klasse steunde en probeerde door te voeren. Er zijn er echter veel meer: hij stemde tegen een vredesakkoord met Egypte in 1979; sprak zich uit tegen het vredesakkoord van Oslo, veroordeelde de terugtrekking van de IDF uit het zuiden van Libanon in 2000,… Het controversiele bezoek van Sharon aan de Al-Haram Ash-Sharif Tempelberg in Jeruzalem vormde de catalysator voor het begin van de tweede Intifada. Een aantal commentatoren stelde dat Sharon dit bezoek had gepland om zeker te zijn dat er een opstand zou komen, wat de aanleiding zou kunnen vormen voor een nieuwe bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

Sindsdien heeft het falen om de strijd van een volledig volk voor nationale bevrijding te stoppen, ertoe geleid dat een deel van de Israëlische heersende klasse het over een andere boeg wil gooien. De terugtrekking uit Gaza was daar een gevolg van.

De plannen van de heersende klasse worden evenwel doorkruist door het vacuüm in de kapitalistische politiek. Sharon werd voorgesteld als een fantastische vredesduif om zo de nationale eenheid kunstmatig te versterken en om schadelijke verdeeldheid te vermijden voor de heersende klasse. Het feit dat de ziekte van Sharon zo’n vrees aanwakkert, geeft aan hoe gespannen de verhoudingen in de regio zijn.

Dat is de reden waarom Olmert, de rechterhand van Sharon, zo snel interim-premier werd en waarom er zo’n druk is op Kadima om een nieuwe partijleider aan te stellen.

Verkiezingen: nieuwe partij wordt de grootste

Volgens voorspellingen zou de nieuwe partij Kadima meteen 42 zetels behalen bij de verkiezingen van maart. Nochtans is het nog een partij in oprichting. In de Israëlische politiek is er steeds een grote aandacht geweest voor de rol van individuen. Maar in het geval van Kadima is dat wel bijzonder sterk het geval. In de regels die werden aanvaard door de 14 parlementsleden die lid werden van Kadima, wordt een absolute autoriteit gegeven aan Sharon om te beslissen over de samenstelling van de lijsten voor de verkiezingen. Voor de hartaanval en de coma van Sharon, was het duidelijk dat er geen interne verkiezingen in de partij zouden plaatsvinden. Een aantal politici die overstapten naar Kadima deden dit omdat ze dachten dat Sharon de verkiezingen kon winnen en bijgevolg hun parlementszetel zou redden.

Nu lijkt het erop dat Kadima zal standhouden bij de verkiezingen. Maar zelfs leidinggevende figuren binnen Kadima zijn bezorgd omdat ze vrezen voor splitsingen indien de plaatsen op de verkiezingslijst moeten worden verkozen. De meesten beseffen dat de partij wat steun zal verliezen. Het is duidelijk dat er gevreesd wordt dat een aantal bekende figuren de partij zullen verlaten, en dat zou de aanleiding kunnen zijn voor anderen om hun politieke vel te redden door terug te keren naar de partij vanwaar ze komen. Een leidinggevende figuur van Kadima stelde: “Als Peres Kadima zou leiden, zal alles onmiddellijk uiteen vallen. We moeten Olmert binnen de week verkiezen en ons rond hem verenigen met een groep van zo’n vijf of zes mensen om op te treden tegen ieder signaal van interne conflicten.” (Haaretz, 5 januari 2006).

Andere partijen zullen mogelijk gebruik kunnen maken van deze moeilijkheden. Benjamin Netanyahu, de nieuwe leider van Likoed, zal er voordeel uit halen. Maar hij is bijzonder onpopulair door het neoliberaal beleid dat hij de laatste jaren voerde als minister van financiën.

De situatie kan gunstiger worden voor Peretz van de Arbeiderspartij. Er was heel wat media-aandacht en optiminisme toen Peretz werd verkozen als leider van de Arbeiderspartij, maar de oprichting van Kadima doorkruiste dit. Peretz heeft zijn radicale retoriek al snel na zijn verkiezing aangepast, maar dit leidde tegelijk tot een daling in de peilingen. Voor de hartaanval van Sharon behaalde de Arbeiderspartij volgens de peilingen slechts 18 zetels (tegenover 31 vlak na de verkiezing van Peretz als partijleider). De Arbeiderspartij kan opnieuw vooruitgaan als Kadima begint uiteen te vallen.

Aan beide kanten van de nationale tegenstellingen, is er nood aan een beweging en een leiding die opkomt voor de belangen van de arbeidersklasse, zowel onder Palestijnen als onder Israëli. Zo’n formaties moeten strijden voor het omverwerpen van het kapitalisme om het te vervangen door een democratisch socialisme. Sharons verleden heeft aangetoond wat het kapitalisme te bieden heeft in het Midden Oosten: bloedbaden, brutaliteit en oorlog. Een strijd voor socialisme zou de voorwaarden creëren voor een vreedzaam samenleven en harmonie.

Delen: Printen: