Verzet tegen neo-liberalisme in Nigeria

Interview met Segun Sango, algemeen-secretaris van de Democratic Socialist Movement (zusterorganisatie van de LSP in Nigeria)

Het laatste jaar is Nigeria een aantal keer in het nieuws geweest met algemene stakingen tegen de prijsverhoging van de benzineprijzen. Wat was de positie van de DSM in deze bewegingen?

De DSM heeft zich altijd verzet tegen het hele neoliberale beleid van de regering. De prijsstijgingen van de olie zijn daar slechts 1 symptoom van. Het zorgt voor een verharding van het lot van de werkende bevolking. Als de olieprijzen stijgen, stijgen ook de andere prijzen. Daarom waren we vanaf dag 1 betrokken in de beweging.

We brachten een statement uit en riepen de georganiseerde arbeidersbeweging op om naar een algemene staking te gaan. Daarbij richtten we niet enkel eisen naar de vakbondsleiding. Via de DSM en de NCP (een radicaal-democratische partij die bekend werd met haar strijd tegen de voormalige militaire dictatuur en waarbinnen de DSM als marxistische stroming opkomt voor een socialistisch programma, nvdr) namen we het initiatief voor een bredere coalitie van groepen, van prodemocratische groeperingen, etc. Dit was de Joint Action Council against Fuel Hike, waarmee we beslisten om een dag van protesten te organiseren. Gelukkig werd ons voorstel voor een algemene staking aanvaard. We verspreidden hiervoor 1000-en pamfletten om de idee te populariseren. Dit mondde uit in de staking van juni-juli.

Onze interventie was zo effectief dat alle linkse activisten en NLC-leiders (Nigerian Labour Council, de overkoepelende vakbondsorganisatie in Nigeria) op de dag van de staking naar onze rally kwamen. Het was ook de enige plaats waar de politie naartoe kwam. Door de agressieve houding van de ordediensten kwam het toen tot een "running battle" met de politie. We hadden ook heel wat media-aandacht tijdens de staking. In de Financial Times stond een foto met onze spandoek. Tijdens die staking gingen we de arbeiderswijken in Lagos langs om steun voor de acties te ontwikkelen. Dit was de eerste staking.

De NLC-leiders hadden een heroïsch gevecht geleverd, maar die strijd niet verder gezet. Anders zouden ze in confrontatie zijn gekomen met het regime. Niet onverwachts maakte de regering daarvan gebruik om in oktober de prijzen opnieuw te laten stijgen.

We voerden opnieuw campagne om de algemene staking te hernemen. Op basis van onze vroegere interventie erkenden de vakbondsleiders onze rol en riepen ze verschillende organisaties van de "civiele maatschappij" samen. Er kwam een nieuwe coalitie: de Labour Civil Society Coalition (LASCO). Terwijl we voor dit breder platform mobiliseerden, brachten we onafhankelijke politieke verklaringen naar buiten over de strategie van de staking. Die hebben we massief verspreid. Het leek een erg succesvolle staking te worden. We raadden de bevolking aan om onder meer voedsel te stockeren. De dag voor de staking werden de banken platgelopen.

We argumenteerden ook voor het opzetten van actiecomités voor het in de praktijk zetten van de stakingsbeslissingen en als potentiële organen van arbeidersmacht. Omwille van onze rol in de voorbereiding van de staking werd ik door een vergadering van vakbondsactivisten in Lagos gevraagd om op het Nationaal Uitvoerend Bestuur van de NLC te spreken over welke strategie er nodig was. De houding van de nationale vakbondsleiders op die vergadering was niet vijandig, maar ze hadden duidelijk geen onafhankelijke klassevisie. Het is geen gebrek aan moed. Ze hebben gevochten, maar met botte wapens. Ze zijn ook niet in principe tegen de privatiseringen. Ze vechten vanuit het standpunt van de algemene staking als instrument van concessies, niet als middel om de samenleving te veranderen. "Jullie programma is onpraktisch", stelden ze.

Ik bracht daartegenover onze ideeën en methodes naar voor, de onmogelijkheid van de vakbondsleiders om binnen het kapitalisme blijvende verbeteringen af te dwingen, etc. We hebben ons nooit opgesteld als zomaar adviseurs van de vakbondsleiders. We behielden steeds ons onafhankelijke programma.

Ironisch genoeg zag president Obasanjo, in tegenstelling tot de vakbondsleiders, de algemene staking wel als een bedreiging voor het regime zelf. Hij viel in discussies met de vakbondsleiders ook onze rol aan in de beweging. Daarbij stelde hij ons voor als "drugsverslaafden", die weliswaar mensen niet in fysieke zin beroofden, maar die hun "subversieve ideeën" van deur tot deur verspreidden.

Jammer genoeg werd de staking op het laatste moment afgeblazen, omdat de regering afkwam met concessies. De vakbondsleiders vielen in de val van de heersende klasse. De oliemultinationals zegden dat ze alles zouden aanvaarden, dat ze zouden afzien van de prijsstijgingen. Wij hadden kritiek op het afzeggen van de staking. Er was eerst een discussie en consultatie nodig geweest binnen het platform van LASCO. Waarom heb je anders een platform? Op de tweede plaats – gezien de geschiedenis van verraad en niet nagekomen beloften van de regering en de heersende klasse – zouden de NLC-leiders aangedrongen moeten hebben op een reële prijsdaling.

Jammer genoeg werden we vrij brutaal in het gelijk gesteld. De olieprijzen zakten niet reëel. In de plaats van de staking te hernemen, wilden de vakbondsleiders nu een discussie met de regering organiseren. Je kan soms onderhandelen met kapitalisten, maar het is een foute benadering om te denken dat de kapitalistische klasse een fundamentele politiek voor de werkende massa’s kan doorvoeren. Er is strijd nodig om zaken af te dwingen. Enkel wanneer je het hele systeem omverwerpt en een socialistisch alternatief opbouwt, kunnen verworvenheden definitief worden.

We vinden nu nog dat de NLC-leiders de strijd zouden moeten hernemen tegen het bedrog van de regering en de oliemultinationals. Tegelijkertijd vinden we dat "labour", de georganiseerde arbeidersbeweging, initiatieven zou moeten nemen om een nieuwe, massale arbeiderspartij op te richten.

In welk stadium van ontwikkeling zitten we momenteel met de DSM?

Het beste moet nog komen. We worden meer en meer relevant voor de dagelijkse strijd van arbeiders en jongeren. Verschillende kameraden kwamen op TV, wat een uitdrukking is van onze rol in bewegingen. Onze activiteiten krijgen regelmatig aandacht in de burgerlijke pers. Onze aanwezigheid op het Nationaal Uitvoerend Bestuur van de NLC staat niet los van dit groeiend profiel. Een lid van de NLC verbood toen hij nog in de textiel-vakbond zat daar de verkoop van ons blad. Nu zat ik links van hem op die vergadering van nationale vakbondsleiders. In Lagos, de hoofdstad, hebben we al een zekere massa-invloed. Tijdens de verkiezingen werd ons in een district van Lagos een senaatszetel ontstolen. Iedereen in dat district was er na de verkiezingen van overtuigd dat onze kandidaat had gewonnen. De fraude vanwege de regering bij verkiezingen is echter een bekend gegeven. We staan aan het begin van het worden van een massakracht.

Delen: Printen: