Kan de PS terug uit haar dal klimmen?

Opeenvolgende schandalen, koele relatie met de vakbonden, achteruitgang in de opiniepeilingen,…

Op een periode van anderhalf jaar ging de PS van een score van 36% bij de regionale verkiezingen van 2004 naar slechts 28% in de laatste peilingen. Dat betekent dat zo’n twee op tien PS-stemmers van plan zijn niet langer voor de PS te stemmen.

Jean Peltier

De reden daarvoor is uiteraard de explosieve combinatie van diverse schandalen (de douche van Arena, Carolo en andere maatschappijen voor sociale huisvesting, Francorchamps,…) en de actieve en niet aflatende steun van de PS aan het Generatiepact van de regering-Verhofstadt.

Zal de PS erin slagen om uit het dal te klimmen (ook al is ze misschien nog niet tot op het diepste punt gevallen)? Kan de PS verder doen alsof er niets is gebeurd in de hoop om zo opnieuw goed te scoren bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 en de federale verkiezingen van 2007? Dat lijkt op het eerste gezicht moeilijk haalbaar. Maar in het verleden gebeurde dit meermaals.

Eind jaren 1990 bevond de PS zich eveneens in een benarde positie. Bij de verkiezingen deigde de partij telkens meer te verliezen. In 1999 haalde de PS een historisch dieptepunt. De partij betaalde een prijs voor zowel haar steun aan het Globaal Plan in 1993 (het besparingsplan van de rooms-rode regering van Dehaene waartegen wekenlang werd betoogd en gestaakt), het ontslag van 6.000 leerkrachten door Di Rupo en nadien door Onckelinx (waartegen eveneens maandenlang werd betoogd en gestaakt), als voor de aanhoudende “affaires” (de moord op André Cools, het smeergeld van Agusta waardoor Spitaels, Coëme en Mathot moesten opstappen,…).

Toen al werd de PS door diverse commentatoren begraven. Desondanks is de partij er in geslaagd om zich te herstellen. Dat kwam onder meer door de machtsovername door Di Rupo en de verandering van regeringspartner. In 2003 en 2004 behaalde de PS goede verkiezingsresultaten.

De actuele problemen wijzen echter op meer dan een “moeilijk moment” voor de PS. We kunnen daartoe drie argumenten aanhalen.

Ten eerste is hetgeen deze herfst gebeurde voor veel PS-kiezers erger dan de “affaires” waarmee de partij in de jaren 1990 werd geconfronteerd. Toen was er sprake van onwettelijke praktijken, maar het was om de kas van de partij te vullen en niet louter om persoonlijke voordelen. Vandaag gaat het om pure zakkenvullerij door te graaien in de kas van sociale huisvestingsmaatschappijen. Dat is dus ten koste van huurders met een laag inkomen.

Vervolgens heeft de “positieve houding” die Di Rupo wou ontwikkelen via zijn zogenaamd Marshall Plan (“allemaal samen voor het herlanceren van Wallonië”) een flinke deuk gekregen door het schandaal rond de Carolo en het bekend worden van de manier waarop lokale PS-kopstukken hun macht misbruiken in de administraties, intercommunales, sociale huisvestingsmaatschappijen,… Hierdoor kreeg ook de hoop op politiek voordeel op basis van het Marshall-plan een stevige klap.

De belangrijkste reden echter waarom de mogelijkheid van een duurzaam herstel van de PS twijfelachtig is, is de steeds diepere breuk tussen een groeiend aantal vakbondsmilitanten van de FGTB (Franstalige ABVV) en de PS die inmiddels bijna 18 jaar lang onafgebroken in de regering zit. In die regeringen heeft de PS steevast ieder besparingsplan gesteund. De ASLK, Belgacom, Cockerill,… werden verkocht aan de privé. De index werd vervangen door een vervalste gezondheidsindex. Er kwam een loonnorm met een dwingende loonmatiging. Er werd een jacht op de werklozen ingezet. De liberale fiscale hervorming van Reynders werd geslikt. De belastingen voor de bedrijven werden verminderd en ieder jaar opnieuw werden de lastenverlagingen voor het patronaat opgedreven.

Veel vakbondsmilitanten zien de PS niet eens meer als het “minste kwaad” tegenover de liberalen en het patronaat. De PS wordt meer en meer gezien als een partij als de anderen. Een partij die de arbeiders, gepensioneerden, werklozen en hun families in de steek heeft gelaten ten voordele van het patronaat.

Het gebrek aan een alternatief links van de PS zorgt ervoor dat de partij (zoals andere Europese sociaal-democratische partijen) opnieuw kan vooruitgaan in de peilingen en bij verkiezingen. Dat kan door te wijzen op het gevaar van rechts en extreem-rechts.

Maar het vertrouwen en de actieve steun die de arbeiders tientallen jaren aan die partij gaven, vervliegen steeds sneller. De mogelijkheid om een nieuwe partij op te bouwen, die in haar programma en haar activiteit de verdediging van de belangen van de arbeiders en hun gezinnen centraal zet, neemt in dezelfde mate toe.

Delen: Printen: