Home / Internationaal / Globaal / Economisch herstel? Niet voor de werkenden en jongeren

Economisch herstel? Niet voor de werkenden en jongeren

Een socialistische kijk op: crisis

Zomerdossier door Peter Delsing

greed2Hoe was het mogelijk? In 2008 werd het kapitalisme geconfronteerd met de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De industriële productie, de beursaandelen, de werkgelegenheid,… vielen terug aan een snelheid die volgens economen met de crash van Wall Street uit 1929 kon wedijveren. De crisis van de jaren ‘30 was eveneens een crisis als gevolg van enorme ongelijkheden, overproductiecapaciteit, financiële luchtbellen en investeringen in nieuwe technologie die sneller toenamen dan die in arbeidskracht. Het kapitalisme slacht steeds weer de kip die de gouden eieren voortbrengt: de arbeidskracht wordt uitgestoten of blijft achter op investeringen in machines. Volgens de socialist Karl Marx moest deze giftige cocktail leiden tot massawerkloosheid en crisissen als gevolg van pogingen om de winstgevendheid te herstellen.

Inmiddels zullen sommige werkenden en jongeren zich in het haar krabben. We zijn zes jaar verder en er wordt wel gesproken over herstel, maar wat is er van aan? De media zeggen het. De politici hielden niet op om het van de daken te schreeuwen. De bankencrisis werd door sommigen ook al naar de geschiedenisboekjes verwezen. Volgt er na crisis toch automatisch herstel, zoals de toverdokters van het kapitalisme beweren? In welke fase van de crisis zitten we vandaag?

“Het vermijden van een catastrofe is niet gegarandeerd”

Strijdbare arbeiders en jongeren mogen zich niet in slaap laten wiegen. De crisis van 2008 gooide de volledige logica om. Sindsdien kan de ooit geroemde ‘vrije markt’ geen stap meer zetten zonder overheidskrukken. In de huidige omstandigheden kan het systeem niet meer overleven zonder de ooit verfoeide staatstussenkomst. Miljarden moesten de gemeenschappen ophoesten om de banken te redden.

Die betalen we nu met aanvallen op onze pensioenen, onderwijs, recht op uitkeringen wanneer we ziek of werkloos zijn. Een crisis die mede een gevolg was van ‘te veel schulden’ werd ‘opgelost’ door meer schulden te creëren – bij de kapitalistische overheden. Maar ook: lenen bleef onwaarschijnlijk goedkoop. Dat bleef het gegok op de beurzen wereldwijd stimuleren. Goedkoop lenen om wereldwijd op snelle winst te jagen. De aandelen staan opnieuw op recordniveaus. Er zijn nieuwe zeepbellen die volledig los staan van de onderliggende groeiperspectieven. De Europese Centrale Bank deed er recent nog een schepje bovenop: de basisrente om bij haar te lenen staat ondertussen bijna op nul. En volgens sommige analisten deed ze te weinig en te laat. Volgens deze commentatoren was er nood aan een nieuwe wanhopige ronde van geldcreatie om de eurozone voor een nieuwe recessie en nog ergere crisis te behoeden.

Het is waar, er kwam geen oneindige spiraal van bankfaillissementen die de rest van de economie meetrok. Dat was omwille van de overdracht van schulden naar de overheden en staatsinjecties. Ook het immense plan van infrastructuurwerken in China, gefinancierd met een berg schulden, hielp de wereldwijde groei nog een tijd verder. In de VS en een aantal Europese landen, zoals Duitsland, kwam er opnieuw een zekere jobcreatie. De rente die de Zuid-Europese landen moesten betalen op hun staatsobligaties zakte, ook na staatstussenkomst van de ECB. De aanvallen op onze lonen en koopkracht, op de sociale zekerheid,… hielpen het kapitaal om haar winsten te herstellen. Het gemiddelde werknemersgezin verloor verder aan inkomen in de VS en andere ontwikkelde landen. In België werden de lonen bevroren. De vruchten van de nieuwe, bescheiden groei kwamen vooral in de zakken van de rijkste 1% en de laag rond hen terecht. Er werd opnieuw met bonussen gesmeten, ons werd gevraagd om te matigen op loon en sociale rechten.

De propaganda van de laatste maanden voor de Europese en Belgische verkiezingen rond het economisch herstel had grotendeels politieke doeleinden. De meer ernstige denkers van de burgerij en de heersende klasse zijn er niet gerust in. Ze luiden vandaag de alarmklok over de trage of onbestaande groei in Europa en het gevaar van deflatie, prijsdalingen die in de winsten snijden, omdat de markten en onze koopkracht als werkenden ondermijnd zijn.

In de eurozone was er in het eerste kwartaal van dit jaar, tegenover het vorige kwartaal, slechts een groei van 0,2%. Frankrijk zat op een nulgroei, in Italië ging de economie met 0,1% achteruit. Enkel Duitsland vervulde nog een motorfunctie. Het kende een groei van 0,8% op kwartaalbasis – dat zou op een jaar meer dan 3% zijn. De inflatie zit in de eurozone rond de 0,7%. Dat is ver onder de doelstelling van 2%. Volgens Martin Wolf van de Financial Times moet de ECB opnieuw beloven om “alles te doen wat nodig is” om een neerwaartse spiraal te vermijden (FT, 13/5/14).

Wolf stelt dat de markten er maar vanuit gaan dat de besparingen in Zuid-Europa “eeuwig zullen blijven duren”. Politiek, echter, is dat “helemaal niet zo evident”. Een recent OESO-rapport, zo haalt hij aan, gaf een schatting van de schulden van de Zuid-Europese regeringen tegen 2015. Spanje zal dan voor 109% schulden hebben tegenover de jaarlijkse productie (het BBP), Ierland 133%, Portugal 141%, Italië 147% en Griekenland 189%! Wolf stelt op bezwerende toon: “het vermijden van een catastrofe is nog steeds niet gegarandeerd”. Dit is niet de taal van de kranten die bedoeld zijn voor massaconsumptie, die ons de achteruitgang met sprookjes moeten laten aanvaarden. Dit is een poging tot nuchtere inschatting van de diepe problemen waar de kapitalisten en hun systeem vandaag voor staan.

Holle karakter van de groei

Het is mogelijk dat er in de komende periode nog een lichte groei is in de VS. Maar in China vertraagt de economie en ging de immense markt in vastgoed erop achteruit. De infrastructuurwerken in China waren een belangrijke motor voor de groei in de ‘groeilanden’ (Brazilië, Rusland, India, Turkije,…).

We moeten ook zien dat de huidige jobcreatie zeer instabiel is. In België is het aantal deeltijdse jobs onder min 30-jarigen sinds de crisis in 2008 gegroeid van 20% naar bijna 30%! Bedrijven geven minder frequent vaste contracten aan nieuwe werknemers, of laten ze deeltijds werken. De prijs van de huur, van de kost van het leven,… is voor die jongeren natuurlijk niet ‘deeltijds’. In de VS zijn er zogezegd opnieuw twee miljoen jobs bijgekomen, nadat er twee miljoen waren verloren gegaan. Die nieuwe jobs zijn dikwijls laag betaald en deeltijds. In voltijdse equivalenten gingen er nog steeds 650.000 jobs verloren.

Het kapitalisme zit in een doodlopend sukkelstraatje. De huidige generatie van werkenden en jongeren zal een ernstige strijd moeten voeren om een fatsoenlijk leven op te bouwen. Een massastrijd met haar eigen partijen en democratische vakbonden, voor een democratische socialistische maatschappij.

Oorzaken van de crisis

Karl Marx zag het kapitalisme als een systeem dat mankliep onder zijn eigen tegenstellingen. De diepe depressie van de jaren 1930 of de meer uitgerokken depressie – een periode van stagnatie en achteruitgang van de productiekrachten – sinds de jaren 1970 kunnen het best aan de hand van Marx’ ideeën worden verklaard.

– Een tendens naar overproductie

Marx meende dat het kapitalisme op verschillende manieren met overproductie of overaccumulatie kan worden geconfronteerd. Er is de ongelijkheid tussen de kapitalistische elite en de meerderheid van werkenden, waarbij de arbeidersklasse niet kan terugkopen wat ze zelf produceert. De kapitalisten leggen zich toe op luxemarkten en dit kan leiden tot overproductie. Verder is er, door de competitie, ook de dwang om meer productieve machines in te zetten, om zo een meerwinst te proberen boeken tegenover de concurrentie. Dit kan leiden tot een snellere productie dan waar de consumenten behoefte aan hebben. De productiecapaciteit overstijgt de bestaande markten. Marx onderscheidde ook een trend naar overaccumulatie van kapitaal tegenover de bestaande arbeidskrachten. De dwang van nieuwe technologie leidt tot de uitstoot van arbeidskrachten. Sinds de jaren ‘70 zien we effectief een groeiende overproductiecapaciteit in verschillende sectoren en de vorming van structurele werkloosheid, mede in de hand gewerkt door arbeiduitstotende technologie.

– Dalende tendens van de winstvoet

Kapitalisten hebben een neiging om, onder druk van de competitie, een meerwinst te willen boeken door nieuwe technologie in te voeren. Marx legde echter uit dat meerwaarde – en dus winst – enkel uit onbetaalde arbeid voortkomt. Machines dragen hun eigen waarde gewoon over op het nieuwe product, ze worden afgeschreven. Dit leidde, aangetoond door verschillende analyses, sinds de jaren ‘60 en ‘70 tot een druk op de winstvoet. Het neoliberale beleid kon deze trend deels keren, maar ten koste van nieuwe tegenstellingen.

– Tegenstelling tussen de ontwikkeling van de productiekrachten en de nationale staat

De Eerste en Tweede Wereldoorlog waren mede een catastrofaal gevolg van deze tegenstelling. Maar het bestaan van competitieve natiestaten zorgt vandaag ook voor de onmogelijkheid om op kapitalistische basis een echt eengemaakt Europa te creëren. Enkel de arbeidersklasse kan de volkeren eenmaken.

– Sociale productie maar “individuele” toeëigening

Het fundamentele probleem, de basis voor de andere tegenstellingen, is dat de productie wel door grote groepen mensen gebeurt, sociaal is, maar het resultaat ervan door een kleine groep kapitalisten wordt toegeëigend. Private productie voor de winst is vandaag een irrationele rem op de mensheid en het recept voor erger wordende economische en sociale crisissen. Zowel de productie als de toeëigening moeten sociaal worden om de angel uit de crisis te halen.