Home / Internationaal / Midden-Oosten en Noord-Afrika / Israël/Palestina. Escalatiepolitiek van Netanyahu wakkert protestgolf aan

Israël/Palestina. Escalatiepolitiek van Netanyahu wakkert protestgolf aan

Uittreksels van materiaal dat eerder werd gepubliceerd door de Socialistische Strijdbeweging, onze zusterorganisatie in Israël/Palestina.

Momenteel heeft de Israëlische regering een nieuwe reeks luchtaanvallen en bombardementen op de belegerde bevolking van Gaza ingezet onder de naam ‘operatie beschermingsrand’. De dodentol in Gaza is in de huidige operatie al opgelopen tot 11, waaronder twee kinderen van minder dan vijf jaar oud. Maandag raakten minstens 75 Palestijnen gewond. Het is nog eens een stap in de escalatiepolitiek van de Israëlische regering die dreigt te leiden tot een breder conflict.

De Israëlische premier Netanyahu en andere ministers voelden zich verplicht om de verschrikkelijke moord van de Palestijnse tiener Mohammad Abu-Khdeir in Oost-Jeruzalem te veroordelen, maar ze hielden het op krokodillentranen. De tragische ontwikkelingen van de voorbije weken tonen het beleid van aanhoudende repressieve bezetting van de Palestijnse gebieden en een agressief programma van Joodse nederzettingen.

Israëlische nationalisten zijn uit op wraak na de moord op drie Israëlische tieners van wie de lijken op 30 juni werden gevonden. Deze roep naar wraak werd gedeeld door Netanyahu en andere vertegenwoordigers van de heersende partijen. Het komt hen goed uit dat ze de aandacht kunnen afleiden van de rampzalige gevolgen van hun beleid. Deze regering van de grote bedrijven en de nederzettingen probeert wanhopig de controle te behouden over de gebeurtenissen die ontwikkelden door de eigen acties en woorden van de regering.

Een reeks racistische aanvallen door extreemrechtse Israëlische nationalisten in Jeruzalem – waarbij Abu-Khdeir op 2 juli om het leven kwam – leidde tot een golf van woede, protest en rellen in de Palestijnse gemeenschappen doorheen Israël. Het is de grootste protestbeweging onder Arabieren in Israël sinds jaren. Er waren ook gezamenlijke protestacties van Joden en Arabieren in Jeruzalem, Tel Aviv en Haifa. Daarbij werd geprotesteerd tegen de extreemrechtse aanvallen en tegen de oorlogstrom van de regering.

Naarmate het Palestijnse protest zich verspreidde, deden de Israëlische media er alles aan om vooral in te zoomen op vernielingen en aanvallen op Joodse mensen. De redenen voor het protest, de discriminatie en de racistische aanvallen en de woede tegenover de bezetting werden zorgvuldig weg gelaten.

Van de aanhoudende bezetting en blokkade van Palestijnse gebieden met enorme discriminatie op alle vlakken van het leven van de Arabische gemeenschap in Israël tot de aanhoudende racistische aanvallen, zorgt het regeringsbeleid tot een nieuw kruitvat van woede waarbij een deel nu tot explosie komt. Palestijnse jongeren zien hun toekomst vertrappeld worden door deze rechtse Israëlische regering en trekken daarom de straat op om te protesteren tegen een gevoel van vervreemding, woede en frustratie.

Offensief van de regering

Toen de regering-Netanyahu de ontvoering van de drie jongeren vernam, werd dit meteen gebruikt om de eigen politieke agenda naar voor te schuiven in een sfeer van versterkte nationalistische propaganda. Er werd meteen geprobeerd om de coalitieregering van Fatah en Hamas in de Palestijnse Autoriteit te verdelen.

De Israëlische veiligheidsdiensten suggereerden dat de twee verdachten – die nog niet werden gevonden – jonge Hamas-activisten uit Hebron zijn. Hamas heeft iedere verantwoordelijkheid ontkend, het is mogelijk dat enkele aanhangers van Hamas buiten het medeweten van de leiders overgingen tot de moorden maar het kan even goed om mensen gaan die niets met Hamas te maken hebben.

De regering is overgegaan tot een militaire campagne van collectieve afstraffing in de bezette gebieden. Zeven voornamelijk jonge Palestijnen werden door aanvallen op de Westelijke Jordaanoever omgebracht en minstens negen Palestijnen kwamen om het leven bij luchtaanvallen op de Gazastrook, onder deze doden was er een kind.

De dreigementen om de huizen van de families van de vermeende moordenaars te vernietigen en de beslissing om het gezinshuis van de moordenaar van een politieagent die in buurt van Hebron werd neergeschoten te vernietigen, zijn voorbeelden van de collectieve straffen tegen gezinsleden die nochtans niet schuldig werden bevonden aan enig misdrijf. Bij een van deze aanvallen op familieleden raakte een baby van amper een maand oud gewond.

De vernielingen en aanvallen hebben nog nooit de terroristische aanvallen verminderd. De ervaring leert net dat de motivatie voor dergelijke aanvallen onder de meest wanhopige delen van de Palestijnse samenleving dan net toeneemt om zo wraak te nemen. Een dergelijk beleid wordt gebruikt om de aandacht af te leiden van het feit dat de regering ook op vlak van veiligheidsbeleid heeft gefaald en de aanslagen niet kon stoppen. Dergelijke collectieve maatregelen worden nooit opgelegd tegen de families van veroordeelde Joodse moordenaars, zoals Baruch Goldstein, de extreemrechtse terrorist die verantwoordelijk was voor een bloedbad in Khalil/Hebron in 1993 waarbij 29 Palestijnen werden vermoord en meer dan 120 gewonden vielen.

De pogingen van de Israëlische regering om Palestijnen te ‘ontmoedigen’ om over te gaan tot aanslagen, ontvoeringen of aanvallen zijn allemaal mislukt. De acties van de Israëlische troepen hebben geleid tot duizenden doden, maar geen enkel probleem werd opgelost. De ‘oorlog tegen het terrorisme’ door de regeringen van de grote bedrijven en de nederzettingen heeft enkel geleid tot meer bloedvergieten en het maakt de situatie enkel maar complexer.

Tijdens de eerste Palestijnse Intifada van 1987 tot 1993 probeerde de Israëlische regering de rechtse Islamistische Hamas te versterken als antwoord op de seculiere Palestijnse organisaties die opkwamen voor het einde van de bezetting. Nu voert de regering een oorlog tegen Hamas waarbij zeker de bevolking in Gaza onder verschrikkelijke omstandigheden probeert te overleven. Dit legt de basis voor de groei van nieuwe reactionaire organisaties, waaronder groepen van het type van Al Qaeda.

Gevaar van escalatie

Tegen de achtergrond van de Ramadan, de regionale instabiliteit en de internationale druk op Israël ziet het er naar uit dat een meerderheid van de legerleiders en van de regering op dit ogenblik een grote militaire escalatie wil vermijden. Maar ondanks deze terughoudendheid wordt overgegaan tot verdere militaire aanvallen op Gaza, onder meer als ‘antwoord’ op het groeiende aantal projectielen dat vanop de Gazastrook naar Israëlische doelwitten wordt afgevuurd. De troepen werden klaargestoomd voor een eventuele escalatie en er is een mobilisatie langs de Gazastrook waarbij ook enkele reservisten werden opgeroepen.

Bovendien gaat de regering over tot het inwilligen van de eisen van minister Naftali Bennett en de gemeenteraad van Yesha om nieuwe nederzettingen te bouwen. Netanyahu had het over nieuwe nederzettingen die worden opgezet in naam van de vermoorde tieners. Hij gebruikt hun dood om de politieke agenda van de rechtse kolonisten te promoten.

Er is een groot gevaar van verdere escalatie van het geweld in de komende dagen en weken. Dat kan zowel als reactie op de militaire aanvallen, de politierepressie van protest of verdere terroristische aanslagen door individuen of groepen.

De nationalistische demagogie wordt ook door de rechtse ministers Avigdor Lieberman en Naftali Bennett gedeeld. Zij ondernemen een poging om op racistische basis steun te mobiliseren en ze gebruiken daarvoor de woede en het gevoel van onveiligheid onder de Joodse bevolking. Ze pleiten voor een groot militair offensief op de Gazastrook, met andere woorden voor nog meer bloedvergieten. Dat zal niets oplossen, het leidt enkel tot meer doden en trauma’s. De bevolking van Gaza zal daar het hardste onder lijden, maar ook de Israëlische bevolking zal niet aan de gevolgen van het bloedvergiet ontsnappen. Een groot militair offensief zou immers onvermijdelijk leiden tot nieuwe aanslagen en geweld.

Minister van Buitenlandse Zaken Lieberman kondigde aan dat de alliantie van zijn partij met de Likoed-partij van Netanyahu wordt opgezegd naar aanleiding van een meningsverschil rond Gaza. Lieberman maakte van de huidige spanningen ook gebruik om te pleiten voor het gedwongen annexeren van Arabische gemeenschappen in Israël bij een toekomstige Palestijnse staat. Hij wil de rechten van Palestijnse burgers in Israël niet erkennen en wil niet dat die gemeenschappen democratisch kunnen beslissen of ze in de toekomst aansluiting zoeken bij een Palestijnse staat. Zijn doel is een Israëlische staat zonder grote Palestijnse minderheid.

Delen van het Israëlische establishment verzetten zich tegen een escalatie. Zo verklaarde de voormalige chef van de veiligheidsdienst Shin Bet, Yuval Diskin, afgelopen vrijdag op Facebook dat de regering verantwoordelijk is voor “een snelle verslechtering van de veiligheidssituatie”. Hij haalde uit naar de “illusie dat alles kan opgelost worden met wat meer troepen; de illusie dat de Palestijnen alles wat we op de Westelijke Jordaanoever doen aanvaarden zonder te reageren, ondanks hun woede, frustratie en slechter wordende economische situatie; de illusie dat de internationale gemeenschap geen sancties zal opleggen; dat de gefrustreerde Arabische burgers in Israël uiteindelijk niet op straat zullen komen; en dat de Israëlische publieke opinie het falende antwoord van de regering inzake het sociale beleid zal blijven aanvaarden op een ogenblik dat corruptie alles wegvreet dat goed is.” Hij waarschuwde dat zelfs indien de rust terugkeert de dreiging blijft bestaan en “indien daar niets aan wordt gedaan, zullen we met een nog ernstiger situatie geconfronteerd worden.”

Het protest ontwikkelen

Wanhopige daden van vandalisme en nationalistische aanvallen op burgers door een kleine minderheid van activisten zal niet tot een verandering van het beleid leiden en zal geen verbetering voor de jonge Palestijnen bekomen. Dergelijke acties vervreemden de gewone mensen die het slachtoffer van deze acties zijn, waarop de regering hen gebruikt als excuus voor hardere repressie van betogers in naam van “zero tolerance.”

De omvang van het Palestijnse protest in Israël wijst niet alleen op de frustratie onder deze bevolking, maar ook op het potentieel van een bredere strijd tegen de regering van de grote bedrijven en de nederzettingen, tegen de aanvallen op de Palestijnen en tegen de bezetting. Deze strijd vereist de opbouw van een democratisch georganiseerde bredere protestbeweging van Joden en Arabieren met een programma en acties die ingaan tegen de Israëlische regering en tegen extreemrechts.

Het opzetten van actiecomités in de wijken waar er betogingen zijn, kan een stap vormen om de strijd vooruit te helpen. Daarbij is er nood aan democratische beheerde zelfverdediging tegen de overheidsrepressie en om te vermijden dat betogingen uitmonden in rellen en nationalistische fysieke aanvallen. Deze comités kunnen eisen ontwikkelen om te antwoorden op de roep naar vrede en het oplossen van sociale tekorten. Dat zou een brede laag van Joden en Arabieren op gezamenlijke betogingen kunnen brengen waarbij ook arbeiderscomités en studentenorganisaties worden betrokken.

Veel  Israëli verafschuwen de barbarij van extreemrechts en zijn het regeringsbeleid beu dat telkens meer geweld brengt in het nationale conflict terwijl tegelijk de sociale crisis dieper wordt. Een recente peiling van Knesset Channel wijst op een groeiende steun voor de Arbeiderspartij en Meretz, een uitdrukking van het feit dat ondanks de huidige nationalistische reactie een deel van de publieke opinie naar partijen kijkt die als ‘links’ worden bestempeld. Peilingen geven ook nog steeds aan dat een meerderheid van de Israëlische bevolking voorstander is van de ontmanteling van de nederzettingen en het beëindigen van de bezetting.

De Socialistische Strijdbeweging komt op voor de vestiging van een nieuwe partij van de werkende bevolking, Joden en Arabieren, om de belangen van alle werkenden te verdedigen en een duidelijk socialistisch alternatief naar voor te schuiven op de tragedie die onvermijdelijk is als we de kapitalisten en nationalistische rechterzijde laten doen.

We komen op voor:

  • Het versterken van het protest tegen extreemrechts en de regering-Netanyahu, een regering van het kapitaal en de nederzettingen. Ja aan gezamenlijke betogingen van Joden en Arabieren, neen aan nationalistisch geweld. Voor het opzetten van actiecomités in de wijken waar betoogd wordt om de strijd te organiseren.
  • Steun het recht op protest, neen aan politiegeweld. Voor democratische controle op de politie die onderworpen moet worde aan democratisch toezicht door wijkcomités. Ontslag van racistische agenten.
  • Haal het leger weg uit de Palestijnse gebieden! Stop de bezetting en de nederzettingen. Stop de politiek van ‘liquidaties’ en de aanvallen op Gaza. Het nationale conflict zal niet met militaire middelen opgelost raken.
  • Voor de vrijlating van alle Palestijnse politieke gevangenen. Voor een eerlijk proces van alle Israëli en Palestijnen die verdacht worden van verantwoordelijkheid bij misdaden in het conflict. Dit moet gebeuren in speciale publieke rechtbanken onder toezicht van vertegenwoordigers van de werkenden en de gemeenschappen langs beide kanten van het conflict en met de betrokkenheid van de getroffen Israëlische en Palestijnse families.
  • Voor een onafhankelijke democratische socialistische Palestijnse staat naast een democratisch socialistisch Israël met twee hoofdsteden in Jeruzalem en gelijke rechten voor alle minderheden, als onderdeel van de strijd voor een socialistisch Midden-Oosten en regionale vrede.

 

Eenheid tegen racistisch geweld

Op 2 juli betoogden ongeveer 1.000 mensen in het centrum van Jeruzalem onder de slogan “rouw, geen wraak”. De actie was georganiseerd door de alliantie ‘Tag Meir – Licht in plaats van terreur”. Nadien trokken enkele betogers naar de kantoren van de premier om te protesteren tegen de oorlogstrom van de premier die het geweld van extreemrechts verder aanwakkert.

Een dag later waren er meer dan 1.000 betogers op het Habima-plein in Tel Aviv, eveneens in een betoging tegen de rol van de regering en tegen de bezetting.

Op 5 juli betoogden 300 Joden en Arabieren in het centrum van Haifa als reactie op een betoging twee dagen eerder van een dertigtal extreemrechtse activisten die slogans als “Dood aan de Arabieren” meedroegen. Onder de sprekers op de tegenbetoging Shay Galy van de Socialistische Strijdbeweging die uithaalde naar het gefaalde zogenaamde vredesproces van de regering die “in minder dan negen maanden toelating gaf voor 13.000 nieuwe huizen in de nederzettingen, meer dan 500 [Palestijnse] huizen op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem vernietigde, 61 Palestijnen vermoordde en 1.000 gewonden maakte.” Hij eiste: “Stop de militaire aanvallen in Gaza en stop de onderdrukking van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. We willen echte en gelijke veiligheid voor Palestijnen en Israëli.”

De familie van een van de drie vermoorde Israëlische tieners heeft de moord op de jonge Palestijn Abu-Khdeir publiekelijk veroordeeld en nam contact op met zijn familie om hun medeleven te betuigen. Palestijnen uit Hebron gingen naar het huis van dezelfde Israëlische familie (die niet in een nederzetting woont) om hun medeleven te betuigen.